Rondje Alpen

Over bepaalde zaken word je het in je relatie nooit helemaal eens. Toen ze nog leefde, wilde mijn vrouw Inge graag met de camper naar rustige streken, om een stukje te rijden, dan even te picknicken, daarna weer wat rijden, parkeren bij een oude molen, koffiestop, stukje rijden, terrasje, rijden, supermarkt, rijden, museum, etc., etc. Dat vind ik stiekem ook wel leuk, maar soms komt het oude zwerversinstinct van de zeilschipper en het jaaginstinct van de motorrijder naar boven. Dan maak ik liever lange dagen op de motor, om nergens voor stoppen, kilometers te maken, het asfalt zonder pauze onder me door te zien schieten.

Het Monster en ik.

Daarom maar eens een verhaal van een jaar of tien geleden. Ik schreef het voor de ‘Strada’, het verenigingsblad van de Ducaticlub Nederland. Met de Ducati Monster 1000 trok ik in juli 2008 een weekje naar het zuiden. Via Bundesautobahn A31 naar de Eifel. Langs de Jura, Vogezen en Franse Alpen naar de Côte d’Azur, waar mijn ouders overzomerden. Eigenlijk zou ik alleen een lang weekend door de Eifel rijden. Maar ja, als je toch op pad bent…

De route ging via Leeuwarden, Drachten, Beilen en Emmen naar Meppen. Daar draaide ik de Autobahn op om supersnel voorbij Keulen te stormen. Even kijken hoe hard de Monster kon. De 230 per uur op de teller waren Italiaanse kilometers. De GPS maakte er 215 van – helemaal niet slecht voor de luchtgekoelde tweeklepper. En dan toch Porsches en Audi’s in je nek, die met lichtsignalen eisten dat je plaats maakte. Het blijft Duitsland…

Het Roergebied doorkruist en dan over binnenwegen de Eifel in. Via Bitburg, naar Utscheid. Daar overnachtte ik in een oude caravan op motorcamping ‘Little Creek’. Aangenaam was het daar, met café, barbecue, biertjes, motorrijders en Nederlandse eigenaren.

Bouwvakkersbusjes

Enfin, in de Eifel bleef het weer buiig en wisselvallig. Ik zakte via Luxemburg wat verder af naar het zuiden. De snelweg tussen Luxemburg en Metz zat vol Nederlandse bouwvakkers met ZZP-busjes en caravans. Die waren net aan hun vakantie begonnen. Daarom verliet ik de Autoroute weer. Over de Route Nationale naar Epinal en Besançon. Dat ging lekker met de Ducati. Trage caravans en trucks vloog ik rap voorbij, met al dat koppel van de Monster 1000 s.i.e. onder me. Niet eens hoefde ik al te flagrant de snelheidsbeperkingen te overtreden. Eén keer ben ik geflitst – vanaf de voorkant, waar geen kentekenplaat zit.

Het was weekend. Spannend, want dan zijn er in Frankrijk langs de binnenwegen bijna alleen onbemande benzinepompen beschikbaar. Dat schoot niet op, want mijn Nederlandse bankpasje werd niet herkend. In Besançon vroeg ik beleefd aan een Franse dame of ze voor mij wilde pinnen, in ruil voor contant geld. Maar ze vond me erg eng, sprong in haar auto en maakte dat ze weg kwam. Ik ben maar eens in de spiegel gaan kijken hoe ik eruit zag. Een groepje Franse motorrijders had minder moeite met mijn baard van twee dagen. Hoezo zijn Fransen niet aardig. Deze wel hoor!

De hele dag reed ik door, al gauw 650 kilometer, totdat ik even na Grenoble een beetje moe werd. Ik zag langs een prachtig bergmeer een bordje ‘koffie is klaar’ en besloot het even te proberen. Ja hoor, Nederlandse uitbaters. Tja. Gelukkig was er een blokhut beschikbaar. Het kleine tentje met dat dunne matras dat ik als noodvoorziening bij me had vond ik niet erg aantrekkelijk. Je moet je gemak zoeken waar het kan.

Mist

‘s Morgens regende het pijpenstelen en er hing een dikke mist. Wat een verschil met het prachtige weer van de voorgaande dag! Het sprankelende bergmeer was 25 meter van mijn blokhutdrempel, maar het was niet meer te zien.

Bij het ontbijt in de kantine keek ik samen met de eigenaar op buienradar. Heel Frankrijk – nee, heel Europa – genoot van een wolkenloze hemel. Alleen één klein plekje in Frankrijk niet: daar hingen buien. Inderdaad, ter hoogte van Grenoble. Sneu hoor, vooral voor de camping. Ik ben toch maar gaan rijden, goed verpakt in regenkleding. Na vijf minuten was ik een stukje afgedaald en kwam ik onder het wolkendek uit. Tien minuten later stopte de regen en verder had ik de hele reis naar de Zuidfranse Var stralende zon.

Al zuidwaarts reizende veranderde het landschap langzaam naar dat van de Provence: droger, vergeelder, meer brem, oregano, thijm en andere Provençaalse kruiderij en geuren. Aan het einde van de dag arriveerde ik bij het verblijf van mijn destijds 84-jarige ouders. Ondanks hun leeftijd reisden zij met hun caravan nog altijd vrolijk heen en weer tussen Amsterdam en hun plekje in de Var.

Ik heb geholpen met het defecte internetmodem. De bliksem was vlakbij hun woning ingeslagen. De dame van de helpdesk van Vodafone deed onaardig aan de telefoon: “Als u niet goed genoeg Frans spreekt kan ik u niet telefonisch helpen! Ik praat echt heel langzaam en duidelijk!”.
“Nou, dat vind ik niet; geeft u me dan even de chef, alstublieft?”, vroeg ik, maar ze verbrak de verbinding. Gelukkig waren de veel aardiger dames van de Vodafonewinkel in Draguignan bereid om een nieuw modem mee te geven, dus even later werkte alles weer.

Noord-Italië

Met een gerust hart kon ik via allerlei Franse Alpenpassen verder naar Noord-Italië. Een schitterende route, die niemand schijnt te kennen. Je komt er geen kip tegen. In 1976 waren Inge en ik al eens in die contreien geweest met de Matchless G80. Castellane, Digne, Briançon en een lange afdaling de Povallei in. Via tunnels en snelwegen langs Turijn en Milaan.

Die Italianen rijden lekker door, consequent 30 km sneller dan ze mogen. Met voortdurend zo’n 160 per uur op de Autostrada was ik heel snel weer in bergachtiger gebied, richting Comomeer.

In Mandello del Lario aan het Lago di Lecco had ik de fabriek van het fameuze Moto Guzzi willen bezichtigen, want de voorgangers van de Ducati Monster waren enkele Moto Guzzi’s geweest. Die had ik weer van de hand gedaan, omdat ik voortdurend mijn knieën bezeerde aan de cilinderkoppen. Enfin, de fabriek was alleen open voor publiek tussen 15 en 16 uur; dat kwam mij niet zo gelegen. De camping was wél leuk; wéér een blokhut, een gezellig eetcafé en ‘s avonds een prima band met covers van jaren zestig- tot en met tachtigmuziek. Leuk dat twintigers zo gedreven de muziek spelen die ik zelf al zowat was vergeten.

Vervolgens de steile Passo Stelvio, Zwitserland en Oostenrijk. De weg slingerde zich vanaf de zuidkant eindeloos omhoog tegen een gigantische berg rotsblokken. Een Italiaan met een grote BMW 5-serie (een auto dus) wilde wel een wedstrijdje met mijn Ducati, helling op met veel haarspeldbochten. Ik liet me meeslepen, kon hem nét bijhouden met mijn bescheiden luchtgekoelde 85 PK’s. Er kwam een tunnel met veel water op het asfalt, precies in een bocht. Dat was tricky, daarom haakte ik wijselijk af. Gaat nergens over, natuurlijk. Bij een stoplicht verderop stak de BMW-chauffeur enthousiast zijn duim op. Ze zijn toch heel anders dan Nederlanders!

De pas was geen probleem, maar de afdaling richting Oostenrijk bleek afgesloten door zware regenval, een steenlawine en mist. Dan maar via een onverharde weg (‘wit’ op de kaart) Zwitserland in. Jammer, want dat land probeer ik altijd zo veel mogelijk te vermijden. Rare jongens, die Zwitsers. En ik was vergeten mijn paspoort mee te nemen. De onverharde weg bleek populair bij motorvrienden. Ondanks de afwezigheid van asfalt kwam ik er van alles tegen: niet alleen allraods en offroads, maar ook veel supersportmotoren en Ducati’s natuurlijk. Voor auto’s leek het me nogal avontuurlijk. Heel smal, grotendeels onverhard en dat vanaf 2750 meter hoogte naar beneden met eindeloze haarspeldbochten. Mooi hoor. Mijn Monster vond het allemaal best.

Tunnels

Vanuit het dal snel Zwitserland uit, richting Oostenrijk. Het was allemaal mooi, maar tjonge, wat een hoop tunnels in die Alpen. Eén was wel 18 kilometer lang. Beetje saai. Tot slot langs Oostenrijkse snelwegen (alweer veel lange saaie tunnels) en door Duitsland naar huis. Veel Autobahn, maar ook een flink stuk langs de Rijn en de Lorelei. Een overnachting in een stadje in de buurt van Karlsruhe, in een typisch Duits koekoeksklokkenhotelletje. Na Koblenz in één streep naar huis, weer via de Emsautobahn.

3600 km in zes dagen. Mooi! De achterband was alweer versleten, de ketting ook. Met af en toe tot 200 kilometer per uur over de Bundesautobahn, met bepakking. Hield ik niet lang vol: zonder windbescherming waait je hoofd bijna van je schouders.

Verder een prima reisfiets hoor, zo’n Monster. Het stuur had ik ietsje hoger dan standaard gezet. Zo zat ik comfortabeler op de binnenwegen. Het benzineverbruik op de snelweg is alleen te hoog: 1 op 13; dan gaat met een tankinhoud van 14 liter het lampje al op ‘reserve’ na drie kwartier. Op de binnenwegen doet ie 1:17, da’s beter, dan gaat het benzineverbruik en de tijdsinterval tussen tankbeurten gelijk op met de koffiebehoefte.

Een vorige eigenaar heeft de injectie ongetwijfeld erg rijk laten afstellen, want deze type’s Ducati staan doorgaans als zuiniger bekend. Die hele week heb ik gereden met open Remusuitlaten, dat hielp ook niet echt, plus de hoofdpijn. Terug in Nederland heb ik decibelkillers gemonteerd, dat was een verbetering.

De volgende keer neem ik betere kaarten mee, dit keer had ik kaarten van de Aldi in de tanktas, 1 euro per stuk. Ach, ik kon het ermee doen, alleen jammer dat ik Zwitserland niet bij me had, maar daar wou ik toch niet heen, zie boven. Als de Aldi of de Lidl de wegenkaart van Zwitserland in de aanbieding doen, ga ik daar nog wel eens kijken.

Mooi om een week lang te doen waar je zin in hebt – in dit geval had ik zin om hele lange dagen op de motor te zitten en door onbekend terrein te rijden. Alleen stoppen als rijder of machine service behoeven, of ‘s avonds als de moeheid toeslaat. Even leven zonder agenda. Als inspiratie had ik twee motorreisboeken in mijn tanktas: “Lois on the loose” en “Jupiter’s Travels”. Lees die boeken!

Na thuiskomst was mijn avonturendrang bekoeld en ging ik gezellig met vrouw en kind op stap naar Denemarken, met de camper. Lekker rondhangen, kleine stukjes rijden á 85 km/u, tutten en picknicken. Ook heel leuk.

Dit artikel verscheen eerder in ‘Strada’, het verenigingsblad van de Ducaticlub Nederland.

Leave a Reply