Toerisme en Politiek

Vorig najaar schreef ik als een van de vierhonderd medeschrijvers mee aan “Our Common Future 2.0”. Dit project omvat een rapport van 1500 pagina’s en een boek. Met ons allen beschrijven wij onze visie op Nederland in het jaar 2035. Het fenomeen ‘crowdsourcing’ werd min of meer uitgevonden met de eerste versie, die alweer vijfentwintig jaar geleden werd uitgebracht onder leiding van Emma Brundtland.

Zelf kwam ik terecht bij de Themagroep Toerisme. Na enkele vergaderingen ontwikkelde deze uit ongeveer vijftien mensen bestaande groep een gemeenschappelijke visie:  het raamwerk voor het deelhoofdstuk Toerisme in 2035. Ieder koos vanuit zijn of haar eigen vakkennis of belangstelling een deelthema. Het mijne was Politiek en Toerisme in 2035. Het boek en het trapport zijn intussen verschenen. Hier volgt de publicatie van mijn deel van het verhaal.

Politiek en Toerisme in 2035

Gedurende de komende 25 jaar zal zich een groot aantal evoluties en revoluties voltrekken, Die zullen invloed hebben op ons scenario. Zal ons ‘ideaalplaatje’ in die ontwikkelingen in te passen zijn? Laten we eens tot ons doordringen, hoe lang een periode van 25 jaar in deze tijd is. Misschien moeten we dat vergelijken met het verschil tussen 1960 en 2010. De Wet van Moore heeft niet alleen invloed op de snelheid van datacommunicatie, maar wellicht ook op maatschappelijke processen. Ontwikkelingen gaan steeds sneller. We nemen voor het gemak aan dat de veranderingen tussen 2010 en 2035 twee keer zo snel gaan als gemiddeld in de periode er voor.

Het verschil tussen 1960 en 2010 is erg groot. Zeker op gebied van toerisme zal er heel veel veranderen. Deze beschrijving van de wisselwerking tussen politiek en toerisme moet ongeveer net zoveel evolutie en revolutie van politiek én de toerisme-industrie bevatten als we de afgelopen 50 jaar hebben gezien. Niet gemakkelijk…

Om ons wensscenario op het gebied van ecologie mogelijk te maken kunnen we enkele beleidsterreinen onderscheiden, die volgens ons de meest revolutionaire verandering behoeven. Dergelijke Paradigm Changes zijn volgens ons het meest te verwachten bij vier van de DESTEP [1] subthema’s: economische, sociaal-culturele, technologische en politieke veranderingen. Demografie is een gegeven dat nu al erg goed voorspelbaar is. Ecologie is vooral een gevolg van veranderingen op de andere vier gebieden.

Nogmaals, het is lastig om 25 jaar vooruit te kijken. De grootste valkuil: het alleen maar verder extrapoleren van  bestaande trends en het beschrijven van de situatie van 2015 of 2020. Er hoort echter nóg een extra vijftiental jaren vernieuwing en verandering bij – en rekening houdend met de Wet van Moore in een dubbel zo hoog tempo! Laten we hierbij niet vervallen in groendromerij, koffiedikkijken of doemdenken. Het is moeilijk in te schatten wat realistisch is en wat niet. [2]

Visie op het subthema; Uitgangspunten

Model, DESTEP of niet?

Als uitgangspunt kiezen we het DESTEP-model, maar meer dan een leidraad is dat niet. Als we vanuit een dergelijk model redeneren lopen we al snel de kans dat we vervallen in het doortrekken van bestaande trends, terwijl duurzaamheid juist vraagt om een breuk met bestaande trends en met de bestaande manier van denken. Om een voorbeeld te noemen: we kunnen ons afvragen of space tourism een duurzame activiteit kan worden, tenzij we de eisen van duurzaamheid ten aanzien van de natuurlijke omgeving niet serieus nemen. Idem dicto voor skiën in Dubai. [3]

Hoe het ook zij, het DESTEP-model geeft ons de kans het deelthema Toerisme onder te verdelen in zes factoren: Economie, Sociaal-cultureel, Technologie, Energie, Transport, Politiek. Per factor zijn weer verschillende grote issues te onderscheiden. Het model is en blijft een goed handvat voor de ontwikkeling van het hoofstuk “Toerisme”. Met de valkuilen zullen we echter goed rekening moeten houden.

Waarom bestaat toerisme?

“Een eenzame massa, onderweg van hier naar nergens” [4]
Nog geen vijftienduizend jaar geleden telde de mensheid slechts enkele duizenden individuen. Verspreid over de wereldbol trokken zij als nomaden achter hun voedsel aan, geleid door veranderingen in klimaat en in de seizoenen. Zo deden zij het toen en hun verre voorouders deden het vier miljoen jaar eerder niet anders. Het nomadische instinct zit daarom vermoedelijk diep verankerd in de genen van Homo Sapiens. Het is een drang naar ‘elders’, die zich in de geschreven wereldgeschiedenis vertaalde in momenteuze veroveringsdrift en in onverklaarbare, massale volksverhuizingen.

De mensheid van 2010 deelt de aardbol niet meer met slechts enkele tienduizenden, maar heeft zich exponentieel vermenigvuldigd, vooral gedurende de afgelopen drieduizend jaar – slechts een seconde in de geschiedenis van de mensheid en niet helemaal toevallig samenvallend met de ontwikkeling van het schrift. De bevolkingsgroei werd alleen mogelijk doordat de mens zich overal ter wereld heeft gericht op sedentaire woonomstandigheden, op landbouw in plaats van de jacht en visserij en zich heeft verankerd in vast omlijnde sociale structuren. Echter, vandaag de dag bestaat het nomadische oerinstinct nog steeds.

Daarom kunnen we samenvattend stellen dat ook in 2035 het verschijnsel “toerisme” nog zal bestaan, in wat voor vorm dan ook. Zelfs als de wereld politiek volledig desintegreert, zal op zijn minst de zakenreiziger nog als ‘toerist’ actief zijn.

Politiek, Overheid, Macht

Levend in een strak geregelde, plaatsgebonden samenleving, sublimeert de mens zijn drang naar de verre einder met vakantie en recreatie. Nog maar een kleine eeuw geleden was dat alleen weggelegd voor de ‘happy few’. In de jaren vijftig werd het een tijdverdrijf voor iedereen, door middel van bermtoerisme en een dagje naar het strand. Nu, in 2010 trekken wij massaal naar all-inclusive vakantieoorden zoals die aan de Turkse kust. In het verleden echter en ook nu nog, zagen we dat de ‘politiek’ zijn positie heeft misbruikt om deze sublimering te richten op minder wenselijke doelen, zoals het veroveren van aanpalende territoria. Soms onderdrukte de politiek de oerinstincten en zette ze om in het tegendeel: gebruik makend van de angst voor het onbekende, zette de overheid aan tot het elimineren van ongewenste elementen en het verheerlijken van een veronderstelde nationale perfectie.

Het is daarom de taak van de politiek om te zorgen voor een open speelveld. De overheid dient te zorgen voor ‘vrij verkeer van goederen en personen’, opdat de mensheid blijvend in staat zal zijn om ambulant te handelen en te kiezen voor de juiste wijze van sublimatie.

Tevens zorgt de overheid voor vrijheid van meningsuiting, drukpers en media en voor de ontwikkeling van (duurzame) toeristische faciliteiten. Dit alles vanuit de gedachte, dat ‘the global village’ een belangrijk instrument is om onderling begrip te bereiken.

Wat verstaan we onder een ‘toerist’?

Uit het bovenstaande wordt duidelijk, dat ‘een toerist’ niet per definitie iemand is die voor zijn plezier op reis is. Wij vinden dat een toerist een persoon is die zich om hem moverende redenen verplaatst over de aardbol. Hij kan een vakantieganger zijn, maar ook een zakenreiziger. Kenmerkend is en blijft echter, dat zijn reis tijdelijk is; hij keert altijd weer terug naar zijn thuisbasis. Als dat niet zo is, spreken we niet meer van een toerist, maar van een landverhuizer of migrant.

Wat verstaan we onder ‘politiek’?

Wat verstaan we onder het begrip ‘politiek’? Is dit begrip uitwisselbaar met het begrip ‘overheid’? Het is de waarheid, maar ook een valkuil.

‘Politiek’ kunnen we definiëren als het maatschappelijke krachtenspel dat ons in staat stelt om op mondiaal, europees, nationaal, regionaal of lokaal niveau beleid vorm te geven, besluiten te nemen en plannen uit te voeren. In de politiek onderscheiden we vele richtingen; links en rechts, conservatieven en progressieven, kapitalisme en communisme, democratie en dictatuur, liberalisme en confessionalisme. Er zijn er nog veel meer te benoemen. Deze definitie van politiek, dit krachtenspel vormt ons inziens de belangrijkste factor voor verandering.

We kunnen ook proberen om het begrip ‘politiek’ op te vatten als de ‘overheid’. Dat is het gremium dat er verantwoordelijk voor is dat in de samenleving zorg wordt gedragen voor het beheer, het rentmeesterschap, het onderhoud, kortom, de uitvoering van alles waarvoor het individu of het bedrijfsleven niet aan toe komt.

Men noemt het ‘Governance’ en het is volgens ons te beperkt. Niet als het gaat om het ten uitvoer brengen van de strategieën voor een ander 2035, want het gremium is cruciaal voor het welslagen daarvan. Maar het gremium is wél te beperkt, als we zoeken naar maatschappelijk draagvlak voor echte, grote paradigm changes.

Samenvattend; we proberen in dit rapport de ‘politiek’ zo breed mogelijk te zien.

Hoe we vooruitkijken

We kijken vooruit in de toekomst. Het jaartal 2035 is het markeerpunt. Onze gewenste toekomst is 100% duurzaam. Dat moet ook gelden voor de toeristische sector.

Waarom willen we dat? Zie de algemene inleiding voor Our Common Future 2.0.

In de werkgroep hebben we steeds geredeneerd vanuit twee scenario’s: de concrete realiteit versus de gewenste werkelijkheid. Soms is het te verwachten dat deze twee samen op zullen trekken, maar het is zeker niet ondenkbaar dat de realiteit de wensrichting in de weg staat.

Als dat het geval is, kunnen wij met dit OCF-toekomstscenario aangeven welke middelen ons ter beschikking staan om de werkelijkheid om te buigen richting de droom.

De huidige situatie; Trends [5]

Mondiale politieke ontwikkelingen

Mondiaal gezien vereist een groeiende toeristenmarkt gelijkblijvende of zelfs toegenomen politieke stabiliteit. Toeristenstromen reageren uiterst heftig op politieke instabiliteit. Bovendien kan het jaren duren voordat een instabiel land kan worden gezien als vakantiebestemming. Je kan je daarom afvragen of huidige oorlogslanden als Afghanistan en Irak in 2035 grote toeristische trekpleisters zullen kunnen zijn.

Het stellen van de vraag is wellicht een deel van het antwoord. Het maakt nogal veel uit om wat voor land het gaat. Ligt het ‘instabiele’ land in Europa of ligt het elders op de wereld? Waar komt de instabiliteit vandaan? Van buiten, of is het interne instabiliteit? In hoeverre bepalen culturele of religieuze verschillen of een potentiële toerist een land als ‘stabiel’ of ‘instabiel’ beoordeelt?

Voorbeelden

Laten we eens naar het verleden kijken, met name naar het hierboven genoemde ‘ankerjaar’ 1960. We concentreren ons op het fenomeen ‘toerisme’. In 1960 zien we dat landen die nog maar heel kort geleden in een staat van oorlog verkeerden zich heel snel aan het herstellen zijn. De verliezers, de voormalige fascistische asmogendheden Duitsland, Oostenrijk, Spanje en Italië, zijn zich aan het ontwikkelen tot toeristische trekkers van de eerste orde. Voormalige vijanden blijken er ondanks ‘hard feelings’ geen been in te zien om er hun strand- of wintersportvakantie door te brengen.

Hoe kan dat? De culturele overeenkomsten tussen de Europese winnaars en verliezers blijken groter dan de verschillen. Ligt dat aan de basis van het snelle herstel? We zien dit verschijnsel ook optreden bij andere aan de westerse cultuur verwante landen. Neem Zuid-Afrika, na het tot stand komen van een acceptabele, stabiele democratie.

Kunnen we dit proces ook vaststellen bij de politieke en toeristische interactie tussen landen die meer van elkaar verschillen? Laten we opnieuw een paar voorbeelden nemen.

De grote, wrede, totale Vietnamoorlog was er een die werd gevoed door een grote politieke tegenstelling: die tussen NAVO en Oostblok, Communisme en Kapitalisme, de Koude Oorlog. Op de achtergrond van dit politieke conflict speelden begrippen als links en rechts, zelfbeschikking, kolonialisme en imperialisme. Daarnaast was er sprake van grote culturele en raciale tegenstellingen. Het Verre Oosten versus Het Westen, Boeddhisme versus Christendom, het gele ras tegen het blanke. Zou dat ooit nog goed komen? We weten het intussen. Het Westen gooide de handdoek in de ring, het IJzeren Gordijn ging open, de tijd heelde wonden en heden ten dage ontwikkelt Vietnam zich tot een gewilde vakantiebestemming.

Toenemende stabiliteit

In de vorige paragraaf stelden we vast dat politieke instabiliteit funest is voor de ontwikkeling van toerisme. Maar we constateerden ook, dat het geheugen van de toerist niet groot is en dat tien jaar van stabiliteit voldoende kan zijn om kwade herinneringen uit te wissen.

Het is een duidelijk wensscenario, maar toch: we verwachten een toenemende wereldwijde stabiliteit. Anno 2010 leeft het beeld dat overal ter wereld conflicten en terrorisme hoogtij vieren. De media benadrukken dat beeld. Daarmee is niets mis. Het is de taak van de media om misstanden te signaleren en de achtergronden te duiden.

