Voor ‘653’, het clubblad van de Yamaha 650 Twin Klub, schrijf ik af en toe een redactioneel commentaar. Het volgende stond in nummer 151.
Dit schrijf ik terwijl de jaarlijkse XS650-Estafette zich in al zijn volheid ontplooit. Een paar jaar geleden nam ik eraan deel en sinds die tijd krijg ik de groepsberichten binnen via Whatsapp. Een groot kampeerder ben ik niet, maar het gaat dan toch een beetje knagen.

Gelukkig kan ik me op deze ene vrije dag bezighouden met correctie en redactie van de teksten voor de ‘653’, zodat ik toch een beetje deel uitmaak van het verenigingsleven. Huh? zal je denken, was Gijs niet met pensioen? Jawel hoor, Gijs is 72, maar gedurende zijn werkzame leven was hij één van de gelukkigen die van zijn hobby’s zijn werk wist te maken.
Eerst was dat het zeilen met voor passagiersvaart omgebouwde historische vrachtschepen, later de journalistiek. Dat laatstgenoemde beroep beoefende ik samen met mijn partner Inge. Zij zorgde voor de foto’s, ik voor de teksten. Na haar overlijden, nu alweer meer dan negen jaar geleden, was het runnen van zo’n persbureautje ineens lang zo leuk niet meer. Maar er moest toch brood op de plank komen en als kersverse weduwnaar had ik afleiding nodig.
Zo belandde ik na het reactiveren van mijn groot vaarbewijs weer bij mijn oude liefde, de zogenaamde ‘bruine vloot’. Ook bij het ingaan van mijn AOW bleef ik varen met de bejaarde klippers, tjalken en schoeners. Iets minder intensief, maar toch met regelmaat. Elke dag op het water is uniek en gedenkwaardig. Wat dat betreft lijken motorrijden en zeilen heel veel op elkaar.
Met dit mooie bruggetje terug naar de Yamaha XS650, onze gemeenschappelijke liefde en mijn andere grote hobby. Een hobby die in de praktijk van de afgelopen zeventien jaar vooral neerkwam op het racen met mijn XS. Ja, een liefhebberij die geld kost en daarom blijft de vaarhobby relevant. Want daar kan ik facturen voor schrijven.
Toch blijft de Rickman rijden
Dit jaar stond dat racen voor het eerst in lange tijd wat meer op de achtergrond. Kleine verschillen van inzicht met het bestuur van mijn oude racedemoclub de SAM lagen daaraan ten grondslag. En de toch wel toenemende snelheden in de 750cc-klasse van de SAM, waar een steeds afnemend aantal 750’s uit de jaren zeventig het moet opnemen tegen steeds meer 750’s uit de jaren tachtig. Aardige jongens allemaal, maar dat ze je inhalend vanuit de binnenbocht het trottoir op of de sloot in drukken vind ik toch minder. Het racen in de Belgische Ardennen – Chimay, Gedinne – sla ik dit jaar over vanwege enkele aanslagen van de inkomstenbelasting, weliswaar verwacht, maar ze doen toch een beetje pijn.
Desondanks maakten de Rickman Metisse XS en ik de nodige kilometers. Naast ‘Tubbergen’ en ‘Luttenbergring’ noem ik als hoogtepunten van dit jaar de Classicsdag op het TT-circuit te Assen en de TT van Haler in Noord-Limburg. ‘Assen’ was top vanwege het geweldige parcours (waarbij de pk-tekorten van het blok helaas duidelijk aan de dag traden) en ‘Haler’ vanwege de sfeer, het duizendkoppige publiek en de hartverwarmende mix van motoren uit de jaren dertig tot en met zeventig.
In dat gezelschap voelde de Rickman zich veel beter thuis. In twee dagen tijd ronkten we vijfmaal over het landelijke Haler-circuit. Het fietsje hield zich voortreffelijk, afgezien van een gaandeweg slechter schakelende versnellingsbak. Wie elders in nummer 151 het verhaal van Fried Anepool over het afstellen van de koppeling leest zal al snel begrijpen waar de remedie lag: bij het afstellen van de koppeling.
Klublid Henk Remmits indachtig besluit ook ik met: carpe diem!