Het Maatje gedoopt en tewatergelaten

De eerste Harnser bomschuit is van piepschuim

HARLINGEN – Ook Piet Paulusma kwam af op de feestelijke doop en tewaterlating van de allereerste Harlinger (‘Harnser’) bomschuit. Samen met een kudde gewillige leerlingen van de Maritieme Academie zette hij het rituele ‘Oan’t moarn’ op video. Voor een publiek dat verder bestond uit docenten, vrijwilligers van de Willem Barentszwerf en Harlinger mediamensen verrichtte vervolgens wethouder Maria le Roy de doophandeling.

Tekst en foto’s Gijs en Inge van Hesteren

Harnser Bomschuit 069a 1250t

Maria le Roy: “Ik doop u en wens u en uw bemanning een behouden vaart.” Links Paul Meijeraan, rechts twee van de bouwers. De derde, Homme Jan Dijkstra, is wegens omstandigheden niet aanwezig.

Paul Meijeraan, voorzitter van de Willem Barentszwerf, overhandigde de fles met champagne aan Maria le Roy. Spannend tromgeroffel door de mensen van slagwerkgroep ‘Cadence’. Zij waren pro deo komen opdraven. “We zijn een afscheiding van ‘Zeeslag’. We hadden andere ideeën en zijn voor onszelf begonnen. Dit was ons eerste openbare optreden.”

Doopplechtigheid

“Ik mag de champagnefles niet tegen de huid van de bomschuit gooien”, verontschuldigde Maria le Roy zich. “Het schip is gemaakt van piepschuim.”

Scheepsbouwers Mark Wiggers (links) en Mike de Wijn.

Scheepsbouwers Mark Wiggers (links) en Mike de Wijn.

Na het ploppen van de kurk was het bruisen van de champagne snel voorbij. Desondanks wist Maria le Roy de bomschuit rijkelijk met het dure vocht te besprenkelen. “Ik doop u en wens u en uw bemanning een behouden vaart.”

De bemanning bestond uit twee van de drie bouwers. Mike de Wijn en Mark Wiggers trokken een vies gezicht bij de alcoholische druppels die zij over zich uitgestort hadden gekregen, maar ze waren erg trots op hun zelfgebouwde schip. Piepschuim was inderdaad het belangrijkste bouwmateriaal geweest.

“In vroeger tijden was de bomschuit een innovatief, snel te bouwen en zeewaardig vissersschip”, legde Mike de Wijn uit. “Maar voor een maatschappelijke stage van twee weken is een schip op ware grootte teveel werk. Daarom hebben we het gebouwd in een schaal 1 op 2. En niet van hout, maar van kunststof. Dat heeft meneer Meijeraan van de Willem Barentszwerf allemaal bedacht.”

Bij gebrek aan een Noordzeestrand doet de trailerhelling in de Harlinger Vluchthaven dienst. Met vereende krachten gaat de Harnser bom te water.

Bij gebrek aan een Noordzeestrand doet de trailerhelling in de Harlinger Vluchthaven dienst. Met vereende krachten gaat de Harnser bom te water.

Meijeraan: “De bomschuit is veel gebruikt langs de Noordzeestranden van Katwijk, Noordwijk en Scheveningen, bij gebrek aan havens. Ze waren half zo breed als lang. Zo waren ze bij geringe diepgang toch stabiel.  Ze werden meestal op het oog gebouwd. Dit is de eerste voor Harlingen – de HB1 dus. Dit project was eenmalig. Een uit hout opgetrokken bomschuit op ware grootte staat niet in de planning. We bouwen toch al het mooiste schip ooit op onze werf?”

“We hebben het schip min of meer uit ons hoofd gebouwd”, vervolgde Mike. We kregen begeleiding van de Barentszwerf en er was een oud boek uit de jaren dertig, ‘De bomschuit’. Daar hebben we het een en ander in opgezocht. Hij is één keer zo klein, maar ik denk dat het wel goed komt.”

Freek Wietsma (links): “Ik heb geholpen met de zwaarden en het roer. Ik ben pas scheepsbouwmeester geworden na mijn pensioen. Mijn vader, die was ansjovis- en haringvisser. Toen die vis hier nog voorkwam werkte hij langs de Waddendijk met fuiken. Gevaren heb ik bij de marine, vandaar mijn interesse.” Rechts Wybe Kuypers, “Ik ben begonnen op de ambachtsschool en reed mijn hele leven op de vrachtwagen. De laatste vijf jaar heb ik hier ontzettend veel opgestoken over de scheepsbouw van vroeger.”

Freek Wietsma (links): “Ik heb geholpen met de zwaarden en het roer. Ik ben pas scheepsbouwmeester geworden na mijn pensioen. Mijn vader, die was ansjovis- en haringvisser. Toen die vis hier nog voorkwam werkte hij langs de Waddendijk met fuiken. Gevaren heb ik bij de marine, vandaar mijn interesse.”
Rechts Wybe Kuypers, “Ik ben begonnen op de ambachtsschool en reed mijn hele leven op de vrachtwagen. De laatste vijf jaar heb ik hier ontzettend veel opgestoken over de scheepsbouw van vroeger.”

Slim verbinden van doelen en mogelijkheden, zo kwam het idee voor de Harnser bom tot stand. Sjors ter Weele, aan de Maritieme Academie coördinator burgerschap en maatschappelijke stages: “De Participatiewet stelt dat wij in dit land minder moeten wachten op inzet van de overheid. We moeten elkaar steeds meer helpen. De maatschappelijke stages zijn bedacht om dat ‘burgerschap’ te ontwikkelen. Paul Meijeraan, had aan ons gevraagd of enkele leerlingen van onze school als vrijwilliger wilden komen werken. We vonden het een geweldig project en werkten er graag aan mee.”

Freek Wietsma en Wybe Kuypers, twee scheepsbouwmeesters van de Barentszwerf, waren bereid de scholieren te begeleiden. Wietsma: “We vonden het heel gezellig met die knaapjes. Ze pakten het leuk op. De bouwschuimblokken hebben ze aan elkaar geplakt met speciale lijm.” Kuypers: “Het was nog even spannend afgelopen maandag, want het regende voortdurend. Dan kunnen we niet plakken. Dinsdag konden we de boel toch afmaken gelukkig.”

Coördinator Sjors ter Weele: “De leerlingen ontdekken dat er meer is dan varen en school. Door maatschappelijke stages komen ze in aanraking met zaken die ze niet kennen en dat maakt de afstand die zij voelen tot andere mensen, andere culturen ineens veel kleiner. Dat is burgerschapsontwikkeling.”

Coördinator Sjors ter Weele: “De leerlingen ontdekken dat er meer is dan varen en school. Door maatschappelijke stages komen ze in aanraking met zaken die ze niet kennen en dat maakt de afstand die zij voelen tot andere mensen, andere culturen ineens veel kleiner. Dat is burgerschapsontwikkeling.”

Ter Weele: “Het is onterecht, maar er wordt nogal eens neergekeken op VMBO-leerlingen. Terwijl dit juist de slimmeriken zijn, die op creatieve manier met hun handen kunnen maken wat ze in hun hoofd hebben.”

Oorspronkelijk had een bomschuit een lengte van ongeveer 29 voet (8,84 meter) bij een breedte van 16 voet (4,88 meter). De holte was zo’n vijf voet (1,52 meter) en het draagvermogen bedroeg 14 tot 18 last (1 last = 1.000 kilogram). Er konden 12 mannen in. In het huidige halve formaat kan de schuit nog altijd gemakkelijk zes scholieren dragen.

 

 

John Hoekstra is bij de Maritieme Academie groepsbegeleider van de jongens van de afdeling Beting. V.l.n.r. de tweedejaarsstudenten Storm van der Horst (Terschelling), Jelle Kloosterboer (Nijverdal), Quentin Beuger (Den Helder), Luca Brand (Sneek) en Adrie Kiel (Zoutkamp). Ze waren niet actief betrokken bij de bouw van de schuit en halen voortdurend geintjes uit. Toch zijn ze niet te beroerd om de doop van de HB1 met hun aanwezigheid te vereren.

John Hoekstra is bij de Maritieme Academie groepsbegeleider van de jongens van de afdeling Beting. V.l.n.r. de tweedejaarsstudenten Storm van der Horst (Terschelling), Jelle Kloosterboer (Nijverdal), Quentin Beuger (Den Helder), Luca Brand (Sneek) en Adrie Kiel (Zoutkamp). Ze waren niet actief betrokken bij de bouw van de schuit en halen voortdurend geintjes uit. Toch zijn ze niet te beroerd om de doop van de HB1 met hun aanwezigheid te vereren.

 

 

Leave a Reply