Het is aan de lezer, luisteraar, of kijker om de actualiteiten op waarde te schatten. De werkelijkheid is namelijk, dat de wereld nog nooit zo vreedzaam heeft geleefd als in 2010, zeker als je het vergelijkt met het politieke toneel van meer dan 50 jaar geleden. De vorige eeuw was er een van grote politiek-ideologische bewegingen en warme en koude wereldoorlogen. Anno 2010 bestaan er veel meer waarborgen voor wereldwijde stabiliteit. We noemen slechts de val van het IJzeren Gordijn, de opkomst van politieke instituties als de Verenigde Naties of de Europese Unie, maar we wijzen ook op trends uit andere DESTEP-sectoren, zoals de zeer sterk toegenomen mondiale economische participatie en de daaruit voortvloeiende wederzijdse afhankelijkheid.

Samenvattend: toenemende stabiliteit is de mondiale trend. Dat zal de groei van de toeristenmarkt zeker niet in de weg staan.

Toekomstscenario 2035: Grote politieke issues

We zien een trend naar toenemende stabilisering, maar dat neemt niet weg dat een aantal belangrijke politieke issues bij voortduring grote invloed zal blijven uitoefenen op de samenleving en dus ook op het verschijnsel toerisme. Het is belangrijk dat we deze issues benoemen en dat we hun effecten meewegen bij het beschrijven van ons toekomstscenario.

Politieke kwesties die we hier van belang achten zijn: Regulering, Veiligheid en Terrorisme, Machtsverschuivingen.

Regulering [6]

Een belangrijke politieke factor wordt gevormd door Regulering en Politieke Agenda. Deze factor is erg belangrijk voor de wens tot duurzaam toerisme in 2035. Duurzaamheid ontstaat alleen als mensen hiertoe gestimuleerd of gedwongen worden. Soms zien we dit effect optreden naar aanleiding van economische processen. Maar even vaak is het nodig dat de overheid dit door regulering bewerkstelligt. Dat moet de poltiek dan wel willen.

De gemakkelijkste manier voor overheden om consumentengedrag in toerisme duurzamer te maken is door het vereenvoudigen en goedkoper maken van duurzame ontwikkelingen en het ontmoedigen van niet-duurzame zaken. Nogmaals, dit vereist van de overheid een positieve houding ten aanzien van duurzaamheid. De overheid moet er een actieve duurzaamheidsagenda op na houden. We kunnen ervan uitgaan dat zelfs conservatieve en rechtse politieke groeperingen dit uiteindelijk gaan inzien.

Een andere belangrijke rol voor de overheid ligt in het verstandig omgaan met de natuurlijke hulpbronnen. Ook hier kan de overheid invloed op uitoefenen. Dat kan op alle niveaus: lokaal, regionaal, nationaal, europees en mondiaal. Het is nodig dat de Nederlandse nationale overheid zich blijft committeren aan klimaatdoelstellingen. Bijvoorbeeld door het instrument van de in Nederland altijd al krachtige ruimtelijke ordening consequent en met oog voor duurzaamheid toe te passen.

Natuurlijk moet je je afvragen, in hoeverre de overheid greep heeft en houdt op macro-economische ontwikkelingen. De laatste decennia hebben we een gestage uitverkoop van Nederlandse bedrijven kunnen vaststellen. Ooit Nederlandse aandelen zijn overgenomen door Amerikaanse, Aziatische of als we geluk hebben Europese aandeelhouders. Je kan je afvragen of je het moet willen tegenhouden, maar hiermee verliest de overheid wel veel van zijn sturende vermogen.

Veiligheid en terrorisme

Knipsel

“Nederland in 2056 toneel van ernstige klimaatrellen.

Bloedige rellen in Nijmegen in 2043 als protest tegen vier miljoen Griekse, Italiaanse, Spaanse en Portugese vluchtelingen in Nederland. In zijn boek Klimaatoorlogen voorspelt Gwynne Dyer een mondiale catastrofe als gevolg van extreme klimaatverandering.”

Arno Gelder in NRC Handelsblad van 11 oktober 2010.

De Koude Oorlog, het oude conflict tussen Oost en West, wordt langzamerhand vervangen door een tegenstelling tussen religieus getinte wereldbeelden. Niets nieuws, als je naar de wereldgeschiedenis kijkt. Een tweede blik op die bloedige historie leert ons, dat een strijd die zich baseert op godsdienstige grondslagen slechts leidt tot politieke conflicten en oorlogen.

De belangrijkste taak van de ‘politiek’ zou hier een matigende behoren te zijn. Het is nu eenmaal een gegeven dat religie een belangrijke rol speelt en dat godsdienstige grenzen zich vaak situeren rond raciale, nationale of politieke begrenzingen, met de bijbehorende conflictueuze effecten.

