‘Dus lieve vrouw, wees maar niet ongerust’

Princess Dock in Hull op een ingekleurde ansichtkaart uit het begin van de vorige eeuw. (Collectie N.P. Pellenbarg)
Princess Dock in Hull op een ingekleurde ansichtkaart uit het begin van de vorige eeuw. (Collectie N.P. Pellenbarg)

Zeemansberichten uit WO I

Hoe hield een verliefde zeeman 100 jaar geleden contact met zijn geliefde? Via prentbriefkaarten. Zo ook zeeman Jan de Jong uit Harlingen, die er tussen 1912 en 1916 talloze schreef aan zijn verloofde. Meer dan een eeuw later vond kleinzoon Adri de Boer de correspondentie terug in een schoenendoos. Hij deelde de inhoud met de gepensioneerde waterstaatingenieur Nico Pellenbarg.

De Jong voer destijds als stoker op de Professor Buys. Dit schip was in de lijndienst van Harlingen naar Hull achtereenvolgens in de vaart voor de Hollandse Scheepvaart Mij. en de NV Stoomvaart Mij. Friesland. In een lezing in Museum Het Hannemahuis besprak Pellenbarg de lijndienst en het zeemansleven van De Jong.
Centraal stonden de ansichten van Jan de Jong vanuit de Engelse stad Hull, foto’s van de haven van Harlingen en de omstandigheden in Harlingen en de zeevaart vlak voor en tijdens de Eerste Wereldoorlog.

‘Na Jan is niemand van de familie meer naar zee gegaan’

Het was dik aan, tussen Jan en zijn geliefde. Hoewel de Professor Buys vrijwel wekelijks afmeerde in Harlingen, stuurde hij trouw zijn prentbriefkaarten, zelfs als de postboot amper een dag eerder arriveerde in Harlingen dan Jan zelf – soms zelfs op dezelfde dag. Op 12 november 1911 schrijft hij: ‘Door deze deel ik u mede dat wij hier Dinsdag middag vertrekken. Dus dan bennen wij Woensdag weer in Harlingen. Dat is dan een vlugge reis hè. Zijt nu gegroet van uw liefhebbende Jan, dag!’

En op 12 mei 1912: ‘Door deze deel ik mede dat wij een goede reis hebben gehad, en wij houden nu vandaag maar Zondag. Zoo ik gehoord heb kunnen wij Donderdagavond om een uur of acht in de haven wezen. Nu ik hoop het maar, dan kunnen wij ook nog even loopen, niet. Nu schat hartelijk gegroet van uw liefhebbende Jan.’

Harlingen Dokje. De Stoomschependienst Harlingen-Engeland.
Harlingen Dokje. De Stoomschependienst Harlingen-Engeland. (Collectie N.P. Pellenbarg)

Ruzie met stuurman

Jan heeft het hart op de tong. Daarvan getuigt zijn bericht van 25 september 1913. ‘Door deze deel ik u even mede, dat ik wat ruzie met de stuurman heb gehad. Nu kan het wel wezen dat ik er Maandag af gaan. Maar als ik excuus vraag kan het nog wel goed komen. Maar dat doen ik niet. Maar ík zal het Zondag wel komen te weten.’

Het moet goed zijn afgelopen, want de ansichten bleven komen. Ergens in het najaar van 1913 trouwde Jan zijn geliefde, want Jan ondertekende voortaan met ‘hartelijk gegroet van uw liefhebbende man’.

De oorlog brak uit, de zeevaart werd er niet gemakkelijker op en in zijn teksten probeerde Jan zijn echtgenote gerust te stellen. Of dat lukte is maar de vraag. ‘Door deze deel ik u mede dat wij goed en wel zijn aangekomen. Het is hier erg stil, dat je zou niet zeggen: dat ze hier oorlog hebben. Dus lieve vrouw wees maar niet ongerust. Wij hebben op zee ook niets gezien, dus wees maar niet ongerust. Nu tot Maandag dan.’

Albert dock, Hull.
Albert dock, Hull.  (Collectie N.P. Pellenbarg)

Zeemijnen

Weliswaar was Nederland neutraal tijdens de Eerste Wereldoorlog, maar de strijdende partijen legden de Noordzee vol zeemijnen. Vanaf de Professor Buys nam men op 5 april 2015 een onderzeeboot waar. Jan de Jong: ‘Maar hij heeft ons niet aangehouden. Nu dat is ook maar beter.’
En op 9 november: ‘Wij hebben Dinsdagmorgen twee mijnen gezien en ook al twee booten. Nu zijn wij er maar weer goed en wel doorheen gekomen.’

Mijnenvelden in WO I.
Mijnenvelden in WO I.  (Collectie N.P. Pellenbarg)

Het aantal scheepsbewegingen in de Harlinger haven liep sterk terug. In 2015 verslechterde de situatie. Drie Duitse vliegtuigen bombardeerden het stoomschip Groningen en de onderzeeboot: U28 torpedeerde het stoomschip Leeuwarden, beide schepen varend voor de General Steam Navigation Company Ltd. De Schieland van de SSM liep op een mijn.

De Minister Tak van Poortvliet, Princes Dock, Hull net als de Professor Buys actief voor de Hollandse Scheepvaart Mij. in de lijndienst op Hull, werd op 20 mijl ten westen van IJmuiden getorpedeerd door de onderzeeboot UB10. De lijndienst op Hull en andere Engelse bestemmingen werden gestaakt. Zij werden pas hervat na afloop van de oorlog, in september 1919.

Fantastische vondst

‘Het is een fantastische vondst, deze doos met prentkaarten’, vertelde Nico Pellenbarg. ‘Ze zijn van goede kwaliteit en de meeste zijn met de hand ingekleurd, zoals toen gebruikelijk was. De verhalen op de achterkant geven een mooi beeld van de praktijk van een zeeman.’

Dok Harlingen. (Collectie N.P. Pellenbarg)
Dok Harlingen. (Collectie N.P. Pellenbarg)

In de zaal zaten kleinzoon Adri en achterkleinzoon Gerto de Boer. Adri: ‘Jan kreeg vier dochters en na hem is er niemand meer naar zee gegaan in onze familie. Varen voor mijn plezier wél, ja. Ik heb een kruisertje, dat ligt in Wolvega, bij de jachtwerf van Gerto.’
Ook Nico Pellenbarg heeft nooit gevaren als zeeman. ‘Als kleine jongens in Harlingen wilden we allemaal naar zee. Maar ik wilde op de brug en dat kwam er niet van. In die tijd kwamen brildragers daarvoor niet in aanmerking. Daarom ben ik maar weg- en waterbouwkunde gaan studeren in Delft. De geohydrologie werd mijn specialiteit – zeg maar waterbeheer. Mijn leven lang heb ik gewerkt bij Rijkswaterstaat; in Delft, Den Haag en later in het Noorden.’

Dit artikel werd eerder gepubliceerd in Schuttevaer van juni 2019.

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *