Van Tinghir naar Zagora

De route voert me door de Kloof van Todra. De rotswanden komen hier zo dicht bij elkaar dat je ze bijna allebei kan aanraken. Locals zijn aan het pootjebaden in het riviertje de Todra. De eerste keer dat ik ook echt water zie in een bedding. Langs de weg staat het vol met kraampjes en optrekjes waar men probeert wat bij te verdienen aan de toeristen. Van souvenirtjes houd ik me verre en koffie heb ik net gehad. Al snel verbreedt de kloof zich tot een vallei met prachtige okergele panorama’s.
In het plaatsje Tinghir vind ik een fijn hotel, met de ronkende naam La Vallée des Kasbahs. Een gebouw met veel couleur locale. Het kost alweer bijna niets en ontbijt en diner zijn inbegrepen. Een menu om te bestellen hebben ze niet, maar, vragen ze: “Wat zou u willen eten?” Nou, dat kan ik zo snel niet beslissen, dus ze bieden aan om van alles wat op een bord te doen. Ja, doe dat dan maar. Na even wachten in de met Arabische motieven gedecoreerde eetzaal, begeleid door schetterend tv-commentaar op de voetbalwedstrijd Nigeria-Gabon, krijg ik een enorm bord met én worstjes, én kipstukjes, én köfte, én frietjes, én gebakken aardappelen, én pasta met kaassaus, én tomatensalade, én gemengde gekookte groenten. Dat krijg ik lang niet allemaal op. Toch slaap ik onrustig. Dat komt misschien door het aanpalende jongerencafé, of door de drukke straat onder mijn raam, een verbindingsweg naar de volgende grote stad. Het is wel gezellig, die drukte, vind ik.

Bernd, een Zwitser, zestig jaar, logeert ook in het hotel. Hij maakt net als ik een solo-motorreis en vindt het leuk dat ik Duits spreek. We filosoferen wat over de touristenbusiness, waar ik dat vloeiende Waddenduits geleerd heb. En over rijden buiten de gebaande paden. Hij heeft daarvoor een enduromotor bij zich. Ik begin er maar niet aan, doe mij maar de verharde wegen. Als ik val met dat ding ben ik mijn borgsom kwijt. We nemen hartelijk afscheid en gaan ieder ons weegs.
Woestijnrit naar Zagora
Mijn ontbijt wordt opgediend door een jongeman, Abdel. Hij doet ook de receptie. Als ik kom afrekenen raken we in gesprek. Het lijkt hem fantastisch op een grote motor, de wereld rond. Dromen zijn er om te verwezenlijken, leg ik hem uit. Je hebt maar één leven. Ik wijs hem op motorvloggers op YouTube zoals Itchy Boots, voor mij heel inspirerend. We hebben het nog even over het klimaat, de verschillen tussen Nederland en Marokko.
“Hier in de woestijn”, zegt hij, “is het gloeiend heet in de zomer en ijskoud in de winter. Het hotel heeft in de gemeenschappelijke ruimtes geen verwarming. Dan zit ik daar onder een dekentje te rillen, terwijl buiten de sneeuw horizontaal voorbijwaait.”
Nou, dan heb ik persoonlijk liever het gematigde Noordzeeklimaat van Harlingen! Vlak voor vertrek helpt Abdel mij nog even met het zoeken naar de motorsleutels. Die ben ik weer eens kwijt. Matrassen op mijn kamer worden omgedraaid, bedden afgehaald. En ik keer mijn rugzak om. Uiteindelijk vind ik de sleutels in de broekzak van mijn andere broek. Ja hoor, dat krijg je als je vergeetachtige bejaarden alleen op vakantielaat gaan! Maar goed, we kunnen weer op weg, met het schaamrood op de kaken.

Zagora is niet zo heel ver weg , ongeveer 220 km. Ik wil er niet te vroeg aankomen. Om de dag nuttig te besteden maken de Himalayan en ik een flinke omweg. Ik wil straks ook de Vallée du Draa bezoeken. Maar om er te komen passeren we eindeloze rechte wegen door de woestijn, af en toe afgewisseld door een bergpasje of een stadje. Daar zie je kinderen naar school toe wandelen. Ze groeten me allemaal enthousiast. “Gasgeven, gasgeven!” gebaren kleine jongetjes. Dat doe ik dan gehoorzaam. Vroem, vroem.

In de loop van de middag kom ik op een kruispunt. Daar ga ik linksaf. Dit is dan die Draa-vallei, een honderden kilometers lange oase. Dat is meteen het bijzondere aan het gebied. Ik rijd langs lange bebouwde kommen, met overal weer schoolkinderen die roepen en zwaaien. Ik wuif vriendelijk terug. Dat vinden ze leuk. Wat ík dan weer leuk vind zijn de lemen forten langs de route. Kasbahs, worden ze genoemd. Vandaar Vallei van de kasbah’s natuurlijk.
Politiemannen staan her en der de snelheid te controleren. Dat doen ze overal en nergens in Marokko. Ik denk: weinig misdaad, dus veel tijd voor bekeuringen. Tot nu toe ontspring ik de dans. Bezadigde opa-motorrijder.
Wordt vervolgd