Marokko (7)

Aan de rand van de woestijn

Bij Paradis Touareg in Zagora ontvangt men mij hartelijk. Men verwacht me, want eerder die dag heb ik al via Booking geboekt en betaald. Zagora is helemaal ingericht op toerisme, dat kan je aan alles merken. Er zijn heel veel restaurantjes, eettentjes, hotels en pensions. De voorafgaande avond had ik op YouTube de video van ‘Lean into the wind’ bekeken. Een Brits koppel dat afgelopen zomer met hun Harley-Davidson door Marokko toerde. Toevallig net de aflevering die ‘Sahara camp scam‘ heet.

Bij Merzouga begint de Sahara pas echt, met die zandduinen. Dat gaat zo duizenden kilometers door, vijftig dagen tot Timboektoe, zei men in de tijd van de kamelenkaravaan.

Mark en Lisa waren in een woestijnstadje aangekomen, misschien Zagora, of Merzouga, dat zeiden ze niet. Ze hadden het gevoel dat ze gescamd – opgelicht – werden. Hen was een romantische sterrennacht beloofd in een bedoeïnentent in de Sahara, met lekker eten, kampvuur, muziek, en saamhorigheid. Daar betaalden ze volgens henzelf een flink bedrag voor. Mark probeerde Lisa een beetje blij te maken, want ze had het niet altijd naar haar zin, daar achterop die Harley.

Ik kan me hun teleurstelling een beetje indenken. Al is de woestijn uniek en prachtig, nu lijkt het inderdaad vooral een toeristenscam. De lokale bevolking mag van mij best een goede boterham verdienen, maar wat ik hier zie in dit unieke stukje aarde? Busladingen en busladingen toeristen worden de woestijn ingereden. Terreinwagens, quads, buggy’s, kamelen, harde muziek. Dan is het niet zo raar dat ze zich er na duizend toeristen met een jantjevanleien vanaf maken. Dus ik ben op mijn hoede!

In Riad Paradis Touareg hoeft dat niet overigens. Daar zijn ze vriendelijk, ze nemen de tijd voor me en ik krijg een lekkere avondmaaltijd voorgeschoteld. Ik slaap in een soort woestijnhuisje, in een binnentuin met gezellige sfeerverlichting en een – overigens ijskoud – zwembad. In Tinghir werd ik daar al door verrast. Nu zie ik ervan af.

Woestijnrit

Rotsklonten.

Hoe dan ook, de volgende ochtend ontvlucht ik de toeristenval. Spijt van mijn bezoek heb ik niet, want de landschappen zijn ongelooflijk. Voordat ik wegrijd van de parkeerplaats klets ik even met een Zwitser, die daar staat met zijn terreinauto. Hij rijdt een offroad-route door heel Marokko. Slapen doet hij op een uitklapbare daktent. Alleen dit keer overnachtte hij bij de Riad. Dat doet hij af en toe, zegt hij, dan kan hij ook even lekker douchen en dergelijke.

Ik ga op weg naar Merzouga, op advies van mijn vriend Anouar, die me vanuit Nederland voorziet van tips. Wat is dit een eenzaam, maar fascinerend maanlandschap. Urenlang rijd ik in mijn eentje langs een plat landschap waaruit hier en daar de vreemdste rotsklonten oprijzen. Geweldig!

De Enfield en ik hebben een route gekozen buiten de grote doorgaande wegen om. De weg is een stuk smaller en kronkeliger, het wegdek ook wat minder. Af en toe komen we door ingeslapen stadjes en dorpjes. Wat ik een beetje begin te missen zijn de tankstations. Volgens de display van de Enfield heb ik nog genoeg benzine voor 150 km, 100 km, 60 km. Dat wordt een beetje spannend. In Google Maps kijk ik wanneer de volgende pomp op de route ligt. Over vijf km. Nou, dat is mooi. Maar vijf km later: geen tankstation te bekennen. Verdorie. Ik ga maar een beetje langzamer rijden. Ik houd het op 70 km per uur, dan rijdt ie 1 op 45. Met nog maar 20 km te gaan zie ik een pomp. Hoera! Met de tank weer vol ga ik van de weeromstuit 120 rijden. Dat is best snel voor dit machientje en van de verkeerspolitie mag het ook niet. Die is niet in de buurt gelukkig. Vier het leven!

Nog zo’n rare puist die uit het platte landschap oprijst.

In Alnif, een regiocentrum zo te merken, stop ik voor koffie. Heel veel motorrijders houden daar pauze. Ik zie grote groepen motoren geparkeerd staan, met allerlei nummerborden, gek genoeg bijna allemaal uit voormalige oostbloklanden als Litouwen, Polen, Slowakije. Mij lijkt het niks, met zijn twintigen in een file achter elkaar aanrijden, onder leiding van een akela. Solorijdend ben ik mijn eigen kapitein.

Naar Merzouga was het zo’n 240 kilometer. Ik blijf er maar kort. Dit is pas echt een toeristenoord. Het doet me denken aan bepaalde verpeste stukken Spaanse Costa. Op zijn Marokkaans hoor, want van liederlijkheid is men hier niet gediend. En niks ten nadele van het natuurschoon. Op een foto zie je het niet zo goed, maar de zandduinen die lukraak oprijzen uit de grijze steenslag zijn tientallen meters hoog. Ik ga gauw verder. Nog een uur te gaan. In Aoufous, een stukje voorbij Erfoud (de namen zeggen de meesten van jullie niet veel, dat snap ik) boekte ik een bed & breakfast, dit keer via Expedia, genaamd Gîte la Grotte Vallée.

Men ontvangt mij daar superlief. Ik ben nog maar net ingecheckt bij Gîte la Grotte Vallée en de thee staat voor me klaar. En hoe laat ik wil eten, en wat vind ik lekker om te eten? Zo gastvrij. In de tijd dat Inge en ik een eigen bruinevlootschip in de vaart hadden zorgden we ook altijd dat de koffie en thee klaar stonden. Dat de gasten dan vaak liever meteen aan het bier gingen is tot daar aan toe.

Wordt vervolgd

Op verzoek van het hotel schreef ik voor Booking en voor Google Maps de volgende recensie van hotel Paradis Touareg:

Fantastisch
Pluspunten · De romantische binnentuin, met de bar, het zwembad, de zitgelegenheid. Daarnaast de kamers, gesitueerd in bijgebouwen aan de rand van de tuin.
Heel goed gegeten bij diner en ontbijt.
Zeer gastvrije ontvangst.

Minpunt · De buurt eromheen leek mij een beetje onguur.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *