Tag Archives: Puch

Puchfeest met de psycho’s

Jong en oud met Puch en Tomos

HARLINGEN – Zaterdag was het zo ver: het gezamenlijke feest van de Puch en Tomosclub Nederland met de Harlinger Puchpsycho’s. Vooral de wat oudere lezers zullen zich de brommers met de hoge sturen en de grote fietsbellen herinneren. Gedurende het hoogtepunt van het bromfietstijdperk identificeerde vooral de stadsjeugd zich massaal met deze Puch’s en Tomossen. 

Jong en oud houdt van Puch en Tomos.

De Puch werd sinds de jaren vijftig gebouwd in Oostenrijk. In Slovenië bouwde men de één-op-één gekloonde Tomos. Jarenlang zette het publiek de brommers in als boodschappenfiets, maar plotseling, in het midden van de jaren zestig, vond de jeugd in Den Haag en andere grote steden inspiratie in de vrijgevochten film ‘Easy Rider’. In navolging van de Amerikaanse choppers verbouwden zij hun brommertjes tot hun eigen Harley-Davidsonvariant.

Continue reading Puchfeest met de psycho’s

De kunst van het motorsleutelen

Héél veel verstand van motoren heb ik altijd gehad, al vanaf mijn zestiende jaar, toen ik voor het eerst een bromfiets had. De gebruikershandleiding en de motorbladen spelde ik van voor tot achter. Cilinderinhoud is de boring tot de tweede macht maal de slag maal het getal pi. Echter, zodra ik met mijn vingers in de buurt van het mechaniek van mijn Puch Skyrider kwam ging het vaak mis. Niet bij het vervangen van het voortandwiel voor een groter, of als ik het lage stuur eraf schroefde, om plaats te maken voor een ander, met een meterslange stang. Bij meer ingrijpende werkzaamheden werd ik wél regelmatig verrast door mechanisch falen. Bijvoorbeeld nadat ik met een vijl de spoelpoorten van de brommer te lijf was gegaan. Dat leidde al snel tot smeltende zuigers en zuigerveren die in de poorten bleven haken. Een paar jaar later probeerde ik om mijn Matchless G3L meer dan 16 PK te laten produceren. Ook daar ontdekte ik al snel, dat het verouderde mechaniek zich daartoe niet leende.

Mijn Matchless en ik, september 1976. Naast mij allemaal jongemannen en -vrouwen die beter konden sleutelen dan ik.
Mijn Matchless en ik, september 1976, derde van rechts en naast mij staat Inge. Om mij heen allemaal jongemannen en -vrouwen die beter kunnen sleutelen dan ik. Tweede van links is Hein Pols, in Noordoost-Friesland intussen evenmin onbekend.

Weten hoe iets werkt en die kennis omzetten in handvaardigheid: dat zijn twee heel verschillende zaken. Mijn twee linkerhanden en gebrek aan monteurslogica overtuigden me al snel van deze waarheid. Desondanks bleef techniek een van mijn passies. Voor oude motoren, oude auto’s, oude schepen. Hoe grofstoffelijker de techniek, des te beter kon ik er mee omgaan. Die van de tjalken en klippers onzer voorvaderen lag misschien nog het dichtste bij me. Twee decennia als zeeman gaven me volop de kans me daarin te bekwamen.

Maar het is alweer een jaar of tien geleden dat ik ben teruggekeerd naar de tweewielers. Sindsdien probeer ik mijn kennis over dat onderwerp regelmatig bij te spijkeren. Het liefste laat ik me daarbij leiden door mensen die echt deskundig zijn op hun terrein. Als het me daarbij al niet om de handvaardigheid zelf gaat, dan toch wel om het kijkje in de keuken van de vakman. Zo volg ik regelmatig de sleutelmiddagen in het Kamerikse klubhuis van de Yamaha XS650 Klub. Deze middagen hebben altijd een bepaald thema: frame verbouwen, cilinderkoprevisie, versnellingsbak repareren. Een tikje intimiderend, al die kennis waarvan ik bij voorbaat weet dat ik die zelf niet toe ga passen. Maar ik leer er, dat de ware kunst van motoronderhoud ligt in het erkennen van je beperkingen en in de wetenschap wanneer je iets moet delegeren. Dat laatste lijkt voldoende op het echte leven om als wijze les te mogen gelden.

Naar aanleiding van een opmerking door Egbert Bömers: de titel van dit bericht is zeer losjes ontleend aan die van het beroemde boek van Robert Pirsig: Zen and the Art of Motorcycle Maintenance. Lees het!

Lees ook: Ingewikkelde volbloeden