Kentekens en het recht
Onlangs kreeg ik een schrijven in de bus van het Centraal Justitieel Incassobureau. Met post van die club ben ik zelden blij. Ook dit keer wilde men geld zien. Bij de Rijksdienst Wegverkeer was bij een administratieve controle gebleken, dat ik houder van een kentekenbewijs was, zonder dat op dat voertuig een WA-verzekering was afgesloten. Dat kon wel kloppen; dat voertuig was mijn wedstrijd-MuZ, een motor die nooit op de openbare weg komt, maar alleen enkele malen per jaar wordt ingezet op afgesloten circuits.
Om het zichzelf gemakkelijk te maken, hebben de autoriteiten ooit besloten om dat houderschap en die verzekeringsplicht aan elkaar te koppelen. Hierin zit een zekere logica: de overheid kan nu eenvoudig nagaan of een voertuig op de openbare weg ook goed verzekerd is. Opsporen van overtreders is heel simpel. Het leidt echter ook tot merkwaardige complicaties. Voor ik over ‘mijn eigen geval’ verder ga, zou ik graag zo’n kwestie willen aanhalen.
In de Leeuwarder Courant schrijft journalist Wiebe Pennewaard altijd met veel meegevoel over motorrijders en hun belevenissen. Op 10 december gaat het over ‘motormeid’ Berber van der Meer. Zij is nog geen achttien, maar ze volgt motorrijlessen en ze heeft alvast een motor klaarstaan, een Aprilia 125 cc AF1. Berber ontving ook zo’n leuke brief van RDW en CJIB en ging daarover in correspondentie. De Aprilia stond toch werkeloos in een schuur te wachten op de dag dat ze haar rijbewijs zou hebben gehaald? Hoe had zij moeten weten, dat je geen houder van een kentekenbewijs mag zijn zonder een verzekering te hebben afgesloten? Bovendien bleken verzekeringsmaatschappijen niet zo happig op het verzekeren van motorbezitters die nog niet in het bezit waren van een rijbewijs.
Volgens de instanties was er weinig te doen aan de boete van 320 euro, tenzij ze het zou laten voorkomen bij de rechter. Maar daar zou ze de kans lopen op een veel hoger boetebedrag. Dat hoeft niet zo te zijn, volgens mij. Heel toevallig was ik in diezelfde week naar het gerechtsgebouw in Leeuwarden geweest om mijn eigen standpunt te verdedigen. Okee, ik had beter kunnen weten, ik ben geen achttien meer tenslotte. Het motorkenteken van mijn circuitmotor had ik dan ook een jaar eerder ‘geschorst’. Als je dat doet, schort je de geldigheid van het kenteken op en hoef je ook geen verzekering ervoor te hebben.
Beetje onhandig, dat ik had nagelaten de schorsing na dat jaar weer met een jaar te verlengen. Ook zoiets, dat dat nodig is. Enfin, de papieren had ik ergens weggelegd en ik wist niet waar. Het duurde niet lang en ik had zoals gezegd de boete te pakken, óók ter hoogte van 320 euro. Dat bedrag vond ik een beetje overdreven, voor wat toch niet meer dan een administratieve nalatigheid was in mijn ogen. Daarom besloot ik het voor te leggen aan de rechter.

Ziehier: geen verlichting, geen kenteken, geen openbare weg.
Bij de rechtbank heb ik uitgelegd, dat ik de motor ten tijde van de boeteoplegging in onderdeeltjes uiteen had liggen in de werkplaats en dat ik dat jaar verder alleen op circuits had gereden. Ik had foto’s en wedstrijduitslagen bij me om dat te staven. Mijn belangrijkste pleidooi was dat de bedoeling van de wet en de letter van de wet hier wel wat ver uiteen lagen. Natuurlijk moet je je motor verzekeren als je op de openbare weg rijdt; de koppeling tussen houderschap en verzekering is echter oneigenlijk. De wetgever heeft die regel alleen maar ingevoerd om het de opsporingsambtenaren gemakkelijker te maken.

