Voor onze verhalenwerkgroep ‘Le Raconteur’ schreven we over het thema ‘koffie’. Ik had net het boek ‘Au revoir’ gelezen, de verzamelde columns die wijlen Martin Bril schreef over het door hem zo geliefde Frankrijk. Ik heb geprobeerd een verhaal te schrijven in de geest van Martin. Aan de basis ervan lag mijn reisblog Een enorm bord eten – Marokko (6).
Gisteravond in het rivierdorpje Tienhoven de jaarvergadering van onze classic-motorraceclub de SAM. Tamelijk ongelooflijk wat we mochten beleven. Eerst was er wekenlang totaal geen communicatie. Zat het stichtingsbestuur in zijn holletje te mokken over aangedaan onrecht? We wisten het niet. Achtergrond: een clubje deelnemers had een plan geopperd om een geannuleerd evenement eventueel toch mogelijk te maken. De voorzitter voelde zich waarschijnlijk gepasseerd en kondigde zijn vertrek aan, met onmiddellijke ingang.
Ik reed een paar lusjes door het land. Zo’n beetje alles wel gezien.
Een laatste opmerking over mijn verblijf in Essaouira. In een eerdere aflevering van mijn Marokko-reis schreef ik over het helpen van mensen met een klein geldbedrag, en dat ik het als Nederlander ingewikkeld vond hoe daarmee om te gaan. Ook deze dag beleef ik iets vergelijkbaars.
Lekker warm in het zuiden, zei men nadat ik had aangekondigd dat ik naar Marokko zou gaan. Dat zal wel kloppen, maar in het gebergte en op de hoogvlakte valt het tegen. Gistermiddag kwam ik aan in Taroudant (hoogte 230 meter) en pas daar kwam de temperatuur overtuigend boven de 25 graden. Had ik meteen veel teveel kledinglaagjes aan. Bij het vertrek ’s ochtens uit Tinghir (1400 m) was het maar 9 graden, vandaar.
De Hoge Atlas. Majestueus, anders kan ik het niet noemen. Een ruig hooggebergte in geel en rood en bruin en oudroze. Het is er gortdroog. Het grootste deel van de route van Marrakech naar Ouarzazate is vernieuwd. We gaan over een bergpas: Tizi-n-Tichka, met 2260 meter de hoogste van Afrika. Een brede weg met mooi vlak asfalt die vloeiend om de rotsen voert. Wel staat er heel veel harde wind. Af en toe moet je opletten dat je niet het ravijn in waait.
De Enfield knort tevreden onder mij. Onderweg roep ik in mijn helm een paar keer: “Afrika!” In de oostelijke uitlopers van de Atlas wordt de vallei breder. Woestijn eigenlijk. Aan de overkant ligt een dorp. Ook rood en roze en geel. Vanmorgen begon de tocht met 17 graden Celsius. Al snel wordt het warmer, maar bovenop de Atlas is het maar een graad of 13, 14. Midden op de dag wint de najaarszon aan kracht. Mijn vest kan uit. Bijna 27 graden.
Dit schrijf ik uitbuikend op mijn balkon, op de vijfde verdieping van Marrakech House. De eerste dag als zelfstandig deelnemer aan het Marokkaanse verkeer. Dat doe ik met de BMW 800 GS van Oxbikers.
Halverwege naar Marrakech lijkt het landschap op La Mancha in Spanje, maar dan droger. Het is 11 november en 33 graden Celsius. De BMW rijdt heerlijk.
Met Royal Air Maroc naar Casablanca. Veel te vroeg op Schiphol, maar het kwam zo uit. Rustige vlucht. Er was best veel beenruimte in het vliegtuig (ik ben 1,93 m), alleen niet zoveel in de breedte. Beetje saaie mensen naast mij, geen boe of bah. Onderweg lees ik dan maar ‘Finisterre’, een reisboek over de Camino naar Santiago de Compostela. Hoe een voettocht je kan veranderen. Ik filosofeer over mijn eigen reis. Nu kan het nog, een motortocht. Ik ben 71. Hoe lang kan ik dit nog, met een steeds bejaarder lichaam? En wat doen twee weken solo-motorrijden met mij?
Dit kaartje met voorstellen voor motorroutes kreeg ik van mijn vriend Anouar.
Ik vind het altijd bijzonder, om buiten het seizoen op vakantie te gaan. Normaal gesproken dein je mee in de toeristische meute, maar nu deel je het land met de locals. Zo kijk je heel anders naar het land en het land naar jou. Je bent een soort indringer, observeerder van de plaatselijke zeden en gewoonten, vooral als je je niet laat meelokken naar de bekende toeristenvallen.
Het besluit had ik genomen: een motorreis door Marokko. Turkije had ook op mijn verlanglijst gestaan, maar afgezien van de nostalgische redenen (zie deel 1) leek Marokko me in dit jaargetij ook warmer. Een beetje zoeken op het internet leidde me naar Royal Air Maroc en naar een vlucht op Casablanca. Waarom Casablanca? Nou ja, vanwege de film uit 1942 natuurlijk, al is daar in het geheel niets te zien van het echte Casablanca. Het is gewoon de beste film uit de jaren veertig die ik ken, met de onvergetelijke tragische liefde van Ingrid Bergman en Humphrey Bogart.
“Je gaat toch wel een reisdagboek bijhouden voor de thuisblijvers?” vroeg Marian, één van de thuisblijvers. Ze had het over de motorvakantie naar Marokko. Een gek plan dat ik als verwarde oude man had bedacht. Ja, ‘verward’, want wij gepensioneerden hebben toch altijd vakantie?
Dit verhaal schreef ik eind vorig jaar voor ‘653’, het verenigingsblad van de Yamaha Twin Klub, en voor het verenigingsblad van de Klassieke Japanse Motoren Vereniging KJMV.Nu exclusief online op mijn eigen website.
Heuvelklim, mountain climb, Bergrennen, zoiets stond al een tijd op de afvinklijst van Motorsport Harlingen (Tajan van der Wiel en ik). Het lijkt ons interessant: eens een keer geen rondjes op een circuit, maar enkele reis naar boven, zo snel mogelijk langs kronkelige haarspeldbochten naar de top. Hoe zal dat eraan toegaan? Toevallig vinden we zo’n evenement via Facebook: de Auerberg Klassik, begin september.
Het is een jaar of twintig geleden dat ik met lotgenoten bijeenzat in de kantine van het Circuit van Zandvoort. De instructeur van de TOMS-wegracecursus zei tegen ons: ”Je hebt motorracers die zijn gevallen en je hebt motorracers die zullen gaan vallen.” We lachten er smakelijk om. Het voorval gaat door mijn hoofd, terwijl ik op mijn buik over het Meerkerkse asfalt glijd. Ik denk nog meer dingen. Zoals: nu gaat ie breken. Dat slaat op mijn linkeronderbeen, dat in een rare positie onder mij meeschuift. En ik denk ook: daar gaat de tank, mijn tank. Want betekent deze crash het einde van de oh zo zeldzame aluminium benzinetank van mijn XS650 Yamaha met Rickman Metisse-chassis?
Rennerskwartier Meerkerk. Ik tank de Rickman af. Tajan rolt nog een peukje. Hier weten we nog niet wat er te gebeuren staat. (Foto: Teus Korevaer)
Een wegracemotor kan je op heel veel verschillende manieren bouwen. Al jaren nemen Jan van Zuuk en ik deel aan de klassieke racedemo’s van de SAM, de Stichting Aanvullende Motorsport. Allebei met een Yamaha XS650. Die van mij is voorzien van een standaardframe. Jan reed met een Rickman Metisse-special. Onlangs nam ik deze van Jan over. Het werd een prachtkans om de verschillende benaderingen van het concept ‘XS, wegrace, motor’ naast elkaar te zetten.
Dit verhaal is eerder gepubliceerd in 653 (Yamaha Twin Klub’), KJMV-Nieuws en Het Motorrijwiel.
Alles in orde, na de eerste training met de Rickman-XS. Even de fotograaf groeten. (Foto: Rudi Knol)
Jan en ik vochten al menig robbertje demoracen uit. Vanuit de bocht gingen we vaak gelijk op, maar met de topsnelheid was mijn XS de afgelopen jaren de sterkste. Dat mocht ook wel. Mijn racegoeroe en -coach Tajan van der Wiel en ik bouwden ‘de gele’ XS in de afgelopen twaalf racejaren helemaal naar mij toe. Het blok is voorzien van een 277-gradenkrukas, 750-cilinders met gesmede zuigers met hoge compressie, racenokkenas, een VAPE powerdynamo-ontsteking, heavy-duty koppeling, 36 mm Dell’Orto carburateurs en nog zo het een en ander. Lees verder Een Yamaha met Rickman-chassis→