Het Harlinger filiaal van Boekhandel Van der Velde organiseerde weer eens een poëziemiddag. Eerst natuurlijk enkele professionele dichters – prachtig. Daarnaast mag iedereen die het wil of durft iets voordragen. Een paar jaar terug, tijdens 1000 Dichters van ILFU, deed ik er al eens aan mee. Ook deze keer voelde ik me geroepen. Veel tijd had ik er echter niet voor. Dit gedicht rolde een paar uur van te voren uit mijn toetsenbord.
Het kale hout verdraagt een lange barst.
De verroeste as van het scheerhout knarst.
De kapitein dwaalt in zijn geheugen,
Er is weinig dat hem kan verheugen.
De zee kent degenen die haar beminnen,
Het zijn de dwalers die aan hun reis beginnen.
Kranig draait het scheerhout naar de oost,
De horizon, de grijze verte, is dat hun troost?
Steeds weer wendt de boeg zich overstag,
Herkennen de zoekers wel wat wind met zeil vermag?
Het blijft een zwerven, het einddoel is nog ver,
Aan de hemel wijst een enkele ster.
Gedurig leiden lange golven de gedachten,
Verlangen naar dat waar zij op wachten.
Noot: een scheerhout is een plankje bovenin de mast van een zeilschip. Het is verbonden met een stukje textiel, een soort vlaggetje: de vleugel. Samen geven ze de windrichting aan. Niet onbelangrijk als je aan het zeilen bent.







