Drie dagen Auerberg Klassik

Dit verhaal schreef ik eind vorig jaar voor ‘653’, het verenigingsblad van de Yamaha Twin Klub, en voor het verenigingsblad van de Klassieke Japanse Motoren Vereniging KJMV. Nu exclusief online op mijn eigen website.

Heuvelklim, mountain climb, Bergrennen, zoiets stond al een tijd op de afvinklijst van Motorsport Harlingen (Tajan van der Wiel en ik). Het lijkt ons interessant: eens een keer geen rondjes op een circuit, maar enkele reis naar boven, zo snel mogelijk langs kronkelige haarspeldbochten naar de top. Hoe zal dat eraan toegaan? Toevallig vinden we zo’n evenement via Facebook: de Auerberg Klassik, begin september.


Met de Rickman-XS aan de start. (Foto: Tajan van der Wiel)

In april melden we ons al aan, bij de voorinschrijving. Niet iedereen mag meedoen. De organisatie bekijkt eerst rijder en motor en dan pas krijg je een bevestiging. Voor de zekerheid meld ik allebei onze Yamaha’s XS650 aan. Met de ene, die we doorgaans ‘de gele’ noemen, rijden en sleutelen we al sinds 2010. De andere, ‘de Rickman Metisse’, maakt pas sinds september vorig jaar deel uit van onze renstal.

In juni krijgen we bericht uit Bernbeuren, het plaatsje vlakbij de Auerberg. Slecht en goed nieuws. De ene e-mail stelt: “Helaas moeten we u teleurstellen”. De andere: “We hopen dat we u en uw motorfiets bij de Auerberg mogen begroeten!”

Dat het tot eind augustus duurt voordat men ons meedeelt welke XS we mee dienen te nemen maakt ons niets uit: we mogen meedoen. Ook na ontvangst van die mededeling weten we het nog steeds niet zeker. Voorzitter Hermann Köpf mailt ons: “Je bent ingedeeld met je XS!” Oké…

Voor de zekerheid laden we dan maar beide fietsen in ons busje. De Opel Vivaro zit aardig vol, met naast de Yamaha’s een berg gereedschap, een paddocktent, een biertafel met bank, campingstoelen, koelboxen, motorpakken, enzovoort. En achter de Opel een ouwe caravan, met daarin de pitbike-Dax en proviand. Enfin, het past en het kan mee.

Het is een stukje rijden, 935 kilometer enkele reis. Tajan en ik wisselen elkaar af en voor een Bergrennen moet je iets over hebben. Het is vrijdag en knap druk op de Autobahn, vooral met vrachtverkeer. Inhalen is met onze combinatie niet overal raadzaam, maar we bereiken toch een aanvaardbaar gemiddelde. We doen er een uur of elf over.

Hier en daar een Alp

Als we aankomen bij het Fahrerlager (rennerskwartier) staat dat al tjokvol. Het is normaal gesproken niet meer dan de parkeerplaats voor een sporthal en een restaurant. Op het gras ernaast is nog ruimte, al heeft dat gazon een hellingshoek van een graad of tien. Helemaal bovenaan vinden we een horizontaal stukje. We willen wel kunnen slapen. In de verte zien we hier en daar een Alp.


In de verte hier en daar een Alp. Jammer dat de buurman zo’n grote blauwe bus in het zicht plaatst. Verder een aardige man hoor. (Foto: Gijs van Hesteren)

De ontvangst is hartelijk. “Aha, die Holländer. Wilkommen!” Wij zijn de enigen uit Nederland. Toch is het deelnemersveld behoorlijk internationaal. In de lijsten zien we naast Duitsers veel Oostenrijkers, Zwitsers, Fransen en Tsjechen. Ook Italië is vertegenwoordigd en zelfs zijn er twee Spanjaarden uit Valencia, die het weekend ervoor hebben deelgenomen aan de jaarlijkse happening te Glemseck.

‘s Ochtends verzamelen we in de sporthal voor de rijdersbespreking. De voorzitter neemt het woord, in het Duits weliswaar, maar met een nogal lokaal accent. Normaal gesproken verstaan we Duits wel. Met het accent hebben we iets meer moeite, zeker omdat hij monotoon en enigszins binnensmonds spreekt. We krijgen er weinig tot niets van mee. We merken het vandaag wel.


De rijdersbriefing is gezellig, maar niet verstaanbaar. (Foto: Gijs van Hesteren)

Wat we wél hebben meegekregen is dat we met alle 230 deelnemers onder begeleiding door het dorp naar het startgebied rijden en van daaruit volgen we het parcours de berg op en af. Een ‘verkenningsrit’. Zo vertrek ik rond een uur of negen met de gele XS-Yamaha uit het Fahrerlager. Ik sluit aan bij de lange stoet motoren, voorafgegaan door de safety car. Ook hier houdt men van onnodig Engels. Donderend motorgebrom en dikke tweetaktwolken boven de stoet. Heel feestelijk, met al die heel bijzondere motoren om ons heen. Vele duizenden bezoekers langs de route klappen en juichen ons toe. Zo hebben we het nog niet eerder meegemaakt. Alleen dit al maakt de lange reis de moeite waard.

