Marokko (5)

Ouarzazate tot Tinghir

Majestueuze uitzichten.

De Hoge Atlas. Majestueus, anders kan ik het niet noemen. Een ruig hooggebergte in geel en rood en bruin en oudroze. Het is er gortdroog. Het grootste deel van de route van Marrakech naar Ouarzazate is vernieuwd. We gaan over een bergpas: Tizi-n-Tichka, met 2260 meter de hoogste van Afrika. Een brede weg met mooi vlak asfalt die vloeiend om de rotsen voert. Wel staat er heel veel harde wind. Af en toe moet je opletten dat je niet het ravijn in waait.

De Enfield knort tevreden onder mij. Onderweg roep ik in mijn helm een paar keer: “Afrika!”
In de oostelijke uitlopers van de Atlas wordt de vallei breder. Woestijn eigenlijk. Aan de overkant ligt een dorp. Ook rood en roze en geel.
Vanmorgen begon de tocht met 17 graden Celsius. Al snel wordt het warmer, maar bovenop de Atlas is het maar een graad of 13, 14. Midden op de dag wint de najaarszon aan kracht. Mijn vest kan uit. Bijna 27 graden.

Op weg naar 2260 meter hoogte.

Even gestopt in de berm, voor een slokje en een fotootje. Wat een indrukwekkend landschap. ‘Majestueus’, dat zei ik al. Er staat een eenzame meneer van ongeveer mijn leeftijd, gekleed in een djellaba. Of ik een paar centen voor hem heb. Hij spreekt best goed Engels, heeft een broer in Amsterdam, hij is platzak en moet nog naar Zagora, voor zijn zieke moeder of zo. Zoals de meeste Nederlanders ben ik niet dol op mensen die om geld vragen, maar de man komt op mij zo vriendelijk en oprecht over dat ik hem tweehonderd dirham geef, ongeveer twintig euro. Spontaan slaat hij zijn armen om mij heen. Allah zal mij beschermen op mijn reis. Onhandig omhels ik hem terug. Wel lekker even, zo’n knuffel. Later word ik ingehaald door een taxibusje. Daar zit hij achterin, uitbundig zwaaiend naar mij. ‘Pay it forward’, is mijn motto. En zoon Gijs zou zeggen: ‘Goed voor je karma’.

Halverwege de middag vind ik het mooi geweest. Van Marrakech tot Ouarzazate was het 200 kilometer. Dagje kalmaan na de bijna 300 kilometer van de eerste dag. Via Booking vind ik Hotel Club Hanane, een soort Moors resort. Een tikje verlopen, maar zeer authentiek. Ik kreeg gratis een upgrade naar een suite. Het is gewoon niet zo druk, zullen ze bedoelen. En dat voor 40 euro inclusief ontbijt.

Ook hier is men weer ongelooflijk vriendelijk. Mijn suite bevindt zich op de derde verdieping. Een dame van de schoonmaakploeg wijst me de weg door de duizendenéénnachtdoolhof. Ze merkt dat ik loop te puffen met mijn bagage om mijn nek. Die moet ik onmiddellijk afgeven en ze reikt me haar slanke hand. Wat attent. Mijn moeder heeft me geleerd om hoffelijk te zijn bij jongedames en nu is het andersom.

Resort.

Tussen een buslading onverstaanbare Engelsen geniet ik er van het avondbuffet. In mijn eentje, niks mis mee. Over alleen reizen: soms zie je groepen mensen gezellig met elkaar eten, of drinken op een terrasje. Dan word je daar soms een heel klein beetje jaloers op. Maar aan de andere kant bevalt het mij geweldig, want alleen heb je veel goede ontmoetingen. Zoals met de knuffelman onderweg, of die jongeman bij mij in de lift. Hij had mij aan de balie horen vertellen dat ik op mijn 71e alleen met de motor onderweg was. Dat vond hij heel bijzonder. “Leef het leven”, zei hij, “respect meneer!” Ach, dan moet ik blozen.

Terug naar het buffet. Dat is overvloedig, behalve het dessert. Ik kan alleen kiezen tussen fruit, fruit of fruit. Dat laatste dan maar.

Fruit.

Gorges Dadés

Het plan voor de volgende dag was: opnieuw door de hoge Atlas, richting Beni Mellal, overmorgen Merzouga. Maar het gaat toch anders. Het weerbericht voorspelt regen tussen elf en twee. De route zou voor een deel onverhard zijn. Met mijn beperkte offroadervaring en de motor waar ik pas één dag mee rijd lijkt het me geen optimale combinatie. Nieuwe route: naar Boumalne Dadés en daar de Gorge Dadés in. Toch de hoogte dus, maar hier zal alles hopelijk geasfalteerd zijn. Het eerste dat de toerist daar tegenkomt zijn de zogenaamde Apenvingers, heel bijzonder gevormde rotsformaties. De ‘Pattes des Singes’ trekken veel bekijks.

Als ik daar parkeer word ik begroet door een groepje Franse motorrijders met gids en volgauto. Ze geven me koffie en hun chauffeur zet me op de foto. Ze rijden met 250cc Suzuki terreinmotoren en hebben veel belangstelling voor de Royal Enfield. “Veel charisma, niet zoveel vermogen”, vertel ik ze, “maar voor deze bergwegen heb je geen pk’s nodig.”

Daar zijn ze het helemaal mee eens. Ze mopperen op de voorspelde regen. Dat doet me denken aan het regenpak, dat ik in het vliegtuig helemaal vanuit Harlingen heb meegesleept. Dat doe ik dan maar aan. De ervaring heeft me geleerd dat je dat beter vóór de regen kan doen dan tijdens.

Vergis je niet, je kijkt hier een halve kilometer de diepte in.

We nemen hartelijk afscheid. De weg voert langs tientallen resorts, cafés en restaurants. Een toeristisch uithoekje. Ik kom veel klassieke auto’s tegen, zo te zien de VW Golf Challenge. De route is stijl en al snel kom ik bij de eerste bergpas. Daarna laat ik de beschaving achter mij.

De weg stijgt en stijgt en stijgt. Daarmee wordt het ook snel kouder. Het regenpak is nuttig, want het begint nu inderdaad te regenen. Frisjes, vind ik. De thermometer in het dashboard van de Enfield is bij het stijgen gezakt tot 5 graden Celsius. Dat is niet leuk meer. Bovenop de hoogste bergpas, al gauw 2000 meter schat ik, stop ik even voor een foto. Direct word ik aangesproken door een stokoude meneer in een djellaba. Hij wil me souvenirs verkopen, edelstenen of zo. Nou nee, dat hoeft voor mij niet. Waar laat ik die zooi op de motor? Evengoed nemen we hartelijk afscheid. Hij wuift, eenzaam zittend op een steen, in zijn djellaba, in de ijskoude regen. In de gauwigheid heb ik mijn winterhandschoenen aangedaan. Ook meegezeuld uit Harlingen.

Tientallen kilometers daalt de weg vanaf nu. Ik kom maar twee auto’s en een schaapherder tegen. Er is veel werk verzet. Bochten afgesneden, nieuw wegdek, superstrak, zij het vol losse steenslag. Toch maar rustig aan! Moe en koud stop ik na een uur rijden bij de eerste de beste uitspanning. ‘Je kan hier eten’ stelt een handgeschilderd uithangbord, en ‘Bikers welkom’. Een opgezette Renault 4 op een pilaar verleidt passanten tot een bezoek.

Je ziet vaak restanten van Renault viertjes als reclameobjecten.

De alweer uiterst vriendelijke gastheer maakt een ‘omelette berber’, een berberomelet voor me. Tomaten, uitjes, aardappel, olijven. Dat smaakt en mijn bevroren vingers krijgen weer gevoel. Na een plas en een boer kan ik verder, nog een uur naar Tinghir. Het klaart op, het kleffe regenpak kan uit.

Een man die net uit zijn auto stapt maakt een praatje. Hij vertelt me dat de nieuwe weg waar ik zojuist over schreef er nog niet zo lang ligt. “Vroeger was het een piste”, zegt hij. Ik denk dat hij daarmee bedoelt dat de weg niet verhard was. Tijdens het rijden zie ik inderdaad af en toe nog stukjes van de bochtige oude weg. Het rijden is nu een feestje, met een snelheid van 60 tot 100 km per uur door de lange bochten, die langzaam opdrogen.

Wordt vervolgd

Over Club Hanane schreef ik een recensie voor Booking en voor Google Maps:

Sprookjesachtig
Pluspunten · Het hotel leek op een Moors paleis. Al die torens en trappen en balkons, heel mooi. Het personeel was erg behulpzaam en vriendelijk.
Eten doe je in een grote eetzaal. Het hotel is duidelijk ingericht voor grote groepen. Buiten het seizoen zijn die er niet. Het diner bestaat uit een buffet waaruit je naar behoefte kan opscheppen.

Minpuntje · Ik sliep op de derde verdieping. Een lift was wel mooi geweest.

2 gedachten over “Marokko (5)

  1. Gijs, wat maak jij een fantastische reis en wat leuk om te lezen.
    Leuk, echt leuk om te lezen. Morgen verder dus. Heerlijk.
    Gr. Else.

  2. Hoi Gijs , zo leuk en herkenbaar wat je schrijft, hoe maak je het? Wanneer je echt voor de woestijn en afgelegen gebied wilt gaan kan ik je onze plek vlakbij hoogste duin super aanbevelen….je reist dan via MHamid el Ghizlaine

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *