De kunst van het motorsleutelen

Mijn Matchless en ik, september 1976. Naast mij allemaal jongemannen en -vrouwen die beter konden sleutelen dan ik.

Héél veel verstand van motoren heb ik altijd gehad – al vanaf mijn zestiende jaar, toen ik voor het eerst een bromfiets bezat. De gebruikershandleiding en de motorbladen spelde ik van voor tot achter. Cilinderinhoud is de boring tot de tweede macht maal de slag maal het getal pi. Echter, zodra ik met mijn vingers in de buurt van het mechaniek van mijn Puch Skyrider kwam ging het vaak mis. Niet bij het vervangen van het voortandwiel voor een groter, of als ik het lage stuur eraf schroefde, om plaats te maken voor een ander, met een meterslange stang. Bij meer ingrijpende werkzaamheden werd ik wél regelmatig verrast door mechanisch falen. Bijvoorbeeld nadat ik met een vijl de spoelpoorten van de brommer te lijf was gegaan. Dat leidde onmiddellijk tot smeltende zuigers en zuigerveren die in de poorten bleven haken. Een paar jaar later probeerde ik om mijn Matchless G3L meer dan 16 PK te laten produceren. Ook daar ontdekte ik direct dat het verouderde mechaniek zich daartoe niet leende.

Weten hoe iets werkt en die kennis omzetten in handvaardigheid: dat zijn twee heel verschillende zaken. Mijn twee linkerhanden en gebrek aan monteurslogica overtuigden me al snel van deze waarheid. Desondanks bleef techniek een van mijn passies. Voor oude motoren, oude auto’s, oude schepen. Hoe grofstoffelijker de techniek, des te beter kon ik er mee omgaan. Die van de tjalken en klippers onzer voorvaderen lag misschien nog het dichtste bij me. Twee decennia als zeeman gaven me volop de kans me daarin te bekwamen.

Het is alweer een jaar of tien geleden dat ik ben teruggekeerd naar de tweewielers. Sindsdien probeer ik mijn kennis over dat onderwerp regelmatig bij te spijkeren. Het liefste laat ik me daarbij leiden door mensen die echt deskundig zijn op hun terrein. Als het me daarbij al niet om de handvaardigheid zelf gaat, dan toch wel om het kijkje in de keuken van de vakman. Zo volg ik regelmatig de sleutelmiddagen in het Kamerikse klubhuis van de Yamaha XS650 Klub. Deze middagen hebben altijd een bepaald thema: frame verbouwen, cilinderkoprevisie, versnellingsbak repareren. Een tikje intimiderend, al die kennis waarvan ik bij voorbaat weet dat ik die zelf niet toe ga passen. Maar ik leer er, dat de ware kunst van motoronderhoud ligt in het erkennen van je beperkingen en in de wetenschap wanneer je iets moet delegeren. Dat laatste lijkt voldoende op het echte leven om als wijze les te mogen gelden.

Naar aanleiding van een opmerking door Egbert Bömers: de titel van dit bericht is zeer losjes ontleend aan die van het beroemde boek van Robert Pirsig: Zen and the Art of Motorcycle Maintenance. Lees het!

En lees ook: Ingewikkelde volbloeden

1 thought on “De kunst van het motorsleutelen

  1. Egbert Bömers reageert via het vkblog (of all places):
    Waarom laat je een markant boek uit de jaren ’70 onvermeld? Je hebt de leeftijd om van het boek gehoord te hebben. Zeker in kringen van de sleutelaars van toen.
    Zen and the Art of Motorcycle Maintenance, in Nederland te koop als Zen en de Kunst van het Motoronderhoud. Zo heette het boek.
    http://nl.wikipedia.org/wiki/Zen_en_de_Kunst_van_het_Motoronderhoud.
    Heb je de titel van je blog en van je doorverwijzing geleend van genoemd werk?

    Mijn antwoord:
    Je bent een oplettende lezer, Egbert. Dat boek heb ik wel degelijk gelezen, al toen het uitkwam. In mijn bericht kan je nalezen, dat ik de goede raad van de schrijver in mijn motorleven ter harte heb genomen.
    De titel van het boek is min of meer iconisch geworden en al jaren zó enorm bekend, dat het me niet nodig leek een referentie in mijn bericht op te nemen. Ik heb er geen probleem mee dat alsnog te doen.
    Neem van me aan dat ik geen poging heb willen doen om me middels een blogje van een paar alinea’s te meten met het grote, diepgravende werk van Robert Pirsig!

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *