Winderige oefening Oil Alert Waddenzee

LAUWERSOOG – Ten eerste: organisaties met totaal verschillende bedrijfsculturen gaan samenwerken. Ten tweede: als de zaken anders lopen dan verwacht moet je kunnen improviseren. Dit waren de twee belangrijkste onderdelen van de grote oliebestrijdingsoefening Olie Alert Waddenzee. In september vond deze plaats op de Noordzee, in de zeegaten en op de Waddenzee. Een grootscheeps opgezette onderneming.

Ongeveer 130 professionals en 70 vrijwilligers werkten samen bij Oil Alert Waddenzee.

De inzet van de media had men grondig aangepakt. Op woensdag, tijdens het Waddenzeegedeelte van de oefening, bracht een partyschip de cameraploegen, fotografen en schrijvende pers van Lauwersoog naar het zeegat tussen Ameland en Schiermonnikoog. De wind trok juist tijdens die ochtend stevig aan. In vlagen benaderde deze de acht Bft. De bewegingen van het schip veroorzaakten bij vele persmensen gevoelens van lichte zeeziekte. 
De combinatie van een noordwestelijke windrichting en opkomend tij zorgden voor spannende momenten. De teams van onder meer Hart van Nederland, het Jeugdjournaal en Omrop Fryslân voelden ’s morgens vroeg tijdens het in beeld brengen van schoonmaakwerkzaamheden al snel nattigheid.
Het crisisteam van de organisatie was ervan uitgegaan dat de zandplaat bij het Rif voorlopig droog zou staan. Veel eerder echter dan verwacht spoelde het opkomende zeewater met grote kracht om de kuiten van de schoonmakers en journalisten.

‘Op zee, op een lange deining tot soms acht meter hoog, kan je soms gewoon doorwerken. Oliebestrijding op ondiep water is lang zo gemakkelijk niet’, zei Sjon Huisman.

Natuurlijk bestelde men per omgaande enkele boten. Die waren er al snel bij – een minuut of vijf, vertelde één van de wadlopers. Maar voordat de evacuatie helemaal was afgerond waadden de televisiemensen al tot aan het middel door de zoute vloed. Al leidde het voorval tot lichte paniek en grote bezorgdheid voor de kostbare apparatuur, uiteindelijk liep het goed af.

Weer en wind beperken mogelijkheden

Zo bleek hoeveel invloed het weer kan hebben op de bestrijding van olierampen op zee. Natuurlijk, de organisatie heeft bewezen dat zij weet in te spelen op veranderende omstandigheden in het zeegat. Maar het incident heeft ook aangetoond waar de beperkingen liggen.
Sjon Huisman, oefenleider op de Noordzee: ‘Olie ruimen op open zee is op zichzelf vrij eenvoudig. Het wordt heel anders als het harder gaat waaien, of op ondiep water in de Waddenzee. Bij een windkracht van vijf of meer loop je grote kans op beschadiging van veegarmen en andere apparatuur.’
Als er niet geoefend wordt is Huisman senior adviseur oliebestrijding bij Rijskwaterstaat, afdeling Zee en Delta. Overal op de wereld heeft hij olie opgeruimd.
‘Op het Wad heb je geen lange deining, maar korte windgolven. Het klinkt vreemd, maar het voordeel is dat de vermenging van olie en zeewater heel snel verloopt, zeker als het echt gaat doorwaaien. Bacteriën die de oliedeeltjes afbreken kunnen meteen aan het werk. Als het daarvoor niet hard genoeg waait, verspreidt de olie zich onvermijdelijk over het Wad. Onze doelstelling is daarom toch: zoveel mogelijk de olie uit het water halen.’

Hiervoor is een grote variatie aan gereedschappen beschikbaar. Op het Wad gaat men kleinschaliger te werk dan op zee. Huisman: ‘Dat kan niet anders, vanwege de mindere diepte, de korte golfslag en de sterke stroming.’

Economie en ecologie

Het crisisteam was na afloop bijzonder trots op de geslaagde samenwerking. Marijke van Beek is behalve burgemeester van de gemeente Eemsmond ook voorzitter van het CRW.
‘Een jaar of vijf geleden trad ik aan als burgemeester. Al snel ontdekte ik dat deze plattelandsgemeente beschikte over een razendsnel groeiende zeehaven. Er was sprake van grote tegengestelde belangen. Enerzijds het economische belang van bedrijvigheid en werkgelegenheid, anderzijds de ecologie, die verdedigd wordt door natuur- en milieuorganisaties. Zowel bestuurlijk als operationeel moeten we over onze grenzen en beperkingen heenkijken. Zo kwam ik mede aan de wieg te staan van het zogenaamde ecologische spoorboekje. ‘

‘Het ecologische spoorboekje was voor ons een grote doorbraak’, zei burgemeester Marijke van Beek.

Deze opzet lijkt geslaagd. Ook organisaties als de Waddenvereniging maakten deel uit van het crisisteam. Op de vraag of deze van origine actiegerichte vereniging zich thuisvoelt in het ‘andere kamp’ van technocraten, beheerders, overheden en Rijkswaterstaat antwoordde directeur Arjan Berkhuysen: ‘We zijn nu toch een ander type vereniging dan vroeger. Natuurbeschermers en de overheid hebben elkaar hier écht nodig. Daarom hebben we gemeend zelf ook verantwoordelijkheid te moeten nemen. We hebben heel veel goed gefundeerde ecologische kennis in kunnen brengen en we hielpen bij het nemen van soms heel moeilijke beslissingen. Een voorbeeld: het kan voorkomen dat olie bij afgaand tij blijft liggen op een zandplaat. Moet je die dan gaan afkrabben, of juist het zand de kans geven zich vol te zuigen? Want dan verspreidt de vervuiling zich niet verder en het blijft beperkt tot die bepaalde plek.’

Arjan Berkhuysen: ‘We kunnen helpen bij het nemen van moeilijke besluiten.’

Berkhuysen was aangenaam verrast door de positieve houding van Rijkswaterstaat, een club die van oudsher toch bekend stond als een autocratische en lastig benaderbare organisatie. ‘Dat viel heel erg mee. Hun houding was niet: kijk eens hoe goed wij bezig zijn. Men was open en eerlijk over dingen die misgingen en men was op zoek naar de leerpunten.’

Vrijwilligers

Opvallend was de massale inzet van vrijwilligers. Onder meer vanuit de Vereniging voor Natuurmonumenten, maar de meesten maakten deel uit van Stichting Vrienden van Rottumeroog en Rottumerplaat (SVVR). Albert Buursma van SVVR tijdens de afsluitende oefening op het Westerstrand van Schiermonnikoog: ‘Deze mensen komen uit het gehele land, tot aan Zeeland. Ze voelen zich sterk betrokken bij het Waddengebied.’

Peter Ruijgrok.

Oefenleider Henk Middendorp van Rijkswaterstaat: ‘Het was een prachtig plaatje: de journalisten en de gasten stonden te schuilen in een tent. De zeventig vrijwilligers bleven gewoon doorharken in de horizontaal voorbij jagende regen.’

Eén van die vrijwilligers was Peter Ruijgrok (61). Hij is afkomstig uit het Groningse Nieuwolda. ‘Ik vind het belangrijk om rampenervaring op te doen. Dan ben ik paraat als er écht iets gebeurt.’
Net als de andere zeventig harkt en veegt hij moeizaam de als olievervanger verstrooide houtsnippers bijeen. ‘Zwaar werk? Dat valt wel mee. Goed gereedschap is het halve werk. Het hoeft niet elke dag en je doet het voor een goed doel.’
En Maikel Wesseling (24) is met zijn Bravo-compagnie uit Asssen gekomen.’We zitten bij de Natres, de Nationale Reserve. We verlenen waar dat nodig is civiel-militaire ondersteuning. Ik vind dit fantastisch. Natuurlijk is dit geen licht werk, maar wat een prachtige afwisseling met mijn normale werk op kantoor bij een ingenieursbureau.’

‘Piet bij de oefening niet gezien? Gij zult krijgen windkracht tien’.

Tot slot de opmerking van Theo Kramer, crisiscoördinator bij Rijkswaterstaat, naar aanleiding van het minder mooie weer. ‘We hadden weerman Piet Paulusma moeten uitnodigen. Want, zoals het eeuwenoude spreekwoord luidt: ‘Piet bij de oefening niet gezien? Gij zult krijgen windkracht tien’.’

Door Gijs van Hesteren
Dit artikel verscheen eerder in gedrukte vorm in Scheepvaartkrant Schuttevaer en in de Harlinger Courant

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *