Voor het verenigingsblad ‘KJMV-Kontakt’ *) schrijf ik af en toe een column. Op de coverpagina van het vierde 2025-nummer staat ‘juni’, maar dat zal wel per ongeluk zijn. Het verhaal hieronder schreef ik kort na terugkeer uit Marokko en daarom was het sterk gericht op mijn motorvakantie in dat land.
Onderweg van Zagora (woestijnoase) naar Merzouga (woestijnoase).
Ik reed een paar lusjes door het land. Zo’n beetje alles wel gezien.
Een laatste opmerking over mijn verblijf in Essaouira. In een eerdere aflevering van mijn Marokko-reis schreef ik over het helpen van mensen met een klein geldbedrag, en dat ik het als Nederlander ingewikkeld vond hoe daarmee om te gaan. Ook deze dag beleef ik iets vergelijkbaars.
Van Taroudant naar de kust is het ongeveer 85 km. Met een stop voor koffie en voor foto’s van een berg zwerfplastic en een kudde dromedarissen kost me dat ongeveer twee uur. Die kudde: ik dacht dat het kamelen waren. Mijn motorracevriend Joop van der Have hielp me uit de droom.
Over de weg valt niet veel bijzonders te melden. Voor Marokkaanse begrippen is hij saai. Voor een Nederlandse motorrijder toch weer uniek. De dromedarissen, maar ook de nog steeds imposante Atlas-muur aan rechterzijde. Verder valt het me op dat men hier aan kastuinbouw doet.
Lekker warm in het zuiden, zei men nadat ik had aangekondigd dat ik naar Marokko zou gaan. Dat zal wel kloppen, maar in het gebergte en op de hoogvlakte valt het tegen. Gistermiddag kwam ik aan in Taroudant (hoogte 230 meter) en pas daar kwam de temperatuur overtuigend boven de 25 graden. Had ik meteen veel teveel kledinglaagjes aan. Bij het vertrek ’s ochtens uit Tinghir (1400 m) was het maar 9 graden, vandaar.
Dit verslag schrijf ik in een nogal kille kamer, in Hotel Parc Tazekka in Bab Boudir. Geen wonder dat het koud is. Buiten is het nevelig en nat. Dit hotel ligt op 1500 meter hoogte. Ik heb het bereikt vanuit de stad Taza, met behulp van honderd haarspeldbochten.
Bij Paradis Touareg in Zagora ontvangt men mij hartelijk. Men verwacht me, want eerder die dag heb ik al via Booking geboekt en betaald. Zagora is helemaal ingericht op toerisme, dat kan je aan alles merken. Er zijn heel veel restaurantjes, eettentjes, hotels en pensions. De voorafgaande avond had ik op YouTube de video van ‘Lean into the wind’ bekeken. Een Brits koppel dat afgelopen zomer met hun Harley-Davidson door Marokko toerde. Toevallig net de aflevering die ‘Sahara camp scam‘ heet.
Bij Merzouga begint de Sahara pas echt, met die zandduinen. Dat gaat zo duizenden kilometers door, vijftig dagen tot Timboektoe, zei men in de tijd van de kamelenkaravaan.Lees verder Marokko (7)→
De Hoge Atlas. Majestueus, anders kan ik het niet noemen. Een ruig hooggebergte in geel en rood en bruin en oudroze. Het is er gortdroog. Het grootste deel van de route van Marrakech naar Ouarzazate is vernieuwd. We gaan over een bergpas: Tizi-n-Tichka, met 2260 meter de hoogste van Afrika. Een brede weg met mooi vlak asfalt die vloeiend om de rotsen voert. Wel staat er heel veel harde wind. Af en toe moet je opletten dat je niet het ravijn in waait.
De Enfield knort tevreden onder mij. Onderweg roep ik in mijn helm een paar keer: “Afrika!” In de oostelijke uitlopers van de Atlas wordt de vallei breder. Woestijn eigenlijk. Aan de overkant ligt een dorp. Ook rood en roze en geel. Vanmorgen begon de tocht met 17 graden Celsius. Al snel wordt het warmer, maar bovenop de Atlas is het maar een graad of 13, 14. Midden op de dag wint de najaarszon aan kracht. Mijn vest kan uit. Bijna 27 graden.
Dit schrijf ik uitbuikend op mijn balkon, op de vijfde verdieping van Marrakech House. De eerste dag als zelfstandig deelnemer aan het Marokkaanse verkeer. Dat doe ik met de BMW 800 GS van Oxbikers. Halverwege naar Marrakech lijkt het landschap op La Mancha in Spanje, maar dan droger. Het is 11 november en 33 graden Celsius. De BMW rijdt heerlijk.
Met Royal Air Maroc naar Casablanca. Veel te vroeg op Schiphol, maar het kwam zo uit. Rustige vlucht. Er was best veel beenruimte in het vliegtuig (ik ben 1,93 m), alleen niet zoveel in de breedte. Beetje saaie mensen naast mij, geen boe of bah. Onderweg lees ik dan maar ‘Finisterre’, een reisboek over de Camino naar Santiago de Compostela. Hoe een voettocht je kan veranderen. Ik filosofeer over mijn eigen reis. Nu kan het nog, een motortocht. Ik ben 71. Hoe lang kan ik dit nog, met een steeds bejaarder lichaam? En wat doen twee weken solo-motorrijden met mij?