Klaas Feenstra: bouwvakker tussen vrouwen

Vrijwilliger in De Batting

Dit artikel werd gepubliceerd in de Harlinger Courant van 17 augustus 2015, als onderdeel van een nieuwe serie: ‘de vrijwilliger in de 21e eeuw’. Het eerste deel staat in dit blog onder de titel ‘Gea Ottens: ik hoor bij de inboedel’.

HARLINGEN – Het idee ontstond tijdens een gesprek met een gepensioneerde arts. Hij vertelde met gedrevenheid over al de vrijwilligers, die belangeloos klaarstaan voor hun medemens. In de zorg, in de stervensbegeleiding, in besturen van verenigingen, in het jongerenwerk. Voor zichzelf wilde hij geen publiciteit. “Ga liever op zoek naar degenen die zelden op de voorgrond staan en waar nooit iemand iets aan vraagt.” Na een gesprek met een vrijwilligster bij de Kringloopwinkel bezoekt de Harlinger Courant nu zorgcentrum De Batting.

Tekst en foto’s Gijs en Inge van Hesteren

Klaas Feenstra, op de afdeling, omringd door vrouwen.
Klaas Feenstra, op de afdeling, omringd door vrouwen.

Anneloes van Eijck van Heslinga is vrijwilligerscoördinator bij Zorgcentrum De Batting. Het is dankzij haar bemiddeling dat HC in haar kantoortje kan spreken met Klaas Feenstra. “Zeg maar Klaas!” zegt de voormalige bouwvakker. “Nee, momenteel heb ik geen betaalde baan. Mijn hele leven, vanaf mijn vijftiende, heb ik gewerkt als loodgieter. De laatste jaren vond ik het werk minder leuk. Ambachtelijk vakmanschap was niet meer nodig en alles doe je met plastic PVC-buis. En steeds gejaagder: snel, snel. Nou ja, ik ben nu zestig. Het bedrijf wilde af van oudere werknemers. Ik heb me lang verzet, samen met de vakbond, maar uiteindelijk trek je toch aan het kortste eind. Ergens ben ik blij dat ik eruit ben.”  

Stûmkopjen

“Ik kwam terecht in een negatieve stemming. Een jaar lang heb ik liggen stûmkopjen. Uiteindelijk heb ik de knop omgedraaid. Ik kon niet stilzitten, ik moest wat gaan doen. Ik ben gaan praten met de coördinator vrijwilligerswerk bij De Skûle. Daar bleek dat er vooral veel vrijwilligers nodig zijn in de zorgsector. Saxenoord, De Spieker, De Batting. Bij die laatste instelling werkte mijn broertje in het restaurant, dus ik dacht, daar ga ik het maar eens proberen.”

Dat ging zomaar niet, vond het UWV. Wie WW krijgt moet beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt. Samen met Anneloes schreef Klaas een brief aan het UWV en uiteindelijk kreeg hij toestemming om twintig uur per week vrijwilligerswerk te doen in De Batting. De andere uren moet hij besteden aan solliciteren.

“Na al die jaren in de bouw is de zorg wel even heel wat anders. Tjongejonge, wat moest ik wennen. Ik moest volwassen mensen voeren alsof het kleine kinderen zijn. Ik zat in één kamer met negen dementerenden. De eerste maanden heb ik me regelmatig afgevraagd of ik hier wel mee door moest gaan. Ik wilde niet zomaar opgeven. In één keer kan je niet zien of het wat is voor je. Wat me erdoor heeft getrokken is het contact met een oude klasgenoot van de ambachtsschool.”

Het taalgedeelte in de hersenen van deze schoolkameraad was beschadigd na een beroerte. “Hij en ik waren even oud. Hij kon niet of nauwelijks meer praten. Ze hebben hier in De Batting een duofiets. Samen met hem ben ik gaan fietsen. De stad in. Naar de mannen op een bankje aan de haven, die net als hij op de werf hadden gewerkt. Daar zaten we een minuut of twintig, totdat hij onrustig werd. Dan, huppekee, fietsen maar weer!”

Het fietsen samen met Klaas had een goede invloed op zijn maat. Hij ging vooruit. “In het begin leek hij een plantje, maar ineens liep hij uit zichzelf al naar de fiets als ik eraan kwam. Hij probeerde te lezen en te schrijven. Hij deed meer moeite om te praten, al was het soms met handen en voeten. We waren veel samen en dan begrijp je elkaar steeds beter. We bouwden een band op. Dat heeft een heel jaar geduurd, en toen ineens kreeg hij opnieuw een hersenbloeding en die was fataal. Boem, was het over, in één keer. Dat heb ik heel moeilijk gevonden.”

Open armen

“Toch, het werken in de zorg heeft me heel erg goed gedaan. Ze haalden me met open armen binnen. Ik heb ineens weer collega’s, al zijn het allemaal vrouwen. Dat was wel even wennen, ja! Het is hartstikke leuk, maar zoveel verschil met het werken met mannen, zoals in de bouw, dat is er niet.  En bouwvakkers die denken dat ze zwaar werk hebben, moeten maar eens kijken naar de vrouwen in de zorg. Daar moet je diep respect voor hebben. Het is keihard werken, mentaal én lichamelijk. De mensen die je verzorgt hebben geen aan- en uitknop, het werk gaat altijd door!

Als ik mijn leven kon overdoen, zou ik misschien kiezen voor een beroep in de zorg. Maar ja, het was één groot stuk armoede bij mijn ouders. Je gaat gewoon naar de ambachtsschool, zo snel mogelijk aan het werk en niet zeuren. Ik weet het nog goed, ik was vijftien en kreeg zestig gulden in de week. Tien gulden mocht ik houden als zakgeld.

Een opleiding volgen in de zorg, zoals Anneloes doet (zij doet momenteel een SPH-opleiding, red.), nee, dat blijft niet meer hangen. Cursussen, die wel. Zoals laatst één, waarin ik leerde hoe je moet omgaan met dementerenden. Moet je met ze meepraten, of ze juist tegenspreken? Daar heb ik veel van opgestoken.

Na de dood van mijn schoolkameraad ben ik gaan duofietsen met anderen. Zoals met een demente mevrouw. Ze sprak zelden of nooit. We reden Kimswerd binnen en ineens begint ze honderduit te praten. Hier heb ik gewoond, daar was een winkel en ga zo maar door. Ik stond met de bek vol tanden, zo mooi vond ik het. Prachtig, daar genoot ik van.”

Vrijwilligerswerk als verdringing

“Nog steeds voelt het heel moeilijk. Vrijwilligerswerk, akkoord, maar het voelt alsof ik het werk inpik van mensen die er vroeger voor betaald werden. Verdringing van de arbeidsmarkt. En ik schaam me, dat ik in de WW zit. Mijn leven lang heb ik gewerkt en ineens moet ik mijn hand ophouden. Ik ben nu zestig en ik ben afgedankt, met een schop na. Ik kan er niets aan doen, dit is hoe het voelt.”

“Klaas zou zo niet moeten denken. Hij wordt in De Batting op handen gedragen. Hij is een natuurtalent,” zegt Anneloes van Eijck van Heslinga. “We zouden het vreselijk jammer vinden als hij weer werk zou vinden in de bouw.”

“Toch blijf ik bezig met solliciteren,” zegt Klaas. “Ik moet nog werken tot mijn 67ste jaar en het UWV eist ook dat ik blijf zoeken. Als ik een baan vind ga ik weer aan de slag, maar ik zou het werk in De Batting vreselijk missen. Ja, als het idee voor een vast basisinkomen voor iedereen doorgang zou vinden, dan zou ik kiezen voor het werk dat ik nu doe in de zorg. Tuurlijk.”

Anneloes: “Hier in De Batting werken we met 180 vrijwilligers. Er is verloop, dus we komen altijd tekort. Heel veel demente mensen komen alleen nog buiten, als er een familielid of een vrijwilliger zich om hen bekommert. Wat mooi is, we hebben tegenwoordig ook jongere vrijwilligers. Onlangs besloot één van hen om een zorgopleiding te gaan volgen. Jammer, wij zijn hem dan kwijt, maar voor de zorg als geheel is het geweldig goed nieuws. Het zou ontzettend fijn zijn als meer mensen zich bij ons zouden melden.”

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *