Dier

Vaak, als ik mensen ontmoet, denk ik aan de dierenwereld. Sommige personen lijken op een chimpansee, een hond, een vis, een nijlpaard of een vogel. Ik vraag me af: zouden ze zich net zo gedragen als het dier waar ze op lijken?

Ja, dat komt veel voor. Sommigen keffen hun mening, ongevraagd of ongevraagd, net als het hondje waarop ze lijken. Anderen zijn bot en brutaal, zoals hun lage voorhoofd al deed vermoeden.

Desondanks hebben die gelijkenissen meestal geen relatie met onze persoonlijkheid. Af en toe echter merk ik, dat mijn gedrag en dat van anderen veel méér lijkt op dat van dieren om ons heen dan ons lief is.

De laatste honderdduizend jaar is de mensheid geëvolueerd van holenmens tot homo sapiens. Prima, wat kunnen en weten we nu veel. Helaas, ons gevoelsleven wordt beheerst door klieren, hormonen en DNA-ketens.

Een voorbeeld. Vanmiddag ontmoette ik Bart, een oude vriend. We staken elkaar de hand toe. Ik vond het echt leuk hem weer te zien. Met mijn linkerhand omvatte ik zijn rechter.

“Zo laten apen elkaar zien wie er de baas is,” zei Bart en hij klopte op mijn rechter bovenarm. “Nu heb ik weer macht over jou! De volgende actie is jouw hand op mijn schouder, dan ben jij weer de sterkste”

Tot hoever reiken onze instincten en waar begint eigenlijk onze vrije wil? Wat onderscheidt ons van de dierenwereld? Weinig tot niets, denk ik. Eén eigenschap slechts: we kunnen nadenken over onszelf. Helaas, de boom der kennis – een stukje goddelijke inspiratie – is tegelijk onze tragiek.

Ik doe als mijn achterneef de aap: ik klim in die boom, pel een banaan en glijd uit over de schil. Vallend naar beneden, ontbloot ik mijn tanden, in een grimas die lijkt op die van een mensenlach.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.