SAM Hemelvaartraces Eemshaven

Verslag SAM tot 750 cc, 1 mei 2008

Degenen die verwacht hadden dat het wisselvallige weer de wegraces van SAM en DSRA minder spannend zou maken hadden het bij het verkeerde eind. De afwisselend zonnige en buiige perioden speelden echter wel degelijk een rol.

Gert Meerman, Henk Geesing, vlak voor de start. Foto Gijs van Hesteren

Allereerst had een aantal deelnemers – misschien te goed – geluisterd naar de weerberichten en naar aanleiding daarvan besloten om af te zien van de reis naar Eemshaven. De verhouding goed en slecht weer viel uiteindelijk gunstig genoeg uit, dus zij hadden ongelijk. Het weer was de gehele dag overwegend zonnig; de schepen vol aardappelen aan de hemel trokken grotendeels voorbij aan het Groninger havencircuit. De echte invloed van het weer liet zich wél voelen in het grillige verloop van de wedstrijden. Eén zware bui moesten de circuitgangers manmoedig verdragen. Met name de slotfase van de wedstrijd in de klasse SAM tot 750cc werd bemoeilijkt door deze enorme hoospartij, waarbij aan de achterkant van het circuit zelfs hagelstenen in een centimeterdikke laag bleven liggen. Gelukkig duurde het niet lang en bleven ongevallen uit; alle deelnemers verreden hun de laatste ronde zo rustig mogelijk en in de posities kwamen geen wisselingen meer voor.

Vreemd toch om ook steeds weer te horen dat men Eemshaven ‘ver’ vindt. Hoezo ver? Duitsers, Fransen of Engelsen reizen in hun land regelmatig vele uren en vele honderden kilometers voor een paar racesessies; dat ons landje zo klein is wil niet zeggen dat je kan spreken van grote afstanden…

Erepodium na de SAM-wedstrijd. 1e Ron Hand, 2e George Hand, 3e Jan Eybergen. Foto Gijs van Hesteren

Het deelnemersveld was iets kleiner dan het jaar daarvoor. Hemelvaart viel ook iets vroeger en daardoor hadden nog niet alle coureurs hun fiets al op orde kunnen krijgen. Enkele aangemelde deelnemers moesten daarom afzien van deelname aan de wedstrijd. De variatie in machinerie maakte dat weer goed. Zo reden er eencilinders mee en tweecilinders, staande twins, V-twins, tweetakten en viertakten, productiemotoren en prototypen, moderne motoren en klassiekers. Ook de leeftijden binnen de ploeg met coureurs liepen ver uiteen; tussen de jongste en de oudste rijders zaten vele tientallen jaren levenservaring. Het enthousiasme, de toewijding, de competitie en de kameraadschap waren bij allen even groot. Uiteindelijk ging het om een clubrace voor amateurs en liefhebbers en dat kon je merken.

De wedstrijd was spannend. De Folan van Pieter Huiting, in principe de snelste van het veld, liet het al snel afweten. In de kopgroep leverden Ron Hand (Yamaha Supermono) en Daniël van Dienst (Aprilia 250 cc) daarop een lange strijd om de eerste plaats. Van Dienst, de winnaar van vorig jaar, wist door goed bochtenwerk en laat remmen Hand regelmatig te verschalken. Het gewicht van zijn supermono speelde Hand vaak parten, maar door de grotere cilinderinhoud en het forse koppel van de Yamaha kon hij de Aprilia op de rechte stukken goed voorbij komen. In de slotfase viel Van Dienst ver terug en hij eindigde uiteindelijk buiten de raceresultaten. “De motor ging onregelmatig lopen, viel uit, sloeg weer aan. De tank lijkt wel leeg!”, riep hij bij binnenkomst teleurgesteld.

Dat gaf George Hand – inderdaad een broer van Ron – de kans om de tweede plaats te veroveren met zijn Yamaha 660. Jan Eybergen met Ducati Pantah schoof tot zijn plezier door naar de derde podiumplek. Achter hen reed Van Middelaar (Bimota) een vrij eenzame wedstrijd, hij kon de koplopers niet naderen maar liep langzaam uit op Constantijn Buis (Laverda), Mark Reuvekamp (MuZ Scorpion), Jurrien Medema (BSA Goldstar) en Gert Meerman (Cagiva Super Single). De vier laatstgenoemde rijders maakten er nog een interessante strijd van.

Hekkensluiters waren Huub Hendrix en Mark de Vink, die zich bij gebrek aan PK’s niet in het strijdgewoel vooraan hadden kunnen mengen, maar in elk geval wel de race netjes uitreden. Dat konden Van Dienst of Huiting niet zeggen. Tot de uitvallers behoorde ook Henk Geesink, die na een onschuldig valpartijtje in de training niet had gemerkt dat zijn schakelmechanisme verbogen was. Al vóór de eerste bocht moest hij afhaken. Andere DNF’ers waren Tijl Schimmel ((Laverda), Theo Brinckman (Ducati Pantah) en Erik Brouwer.

Helemaal niet aan de start verschenen Gijs van Hesteren, Gerard Streefland, Otto Pasker, Gertjan Klijn, Rolf Dragt en William van Rijt. Volgend jaar beter!

Rijders en Machines SAM Eemshaven

Yaenx

Een interessante nieuwe motor in het veld was onder meer de Yaenx van Huub Hendrix, een eigenbouwracer op basis van een Yamaha TT600-blok. Huub heeft hieromheen een klassiek geïnspireerde superlichte racer gebouwd. Nico Bakker bouwde hiervoor het frame. De Yaenx reed tot nu toe voornamelijk mee bij de Ducati Clubraces en af en toe bij Duitse circuitdagen. Sinds de racecommissie van de Ducaticlub Nederland de klassenindeling heeft gewijzigd zijn de Ducati Clubraces racetechnisch minder aantrekkelijk geworden voor relatief laagvermogende eencilinders. Huub vond deze door SAM georganiseerde stratenrace daarom een welkome aanvulling op het jaarprogramma.

Aanvankelijk vond hij dat het stratencircuit nogal wat gewenning vereiste, maar na een drietal sessies ging hij zich er steeds beter thuisvoelen. Het verloop van de dag en de sfeer in het rennerskwartier deden hem aan het einde van de dag opmerken, dat hij in tegenstelling tot wat hij aan het begin stelde, toch graag een volgende keer terug zou willen komen.

Huub Hendrix met Yaenx en Daniël van Dienst met Aprilia in het parc fermé. Foto Gijs van Hesteren

Cagiva Super Single

Gert Meerman viel weer op met zijn Cagiva Super Single Project. Een prachtig afgewerkte combinatie van een Yamaha 660 motorblok met een Cagiva Mito rjiwielgedeelte. Hij reed er ook niet langzaam mee, ondanks wat afstelprobleempjes die nog even snel moesten worden verholpen in het rennerskwartier.

Cagiva Super Single van Gert Meerman.

Folan

Pieter Huiting had een Laverda Folan meegebracht, een interessante combinatie van een Laverdachassis met het blok van een Zweedse grasbaanracer. Deze V-twin is uiterst krachtig, maar Pieter had er regelmatig problemen mee. Hij wist er desondanks de beste trainingstijd mee neer te zetten. In de wedstrijd moest hij uiteindelijk afhaken. Ontstekingsproblemen waren vermoedelijk de oorzaak, maar het wisselen van bougies en bobines bracht niet de oplossing.

Peter Huiting, tot het laatst aan het werk bij zijn Folan, maar het mocht niet baten. Foto Gijs van Hesteren

Yamaha Supermono

Ron Hand had twee van zijn Yamaha-racers meegenomen. Hiermee haalde hij in de jaren negentig vele podia in het ONK Supermonoklasse. Hij was nog niets verleerd van zijn racetalent. De motoren zagen er uit als om door een ringetje te halen, waarmee ook weer bewezen is dat goede voorbereiding telt.

Ron en George Hand.

Zijspanracen: De rijders, de teams, de machines

De mensen die deelnemen aan de demo’s en wedstrijden met klassieke zijspanracers zijn geen gewone mensen: ze zijn vol passie voor hun ongebruikelijke liefhebberij, als dat nog zo genoemd mag worden. Toch zijn ze ook weer wél ‘gewoon’: op zo’n dag zijn zij net als ieder ander afwisselend tevreden, ongerust, toegewijd, nerveus, moe, geërgerd, blij, verlegen, gelukkig en trots.

# 2 Honda viercilinder CB 750

Relatief modern materiaal, zo’n Honda vierpitter. Niet in leeftijd, want diverse motoren in de klassieke klasse zijn zelfs nieuwer. Het concept versloeg echter al bij de introductie in 1969 alles wat voorheen in de winkel verkrijgbaar was: vier cilinders, bovenliggende nokkenas, vier carburateurs en uitlaten en een ongehoord vermogen. Daar konden de traditionele Europese en Amerikaanse motorfabrikanten niets vergelijkbaars tegenover stellen. Op een enkele exclusieve machine als de MV Agusta of Münch Mammut na, moesten alle productiemotoren het doen met hooguit drie cilinders, stoterstangen en heel wat minder PK’s.
De combinatie van Theo Bakker en Michiel Kuijer is er dan ook een met een historie. Hierover is in de media al eerder geschreven; hier volstaat daarom de vermelding dat deze combinatie eind jaren zestig tweemaal het Nederlands kampioenschap heeft veroverd.
Theo Bakker wist met wat geluk de hand te leggen op deze bijzondere machine en sindsdien reist hij er de circuits mee af voor regelmatigheidsdemonstraties. Na Eemshaven gaat hij meteen door naar Zandvoort, waar het CRT een demo organiseert. Terug naar huis voor de Honda: op dat roemruchte circuit behaalde de motor zijn grootste successen.

Theo Bakker. Foto Gijs van Hesteren Michiel Kuijer. Foto Gijs van Hesteren
Zijn pleegzoon Michiel treedt op als bakkenist en dat doet hij zonder vrees en met plezier.

# 13 Moto Guzzi 950

Clara Spoorenberg is niet te beroerd om half ondersteboven hangend aan de Moto Guzzi te sleutelen. Ze is webmaster van de site van DSRA en een eigen site beheert zij ook: www.ducside.com. Inderdaad, ook een Ducatizijspan staat in de bus. Sinds ik ook een Ducati bezit (had eerder moeten gebeuren) ben ik op die site inderdaad al eens gaan kijken. Naast sleutelen en internetten is e ook nog eens bakkeniste voor haar partner Henk Jonker. Kortom, iemand die van meer markten thuis is.
Als ik haar vertel dat ik naast de Ducati ook een Guzzi heb en dat het racen met zijspan me wel wat lijkt, legt ze me uit, dat het niet zo ingewikkeld is als het lijkt. Dat waag ik te betwijfelen: tja, als je eenmaal een span hebt kan je het onderhouden en aanpassen. Om er van niets af één te bouwen is een heel ander verhaal.
Beide combinaties zijn ‘echt van toen’. Er is altijd mee geraced, in tegenstelling tot sommige andere, die achteraf als replica zijn opgebouwd. De Guzzi is onlangs verlengd.
“Hoe dat zo?”, vraag ik. “Voorheen was de besturing nogal zenuwachtig, vooral bij hogere snelheden”, legt Clara uit, “Nu is het allemaal een beetje stabieler geworden”.

Clara Spoorenberg met Guzzi zijspancombinatie.

# 7 Suzuki 750

“De afstelling is nog niet helemaal goed”, zei Peter de Wit, maar dat was niet het ergste. Zijn bakkeniste Melanie Ferre. Had last van een eerder ongelukje met haar voet. Haar voet werd steeds dikker, niets ernstigs, dacht zij, maar ze ging toch even langs bij de circuitdokter. Prompt kreeg ze van hem een rijverbod voor 24 uur, vlak voor het begin van de eerste race. De Wit vertrok op een drafje naar het rennerskwartier, waar hij er al snel in slaagde om een vervangende bakkenist te ronselen. Na de geslaagde race had hij wel vastgesteld dat de lange rechte stukken een hogere eindoverbrenging noodzakelijk maakten. Hij had al een paar tandjes meer op het versnellingsbakkettingwiel, maar er zat nog meer in.
De motor wordt voortbewogen door de illustere watergekoelde driecilinder tweetakt, waarmee door Suzuki in de jaren zeventig een van diens eerste superbikes op de markt was gebracht. Deze 750 cc krachtbron stond toen al niet bekend om zijn hoge topvermogen, maar wel om betrouwbaarheid en koppel; voor een zijspancombinatie ook niet onbelangrijk. Het is de enige tweetakt in het rennersveld vandaag.

Peter de Wit, Melanie Ferre, Suzuki zijspancombinatie. Foto Gijs van Hesteren

# 6 Triumph 650

Marlijna en Jaap Schulz rijden rond met een perfect geprepareerde combinatie, op basis van het beroemde Triumph Bonneville motorblok. Marlijna is als actief coureur tevens penningmeester van de DSRA. Haar conscientieuze werk maakt het mogelijk dat de stichting garant kan staan voor het risico om op voorhand de racetijd in te kopen bij de diverse organisatoren van evenementen.

# 21 Harley Davidson 1000

Deze ongebruikelijke combinatie is gebaseerd op een Sportsterblok van 1000 cc, dit exemplaar werkt nog steeds met gietijzeren cilinderkoppen. Richard Pouwels vertelt dat hij de machine vooral op het leveren van veel koppel bij lage toerentallen heeft afgestemd. Dat is ook waarin deze blokken goed zijn. Eemshaven is echter een circuit met hoge topsnelheden; de Harley heeft het hier wat moeilijker dan op de korte baantjes waar hij meestal rijdt tijdens racedemo’s van HMV en CRT.
Aan de inzet van zijn partner en bakkeniste Kim van Loon zal het niet liggen. De zijspanklasse is er bij uitstek één waarbij vrouwen een hoofdrol durven en kunnen spelen.

Richard Pouwels, Harley-Davidson zijspancombinatie. Foto Gijs van Hesteren

# 36 Triumph 750

Gerrie de Bruin en zijn bakkeniste Ingrid Huizing zat het niet altijd mee. Het begon al bij het opstellen in het parc fermé, vlak voor de eerste vrije training. Gerrie begon zich plotseling zorgen te maken om het oliepeil in zijn tank. Was dat niet een beetje te laag? Moest er niet snel een busje olie komen vanuit het rennerskwartier? Het maakte zijn bakkeniste er niet vrolijker op. “Zit je eerst anderhalf uur te niksen in de paddock, moeten we nu ineens vlak voor de training op stel en sprong olie tanken? Lekker handig, hoor!”

Ingrid Huizing, bakkeniste # 36. Foto Gijs van Hesteren
Gerrie de Bruin, # 36. Foto Gijs van Hesteren

Op een drafje ging het heen en weer en net op tijd kon er een litertje bij in de tank. “Tja”, zei Gerrie, “Dat durfde ik toch echt niet aan, met zo weinig olie!” Ondanks de nu ruime olievoorraad viel het stel toch stil tijdens de trainingen, in de haarspeldbocht achter de dijk. Het lag niet aan de olie, gelukkig; na het nodige noeste gesleutel door Ingrid en haar monteur bleek het elektrische circuit problemen te hebben gegeven. Tja, dit is een combinatie van Engelse makelij, natuurlijk. Tijdens de montagewerkzaamheden beperkt Gerrie zich tot nerveus heen en weer lopen, kettingroken en het maken van opmerkingen. Als het om hardrijden gaat is hij echter op zijn plek.
In de wedstrijd moesten zij helaas opgeven, alweer met mechanische pech. In de zijspanracerij is elke motor een prototype; dat geeft nu eenmaal meer kans op onverwachte problemen…

Reactie 7 juli 2010

Henk Stadman 07-07-2010 21:04
Gait gef’t nicht mehr, of op z’n Holland gezegd “Gerrie de Bruin heeft ons verlaten.
Vanmiddag was ik in Usselo bij Enschede, om Gerrit de laatste eer te bewijzen. Toch vreemd als je daar binnenkomt, terwijl ik jarenlang op een steenworp afstand van het Crematorium heb gewoond aan de Haaksbergerstraat tussen Usselo en Haaksbergen.
Gerrie z’n laatste rit was hoe kan het anders op een zijspan, vergezeld door vele vrienden, kennissen en familie. Ik stond er toch versteld van hoeveel mensen er op deze wel heel bijzondere crematie aanwezig waren. Ik ken Gait wel zo’n twintig jaar, leerde hem kennen tijdens de SAM/Eenhoorn evenementen op het TT circuit van Assen, altijd vergezeld van Trixie, z’n beste maatje.
Mijn vrouw was altijd dol op zijn hondje(Van Trixie 1 tot 3) Gait gaf Trixie vaak aan mijn vrouw Nancy om even op te letten als Gait moest rijden, nou rijden. Gait zei (“IK rie ze de snot veur d’ogen”), ja zo ging dat met Gait, we hebben altijd het contact met Gait gehouden, tot we in 2002 terugkeerden van een jarenlang verblijf in Spanje, ook nu we in Duitsland wonen bleef Gait regelmatig bij ons komen.
Een van z’n laatste bezoeken was in Spa Fracorchamp, waar ik met Jim Redman was, Gait genoot hier van en wilde nog graag op de foto met Jim, dit was de laatste foto van Gait met Jim Redman.
Ook mijn dank aan Helmuth, Joke en familie die hem tot het laatst toe enorm gesteund hebben.

“Gait rust zacht”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.