De MuZ staat ‘s winters gedemonteerd in de werkplaats
De officier van justitie én de rechter hadden begrip voor mijn standpunt. Ik had gepleit voor ‘schuldig zonder straf’. De rechter ging er ten dele in mee, door mij honderd euro boete op te leggen en de rest voorwaardelijk te stellen. Daar kon ik mee leven; de verhouding tussen overtreding en boete was zo veel meer in evenwicht.
Berber van der Meer, een tip: ga je standpunt ook uitleggen bij de rechter, dat heeft echt wel zin. Wat betreft die verzekeringsplicht: eigenlijk zou ‘Den Haag’ de wetgeving op dat punt nog eens moeten bekijken. Het kan dan wel gemakkelijk zijn voor de opsporing, maar dat is geen afdoend argument: als het aan de politie lag, zouden alle Nederlanders te allen tijde met de handjes boven tafel moeten zitten!
Ik vraag me af waarom circuitmotoren nog op kenteken staan – is dat een vereiste voor deelname aan races?
Ik vind de koppeling kenteken – verzekering eigenlijk wel een goede. Behoudens uitzonderingen zoals Berber is het een behoorlijk waterdicht systeem om onverzekerde voertuigen te ‘vangen’ – en de ellende is niet te overzien als je door een onverzekerde onverlaat omver wordt gereden. Dat zou jou als motorrijder moeten aanspreken.
Onevenredige straffen werken niet..
Rob, voor circuitmotoren is het niet een vereiste dat ze op kenteken staan. Bij de technische keuring wordt er natuurlijk wel heel nauwkeurig gekeken of de motor in goede en veilige staat verkeert.
Het systeem is inderdaad tamelijk waterdicht, daarom is de overheid er ook zo gelukkig mee. Niemand zit te wachten op onverzekerd rijdende onverlaten op de openbare weg.
Zoals Summer echter ook stelt: staat de straf in verhouding tot het vergrijp? Bij de eerdergenoemde onverlaten vast en zeker wél. Maar bij mensen die alleen administratief over de schreef gingen en die helemaal niet gereden hebben op de weg, kan je je dat afvragen.
Ik lees dit stukje nu pas. Maar bedankt voor de tip! Ik ga het zeker uitleggen aan de rechter. Maar duurde het bij jou ook zo lang voordat je daar weer bericht van kreeg?
Ik heb nu contact gehad met een buitengewoon opsporingsambtenaar en kreeg nog de kans om alsnog het bedrag te betalen, zo niet dan zou ik gedagvaard worden. Ik heb niet betaald, dus wacht nu af.
Hoi Berber, de buitengewoon opsporingsambtenaar heeft mij ook gebeld; dat was ongeveer driekwart jaar na de constatering van de overtreding. Daarna heeft het nóg eens bijna een jaar geduurd, voordat ik moest voorkomen bij de rechter.
Einderlijk bericht gehad,
14 jan. moet ik voorkomen..
Berber, veel succes op 14 januari!
Ik ben net terug van de rechtbank. Ze begrepen mijn verhaal, maar goed iedereen kan zeggen dat ie niet op de motor heeft gereden en dat hij in de garage stond. De officier van justitie besloot om de boete niet te gaan verhogen, want eigenlijk zou de boete nu verhoogd moeten worden, maar ze stelde een bedrag van 350,- voor. (de boete was 380,-) De kanton rechter verlaagde deze boete naar 280,-. Dus dat moet ik nu uiteindelijk nog betalen.
Niet helemaal tevreden natuurlijk, maar toch nog 100,- eraf gekregen.
Jammer, Berber, dat je nog zoveel boete moest betalen, maar het scheelt al een stuk natuurlijk! Hopelijk kan je nu lekker en zonder gedoe gaan motorrijden. Denk aan de snelheid! Anders sta je zo maar weer bij die rechter…
En vergeet niet vaak tegen jezelf te zeggen, in het verkeer: "Ze zien me niet, ze zien me niet, ze zien me niet!"