– Weet je zeker dat je dit leuk vindt? – Hoezo? Natuurlijk is het leuk. – Nou eh, ook als de temperatuur maar vijf graden is? – Je wou toch motorrijden in de bergen van Marokko? – Maar dat het zó koud zou zijn, daar had ik niet op gerekend!
Op weg naar Zafrou passeer ik Fes. Heel snel, geen zin in het toeristencircus daar. Wel stop ik even bij FDM Dotch Moto. De ketting van de Enfield begint te rammelen en moet opnieuw gespannen. Dat doen ze hier kosteloos voor mij. Ze zetten de ketting meteen even in het vet. Geweldige mensen.
Over al Hoceima kan ik niet veel vertellen. Mijn hotel keek uit op de zee, maar het stadscentrum lag op een half uur lopen. Het begon te regenen, dan hoef ik niet zo nodig te wandelen. Laat ik maar genieten van de superdeluxe hotelkamer. Het nadeel van dergelijke sterrenhotels is dat ze zo onpersoonlijk zijn. Vrienden maak je in de kleine pensions, niet in de grote hotels. Ik neem me voor om de volgende overnachtingen anders te boeken.
Tweeduizend kilometer lieten de wielen van de Enfield de afgelopen zeven dagen onder zich voorbijrollen. Goed opletten en defensief rijden leverden tot nu toe een incidentvrije reis op. Het noodlot moest een keer toeslaan en dat deed het ook, vanmiddag. Maar ik ben een geluksvogel. Ja, ik ben gevallen, dat is het minder goede nieuws.
Het goede nieuws: het gebeurde niet op de motor, maar te voet, met drie kilometer per uur ongeveer. Op het ineens spekgladde trottoir voor de deur van mijn hotel van vandaag. Ooit leerde ik valbreken, tijdens de blauwe maandag dat ik als twaalfjarige aan judo deed (witte band). Daardoor bleef het bij vloeken, lichte egoschade, een nat achterwerk en een verdraaide knie die zich een paar uur later nog steeds liet voelen. Ziezo, de pech ook weer achter de rug.
Dit verslag schrijf ik in een nogal kille kamer, in Hotel Parc Tazekka in Bab Boudir. Geen wonder dat het koud is. Buiten is het nevelig en nat. Dit hotel ligt op 1500 meter hoogte. Ik heb het bereikt vanuit de stad Taza, met behulp van honderd haarspeldbochten.
Bij Paradis Touareg in Zagora ontvangt men mij hartelijk. Men verwacht me, want eerder die dag heb ik al via Booking geboekt en betaald. Zagora is helemaal ingericht op toerisme, dat kan je aan alles merken. Er zijn heel veel restaurantjes, eettentjes, hotels en pensions. De voorafgaande avond had ik op YouTube de video van ‘Lean into the wind’ bekeken. Een Brits koppel dat afgelopen zomer met hun Harley-Davidson door Marokko toerde. Toevallig net de aflevering die ‘Sahara camp scam‘ heet.
Bij Merzouga begint de Sahara pas echt, met die zandduinen. Dat gaat zo duizenden kilometers door, vijftig dagen tot Timboektoe, zei men in de tijd van de kamelenkaravaan.Lees verder Vijftig dagen tot Timboektoe – Marokko (7)→
De Hoge Atlas. Majestueus, anders kan ik het niet noemen. Een ruig hooggebergte in geel en rood en bruin en oudroze. Het is er gortdroog. Het grootste deel van de route van Marrakech naar Ouarzazate is vernieuwd. We gaan over een bergpas: Tizi-n-Tichka, met 2260 meter de hoogste van Afrika. Een brede weg met mooi vlak asfalt die vloeiend om de rotsen voert. Wel staat er heel veel harde wind. Af en toe moet je opletten dat je niet het ravijn in waait.
De Enfield knort tevreden onder mij. Onderweg roep ik in mijn helm een paar keer: “Afrika!” In de oostelijke uitlopers van de Atlas wordt de vallei breder. Woestijn eigenlijk. Aan de overkant ligt een dorp. Ook rood en roze en geel. Vanmorgen begon de tocht met 17 graden Celsius. Al snel wordt het warmer, maar bovenop de Atlas is het maar een graad of 13, 14. Midden op de dag wint de najaarszon aan kracht. Mijn vest kan uit. Bijna 27 graden.
Dit schrijf ik uitbuikend op mijn balkon, op de vijfde verdieping van Marrakech House. De eerste dag als zelfstandig deelnemer aan het Marokkaanse verkeer. Dat doe ik met de BMW 800 GS van Oxbikers.
Halverwege naar Marrakech lijkt het landschap op La Mancha in Spanje, maar dan droger. Het is 11 november en 33 graden Celsius. De BMW rijdt heerlijk.
Met Royal Air Maroc naar Casablanca. Veel te vroeg op Schiphol, maar het kwam zo uit. Rustige vlucht. Er was best veel beenruimte in het vliegtuig (ik ben 1,93 m), alleen niet zoveel in de breedte. Beetje saaie mensen naast mij, geen boe of bah. Onderweg lees ik dan maar ‘Finisterre’, een reisboek over de Camino naar Santiago de Compostela. Hoe een voettocht je kan veranderen. Ik filosofeer over mijn eigen reis. Nu kan het nog, een motortocht. Ik ben 71. Hoe lang kan ik dit nog, met een steeds bejaarder lichaam? En wat doen twee weken solo-motorrijden met mij?
Dit kaartje met voorstellen voor motorroutes kreeg ik van mijn vriend Anouar.
Ik vind het altijd bijzonder, om buiten het seizoen op vakantie te gaan. Normaal gesproken dein je mee in de toeristische meute, maar nu deel je het land met de locals. Zo kijk je heel anders naar het land en het land naar jou. Je bent een soort indringer, observeerder van de plaatselijke zeden en gewoonten, vooral als je je niet laat meelokken naar de bekende toeristenvallen.
Het besluit had ik genomen: een motorreis door Marokko. Turkije had ook op mijn verlanglijst gestaan, maar afgezien van de nostalgische redenen (zie deel 1) leek Marokko me in dit jaargetij ook warmer. Een beetje zoeken op het internet leidde me naar Royal Air Maroc en naar een vlucht op Casablanca. Waarom Casablanca? Nou ja, vanwege de film uit 1942 natuurlijk, al is daar in het geheel niets te zien van het echte Casablanca. Het is gewoon de beste film uit de jaren veertig die ik ken, met de onvergetelijke tragische liefde van Ingrid Bergman en Humphrey Bogart.