Jim Redman: ‘Zesmaal wereldkampioen maar nu is het tijd om te stoppen’

GEDINNE – In 2008 publiceerde Motorsportnieuws, het bondsblad van de Nederlandse amateurmotorbond M.O.N. een uitgebreid interview met Jim Redman (84), zesvoudig wereldkampioen wegracen. Deze eerste ontmoeting had plaatsgevonden tijdens een racedemonstratie in het Groningse dorpje Vlagtwedde. Het was één van de eerste gezamenlijke artikelen van Inge en mij dat in druk verscheen. Acht jaar gingen voorbij voordat we Jim opnieuw ontmoetten. Ditmaal in het rennerskwartier van het Belgische Gedinne, waar hij als eregast was uitgenodigd bij de historische TT. En ditmaal schrijven we voor Het Motorrijwiel, het lijfblad voor de liefhebber van klassieke motoren.

Gedinne, augustus 2016. Jim Redman (rechts) neemt een exemplaar van MON Motorsportnieuws met het artikel uit 2008 in ontvangst.

Tekst Gijs van Hesteren, foto’s Inge van Hesteren
Dit verhaal draag ik op aan mijn partner Inge van Hesteren . Zij overleed op 16 maart 2017. Pas na haar dood werd het onderstaande verhaal gepubliceerd in Het Motorrijwiel, editie 147.

Redman: geen kampioen, maar pensionado

We bevinden ons in de paddock van de Classic TT van Gedinne, midden in de Waalse Ardennen. In acht jaar kan er veel gebeuren, maar voor de spraakzame Zuid-Afrikaan is ook veel hetzelfde gebleven. Net als in 2008 staat hij – af en toe een beetje eenzaam en verloren ogend – achter zijn kraam met posters, petjes, boeken en memorabilia. Een groot deel van het publiek wandelt hem achteloos voorbij. Wie is die oude man? Niet iedereen heeft de jaren zestig meegemaakt. Wie hem wél kent vraagt zich af: hee, Jim is toch wereldberoemd? Waarom staat hij daar als een marktkoopman? Boze tongen beweren dat al het geld dat Redman met zijn kampioenschappen heeft verdiend is opgegaan aan feesten, Ferrari’s en Porsches.
Jim zelf ziet dat heel anders.
“Hoe belangrijk is geld eigenlijk? Een middel om de score bij te houden, meer niet. Wat heb je nodig, zolang je een dak boven je hoofd heb en drie maaltijden per dag? Halverwege 2016 ben ik gestopt met rijden. Jim, wil je dit echt nog steeds doen, zat ik me af te vragen. Vind je dit nog steeds leuk, rijden in parades, waar jongens van twintig met de knie aan de grond hun best doen je voorbij te komen met hun Kawasaki Ninja? Moet je nog iets bewijzen? Ik heb kampioenen ingehaald – Mike Hailwood, Luigi Taveri, Phil Read – maar wie halen die jonge jongens in? Geen kampioen, maar een pensionado. Als je er op mijn leeftijd afvalt, zit je met drie dingen: het doet meer pijn, je breekt meer botten en het duurt langer om te genezen.”

Jim Redman (midden) tijdens een SAM-RMM-racedemo te Harlingen, augustus 2011.

Vol met verhalen

Intussen is Redman 84 en een half jaar oud. Hij maakt een berustend gebaar. Zijn racepak van vroeger hangt aan een kleerhanger te koop, voor drieduizend euro.
“Als je de verkopers allemaal moet geloven had Barry Sheene wel honderd van die pakken. Ik heb er vijf gehad. Echt waar. Eén is naar mijn zoon gegaan, één naar Bob Ianucci van het Amerikaanse Team Obsolete, een is begin jaren zeventig gestolen en één heb ik dit jaar zelf al verkocht.”
Redman zit altijd vol met verhalen. Aan een klein aanknopingspunt heeft hij genoeg.
“Tja, Team Obsolete in 1995, dat was het begin van mijn tweede carrière. Ik was 62 en ik was nog steeds in staat om races te winnen. Ianucci had me gevraagd om voor hem te rijden in Daytona. Zijn rijders Dave Roper en Peter Green waren geblesseerd. En ja, ik won de race in Daytona. Twee jaar lang reden Roper en ik samen in Ianucci’s team. Teamstrijd volop tussen hem en mij. Af en toe lag hij vooraan, maar net zo vaak was ik het.”
Wedijver tussen motortitanen. Met plezier vertelt Jim Redman over zijn ontmoeting met MotoGP-held Dani Pedrosa. Het was op de Sachsenring in voormalig Oost-Duitsland.
“Ik was daar als eregast. Een kwartiertje, dat was wat ik van de PR-dame kreeg voor een gesprek met Dani. Na die tijd kwam ze om er een eind aan te maken, maar we vonden beiden dat we nog meer tijd nodig hadden. We hadden een klik en Dani was benieuwd naar mijn ervaringen als toprijder. Het punt met hem is: hij is een eenzaam persoon. Hij is niet sociaal, heeft weinig charisma. Daarom voelt het voor hem alsof hij er ook mentaal helemaal alleen voorstaat. Later, op de grid, liep ik naar hem toe. Je kunt winnen, zei ik tegen hem. Neem de lead en sla een gat naar de rest. Na driekwart van de wedstrijd heb je tachtig procent van je energie opgebruikt. Denk dán aan Jim, die je een schop onder je reet geeft! Enfin, hij lag aan kop, er kwam een rodevlagsituatie, na de herstart deed hij hetzelfde en aan het eind won hij de race.”
Jim’s ogen glimmen als hij eraan terugdenkt.
“Daar stond hij op het podium. Dani zag mij en met een big smile stak hij zijn duim naar me op. Repsol bood me dezelfde dag een miljoen als ik Dani een seizoen lang wilde coachen. Die push, die had hij nodig. Maar nee, ik hoef geen miljoen. Ik ga liever naar classic races, zoals destijds naar Vlagtwedde, toen we elkaar voor het eerst spraken, of hier naar het stratencircuit van Gedinne.”

De toenmalige burgemeester van Harlingen Paul Scheffer zet Jim Redman in het zonnetje tijdens een SAM-RMM-racedemo te Harlingen.

Racen toen en nu

Over het racen op tijdelijke circuits op openbare wegen en de gevaren daarvan heeft Redman een afgewogen mening.
“Er is een enorm verschil in veiligheidsperceptie tussen toen en nu. Het wordt tegenwoordig heel gewoon gevonden als een coureur tijdens een raceweekend een paar keer valt. Hij staat weer op, klopt het stof van zijn overall en stapt op zijn reservemachine. In de sixties was dat wel even anders. In een heel seizoen viel ik misschien twee of drie keer. Niet dat we niet hard reden, maar we wisten allemaal hoe makkelijk een val fataal kon zijn. Soms kwamen er in één maand tijd drie rijders om het leven. Het was de tijd van de MV Agusta en Honda vier- en zescilinders. De rijwielgedeeltes van de fietsen waren niet opgewassen tegen de vermogens ervan en de veiligheidsvoorzieningen van de circuits al helemaal niet. Het is moeilijk om je vrienden op zo’n manier kwijt te raken. Maar ja, we waren jong, getalenteerd en ambitieus. Het was de manier waarop we leefden. We kenden de gevaren en wisten waarmee we bezig waren.”

 

Leave a Reply