Zij zag er goed uit. Dat was iets wat we zeker wisten. Zij kostte vijfhonderd gulden en die hadden we op zak. Wat een beauty! Knalrode racetank, sportzitje, clip-ons, snelle uitlaat, dikke zwarte cilinder. Er hoefde eigenlijk niet meer gedacht te worden. Daarvoor had reden kunnen zijn, want tien kilometer verderop stond er nog een, volgens de advertentiebladzijden van het motorweekblad. Een Matchless G80 S, 500cc eencilinder, geheel origineel. En deze hier was van het zelfde type, maar verre van standaard. Maar wat maakt dat nou uit, verliefdheid stop je niet.

________________________________________
Dit verhaal schreef ik in 1979 als bijdrage aan ‘Satisfaction Guaranteed’, het clubblad van de Nederlandse AJS en Matchless Vereniging. Lees ook: https://www.gijsvanhesteren.nl/2015/03/van-puch-met-hoog-stuur-naar-matchless-caferacer/
______________________________________
Voor de vorm werd nog een proefritje gemaakt, zonder verzekering, belasting of rijbewijs. Natuurlijk kwam ik prompt een politiewagen tegen, maar ondanks het ongelooflijke gestaccato van de uitlaat kon ik ongemoeid passeren. De poen werd op tafel gelegd en er kon worden vertrokken. Mijn vriend Rob mocht bij nader inzien de motor besturen, omdat hij wel een rijbewijs had. Ik en Henk dan maar in de auto erachteraan.
Tjonge wat ging dat hard! Hoewel, halverwege Breda begon het allemaal erg ondoorzichtig te worden vanuit de auto. De voorruit was ongemerkt dichtgeslibt met heel fijne oliedruppeltjes. Van de nieuwe aanwinst, zo bleek al snel. Tenminste, als je af kon gaan op de olieplas, die zich met grote spoed verspreidde onder de amechtig dampande motor. Nou ja, dat zal wel ouderdom zijn, of een lekke pakking, of een ander snel te verhelpen foutje. We besloten toch maar door te rijden naar huis. En gelukkig kwamen we ongeschonden aan, zij het niet geheel vetvrij.
Mooi zo, de buit was binnen, nu was de tijd aangebroken van onbezorgd genieten van eindeloze tochten langs ’s lands dreven en snelwegen. De eerste van deze schitterende tochten werd ondernomen naar het nabije Hoeven, waar mijn vriendinnetje Inge met een hersenschudding tussen de lakens lag, wachtend op uitsluitsel over de eventueel gedane koop. Inderdaad: Hoeven, niet te ver, dat sprak vanzelf, gezien het ontbreken van allerhande papieren.
Tijdens de rit kwam ik onder de indruk van de rauwe kracht, de ingehouden doelmatigheid en de onderhuids voelbare, krachtige bloedsomloop van de machine. Een ongelooflijke acceleratie ging gepaard aan duizelingwekkende snelheid, grandioze wegligging en machtige remmen. Toegegeven moet worden dat deze min of meer lyrische gemoedstoestand werd aangescherpt door het gebrek aan enige andere ervaring met motorrijwielen, als je opgevoerde Puchbromfietsen en hijgende DKW tweetaktjes niet meetelt tenminste.
De grandioze wegligging werd overigens behoorlijk op de proef gesteld tijdens deze inwijdingsrit. Tijdens het met grote topsnelheid nemen van een wijde lange bocht, bleek de motor niet helemaal de kant op te willen die ik had gedacht: angstig en tergend traag overschreed het voorwiel de middenstreep, zich onherroepelijk begevend in de richting van een aanstormende tegenligger. Het was toen dat ik leerde hoe schuin je kan gaan met een
Matchless: ongelooflijk schuin! Onder het enthousiaste geschuur en gevonk van voetsteun en uitlaatdemper wisten wij, Matchless en ik, ons te redden van een vroegtijdig einde van ons motorleven.
Nog nahijgend van de schrik parkeerde ik de motorfiets voor het huis waar Inge woonde. Met klossende, stoere stappen, ’n gemene hellsangelachtige uitdrukking op mijn gezicht, liep ik naar de voordeur, me welbewust van mijn nieuwe status als berijder van een vuurrood snelheidsmonster. Lid van de clan van leren jakken, vettige laarzen, zwart geverfde helmen
en wapperende baarden onder de geheimzinnige zonnebril.
Maar hierover zal dit verhaal toch niet blijken te gaan. Zowel de Matchless als ikzelf waren niet voorbestemd tot een ruig motorrijdersbestaan. Het lot besliste anders. Maar hoe dat verder ging valt nu nog buiten het verhaal van die mooie nazomerdag in 1973, toen ik voor het eerst met volle teugen genoot van een prille liefde: die voor mijn eerste Matchless.