Een van de voornaamste uitgangspunten van de Franse Revolutie was de scheiding van Kerk en Staat. Met die filosofie in het achterhoofd zou de politiek er alles aan moeten doen om te voorkomen dat religieuze tegenstellingen zich vertalen in politieke tegenstellingen. Overheden dienen aan alle gezindten ruimte te bieden. Godsdienstige tolerantie moet verankerd zijn in iedere grondwet. Politiek mag zich niet laten leiden door religieuze overwegingen en mag zeker geen waardeoordelen geven over godsdienstige doctrines. Andersom: religie moet zich onthouden van bemoeienis met politieke processen!

Desondanks is daarmee niet het hele verhaal verteld. Naast de godsdienstige kunnen allerlei andere externe omstandigheden, die we nu niet of onvoldoende voorzien, roet in het eten gooien in elke toekomstvoorspelling, zie het inleidende knipsel boven deze paragraaf. Daarom mogen we ons niet blind staren op de mondiale conflicten die anno 2010 het wereldnieuws bepalen. We zullen ons moeten afvragen welke andere stenen des aanstoots zich zouden kunnen aandienen in 2035!

Machtsverschuivingen

Mondialisering lijkt in een stroomversnelling te zijn geraakt. Blijft de hegemonie van het Westen bestaan? In ons eigen werelddeel kunnen we ook spreken van  europeanisering.

Verhaal

Een jong gezin. Allen werken in een pretpark in de Flevopolder: “Authentic Holland’, druk bezocht door Chinezen, Indiërs, Brazilianen. Het is hard werken, jong en oud maken lange dagen en het gezamenlijke inkomen is eigenlijk onvoldoende voor een redelijke levensstandaard. Het gezin wil emigreren naar booming country Vietnam, maar internationale verdragen verbieden het aan Europeanen om hun werelddeel te verlaten. Het eens zo trotse en rijke Westen heeft zich laten terugdringen tot een marginale positie. Er is weinig uitzicht op verbetering.

We spraken in de paragraaf  over Regulering al over de trend, dat aandelen van Nederlandse bedrijven overgaan in buitenlandse handen. Dat zou in de toeristische sector kunnen leiden tot minder gewenste vormen van bedrijvigheid. De belangrijkste drijfveer voor het verschuiven van politieke macht zou wel eens de daaraan voorafgaande verschuiving van economische macht kunnen zijn.

Een duidelijk politiek getinte aanbeveling is daarom: voorkom door middel van wetgeving dat de invloed van buitenlands kapitaal op lokaal, regionaal of nationaal bedrijfsleven groter dan wenselijk wordt.

Wat er mogelijk is binnen de huidige politieke ontwikkelingen

We keken in het hoofdstuk over ‘Grote politieke Issues’ terug op de wisselwerking tussen de politiek en het toerisme. Uiteraard kozen we hiervoor de periode 1960-2010, want daarover konden we iets relevants beweren. We willen echter niet alleen terugblikken; we proberen lering te trekken uit de gebeurtenissen tijdens de periode 1960 – 2010, we kijken wat er trendmatig kan gebeuren en we ontwikkelen een nieuwe manier van kijken naar de toekomst.

Mondiaal

Mondiale trends in politiek en toerisme: in het hoofdstuk over ‘Trends’ schreven we reeds hierover, zij het vanuit een andere invalshoek. Laten we goed onthouden dat we in 1960 geen flauw idee hadden van de enorme invloed die mondiaal toerisme zou krijgen. ‘Niets is onmogelijk’,  kunnen we achteraf zeggen. Vandaag de dag wordt het toerisme als economische sector steeds belangrijker [7]. Je zou het een institutionalisering van de nomadische instincten van de primatensoort die mens heet kunnen noemen.

De ontwikkeling van toerisme vanaf de jaren ’50 heeft laten zien dat de mens vooral een groepsdier is. Het ontstaan van massatoerisme en vele massabestemmingen heeft bewezen dat toeristen elkaar graag opzoeken en graag samen recreëren. Mensen laten zich graag aantrekken door grootschalige faciliteiten. [8]

Overal ter wereld hebben nationale en lokale overheden er alles aan gedaan om het opzetten van massa-accommodaties te bevorderen, soms met alle uitwassen van dien, maar in het algemeen kunnen we stellen dat het bouwen en verder stimuleren van dergelijke grootschalige faciliteiten het duurzaam maken van toerisme relatief eenvoudig maakt. Elke duurzaam gemaakte grootschalige faciliteit levert een relatief grote bijdrage aan het verduurzamen van toerisme in het algemeen.

Binnen Europa

De rol van de politiek voor het toerisme binnen Europa.

Het rapport  “OECD Tourism Trends and Policies” stelt: “Geen land, regio of gemeente kan blijven rusten op de lauweren van zijn natuurschoon of culturele erfgoed; een politiek van voortdurende innovatie is noodzakelijk om competitief te blijven in een door zware concurrentie gekenmerkte  mondiale markt voor toerisme, recreatie en vrije tijd. (…) Gegeven de dynamiek van de internationale toeristische markt, de invloed van globalisering op het toerisme en het nog steeds toenemen van de vraag in deze markt dienen overheden en andere stakeholders te investeren in op nieuwe bestemmingen gerichte partnerschappen. De toeristische bedrijfstak moet competitiever en innovatiever worden op de wereldmarkt.” [9]

Laten we van dit OECD-citaat even vasthouden, dat de overheden – in elk geval de dertig bij de OECD aangesloten westerse democratieën – een belangrijke rol kunnen spelen bij het bepalen van de toeristische innovatieagenda en bij het aanbrengen van focus in de wijze waarop de sector zich verder dient te ontwikkelen.

Binnen Nederland

Een Amelander over zijn eiland in 2035 [10].

“Niemand wil het simpele werk meer doen. De schoonmaak is bijna volautomatisch. De Amelanders zijn echte gastheren en -dames. Ze vertellen de gasten over het leven van honderd jaar terug, vóór het toerisme. Het eiland is energieneutraal. excursies gaan vooral met paard en wagen. Cultuurtoerisme viert hoogtij, het dorp Ballum is deels omgetoverd naar de oude tijden. Nog steeds komen er veel families met kinderen, maar tegelijkertijd ook veel ouderen. Kamperen is in het seizoen weer belangrijk, maar daarbuiten zijn het vooral luxe hotelaccommodaties. Je kunt het hele jaar door zwemmen in de zee, doordat een deel is overdekt, afgeschermd en verwarmd.

Naast Nederlanders zijn er veel buitenlandse toeristen die zowel voor de cultuur als voor de natuur komen. Het werelderfgoed Waddenzee zal veel meer excursies te verwerken krijgen. ‘Authentieke’ wadgidsen blijven nodig, maar men kan ook volledig virtueel op weg gaan.

Politiek gezien zal er wel wat veranderen, door schaalvergroting zal. een kleine gemeente als Ameland niet meer bestaan. Door de grotere afstanden neemt de stem van de toeristen toe, ten koste van de lokale bevolking. Ameland is nu een wingewest voor de grotere gemeente. De lokale bevolking is daardoor militanter geworden en er zal onrust zijn”.

De rol van de politiek binnen Nederland.

We keren nog éénmaal terug naar het al eerder genoemde OECD-rapport. Over lokaal toerisme stelt het rapport het volgende: “(…) Internationaal toerisme blijft het snelst groeiende onderdeel  van de sector. Desondanks is voor veel OECD-landen het lokale, interne toerisme belangrijker.” [11]

Voor Nederland is dat niet anders. Zeker in een land met een zeer hoge levensstandaard als het onze geven wij grote bedragen uit aan binnenlands toerisme. Het zal voor de politiek dus lonen om hier veel aandacht aan te schenken.
Anderzijds – ondanks het kleine formaat van Nederland op wereldschaal – hebben wij de buitenlandse bezoeker veel te bieden. Tot nu toe lijken de nationale promotieactiviteiten in die richting zich te concentreren op de grote steden, maar er is meer. Hier ligt een overheidstaak wellicht, misschien aan te vullen met meer focus op opleidingen en studie naar de toeristische sector.

Voorbeeld: Leg meer nadruk op zeker in geografisch op zich zeer grootse, aansprekende en heel eigen Nederlands fenomenen als de Deltawerken, of de Hollandsche Waterlinie. Waarom verkoopt Nederland zich niet als “De Delta van Europa”?

Gewenst toekomstscenario voor 2035

Toerisme bestaat nog in 2035 en is 100% duurzaam

We gaan er van uit dat toerisme als maatschappelijk verschijnsel nog bestaat en heeft kunnen groeien. We gaan er voorts van uit dat toerisme, áls het nog bestaat, voor honderd procent duurzaam zal kunnen zijn.

We zijn ervan overtuigd, dat deze doelstellingen haalbaar zijn. In het vorige hoofdstuk hebben we al een aantal wenselijke en haalbare ontwikkelingen geschetst. Er is echter nog meer te wensen.

Paradigm changes

We zullen nu het denken vanuit huidige trends even moeten loslaten. Wat kunnen we verwachten als we veranderingen in huidige paradigma’s durven te accepteren?

De historie heeft al bewezen dat technologische veranderingen een enorme invloed kunnen hebben op de samenleving. Wie dacht er vijfentwintig jaar geleden aan een laptop, een mobiele telefoon, buienradar, social media? Weinigen, en tóch hebben de technologieën die daaraan ten grondslag liggen ons wereldbeeld en ons leven inmiddels definitief veranderd.

Het zou uiterst naïef zijn om te veronderstellen dat een vergelijkbare maatschappelijke omwenteling niet teweeggebracht zal worden door de kleine innovaties en uitvindingen, die nú her en der ter wereld gedaan worden. Temeer, omdat we kunnen vaststellen dat het tempo waarin deze processen plaatsvinden zich exponentieel ontwikkelen [12]. Het is dus onvermijdelijk dat we in een toekomstscenario als dit proberen ons zo levendig mogelijk voor te stellen wat ons te wachten staat. Het zal vanuit ons huidige blikpunt wellicht science fiction lijken, maar we zullen er één belangrijk leerpunt aan kunnen ontlenen ten aanzien van de rol van de ‘politiek’:  die zal een positieve grondhouding aan dienen te nemen jegens innovatie en vernieuwing.

We zeiden het al in dit betoog: de politiek, dat zijn wij. En als ‘wij’ een dergelijke grondhouding dienen te verwerven, is er werk aan de winkel. In de opvoeding, in het onderwijs, in de media, op de werkvloer en in de dorpen, buurten, wijken en steden. Vanuit die achtergrond zullen we daarom in het laatste deel van dit subthema onze aanbevelingen motiveren.

Het onverwachte als toekomstverwachting

In de andere deelhoofdstukken van het subthema ‘Toerisme’ staat een groot aantal ontwikkelingen beschreven, die we kunnen rangschikken onder hetgeen we in paragraaf 6.2 benoemden als onverwachte en ongedachte paradigmaveranderingen.

In dit deelhoofdstuk hoeven niet al te diep op die ontwikkelingen in te gaan. We noemen er slechts enkele, als niet heel erg vrijblijvend advies:

  • Virtualisering van het toerisme (weggaan en thuisblijven tegelijk);
  • Concentratie om kwetsbare gebieden te ontzien;
  • Overkapping om de seizoenen te verlengen;
  • Recreatie en toerisme leveren energie door middel van recreatiecentrales;
  • Een andere kijk op de samenhang tussen de domeinen wonen, werk en recreatie;
  • Een effectievere inzet van het in de internetwereld bekende begrip the long tail – waarmee we versnippering maken tot een kans in plaats van een bedreiging;
  • Alle openbaar vervoer – inclusief de vliegreizen – wordt gratis;
  • De profilering van Nederland als een tolerante vrijstaat;
  • Inzetten op toeristische mobiliteit als middel tot grotere spiritualiteit, onthechting en onderling begrip;
  • Ontwikkelen van regionale identiteit, in samenhang met regionale medezeggenschap.

Waar het om gaat in dit deelhoofdstuk is de volgende vraag:

Hoe kunnen we de verwachte en de gewenste toekomst van de samenleving in het algemeen en van het toerisme in het bijzonder vormgeven, met politieke processen en gereedschappen als leidraad?

Conclusies

In  deze paragraaf volgen aanbevelingen aan de politiek/overheid/onszelf; een stappenplan en een tijdpad.

Aanbevelingen

De meest algemene, maar moeilijkst uit te voeren aanbeveling: Vrijstaat Nederland. Zorg voor een open, tolerante, positieve en toekomstgerichte grondhouding onder alle lagen van de bevolking. Zoals gesteld in paragraaf 6.2 is de belangrijkste voorwaarde daarvoor: het schenken van maximale aandacht aan opvoeding, educatie, sociale cohesie en identiteit.

Een tweede aanbeveling: maximale aandacht voor behoud en uitbouwen van de kennisinfrastructuur, zonder voorbehoud en desnoods ten koste van snelwegen, defensie en andere rechtse en linkse hobby’s.

De derde aanbeveling: (her)investeer fors in voor Nederland kenmerkende infrastructurele hoogtepunten. In bestaande zoals de Deltawerken, de Afsluitdijk, de Hollandsche Waterlinie, maar ook in nieuwe, zoals overdekte stranden aan, of nieuwe eilanden vóór de kust. Presenteer de verwevenheid van stad en platteland als een unieke eigenschap van Nederland.

Stappenplan en mijlpalen

We onderscheiden vijf key-jaartallen: 2010, 2015, 2020, 2025 en 2035.

De hoofdmijlpaal voor 2010 is de oplevering van het OCF 2.0 toerismeplan.

Voor 2015: de ambities van Our Common Future 2.0 zijn inmiddels overgenomen door de communis opinio. Alle politieke gremia ondersteunen de uitgangspunten in woord en daad. De scheiding van kerk en staat zoals opgenomen in de grondwet wordt ook in wetgeving doorgevoerd, met name ten aanzien van onderwijs. Een nieuwe politieke structuur wordt in de steigers gezet, richting Nederland Vrijstaat.

Voor 2020: Nederland Vrijstaat is goed op weg. Het complete onderwijsstelsel van Nederland is herzien. Het gaat voortaan uit van humanistische uitgangspunten. Het Gouden Vierkant (Ondernemers, Overheid, Onderwijs, Organisaties) werken eendrachtig samen aan krachtige ontwikkeling van identiteit, innovatie en sociale cohesie. Nederland is op weg naar een nieuwe Gouden Eeuw, niet materieel, maar als een vrijhaven voor maatschappelijke experimenten.

Voor 2025: Voor de Zeeuwse, Zuid- en Noordhollandse kust is een nieuwe gordel van Waddeneilanden gerealiseerd. Dankzij nieuwe vormen van duurzame energie en gratis en geluidsarm (vlieg-)vervoer is reizen een milieuvriendelijke aangelegenheid geworden.

De hoofdmijlpaal voor 2035: Toerisme is 100% duurzaam en nog steeds een groeimarkt.

Tijdlijn 2010-2035

2010
Oplevering van het OCF 2.0 toerismeplan. Voortdurend aandacht vragen via de media. Lobbyen bij politieke partijen, bij ministeries, provinciale staten, gemeenteraden. Zoeken naar middelen tot internationalisering van het Nederlandse OCF 2.0.

2015 OCF 2.0 is inmiddels een internationaal begrip. De meeste belangrijke politieke partijen nemen de uitgangspunten over. Ze worden nu vertaald in politiek beleid. Keuzes moeten worden gemaakt, prioriteiten gesteld, budgetten opgesteld.

2020 De overheid moedigt aan tot grote infrastructurele projecten. Het autoverkeer zoals wij dat kennen wordt langzamerhand vervangen door vervoer 2.0: individueel waar nodig, openbaar waar mogelijk – ‘smart mobility grids’.

Kunst, cultuur, educatie, sociale cohesie, identiteit, dat zijn de kenwoorden voor Nederland 2.0 in 2020. De overheid/politiek heeft een actieve, verwelkomende houding ten aanzien van verandering en niet langer een verdedigende, beherende. ‘Change’ wordt begroet als een kans. Internationale samenwerking is een van de belangrijke beleidsuitgangspunten.

2025 De politiek heeft hard gewerkt aan Nederland 2.0, dat jaarlijks veel grotere hoeveelheden toeristen begroet dan vroeger. Zij komen voor ‘Vrijstaat Nederland’, voor kortere of langere perioden. In een smart grid van kleine, authentieke accommodaties kunnen deze toeristen gemakkelijk geherbergd worden. De Nederlandse weersomstandigheden zijn veel minder een spelbreker geworden dan voorheen.
Zelf gaan Nederlanders nog wel regelmatig, maar steeds minder vaak naar buitenlandse bestemmingen. De wereld is een global village geworden, die ook virtueel bezocht kan worden.

2035 De overheid waarborgt de volgende uitgangspunten door middel van wet- en regelgeving, maar meer nog door consensus onder de bevolking: toerisme is inmiddels 100% duurzaam en nog steeds een groeimarkt.

Noten

1. Zie voor DESTEP verder desbetreffende paragraaf
2. Denkwerk en basis van de tekst voor deze inleiding: Remco Timmermans
3. Deze opmerking met dank aan Elena Cavagnaro.
4. Citaat met dank aan Bertus van der Tuuk.
5. Basis voor de tekst van de paragraaf ‘Trends’: Remco Timmermans
6. Dank aan Remco Timmermans voor de aanzet voor deze paragraaf.
7. Het rapport van OECD: “Tourism Trends and Policies” meldt hierover op pagina 7: “Gedurende de afgelopen decennia leverden het reizen en het toerisme belangrijke bijdragen aan de wereldeconomie. Het internationale toerisme is percentueel zelfs iets sneller gegroeid dan de totale wereldeconomie. Ondanks de huidige recessie is de verwachting dat deze groei zich op de lange termijn zal doorzetten”.
ISBN 978-92-64-07741-6 (print), of 978-92-64-07741-3 (PDF)
8. De basis van deze alinea’s werd gelegd door Remco Timmermans
9. Pagina 8, Rapport OECD: “Tourism Trends and Policies”, ISBN 978-92-64-07741-6 (print),
of 978-92-64-07741-3 (PDF)
10. Sjon de Haan, beleidsambtenaar Toerisme van de gemeente Ameland.
11. Deze term ‘lokaal intern toerisme’ is een vertaling van domestic tourism. Pagina 7, Rapport OECD: “Tourism Trends and Policies”, ISBN 978-92-64-07741-6 (print), of 978-92-64-07741-3 (PDF)
12. Zie wat daarover wordt gesteld in het hoofdstuk over de DESTEP-ontwikkeling ‘Toerisme en Technologie’.

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *