Twee benaderingen van astronavigatie in één boek

Siebren van der Werf en Dick Huges schreven ‘Astronavigatie’

EMMEN – Onlangs voegde uitgeverij Lanasta het boekje ‘Astronavigatie’ toe aan haar portefeuille. De auteurs beschrijven hierin hoe eeuwenoude navigatietechnieken nog steeds bruikbaar zijn voor de moderne zeezeiler. Het boek had toegankelijker ingedeeld kunnen zijn, maar de lezer die volhoudt wordt beloond met inzicht in het navigeren op zon en sterren.

Door Gijs van Hesteren
Een artikel dat eerder in gedrukte vorm verscheen in de Harlinger Courant

De schrijvers Siebren van der Werf en Dick Huges laten de lezer kennismaken met nieuwe begrippen. Zij gaan ieder op hun eigen manier in op het nemen van poolshoogte, breedtezeilen, refractie, kimduiking en het regiment van de Poolster. Van der Werf tracht een en ander op speelse manier onder de aandacht te brengen door de theorie te verweven met de geschiedenis van de astronavigatie. Huges doet hetzelfde, maar dan aan de hand van een oceaantocht aan boord van zijn zeiljacht Gladys.

(Boekcover: Lanasta, Jantinus Mulder) 

Daar komt dan ook een zwakheid aan het licht. Eigenlijk bestaat het boek uit twee gedeelten, die onafhankelijk van elkaar lijken te zijn geschreven. Eénzelfde theorie wordt twee keer uitgelegd. Huges lijkt daar iets beter in geslaagd te zijn dan zijn co-auteur. Voor een leek op dit terrein valt het boek eigenlijk teveel met de deur in huis. Van der Werf, die het boek opent, steekt direct van wal met nogal ingewikkelde wiskundige en natuurkundige uiteenzettingen. Hij veronderstelt daarbij een stevige dosis voorkennis van de lezer.

Het boek mist duidelijk een inleidende toelichting op het onderwerp.Wat is het nut en de noodzaak van astronavigatie? Wat bedoelt men eigenlijk met deze term? Pas in de loop van de bladzijden wordt duidelijk dat het gaat om koersbepaling op open zee, aan de hand van de stand van de hemellichamen. En ook nadat dit enigszins is doorgedrongen bij de lezer blijft deze met vragen zitten. Waarom vindt de auteur het zo belangrijk om de declinatie van de zon te kennen? Van der Werf legt het niet uit. Dat doet niets af aan de onderhoudende wijze waarop de schrijver ingaat op de geschiedenis van de astronavigatie, van de Middeleeuwen tot nu.

Merkwaardige tweedeling

Halverwege neemt Huges het verhaal over. De toon van het boek verandert; het wordt een reisverslag. De lezer gaat mee aan boord en beleeft mee hoe de elektronica het begeeft en hoe de schipper zich redt met sextant en tabellen. En passant legt deze uit hoe hij tot zijn berekeningen komt. De reis voert van het Britse Plymouth naar het Noord-Amerikaanse Newport en weer terug.

Na afloop begrijpt de lezer ineens veel meer van het hoe en waarom van astronavigatie.

Een beetje vreemd is het: in één boek leggen twee auteurs twee keer uit hoe het werkt. De een schrijft daarbij toegankelijker dan de ander. Misschien had een stukje eindredactie van de uitgever een beter boek kunnen opleveren. Voor de simpele belangstellende zeiler eerst een blok navigatiegeschiedenis misschien, met daarna het verhaal van de oceaantocht. Tot slot de uitgebreide natuurkundige en wiskundige toelichting voor de diehards, die er echt op uitgaan met hun oceaanwaardige jacht.

Samenvattend: lees de twee delen van het boek op zijn minst tweemaal door van begin tot eind. Daarna ben je als zeezeiler aardig bijgepraat over de basisbegrippen van navigatie op zon en sterren.

Het boek besluit met uitgebreide declinatietabellen en daglengtetafels.

‘Astronavigatie, Van Columbus tot Willem Barentsz voor de moderne zeiler’. Info: www.lanasta.com. Eerste druk februari 2017, ISBN 978-90-8616-159-1. Prijs € 14,95.

 

 

Leave a Reply