Boekenboer revisited

Voor verhalenschrijf- en vertelwerkgroep ‘Le raconteur’ schreef ik onderstaand verhaal. Natuurlijk was ik weer veel te laat en ontbrak me de tijd om een geheel nieuw verhaal te bedenken. Met dit thema sowieso een lastige opdracht voor mij. Daarom tikte ik in het zoekvenster van dit weblog het woord ‘boer’. En kwam ik terecht in een verhaal dat ik schreef in 2009. Ik actualiseerde en bewerkte het en ziehier:

“Ingang om de hoek”. We moesten door de dubbele schuurdeur. Even priegelen met het mechaniek. We betraden een ontvangstruimte. Daar snorde een kacheltje en een ouderwetse pick-up draaide stichtelijke muziek. Er was niemand te bekennen. Veel boeken waren er niet te zien, eigenlijk.

Het is bijna twintig jaar geleden. We stonden bij De Boekenboer, een schuur in het Terschellinger dorpje Formerum.

Even later schoof er een zijdeur open. Een heer op leeftijd met een grijze trui. Hij leek op de onvergetelijke Professor Zonnebloem, uit de stripverhalen van Kuifje. “Heeft u geen boeken meer?” vroeg ik.

“Oh jazeker wel!”, zei hij. “Achter deze deur heb ik de meeste boeken, boven ook en daar door die zijdeur nog.”

Ah juist ja. Een paar duizend hier, een paar duizend daar. Mooi assortiment. Literatuur, Engelstalig, maritiem, thriller, Terschelling, topografie, Frysk, het stond er allemaal. “Ik ga er niet naar op zoek,” vertelde de man, “Ik wacht totdat de boeken naar mij toe komen. Anders kan het niet uit. Soms kan ik er niets mee. Dan brengen ze Konsaliks en streekromans uit de jaren vijftig. Ze komen van tachtigers die naar een verzorgingshuis gaan. Maar die boeken koopt niemand meer. Zelfs recentere, zoals van Jean Auel over de Holenbeer bijvoorbeeld – ze blijven lang in de kast staan. Smaken veranderen.”

Ik logeerde in de Volkshogeschool op het eiland. Daar was ik met zes anderen bezig met een stoomcursus Fries. Mijn werkgever, Kabelnoord in Dokkum, betaalde. Dus ik waagde er een Fries woordje aan. “In moaie soad boeke hjir, nou?”

De man kwam van West, maar woonde al een jaar of vijftig, zestig op Oost. Hij sprak helemaal geen Fries, wél Aasters. “Gek hé, Skylge is zo’n klein eiland en toch spreken we hier drie verschillende dialecten van het Fries!”

Voor de bijzondere inkopen ging hij naar Dokkum. “Daar vind je een mooi boekenantiquariaat, maar ook goede winkels. De HEMA, Kooistra Herenmode. Naar Harlingen ga ik niet, voor een Terschellinger is dat een plaats waar je langs komt, maar niet naartoe gaat.”

Professor Zonnebloem kon wel oud zijn, maar niet gek.

Het antiquariaat bestaat al lang niet meer. Het bejaarde echtpaar dat de zaak bestierde is overleden. Één van hun kinderen is een kennis van me. Later sprak ik hem. Hij mopperde. “Weken, maanden zijn we bezig geweest met het uitzoeken en uitverkopen van de boeken van mijn ouders. We wilden ze niet zomaar bij het oud papier gooien. Uiteindelijk was dat toch het lot van een groot deel van de voorraad.”

Vooral de bijzondere boeken waren vroeger moeilijk te beprijzen. Dat is nu veel gemakkelijker. Via internet vind je van een bepaald boek vaak meerdere aanbieders en de vraagprijzen lopen soms uiteen van vijf tot vijfenzeventig euro.

De boekenboer: “Ik zie vanzelf welke er verkocht worden en welke niet. Daar heb ik dan weer houvast aan. Maar duur ben ik niet. Het blijft hobby, maar wel een hobby die zichzelf betalen kan!”

Dat wilde ik toen ook wel, zo’n kostendekkende liefhebberij. Een paar duizend boeken stonden destijds ook bij mij thuis in de kast, maar verkopen? Van boeken kon ik slecht afscheid nemen. Pas véél later lukte het me ze rigoureus op te ruimen.

Veel later ook vond ik die lucratieve hobby voor mezelf: werken als inval- en aflosschipper in de zeilvaart. Nou ja, werken, bijbeunen. Mijn andere hobby – motorfietsen – kost vooral veel geld.

Hieronder de link naar het oorspronkelijke artikel uit 2009.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *