Dit is wat project Willem Barentsz zo leuk maakt

HARLINGEN – “Dit is de grootste attractie van de Noordwesthoek aan het worden”, zegt projectleider Gerald de Weerdt trots over de replica van het schip waarmee Willem Barentsz eind zestiende eeuw de route om de Noord naar het Verre Oosten verkende. De romp is bijna klaar. Midden volgend jaar gaat het schip te water en daarna is het tijd voor de afbouw. Zeilen tijdens Sail Harlingen, daarvoor komt dat te laat…

Ook Gerald de Weerdt werkt met zijn handen aan de replica. (Foto: Joachim de Ruijter)

Replica Nova Zemblaschip bijna af dankzij ellebogenstoom en donaties

“We leggen nu de laatste hand aan de scheepshuid. Het onderwaterdeel is klaar, het dek is dicht. We hebben berekend dat we er nu 24 duizend manuren in hebben zitten.”
Samen met De Weerdt wandelen verslaggever en fotograaf over het schip, dicht onder het dak van de bouwloods. Dat dak gaat er komend voorjaar af, want ergens begin juni 2018 takelt KTF het schip het water in.
“Veertig ton weegt het casco dan. Eenmaal in het water komt er nog twintig ton ballast bij. Daarna komen de afbouw en het tuigen. Als we klaar zijn zal het aantal werkuren gestegen zijn tot ongeveer dertigduizend. Dat klopt aardig met de tijd die de vroegere scheepsbouwers nodig hadden.” 

Het moeilijkste werk aan de romp zit er nu op. “Het rondbranden en pas maken van de boegdelen kostte veel tijd en moeite. Eenmaal klaar gaat de rest heel snel. Toch, het schip is nét niet op tijd vaarklaar voor de Tall Ships Race 2018. De masten zitten er dan nog niet op. We moeten onszelf niet gaan opjagen. We werken met vrijwilligers! Er gaat heus wel iets gebeuren tijdens dat evenement. Op welke manier, dat weten we nu nog niet.”

De Weerdt: “Willem Barentsz ging met een gewoon koopvaardertje naar de Poolzee, type jacht, opdat het goed zou zeilen. Speciale expeditieschepen bestonden nog niet. Een extra huidlaag, dat was het wel.” (Foto: project Willem Barentsz)

Veel bezoekers

“Dit is heel erg leuk werk”, zegt receptievrijwilligster Marjet Koning. “Je ontmoet steeds nieuwe mensen en alle vrijwilligers zijn zó enthousiast! Wessel, onze jongste medewerker, is pas twaalf jaar oud. Hij leidt al groepen rond! Het zijn vooral de mannen die met de bouw bezig zijn. Wij vrouwen bemoeien ons meer met het verhaal.”

Momenteel komen er volgens Koning zo’n veertig tot vijftig bezoekers per dag af op de Willem Barentszreplica. “En dan nog de groepen die met de bus worden aangevoerd.”
Terwijl ze spreekt wandelt een sliert bemanningsleden van de Shtandart voorbij. Ze varen met het Russische historische zeilschip dat in september enkele dagen lag afgemeerd bij het Havenmantsje. Het is een replica van een fregat uit 1703.

De Weerdt: “De schipper van de Shtandart is ook de bouwer. Hij en ik hebben al twintig jaar contact met elkaar. We trekken met dergelijke projecten steeds meer de aandacht. Onlangs kwam de Duitse televisie bij ons langs. Zoek op Uitzending Gemist van de NDR maar eens naar de prachtige documentaire die ze ervan gemaakt hebben. Zij vonden het uniek en prachtig allemaal.”

Vrijwillig aan het werk bij Willem Barentsz. Bouwen, maar ook horen bij een broederschap. (Foto: Joachim de Ruijter)

Scheepsbouw cruciale industrie

Het Willem Barentszproject werkt zonder enige subsidie. De bezoekers – zo’n tienduizend per jaar – betalen geen entree, maar gemiddeld laten zij per persoon zeven euro achter in de donatiepot. Vele bedrijven en instellingen in en buiten Harlingen ondersteunen de bouw met materialen, tijd of kennis. “De grote Harlinger scheepswerven en andere maritieme bedrijven bijvoorbeeld. Zij zetten voort wat in Harlingen een beetje vergeten was. In de Randstad jubelt men, hier praat niemand erover. Maar de scheepsbouw is al sinds honderden jaren een cruciale activiteit. In de zeventiende eeuw hadden we hier drie grote werven. Een waanzinnige industrie.”

Als het schip af is gaat het varen, dat spreekt vanzelf. De kunst van het zeilen en manoeuvreren met dergelijke ntieke schepen moet ontwikkeld en bewaard blijven.
De Weerdt: “En de haven van Harlingen was vroeger een knooppunt in de handel met de Hanze. De Harlingers kunnen hier een stukje indentiteit aan ontlenen. Dat was door de eeuwen heen de essentie van deze stad: scheepsbouw en scheepvaart.”

Levensgeluk

Tot aan zijn pensionering was Gerald de Weerdt conservator van museum ‘t Behouden Huys op Terschelling. “Dat heb ik tot mijn 63e gedaan. Ik was nog fit en wilde iets doen met mijn historische en technische interesse in maritieme archologie. Zo ben ik via mijn eigen bedrijf betrokken geraakt bij verschillende bouwprojecten, zoals de Batavia in Lelystad, de Kamper Kogge en in New York hebben we met zestig man gewerkt aan de Onrust. Nog steeds is dat één grote vriendenclub, die regelmatig bij elkaar komt.”

“Datzelfde zie ik hier in Harlingen. Als vrijwilligers ontlenen we een stukje levensgeluk aan ons bouwproject. We maken iets dat ertoe doet. Dat had ik me vroeger nooit zo gerealiseerd. Ik keek er vooral beroepsmatig naar. Nu zie ik een sociaal gebeuren; mensen uit alle lagen van de bevolking verbroederen met elkaar, van timmerlui tot tandartsen. En ze zijn zó fanatiek dat ze hoge eisen stellen aan zichzelf, want het schip moet af. En toch, niets moet. Zo is het ook mij vergaan. Aanvankelijk wilde ik hier bedrijfsmatig in stappen, maar al snel werd duidelijk dat daar geen geld voor was. Sindsdien is dit mijn hobby, net als voor alle andere vrijwilligers. Ach, geld maakt niet gelukkig.”

Miljoenenbedrijf

“Maar dit is wel een serieuze onderneming; een miljoenenbedrijf! Dit ding vertegenwoordigt straks een waarde rond de 2,5 miljoen euro. En er moet veilig mee gevaren kunnen worden – een hele verantwoordelijkheid.”

Naar de sportschool hoeft De Weerdt niet. Hij werkt zelf net zo hard mee. “Eigen ellebogenstoom. Trap op, trap af! ‘s Avonds ben ik lichamelijk echt moe. Moe zoals het hoort. Dan heb je wat gedáán.”

Door Gijs van Hesteren
Dit artikel verscheen eind september in de Harlinger Courant en op de internetpagina’s van ‘Schuttevaer’.

Leave a Reply