Rondje Jacques Tacheny

Een ronde met de MZ Scorpion op het nieuwe circuit van Mettet

Eind april nodigden SAM-Motorsport, de Yamaha tweetaktclub en de Italiaanse motormerkenclubs mij – een een horde andere liefhebbers – uit voor een dagje circuitrijden op het nieuwe circuit van Mettet. “Jacques Tacheny” heet het circuit, waarschijnlijk is het vernoemd naar een Belgische motorcorifee die ik nu even niet op het netvlies heb. Vroeger was het één van de vele roemruchte Vlaamse en Waalse stratenbanen. Beroemd om de vele verrichte heldendaden, berucht om de vele ernstige ongevallen. Dat zal de reden zijn geweest dat er nu een volledig van de openbare weg afgescheiden baan is aangelegd. Wel zo veilig.

Tweeëneenhalve kilometer Mettet

Hoe verloopt een ronde? Ik kan niet spreken voor degenen die daar op 29 april reden met een klassieke Norton of Benelli, noch voor degenen met een hypermoderne Aprilia RSV twee- of viercilinder superbike. Ik moest – en wilde – volstaan met mijn oude, trouwe eencilinder monoracertje, de 680 cc MZ (of MuZ) Scorpion uit 1996. Zie de blogposting, die ik in 2007 wijdde aan deze tweewieler.

Ik begin vanuit de pitstraat natuurlijk. De motor een beetje warm draaien, de banden en remmen op temperatuur brengen. Waar de pitstraat uitkomt op het circuit kijk ik even achterom of er niemand aan komt stormen op het rechte eind langs Start en Finish. Dan zet ik aan voor de eerste linkerbocht. Het zijn er heel wat trouwens, die linkerbochten. Goede oefening voor mij. De laatste paar keren reed ik op het circuit van Assen, waar vooral rechterbochten de toon aangeven. Ja, dan leer ik het nooit, natuurlijk.

Circuit MetterEnfin, de eerste linkerbocht. Rare toestand. Hij loopt vrij stijl af naar beneden, dus ik moet goed uitkijken dat ik niet harder ga dan ik van plan was. Aan het eind knijpt hij ook nog eens behoorlijk, dus ik ga snel te hard. Gelukkig laat de Scorpion zich heel gewillig sturen met het gashendel. Als ik meer gas geef, dan richt hij zich op en mikt hij naar de buitenbocht. Geef ik minder gas, dan kan ik schuiner en zoek ik de binnenbocht op. En altijd goed de bocht inkijken natuurlijk. Vergeet ik nog wel eens.

Na de eerste bocht een kort recht eindje van een meter of honderd, dan links en schuin naar boven en weer meteen omgooien naar rechts. Dat laatste vinden de Scorpion en ik minder leuk. “Zware wielen”, zeggen de kenners, dat is een nadeel van het fietsje. De gyroscopisch versterkte massa maakt snel omgooien van de ene naar de andere kant minder makkelijk.

Ach, maakt niet uit. We zijn alweer onderweg op het eerste rechte stuk, een paar honderd meter. Het loopt licht omhoog en dan weer af. We kunnen lekker aan het gas hangen en aanremmen voor de rechterhaarspeld is makkelijk. Gek genoeg zit er een bultje in de baan en de laatste vijftig meter loopt de baan weer naar op. Dat betekent een aantal ronden lang dat ik teveel heb geremd en weer gas bij moet geven om snel genoeg bij de haarspeld ik aan te komen. Net niet in de eerste versnelling ga ik die door, snel opschakelen naar drie en dan komt de gekste bocht van het circuit. Een vrij haakse linker, maar met een soort drempeltje en dan een steile val naar beneden, zoiets als de beruchte ‘Corkscrew’ op Laguna Seca in Californië. Je kan er een stukje zweven. Of vallen.

Het gaat allemaal goed en ik schakel op naar vier, door een langzaam uitwaaierende rechter. Die komt uit op een alweer schuin naar beneden aflopende linkerbocht, die óók alweer steeds scherper wordt. Toch kunnen we in  vier blijven, dankzij het brede koppel van de MZ. Maar om er echt snel uit te gaan moet ik naar de derde terug.

Vervolgens een kort recht eind. Het is hellingop. Ik rij in de vierde versnelling. Er komt een Meeuwenmeerachtige linker, die ik heel hard door zou kunnen. Maar ik ben een watje en ga zekerheidshalve toch maar een beetje van het gas af. Midden in de apex draai ik dat weer helemaal open, want de baan stijgt steil naar boven. Hard in zijn vier, opschakelen naar vijf. Waar ik heen ga zie ik niet, totdat ik over het bultje verderop kan heenkijken. Verdorie! Meteen zo hard mogelijk remmen, want direcht na het bultje gaat het in wéér een haarspeld scherp naar links! Het is een soort Strubben, maar dan makkelijker, want het rechte eind dat daarna komt is 12 meter breed, de inrit van de pitstraat is daar ook en daar kan je je moter lekker breed laten uitwaaieren.

Dat doet dan ook iedereen. Gang maken voor het lange rechte eind. Dat is een meter of achthonderd, schat ik. Het loopt best stevig af naar beneden, dus we komen lekker op snelheid. Ergens bovenin de vijfde versnelling – de MZ doet dan zo’n 6500 toeren en loopt pakweg een 180 kilometer – komt de eerste bocht er alweer snel aan. De baan knikt een beetje omhoog daar, dus dat helpt bij het remmen. Moeilijk hoor, waar moet ik ook alweer beginnen met remmen? Ik onthoud altijd slecht waar mijn rempunt van de vorige ronde was. Maakt niet uiit. Het is hobby.

We zijn rond!

Naar ik vernomen heb is dit een begin en willen de Belgen zo snel mogelijk een paar extra lussen toevoegen aan het cirucit. We zijn benieuwd!

Zie ook:
Mettet, seizoensopener SAM
De MZ Scorpion
Rondje Eemshaven
Overige motorblogs

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.