Koppelingskabel en voorband

Ik ben ervan uitgegaan dat we weer teruggaan naar het rennerskwartier. Dat blijkt niet zo te zijn. Huh? Voor ik het weet sta ik aan de startlijn. Deze blijkt anderhalve kilometer verder te liggen dan het Fahrerlager. Hoera, de Wet van Murphy slaat toe en niet voor het laatst vandaag. Ineens breekt het nippeltje af van de koppelingskabel. Ja hallo, ik heb geen gereedschap bij me en zeker ook geen nippels. Gelukkig was ik al omgedraaid om dan maar terug te brommen naar Tajan. De XS rijdt nog, zij het hortend en stotend en zelfs de goede kant op. Ik schreeuw het in de weg wandelende publiek opzij en het lukt me om zonder koppeling en zonder ongelukken de thuisbasis te bereiken.

“Tajan, ik heb geen koppeling! En ze gaan zo starten daar beneden!” Tja, hier ook geen kabelnippeltje. “Snel, snel, we plakken de deelnemers- en goedkeuringsstickers over op de Rickman!” zegt Tajan. Dat doen we. Zwetend en tot de nok vol met adrenaline rij ik met de Rickman terug naar de start. Hij stuurt raar. O nee, #@%!, de voorband staat zo goed als plat. Murphy, weetjewel. Nu begin ik het echt warm te krijgen.

De Rickman slaat af. Het lukt me de motor met veel moeite naar een beschaduwd plekje te duwen. Mijn hart pompt als een stoommachine, het zweet loopt in mijn ogen, mijn bril beslaat. Het is warm hier in de Zuid-Duitse nazomer. Wat nu? Daar komt Tajan aangeprutteld met de Skyteam Dax. “De voorband! De voorband staat leeg!”

Terwijl ik puffend en hijgend uitrust rijdt Tajan terug naar het rennerskwartier. Intussen schiet ik voorzitter Hermann Köpf aan. “Is dat oké, dat ik met de andere XS aan de start kom? We hebben de stickers gewoon overgeplakt.” Tuurlijk vindt ie dat goed. Verstaan doen ik hem slecht, maar hij is wel héél vriendelijk.

Tien minuten later komt Tajan met de fietspomp. We zetten de voorband op druk, 1,85 bar. Het is een nieuwe Heidenau. De Bridgestones die Jan had gemonteerd waren me maar matig bevallen. Oké, we kunnen starten, maar eerst afkoelen in de schaduw.

Tajan en ik zijn zeer onder de indruk van de variatie aan klassieke motoren die we om ons heen zien. Onze Belgische overburen hebben een Sarolea uit 1931 meegebracht. Het ding klinkt heel gezond. Coureur Laurens heeft een bedrijf in scheepsmotoren in Antwerpen. Dat schept meteen een band; van scheepsmotoren heb ik ook een klein beetje verstand. Hij komt regelmatig in Harlingen, voor de bootjes van veerbootrederij Doeksen. Zo klein kan de wereld zijn.

Nog veel meer vooroorlogse motoren staan op de lijst. Een 550 Blackburne uit 1923 is zo’n beetje de oudste. We zagen ook een vierkleps-Rudge uit 1925. Niks nieuws onder de zon. Sowieso rijden 75 deelnemers met een machine van vóór 1960. Heel bijzonder.

Dorst


Op de top van de Auerberg leent XS650-rijder Hans Kuttler me een tientje. Ik ben totaal uitgedroogd, maar heb geen portemonnee op zak. (Foto: Gijs van Hesteren)

Als het mijn beurt is start ik de Rickman-XS op één van de elektrische paddockstarters die de organisatie gedienstig heeft klaargezet. Dat scheelt alweer. De Rickman heeft een kickstarter, maar mijn zeventig jaar oude rechterbeen heeft daar af en toe een beetje moeite mee, zeker na het valpartijtje in Meerkerk afgelopen juli. Daar was ik geland op beide knieën en dat laat zich nog steeds voelen. Enfin, de XS doet het. We rijden op volgorde van startnummer naar de startstreep. Hier staat een mannetje met een wig aan een steel. Hij zorgt dat de rijder niet terugzakt. De weg loopt immers behoorlijk schuin omhoog. Een tweede mannetje houdt een vlag vast. Als de elektronische display op nul komt springt hij een gat in de lucht en hij zwiept met zijn vlag. Dat houdt hij trouwens de hele dag vol: ik denk dat het mannetje aan het einde van de dag zeker duizend gaten in de lucht heeft gesprongen. En steeds vrolijk lachend.


Met z’n allen rijden we de verkenningsrit. (Foto: Gijs van Hesteren)

Vraaaapp! Ik geef een bak gas, eerste versnelling, twee, drie, bocht, vier, terug naar twee, bocht, bocht, drie, vier, bocht, et cetera. Het is de eerste run, even goed opletten. Aha, hier is het nog nat, oeps, deze bocht is scherper dan ik dacht, shit, te hard en te vroeg geremd. In een minuut of anderhalf ben ik boven. Daar word ik naar een lommerrijk hoekje verwezen. De groep 500cc en daarboven van 1960 tot 1979 verzamelt zich daar. Ik merk dat ik een gortdroge bek heb. Dat komt door de zomerhitte en de adrenaline. Natuurlijk heb ik de benodigde drankbonnetjes niet bij me. Ik maak snel vrienden gelukkig, bijvoorbeeld met mede-XS650-fanaat Hans Kuttler. Hij leent me een tientje; zo kan ik een paar flessen water halen voor hem en mij.


Zelfs twee Spaanse deelnemers: helemaal uit Valencia, Salva Barres met BMW, Bruno Martin Fernandez met Honda. (Foto: Gijs van Hesteren)

Uitgeput

Het is allemaal nogal wennen, de manier waarop het evenement verloopt. Om de vijf seconden starten, 2,6 kilometer naar boven, daar parkeren en afwachten wanneer we met z’n allen weer naar beneden mogen. En beneden weer afwachten wanneer we naar boven kunnen. Het rennerskwartier is anderhalve kilometer verder, dus even een gereedschapje pakken of bijtanken is ingewikkeld. En er komt iets bij. Tijdens een racedemo of wegrace weten we hoe laat we gaan starten, hoe lang de race duurt en hoeveel tijd we krijgen om uit te rusten. Bij zo’n Bergrennen staat ons hoofd voortdurend áán. En ons lijf.

Als we ‘s avonds na vijf runs uitgeput in onze campingstoelen wegzakken kijk ik Tajan eens aan. “Helemaal kapot ben ik. Of mijn lijf nóg zo’n dag trekt, ik weet het niet. Wat vind je van mijn voorstel: vanavond lekker chillen, hapje eten in het restaurant, morgen nog even rondkijken en dan inpakken en naar huis? Dan hebben we de hele zondag, met relatief rustig verkeer, om naar huis te komen.”


Het uitzicht mag er zijn. Op de voorgrond onze overbuur uit het rennerskwartier, Laurens Janssens uit België, met zijn Sarolea 31R Racing 500 uit 1931. (Foto: Schelke Bonnetsmüller)

Tajan vindt het een goed plan. Bejaarden moeten op tijd rust nemen. Zo gezegd, zo gedaan. De hele zondag besteden we aan de terugreis. We zien inderdaad geen vrachtwagens om ons heen. Wél pokkenveel caravans en campers. We zitten aan het einde van de zomervakanties. Hier en daar een stukje filerijden. Om half tien ‘s avonds zijn we terug in Harlingen. Moe maar voldaan. In drie dagen 1850 kilometer gereden voor vijf runs de berg op.


Volgens de organisatie bezochten tienduizend belangstellenden het evenement. In het dorp was het een gezellige boel. (Foto: Schelke Bonnetsmüller)

Auerberg Klassik

De Auerberg is 1055 meter hoog en maakt deel uit van het zogenaamde Beierse Alpenvoorland. Naar München is het hemelsbreed nog 75 kilometer en naar het Bodenmeer ook zoiets. De eerste Auerbergrennen werd georganiseerd in 1967, toen alleen nog voor auto’s. Vanaf het begin van de jaren zeventig kwamen er ook motoren aan de start. In 1987 vond de wedstrijd in deze vorm voor het laatst plaats. Pas dertig jaar later, in 2017, begon men met de huidige tweejaarlijkse klassiekerversie, nu als gelijkmatigheidswedstrijd voor motoren met bouwjaar tot 1979. Enkele lokale sport- en racewagens nemen deel als bijprogramma. Corona was ook hier een spelbreker en daarom is de versie van 2024 de vierde keer sinds deze wedergeboorte.


Vrolijk springt de startvlagger een gat in de lucht, ditmaal voor Sepp Neumeier met een Rudge Ulster uit 1936. (Foto: Schelke Bonnetsmüller)

De Auerberg Klassik is geen Amerikaanse heuvelklim; de Fransen noemen die een montée impossible: het opcrossen tegen een steile rotshelling totdat je omvalt. Daar zijn we te oud voor en we zouden het zonde vinden van onze motor. Wikipedia over de Europese variant: het gaat voornamelijk om de bochtentechniek op asfalt. In Nederland kennen we het niet; dit is een sport die men voornamelijk in Europese berglanden beoefent.


Sustain Fuels stelt iedere deelnemer tien liter gratis biobrandstof ter beschikking. De XS’en lopen er heel goed op, ondanks de 10,5:1 compressie. (Foto: Gijs van Hesteren)

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *