Tag Archives: zeilvaart

Friese zeelui vaak van buitenlandse afkomst

HARLINGEN – Wat bezielde de zeeman in de zeventiende en achttiende eeuw? Waarom ging hij naar zee? Wie was hij, waar kwam hij vandaan? De gehoorzaal van Museum het Hannemahuis zit afgeladen vol als de hoogleraar aan zijn lezing begint. Vóór zijn emeritaat doceerde de erudiete Jaap R. Bruijn (79) maritieme geschiedenis aan de Universiteit van Leiden. Hij spreekt bedachtzaam en gaat met zijn verhaal enigszins van de hak op de tak. Onder de circa tachtig belangstellenden bevinden zich vooral senioren en mensen met een nautische achtergrond.

Professor Jaap Bruijn in het Hannemahuis. ‘De slavernij is en blijft een verschrikkelijke zaak.’

Lezing ‘Zeegang’: Jaap Bruijn over de zeescheepvaart van 17e en 18e eeuw

‘Ik ben al lang met emeritaat hoor’, legt de eerbiedwaardige wetenschapper uit tijdens de pauze. ‘Zo heel vaak geef ik geen lezingen meer. Deze lezing in Harlingen zie ik als een uitje. Veel kennis over dit onderwerp heb ik verworven door me te verdiepen in dagboeken en biografieën van zeelieden en in archieven. Soms moet je goed zoeken, maar er valt heel veel informatie uit te halen.’  Continue reading Friese zeelui vaak van buitenlandse afkomst

De troubadours van de bruine vloot

Dets Laif brengt tweede cd uit

HARLINGEN – Dat Henk Roodbergen – letterlijk – in Friesland verzeild raakte is terug te voeren op een ervaring in de vroege jaren negentig. Het was een weektocht aan boord van de zeiltjalk Courage die hem in aanraking bracht met de bruine vloot. Het was het begin van een liefde die voortduurt tot op de dag van vandaag: voor de oude schepen, voor de schippers en hun maatjes, voor het Wad en uiteindelijk voor Era Copier, die intussen haar leven met hem deelt en de helft is van het folkduo Dets Laif.

Als Era (links) niet zingt en speelt, draagt zij gedichten voor. Over het wad natuurlijk. ‘Stap-glup; stap-glup.’  Foto: Gijs van Hesteren

Door Gijs van Hesteren
Dit artikel verscheen eind mei 2017 in gedrukte vorm in de Harlinger Courant

Van begin tot eind bezingen Henk Roodbergen en Era Copier het varen met de schepen van de historische zeilvloot. De Waddenzee is daarbij heel belangrijk, evenals de havenkroegjes van Harlingen, Vlieland en Terschelling. Niet voor niets heet de nieuwe cd ‘Overal is Wad’. Era zegt daarover: ‘Een woordspeling op ‘wat’ en ‘wad’ die al heel veel gebruikt is. We konden de verleiding gewoonweg niet weerstaan.’

Henk en Era hebben te stellen met nog veel meer verleidingen, getuige hun liedteksten. ‘Baggerzooi’ geniet hun sterke voorkeur, ‘Liefde op Terschelling’ is één van hun liedjes en bij het liedje ‘Tessel’ blijft het van begin tot eind onduidelijk of het nu gaat om het eiland of tóch om een vrouwspersoon.  Continue reading De troubadours van de bruine vloot

Noordwestpassage: zeilend bovenlangs Canada

HARLINGEN – Begin jaren negentig was Heine van der Molen de jongste schipper van de Harlinger zeilchartervloot. Hij voer als kapitein op zeilschepen in de Oostzee en was schipper-eigenaar van onder meer de klipper Risico en de schoener Store Baelt. In de krappe Nederlandse kustwateren heeft hij het wel gezien. Hij kocht een opgelegde tweemastschoener en heeft daar grote plannen mee. Dankzij de klimaatverandering is het ineens mogelijk via de Poolzee naar de Stille Oceaan te zeilen. Maar eerst de grootste kosten terugverdienen.

Tekst en foto’s Gijs en Inge van Hesteren Continue reading Noordwestpassage: zeilend bovenlangs Canada

Een ‘slashie’ in Harlingen

HARLINGEN – Wie weet roept men het eind 2016 uit tot woord van het jaar: ‘slashie’. In de zomer van 2015 stak de term in het Angelsaksische taalgebied de kop op in The Huffington Post. Een slashie is iemand met twee of meer bezigheden, naar de schuine streep die de beroepen/liefhebberijen van elkaar scheidt. In deze tijd van ZZP’ers kom je ze steeds vaker tegen, ook aan de randen van de Waddenzee. Een bezoek aan Dolf Siere, schipper/ondernemer/maritiem illustrator/ijzerwerker.

Dolf Siere a.b. van 'De Hoop op Welvaart' 062bs 1024t
Dolf Siere, ‘slash’ schipper aan het roer.

Tekst en foto’s Gijs en Inge van Hesteren Continue reading Een ‘slashie’ in Harlingen

Gokken op Spitsbergen leidt tot investeringen

FRANEKER – De zeilende chartervaart met passagiers had het de afgelopen acht jaren moeilijk. De effecten van de kredietcrisis lijken nu langzaam uit te werken, al maken teruggelopen omzetten en aanscherpende regelgeving het voor velen moeilijk om de bakens te verzetten. Toch krabbelt de branche uit het dal. Er wordt zelfs geïnvesteerd. “In de zeezeilvaart zit perspectief,” zegt Jan Bruinsma van de Tallship Company. Onlangs liet hij de topzeilschoener ‘Antigua’ met tien meter verlengen voor de vaart op Spitsbergen.

Jan Bruinsma Antigua (6a) 1024t
Jan Bruinsma: “Zelf vaar ik niet veel meer. Ik heb mijn handen vol aan de rederij, samen met twee dames op kantoor.”

Tekst en foto’s Gijs en Inge van Hesteren
Continue reading Gokken op Spitsbergen leidt tot investeringen

Brandarisrace 2009

De Brandarisrace, aan het eind van het zeilseizoen van de zeilende passagiersvaart met historische schepen. Van Harlingen naar Terschelling, al jaren georganiseerd door Herman Brandsma en henk Letsch. Zelf vaak aan meegedaan, als schipper van de Courage, de Zwarte haan, de Zuid-Holland of de Klipper Anna.

Nog steeds mooi om naar te kijken, Ook dit jaar weer een indrukwekkende start vanuit het Kimstergat naar de Pollendam.

Foto: Inge van Hesteren

Update 26 oktober:

Een reactie die binnenkwam op Plaxo Pulse. Het wordt steeds ingewikkelder met al die sociale netwerken op het internet. Als ik een ordelijk persoon zou zijn geweest dan zou ik me helemaal gekgemaakt voelen door de chaos van plekken waar ik mijn berichten en reacties dien te beheren en modereren.

“Gijs, ze staan me nog goed bij deze zeilraces, net als vele andere, zoals de Muider Hardzeildagen, de stront- en de aardappelraces en ga zo maar door.
Ik was altijd weer vereerd als jij en Inge mij uitnodigde om een onderdeel van jouw bemanning te mogen zijn.
Nog maar weer eens dank daarvoor en zo ook voor het weer op mijn netvlies zetten middels dit artikel.”

Wel een leuke reactie natuurlijk. Daar doe je het allemaal voor.

In het harnas

Jan Duinmeijer

Een week geleden. Op de Stellplatz voor Reisemobile in Trier liep ik via het internet het Nederlandse nieuws na. In “Google Nieuws” kan je een aantal zoektermen voor nieuwsberichten aangeven. U kent dat misschien wel: “buitenland”, “binnenland”, of “sport”. Zo heb ik het woord “motorrijder” als zoekcategorie ingegeven.

“Goh Inge”, zeg ik tegen mijn partner, “Hier lees ik dat er een motorrijder in de Pyreneeën is verongelukt. In een afgrond terecht gekomen. Wat zou er precies gebeurd zijn?”

Inge bromt wat over die hobby van mij en anderen die tot niet veel goeds kan leiden. “Jij doet ook dat soort dingen: rondkarren door die bergen. Een ongeluk is zó gebeurd!”

Dat is waar, maar zoals iedereen denk ik bij mezelf dat het mij niet gebeuren zal. En áls het me toch zou overkomen, dat het dan in elk geval sterven in het harnas zou zijn.

Nu ik het toch heb over harnassen. Terug naar de orde van die dag: het bezichtigen van de immense stadspoort, die de Romeinen daar in het jaar 2 hebben neergezet. De Porta Negra staat nog steeds midden in Trier en de Romeinen zijn allang verdwenen. OVer vergankelijkheid gesproken.

Een dag of zes, zeven later zijn we weer in Nederland. Inge heeft een oude kennis gesproken in de stad. We kennen haar uit de tijd dat we zeilden met historische schepen.

“Wist je dat al?”, had Rens aan Inge gevraagd. “Jan Duinmeijer is verongelukt in de Pyreneeën”. Het dubbeltje heeft niet veel tijd nodig om te vallen. Dat was dus de motorrijder waarover we lazen in Trier. Ja, inderdaad, Jan was met de motor op reis.

Verdorie, het gaat erop lijken dat in memoriams van oude zeilcollega’s een vast onderdeel aan het worden zijn van mijn weblog. Eerder al schreef ik hier al over Rob de Bruijs, Willem Grift en Willem Sligting. Allemaal generatiegenoten van mij. Dat zal wel geen toeval zijn.

Jan was al een tijdje gestopt met varen, net als wij. Hij had er na enkele decennia echt heel erg genoeg van, volgens mij. Toch kende ik hem vroeger als een enthousiaste schipper. Een echte passagierszeiler: extravert, betrokken, hartelijk soms zelfs, maar ook lawaaiig, koppig, af en toe dominant. Dat merkte ik als we samen, over meerdere zeilschepen verdeeld, een groep klassen van één Duitse school over het Wad vervoerden: Jan wilde graag uitmaken wat we gingen doen. “Eerst naar Texel, dan naar Terschelling, dan naar Vieland, vervolgens Makkum en weer terug. Okee?” Dan keek hij zijn collega-schippers verwachtingsvol aan, in de wetenschap dat zij het wel best zouden vinden.

Ik zei het al: eigengereid, bazig, eigenwijs, vol (wellicht ongefundeerd) zelfvertrouwen, maar ook opvallend, beeldbepalend, ondernemend, zo was hij. Typisch voor zijn mensensoort, de zeilcharterschipper. Soms vraag ik me af, als voormalig exemplaar van dat ras, of ik ook behept ben met dergelijke karaktertrekken, en of dat wel voor me pleit.

Misschien wél, misschien niet, maar het zorgt er voor, dat het voelt als een verlies, elke keer dat er bericht komt over de dood van één van hen.

Ja Jan, zeilen, motorrijden, het is avontuur en écht leven. Mooi maar gevaarlijk.

___________________________

Het bericht dat ik op 25 juli las via Google Nieuws:

Nederlandse motorrijder rijdt Spaans ravijn in

Een Nederlandse motorrijder is zaterdag in het Spaanse Ribera d’Urgellet in Catalonië verongelukt toen hij met zijn motor een ravijn inreed. De 56-jarige man raakte van de weg en viel enkele meters diep naar beneden. De hulpdiensten waren snel ter plaatse.

Over hoe het ongeluk heeft kunnen gebeuren is nog niets bekend.

Zeepost bericht op 30 juli:

Zaterdag 25 juli is bij een motorongeluk in de Pyreneeën Jan Duinmeijer omgekomen. Jan heeft jarenlang gecharterd met schepen als de Hermina Jaconba, Emmalis, de Noordfries en de Koh I Noor. Hij woonde in Harlingen en deed de laatste jaren veel timmerwerk aan boord van verschillende charterschepen.
Over de begrafenis is nog niets bekend omdat nog niet duidelijk is wanneer het lichaam naar Nederland komt.

Naschrift

Stadsblad ‘Liwwadders’, maandag 10 augustus 19:38

Kort maar krachtig: Jan is op vrijdag 7-8-2009 begraven in Harlingen. Na een hem waardige afscheid ceremonie is zijn lichaam aan de aarde terug gegeven en zijn, soms wat rusteloze, ziel heeft de vrijheid die het altijd zocht. Met dank, ook namens de familie, aan de in grote getale opgekomen bekenden van mijn broer.
Ron Duinmeijer

Reacties

max spoelder 09-08-2009 22:36
Jammer, Jan weg…
Ik keek nog zo tegen hem op toen ik hem voor het eerst zag op de Hermina Jacoba mei 1979.
met baard, goedlachs, altijd gastvrij en hulpvaardig.
zo’n 20 jaar een leuke collega!
Max Spoelder
ex zeilcharterschipper Observanda en Antje Adelheid

Gijs 10-08-2009 07:13
Precies, Max, ik keek ook tegen hem op, toen ik voor het eerst kwam zeilen vanuit Harlingen, nu alweer 22 jaar geleden. Een topcollega, dat was hij!

Oscar 18-08-2009 15:38
Goh, heftig,
ik kende Jan pas sinds Februari 2009, toen ik een moto guzzi van hem kocht. Ik kreeg er meteen een fanatieke motor enthousiast bij en zijn ook daarna ook nog een rondje gaan rijden op zijn ‘nieuwe’ BMW.
Ik hoorde afgelopen weekend pas dat ie die BMW niet heeft overleeft.
Een bijzonder mens, rusteloos en dus energiek?
Ik wens zijn gezin en familie veel sterkte met dit verlies!

Gijs van Hesteren 18-08-2009 15:50
Oscar,
Weet je dat ik Jan al meer dan twintig jaar kende en dat ik pas wist dat hij een mede-motorenthousiast was ná het bericht van zijn ongeluk? De motorhobby is prachtig, maar soms riskant. Maar dat is zeilen ook. Ik snap het wel.
Een bijzonder mens was hij zeker. Erg uitgesproken was hij, maar tegelijk in staat tot grote hulpvaardigheid en betrokkenheid, dat herinner ik me nog wel uit netelige zeilsituaties.
Rusteloos en energiek waren wij zeilschippers allemaal, anders trek je zo’n beroep niet, denk ik.
Het is zeker erg spijtig dat het zo afliep. Zijn familie kan wel wat sterkte gebruiken.

Bruinvisch-avontuur op Ameland

Vroeger kwam ik vaak op de Waddeneilanden, Ameland bijvoorbeeld. Ik was schipper op een tjalk en later een klipper. We voeren met de Duitse scholieren een ontspannen rondje: opkruisen naar Terschelling, de volgende dag over het Terschellinger wantij naar Nes, Ameland. Daarna naar Schiermonnikoog of Lauwersoog. Op donderdag waren de klasgenootjes moegefeest en op het Wadzeilen uitgekeken. Donderdagavond dus naar het café of de disco in Dokkum of Leeuwarden en vrijdag veilig weer in Harlingen, waar de schoolbus stond te wachten.

Cees bedient handles en manettes, terwijl de cilinderkop kersenrood wordt gestookt.

Woensdag was ik weer op Ameland, heel saai, met behulp van de veerdiensten van Wagenborg. Vergaderen met eilanders, over draadloos internet. Dat vind ik ook leuk, maar zo avontuurlijk als vroeger met de zeilschepen is het toch niet. Aan het eind van de middag wandelde ik naar de veerboothaven. In de jachthaven er vlak voor zag ik een bekend mastje met witte top: dat van de tjalk “Bruinvisch”. Ik besloot even een kopje thee of koffie te gaan drinken bij Cees, de illustere schipper van deze meest museale van alle historische bedrijfsvaartuigen die er nog bestaan.

Het is altijd avontuurlijk aan boord bij Cees Dekker. Er gebeurt altijd wel iets onverwachts. Het begon nog heel ontspannen, met kamillethee en het begroeten van Cees, die me altijd als een verloren zoon onthaalt. Ook enkele andere oude bekenden zaten aan dek, zoals Betty, Bart of Carina. Zij maakten het voor mij direct een waardevol bezoek. Allen mee met de Bruinvisch op een teken- en schilderreis over het Wad.

“Cees, het roer staat op de grond en het is nog lang geen laagwater!”, zei Carina, die altijd goed oplet. “Kijk, het schip zakt, het roer niet. Het wordt nu langzaam uit zijn vingerlingen omhoog gedrukt en straks valt het eruit!”

Bruinvisch in de jachthaven van Ameland. Laag water. Zal het roer eraf vallen?

Cees vond het wel meevallen, maar ik zag hem denken. Even later kondigde hij aan dat hij de motor toch maar ging starten. Misschien even een kuiltje onder het achterschip malen met de schroef?

Nu is dat starten geen kattepis. De Kromhoutmotor stamt uit de jaren twintig, moet voorgegloeid worden met een petroleumbrander, op tijd gezet met een tornijzer, aan het draaien gebracht met luchtdruk. Cees is er echter heel goed in en ik zie het hem graag doen.

Stampend, schuddend, rokend en beukend startte de eencilinder. De vlam van de brander wilde niet uit; die speelde dreigend rond allerhande leidingen en buizen in de machinekamer. Cees wist wat hij deed, draaide aan geheimzinnige wieltjes en blies de vlam uit. De schroef woelde intussen het slib onder het schip op. Het roer zakte weer een beetje terug. Maar niet genoeg. Op de kade stond een meute publiek commentaar te geven.

“Misschien moet je de spring wat vieren, dan gaat het schip wat vooruit en krijgt het achterschip dieper water!”, suggereerde Carina. Dat klonk logisch, vond ik, dus ik knikte ijverig mee. Cees vond het goed. Inderdaad, het werkte. Ik mocht meehelpen met het doorhalen van de voorlijn. Met mijn kantoorhandjes haalde ik direct een oud wondje open. Grote droppels bloed over het dek. WC-papier. Pleister niet nodig.

Het schip was weer veilig. Cees en alle bemanningsleden waren opgelucht en gelukkig. De passagiers lieten het allemaal wonderbaarlijk gelaten over zich heen komen, door de wol geverfd als ze waren. Van Cees waren ze wel wat gewend.

De veerboot stond op vertrekken. Nee, ik kon niet blijven eten, hoe gezellig dat ook leek. Het was de laatste boot en de Bruinvisch zou me niet kunnen overzetten. De tjalk lag droog tot het volgende hoogwater.

Altijd weer avontuurlijk, die bruine vloot. Waarom was ik daar ook alweer mee gestopt?

Harlinger zeilers

De Harlinger bruine vloot opent elk jaar het zeilseizoen met de Vlootdag. De term ‘bruine vloot’ staat voor de professionele passagiersvaart met historische zeilschepen. In Harlingen is dit de grootste toeristische bedrijfstak. De circa zestig tjalken, klippers en schoeners die Harlingen als thuishaven hebben zorgen tijdens bijvoorbeeld een willekeurig meiweekend voor meer dan duizend bezette bedden.

Tjalken en klippers. Foto: Inge van Hesteren

Desondanks krijgt de vloot niet altijd het respect dat haar toekomt. Debet daaraan is wellicht de bescheidenheid van de schippers en scheepseigenaren; zij concentreren zich vooral op hun schip en hun ambacht. Bovendien worden zij door hun vrijbuiterachtige beroep nog steeds geassocieerd met de geitenwollen escapisten, die enkele decennia geleden de aanzet gaven tot deze herleving van het zeilende industriële erfgoed.

Vaklui zijn ze allemaal, deze zeilende zoutwaterschippers. Gastvrijheid en reisleiderschap zijn misschien wel hun belangrijkste handelsmerken. Waar anders delen de uitbaters van een toeristische accommodatie met hun klanten lief en leed, koffie en spaghetti, avontuur en de elementen, dag en nacht?

Vlootdag Noorderhaven

Als gewezen collega’s liepen mijn vrouw en ik graag over de Noorderhaven, afgelopen zaterdag. Daar lagen de schepen klaar, fris in de verf. Natuurlijk ontmoetten we vele kennissen van vroeger. Sommigen ontbraken, helaas. Het laatste jaar namen enkelen noodgedwongen afscheid van het leven, door ziekte of ongeluk. Vorig jaar de onovertroffen pikbroek Rob de Bruijs, onlangs nog de gewaardeerde en ondernemende schoenerkapitein Willem Sligting.

Willem Sligting

Hoe gaat het nu met de branche, er was toch een economische crisis aan de gang? Als je de schippers beluistert, dan gaat het met een deel van hen prima. Ze varen al jaren met dezelfde groepen passagiers en die komen ieder jaar terug. Er is ruimte om te investeren in verbetering en aanpassing aan de ieder jaar zwaardere veiligheidseisen.

Anderen echter kunnen die noodzaak tot investeren maar net of eigenlijk niet dragen. Ze zetten door, misschien wel tegen beter weten in. Het is de passie voor hun beroep, die hen drijft. Nogmaals, wat is het een prachtig beroep! De levende historie, de Waddenzee doorkruisend op windenergie – het is toeristische natuurbeleving op haar best: de verre horizon, de wind in de haren, het zout in de snor en het eelt op de handpalmen.

Nóg weer anderen staat het water werkelijk tot aan de lippen. Zeegaande zeilschepen moeten voor de wal blijven omdat de Oostzeestaten eenzijdig hun afspraken met Nederland hebben veranderd. Het is voor een historisch schip nu eenmaal moeilijk om aan alle 21ste eeuwse reglementen te voldoen, zeker als dat op stel en sprong nodig blijkt.

Sommige schippers, die aan de onderkant van de markt werken zijn bijvoorbeeld financieel niet in staat om hun schip tijdig te voorzien van volledige brandwerende betimmering. Jammer, want bij hen is het oorspronkelijke karakter van het schip en het bevaren ervan vaak het best bewaard gebleven.

Schuivende panelen

De laatste tijd rommelt het nogal in het wereldje. Verscheidene boekingsagentschappen – ‘kantoren’ worden ze genoemd – fuseerden en fuseerden nogmaals, totdat zij één heel grote organisatie werden, die voor honderden schepen bemiddelde. Dat ging uiteraard niet goed: de kopstukken maakten ruzie met elkaar. Bovendien: grootschalige zakelijkheid correleert nu eenmaal niet goed met de eigenzinnigheid die zeelui eigen kan zijn. Door al dat gedonder en door het nepotisme dat je uiteraard kan verwachten kelderden bij deze en gene de jaaromzetten tot soms slechts een derde van het jaar daarvoor.

Mede daardoor scheiden groepen schippers zich af van dat grote geheel, ze beginnen nieuwe agentschappen of coöperaties. Of dat de oplossing zal brengen is de vraag. In Harlingen intussen gaat men, zoals vanouds, zijn eigen gang. Illustere figuren als Adrie Bakker en Manuel Lommatzsch zwaaien voor of achter de schermen de scepter, meestal tot tevredenheid van de schippers waarvoor zij de ‘verhuur’ verzorgen. Dat er toch sprake blijft van een gezond machtsevenwicht tussen bemiddelaars en bemiddelden (agenten en schippers) komt mede door het feit dat de schippers degenen zijn die de beschikbare ligplaatsen beheren.

Foto: Inge van Hesteren

Speerpunt

De Provincie Fryslân verklaarde de Waddenregio tot één van haar toeristische speerpunten. Ook watersport hoort daarbij en duurzaam moet het ook allemaal zijn. Redenen genoeg om zuinig te zijn op dit varende museum, zeker in deze economisch spannende tijd, waarin we moeten hopen, dat we ons kunnen onderscheiden als regio.

Harlingen is de grootste thuishaven voor grote, historische zeilende passagiersschepen van Europa. De haven van West-Terschelling ongetwijfeld de drukst bezochte. Fryslân als provincie telt honderden van dergelijke schepen, die niet alleen vanuit Harlingen vertrekken, maar ook uit vanuit Makkum, Stavoren en Lemmer.

Naschrift: Aan de ketting

Een goed voorbeeld van de toenemende problematiek omtrent regelgeving blijkt uit een bericht in de Leeuwarder Courant van 8 april, dat ik hieronder citeer:

Friese driemaster in Hamburg aan de ketting

HAMBURG – De driemaster Mare Frisium van Tallship Company uit Easterlittens ligt sinds maandag aan de ketting in de haven van Hamburg. Volgens mede-eigenaar Jan Bruinsma van de rederij is onduidelijkheid over internationale veiligheidsregels de reden voor het vastleggen van het zeilschip. Wanneer dit weer verder kan varen, is nog onduidelijk.
Nederlandse en Duitse scheepvaartautoriteiten hebben een verschillende interpretatie van de veiligheidsregels, meent Bruinsma. Zo zou de Hamburger haven moeilijk doen over de verscherpte antiterrorismewetgeving. ,,Mar at sy dêr oan fêsthâlde, dan hoecht der nea wer in sylskip dizze kant út”, aldus de reder. Bruinsma: ,,Want at jo oan dizze regels foldwaan wolle, dan moatte jo bygelyks trije dagen foarôf al by in haven melde dat jo der oan komme. Mar dat kinne wy net. Wy witte dochs net hoe’t de wyn oer trije dagen stiet?”
Andere pijnpunten bij het voldoen aan die anti-terreurregels zijn de hogere havengeldkosten en het feit dat binnenkomende schepen dan eerst scherp gecontroleerd worden. ,,Dat bart dan ergens efterôf by in industryterrein. Dat kinne wy ús gasten net oanbiede.”
De 49 meter lange Mare Frisium biedt voor meerdaagse tochten plek aan zo’n 35 passagiers. Momenteel heeft de driemastschoener geen recreanten aan boord.