Uitkoop garnalenvisserij: snel of langzaam

Barbara Holierhoek 009a-850t
Barbara Holierhoek, voorzitter van de garnalenvisserijverenigingen ‘Ons Belang’ (Harlingen) en ‘Hulp in Nood’ (Zoutkamp).

Dit artikel werd eerder gepubliceerd in de Harlinger Courant van 11 november 2014.

HARLINGEN – Tijdens de conferentie van het Waddenfonds in de Grote Kerk te Harlingen had Lenze Hofstee, voorzitter van Stichting Wad, een droom: wat hem betreft werd de complete garnalenvisserij op het Wad uitgekocht. Barbara Holierhoek, voorzitter van onder andere visserijorganisatie ‘Ons Belang’, heeft er kanttekeningen bij en visserman Simon Koornstra denkt dat de sector op de goede weg is, samen met de overheid en de NGO’s.

Tekst & Foto’s: Festina Lente, Gijs & Inge van Hesteren

Lenze Hofstee van Stichting Wad gaat het allemaal lang niet snel genoeg. Samen met vijf anderen mocht hij de voor hem ideale situatie beschrijven. “Als ik de 100 miljoen ter beschikking zou krijgen die nu nog in het Waddenfonds zit, dan zou ik de helft uitgeven aan de volledige uitkoop van de garnalenvisserij. De garnalenvisserij ruïneerde de bodem van de geulen, door honderden jaren lang, met tientallen schepen, dag in, dag uit de bodem kaal te scheren. Zo geven we het Wad terug aan de zeenatuur. Het uitkoopgeld komt ten goede aan de uitgekochte vissers en dus aan de lokale samenleving, vrij voor nieuwe activiteiten.”

“Het is wel een beetje jammer, dit verhaal,” reageert Barbara Holierhoek desgevraagd. “We kennen Lenze Hofstee’s standpunt goed. Hij zit met ons om de tafel in de Waddencoalitie en daar vertelt hij dit regelmatig. Het staat hem vrij om zijn mening te geven, natuurlijk. Dat hij dat doet voor een zaal vol beleidsmakers, tja. Die mensen zijn gelukkig verstandig genoeg om zich een eigen mening te vormen, mogen we aannemen.”  

Coalitie Waddennatuur

In deze coalitie praten natuurorganisaties, bedrijfsmatige gebruikers en beleidsmakers met elkaar. Het is een ongelukkig moment, vindt Holierhoek, “want na twee jaar onderhandelen hebben we vanuit de coalitie nog maar pas geleden een convenant met elkaar gesloten. Als het aan de meeste vissers ligt, vissen ze stug door. Toch hebben zij ingezien dat de bakens verzet moeten worden. Dat convenant is een ‘dreech stuk’, maar in grote lijnen komt het hier op neer: de komende twaalf jaren blijven we met elkaar in gesprek; we zien af van juridische stappen tegen elkaar; we zoeken samen naar oplossingen voor de problemen; we gaan akkoord met de stapsgewijze sluiting van gebieden die kansrijk zijn voor de natuur.”

Een persbericht van ‘Ons Belang’ stelt hierover: ‘De garnalenvissers ontzien delen van de Waddenzee om een ongestoorde ontwikkeling van het bodemleven mogelijk te maken. Daar staat tegenover dat de overheid de garnalenvissers zekerheid biedt met meerjarige vergunningen. De onderhandelingen zijn gevoerd tussen de visserijsector, het ministerie van Economische Zaken, de natuurorganisaties en de provincie Groningen (mede namens Noord-Holland en Fryslân). De maatregelen richten zich op vermindering van de bijvangst en bodemberoering, door verbetering van vistechnieken.

Het percentage gesloten gebieden neemt stapsgewijs toe en aantal beschikbare vergunningen vermindert stapsgewijs. Nu zijn het er nog 90. In 2015 wordt een eerste stap gezet door het sluiten van 6,5 procent van de huidige visgebieden. Door de omvang van de vloot aan te passen aan de beschikbare ruimte neemt de totale invloed van de garnalenvisserij op de Waddenzee af en krijgt het bodemleven rust.’

Transitie

Bij het Waddenfonds hebben de garnalenorganisaties intussen een financieringsaanvraag voor het project ‘Transitie Garnalenvisserij’ ingediend, ondersteund door de stichting Verduurzaming Garnalenvisserij. Een dertigtal vissers heeft aangegeven er belangstelling voor te hebben. Het wachten is nu op bericht van het Waddenfonds.

Holierhoek: “Het hele verhaal is echt een stap vooruit. Voorheen was het: ‘kom niet aan de visserij’. Nu is er een knop omgegaan. Degenen die blijven vissen, zullen dat in de toekomst op een meer duurzame manier kunnen doen. Enkele visserijbedrijven die zich laten uitkopen zullen het compensatiebedrag misschien gebruiken om hun visgebied te verleggen, naar de Noordzee bijvoorbeeld. De meeste zullen daadwerkelijk stoppen met de garnalenvisserij. Het verschilt per ondernemer. De één zal een computercursus volgen, de ander gaat misschien iets met toerisme en scheepvaart ondernemen. Hoe dan ook, er wordt opnieuw geïnvesteerd, in nieuwe economische activiteiten.”

Simon Koornstra 018a-850t
Simon Koornstra, schipper van de HA-41, is goedgeluimd, maar zich ten volle bewust van de ernst van het onderwerp.

“Als het aan de garnalenvissers ligt, blijven we allemaal zoveel mogelijk vissen,” bevestigt Simon Koornstra, schipper van de HA-41. “Wat dat betreft is het geen goed nieuws, dat er nu per jaar nieuwe gebieden worden afgesloten voor de visserij. Aan de andere kant, dankzij dit convenant wordt niet alles in één keer dichtgegooid. We konden  meebeslissen. We hebben zelf gebieden kunnen aanwijzen, waarvan we dachten dat de natuur daar kansrijk zou zijn – al hebben we er lang over gedaan. Werkelijk elke visser tussen Den Oever en Dokker Nieuwezijlen heeft zijn zegje kunnen doen. Dat ook de natuurorganisaties zich er uiteindelijk in konden vinden vond ik een positieve eerste stap. Een week of vier geleden is die gezet.

De tweede stap, dat zou de financiering van de transitie zijn, de overgang naar de nieuwe situatie en de uitkoop van visserijbedrijven die ermee stoppen. Een aantal wil dat ook wel, denk ik. Maar daar hoor ik niet bij: wij willen blijven vissen.

Een goede zaak dat de aanvraag voor deze transitie is gedaan bij het Waddenfonds, vooral omdat deze samen met alle convenantpartners is gedaan, óók met Lenze Hofstee van Stichting Wad! Nu moeten we verder, leren door te doen, alles op vrijwillige basis en tegen een haalbare financiële compensatie.”

 

 

 

 

 

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.