Terug naar Casablanca

Een laatste opmerking over mijn verblijf in Essaouira. In een eerdere aflevering van mijn Marokko-reis schreef ik over het helpen van mensen met een klein geldbedrag, en dat ik het als Nederlander ingewikkeld vond hoe daarmee om te gaan. Ook deze dag beleef ik iets vergelijkbaars.
Nergens gedurende mijn motortocht trof ik supermarkten aan zoals wij die kennen in West-Europa. Meestal moet je het in Marokko doen met kleine winkeltjes. Een jaar of vijftig geleden was het in Nederland overigens niet anders. Zo zie je hoe betrekkelijk vooruitgang is, want wat betekent die halve eeuw vergeleken met de zeven miljard jaar dat onze planeet draait om de zon? Enfin, to the point graag, Gijs.
Bij de ene Carrefour (Franse supermarktketen) die ik in Essaouira bezoek word ik aangesproken door een Afrikaans gekleurd stel van een jaar of dertig. In een winkelwagentje slepen ze een ongeveer driejarig jongetje met zich mee. Heb ik misschien een paar dirhams over? Mijn eerste gevoel is ‘nee zeg, niet weer’. Het tweede gevoel krijg ik als ik het jongetje beter bekijk. Onschuld, openheid en interesse zie ik in zijn ogen. Ik geef een biljetje van twintig dirham, ongeveer twee euro. Tot zover alles okee. Ik ga winkelen.
Als ik de mooie grote supermarkt verlaat doe ik mijn boodschapjes in de topkoffer van de Enfield. Ik zet mijn helm op, start de motor en rijd over de parkeerplaats naar buiten. Daar zie ik het stel en het jongetje lopen. Ze kijken mijn kant op, met een blik van herkenning. De moeder trakteert mij op de mooiste en liefste glimlach die ik de hele twee weken in dat land meemaak. We wuiven elkaar toe als oude vrienden. We zijn niet alleen op deze aarde.
Alles is anders
De 350 km lange tocht van Essaouira naar Casablanca is landschappelijk of motorrijtechnisch niet bepaald interessant. Aan de andere kant is echt álles hier anders dan in Nederland en daardoor juist wél interessant. Het is kennelijk marktdag. De stadjes onderweg zijn superdruk. Mensen, ezeltjes, auto’s, brommers, alles krioelt door elkaar heen. Over de ezeltjes: de boerenstand begeeft zich zo te zien in een rijtuigje naar de weekmarkt. Tientallen passeer ik onderweg.

Toch ben ik er na deze 350 km binnendoor wel weer klaar mee. Eenmaal aangekomen in Relax Hotel Casa Voyageurs, hetzelfde hotel als wat ik had op de eerste dag van de reis, app ik naar Oxbikers: ik ben er, jullie kunnen de Enfield ophalen. En dat doen ze dan ook. Hiermee komt mijn motorreis tot een einde.
Oxbikers: Het hele proces van reserveren, afleveren, rijden en na afloop inleveren verloopt naadloos. Khalid munt uit door zijn vriendelijke, glasheldere en snelle communicatie, meestal via Whatsaapp. De dagprijs voor de motorhuur, ongeveer 70 euro all-in, vind ik bijzonder redelijk. De Royal Enfield Himalayan 450 rijdt geweldig. Precies de motor die je in Marokko nodig hebt. En mijn borg van 1500 euro krijg ik volledig terug. Via een appje stuurt Khalid me een foto van de storting, met een smiley.
Beelden van Marokko
Verkeer, nogmaals
Het noorden doet Europees aan: plaveisel, nette stoepranden, groenstroken, straatverlichting, geen troep in de bermen. Het midden en zuiden ogen rommeliger: zwerfvuil en zwerfhonden, onverharde wegkanten in de dorpen.
Vrachtautootjes die tot vijf meter hoog zijn opgeladen. Honderd miljoen brommertjes, van Chinese makelij meestal, maar grotendeels Honda-klonen. Als er twee rijstroken beschikbaar zijn benutten automobilisten standaard de linker. Of ze rijden lekker breed over de middenstippels. Dan haal ik ze maar rechts in.
Alle autobestuurders heten Max Verstappen. Elke bocht de racelijn, ongeacht tegemoetkomende motorfietsen. Ze rijden allemaal graag voorop. Met veel geweld halen ze je in, ook als het eigenlijk niet kan. Maar het gaat nergens over: een paar honderd meter verderop parkeren ze of ze slaan af.
Eigenlijk zie je vooral moderne auto’s. Veel Dacia’s trouwens. Antieke auto’s: vooral buiten de grote steden kom je nog ouwe Europese meuk uit de jaren zeventig en tachtig tegen. Golfjes, Peugeots, Renaults. Een enkele Renault 4 of 12 van zeker een halve eeuw oud. Net als de ezeltjes worden ze afgebeuld totdat ze het definitief begeven. En dan worden ze verbouwd tot espressobar langs de weg. En ik vermeldde ze al eerder: de tweetakt brommers. Blauwe rook uitbrakende Mobylettes en Peugeotjes. Ook al gauw veertig, vijftig jaar oud.
Een doorgetrokken streep in het midden van de weg: dat is een leidraad voor weggebruikers. Ik heb niemand gezien die de streep interpreteerde als een verbod om naar de andere rijbaan te gaan. When in Rome, do as the Romans do, dacht ik, dus ik heb me verder ook niet gestoord aan doorgettrokken strepen op de weg.
O ja, toeteren. Dat doet men altijd en overal. “Ik heb je gezien”, is vaak de reden, maar ook: “Stoplicht is groen, hup rijden!”
Dieren
Overal uitgemergelde zwerfhonden en -katten. Ze scharrelen zelf hun kostje bij elkaar. Af en toe steken ze ineens de weg over; daar moet je goed op letten. Al lijken ze aan hun lot te zijn overgelaten, bijna niemand doet gemeen tegen de dieren. En zoals ik al schreef, heel veel ezeltjes langs de weg, met op hun rug onmogelijk hoog opgetaste ladingen, of ze trekken een zwaarbeladen kar. De ezeltjes krijgen wel veel en vaak met het zweepje.

Mensen
De muezzins die op gezette tijden met krachtige luidsprekers vanuit de minaret van hun moskee oproepen tot gebed. In Taroudant sliep ik zo’n beetje naast zo’n toren. Dan schrik je wel even wakker in de ochtendvroegte.
Scholen die beginnen of uitgaan. Hip geklede jonge mensen naast zwaar gesluierde meisjes. Jongetjes die gasgeefgebaren maken. Langs de weg staan vaak mensen te wachten op een grand taxi. Vooral in het zuiden zwaait de helft me vriendelijk toe. Bij elk tankstation staan mannen die de pomp bedienen. Dat kennen wij al veertig jaar niet meer. Bijna allemaal zijn ze benieuwd waar ik vandaan kom en wat ik van Marokko vind. Ze spreken Frans of Engels.
Voetgangers die (zeer) drukke straten oversteken. Aanstormend verkeer, dat wél goed laat zien hoe het uitwijkt; de oversteker wacht of wandelt navenant. Gaat allemaal gewoon goed. Leven en laten leven, go with the flow. Zo anders dan het Nederlandse verkeer. Het zal wel weer wennen zijn.
De volgende dag kijk ik nog een beetje rond in Casablanca, woensdag vlieg ik naar huis. Chauffeur Mustapha Behlaouane van Welcome Pickups haalt me met zijn taxi op bij het hotel. Hij weet waar alle files van zo’n woensdagochtend staan en rijdt mij via de gekste sluiproutes naar het vliegveld toe. Mooi op tijd voor het inchecken. Eén stresspuntje minder!
Voor Booking en Google Maps schreef ik een recensie over ‘Relax Hotel Casa Voyageurs’.
Aangenaam en comfortabel
Pluspunten · Dit hotel voldoet geheel aan West-Europese verwachtingen. Modern en hygiënisch ingericht, goed sanitair, goede bedden, goede verhouding prijs-kwaliteit. Ook over het ontbijt was ik zeer tevreden. Om de hoek is een groot winkelcentrum, met restaurants waar je je diner kunt bestellen. Het ligt midden in de stad. De voor Europeanen zeer betaalbare taxi’s kunnen je overal naartoe brengen.Minpunt · Het uitzicht vanuit de kamer is niet heel spannend, maar dat is begrijpelijk bij een hotel midden in een grote stad.
Ha Gijs, ik heb genoten van je reisverslag, dank je wel!
Hey Gijs,
Leuk om je zo even te volgen met je reis op de motor in Marokko.
Groet Steven
Na twee feestelijke dagen (de Kerst 2025) nam ik de tijd om het laatste Marokko-reisverslag te lezen.
Wat heb ik genoten van je reis en de laatste observaties voordat je weer naar huis reist.
Alsof ik achter op een motor ben mee gereisd. In mijn hoofd.
Vol verwachting 2026 en gelukkig!