Nederlandse taal in de bieb

Al vier dinsdagochtenden achtereen klom ik naar de zolder van de Harlinger bibliotheek. Daar hielp ik als vrijwilliger bij de taalochtend. Als aow’er heb ik ineens meer tijd voor écht nuttig werk. Begin februari las ik op Harlingen Boeit over het Digi-taalhuis.

‘Op zolder’ in de bibliotheek wordt er verdeeld in groepjes hard gewerkt. (Foto: Emma van Rijsoort)
‘Op zolder’ in de bibliotheek wordt er verdeeld in groepjes hard gewerkt. (Foto: Emma van Rijsoort)

In Nederland hebben meer dan twee miljoen volwassenen moeite met lezen, schrijven of digitale vaardigheden. Bijna een op de zes mensen. Het Friesland College en alle Friese bibliotheken werken samen in het zogenaamde Digi-Taalhuis. De bieb in Harlingen doet het bovengemiddeld goed en werd vorig jaar zelfs gecertificeerd.
Nou, wat wil je nog meer? Er was plaats voor nieuwe vrijwilligers. Het leek me wel wat. Mijn oudste zoon Gijs en grote vaarvriend Bert helpen er al met computers. Gijs junior raadde me aan om te bellen met taalcoördinator Emma van Rijsoort.
Deze vrolijke docente wees me direct de weg. Ze stelde me voor aan Siem en Else. “Zij zijn ook vrijwilligers op de dinsdagochtenden. Gemiddeld komen er zes tot acht deelnemers opdagen”, vertelde ze mij. “Het Digi-taalhuis is opgezet voor álle inwoners van de gemeente, maar de laatste tijd zijn het vooral mensen uit het buitenland die meedoen. Tja, waar ligt dat aan? Dat zouden we misschien moeten onderzoeken.”

Sneltreinvaart

Niks mis met mensen uit het buitenland. Sowieso heel goed dat zij hun beheersing van de Nederlandse taal willen verbeteren. Zelden maakte ik zo’n gemotiveerd groepje dames mee als dat van de Syrische Alaa en Heba, de Thaise Mani en de Eritrese Senait. Zóveel motivatie zelfs dat ik me afvroeg of ze wel een docent nodig hadden. In sneltreinvaart rausden ze door het leerboekje heen.
Alaa was lerares toen ze nog in Syrië woonde. Zij is duidelijk trots op haar slimme kinderen. “Ik heb drie dochters”, vertelde zij mij. “De oudste heeft net haar VWO-diploma gehaald aan RSG Simon Vestdijk. Ze gaat verder studeren aan de universiteit. De jongere twee zitten ook op het VWO. Thuis spreken ze vooral Nederlands met elkaar. Ik wil weten waar ze het over hebben!”

Concentratie en gezelligheid gaan heel goed samen. (Foto: Emma van Rijsoort)
Concentratie en gezelligheid gaan heel goed samen. (Foto: Emma van Rijsoort)

Gespreksvaardigheid behoort tot de taallessen. We spraken over de verschillen tussen Nederland en het land van herkomst. Neem het in hun ogen heel grappige taalgebruik dat wij hier hebben: terrasje, biertje, stadje, etentje, bezoekje. Verkleinwoordjes, terwijl de Nederlanders zelf vaak zo groot als reuzen zijn. En dan onze leefgewoonten. Hoe laat eten we warm in Nederland? Wat doen Nederlanders als je rond etenstijd aanbelt? Ze wisten het precies. “Dan sturen ze je vriendelijk maar beslist weg en ze vragen of je later terugkomt. Met Nederlanders maken we altijd een afspraak als we op bezoek willen komen.”
“Hoe is dat dan in Eritrea, als je onverwacht en onuitgenodigd langskomt?” vroeg ik aan Senait. “Nou, dan moet je mee-eten natuurlijk, we stoppen je vol met lekkere hapjes en daarna moet je nog heel lang blijven zitten. Misschien blijven slapen. We zorgen dat we altijd genoeg eten in huis hebben.”

Berlijn

Bij alle drie zag ik instemmend geknik. Zo doen ze het ook in Thailand of in Syrië. In Europa is het leven zeker niet slechter, maar wél anders. In één van de leesstukjes in het lesboek leren we twee Nederlanders kennen, die tijdelijk in Berlijn wonen. Hun Duitse buren hebben de mensen uit de straat uitgenodigd voor een kennismaking, “Rond acht uur!”
“Nou, dan gaan we eerst wat eten, maar niet teveel. Zo houden we plaats over voor de koffie en een koekje”, zeggen Jouke en Anita tegen elkaar.
Ze eten thuis allebei een bordje macaroni. Om acht uur staan ze voor de deur bij hun buren.
“Kom binnen, kom binnen, schuif aan! Leuk dat jullie er zijn. Net op tijd. De tafel is gedekt, het eten klaar.”
O jee, alweer warm eten. Jouke en Anita ploffen bijna. Zo heeft elk land zijn eigen eetgewoonten. In Syrië eet men ‘s middags warm, rond een uur of drie. In Eritrea eet men twee keer warm, om twee uur en om negen uur in de avond.
Mijn vier dames begrepen het dus best dat Duitsers om acht uur ‘s avonds nog moeten beginnen aan het avondeten. Dat de Nederlanders van tevoren alvast hadden gegeten vonden ze juist heel bijzonder. Zo zie je maar: op deze aarde is niets te gek en alles kan.
Na twee proefochtenden wist ik het al: ik blijf helpen als vrijwilliger. Ik ben benieuwd welke deelnemers er nog meer komen. “We zien hier ook Nederlandse mensen hoor”, legde Emma mij uit. “Wim bijvoorbeeld. Hij wil met meer zelfvertrouwen brieven lezen en versturen. Vandaag was hij er niet, want hij is geopereerd aan zijn meniscus. Volgende keer komt ie weer. ”
Dat is mooi. Dan heb ik wat te doen.

Elke dinsdag- en woensdagochtend in de Bibliotheek, Voorstraat 54, 8861 BM Harlingen: Digi-Taalhuis, van tien tot twaalf uur. Meer informatie: 088 – 16 56 123.

Waardeer dit artikel met een Tikkie. Het bedrag mag u zelf bepalen.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *