Tag Archives: ducati

Motorfeest in de Betuwe

Ital-dag: invaljury beoordeelt bijzondere motoren

De passie van Dré Dorssers.
“Vanwege sneeuw niet via de Splügenpas.”

BEUSICHEM, augustus 2017 – “Ieder jaar komen ze hier weer met de Italiaanse motoren”, zei Jan Hol aan het begin van de dag. Hij is terreinbeheerder van De Meent. “Dit is voor mij nu de vierde keer. Ik heb er geen verstand van, maar ik kijk er graag naar.”
Dat deden ook de overige vijfduizend bezoekers en deelnemers aan de 2017-editie van de Ital-dag. “Brommers kieken, niet meer en niet minder. Gewoon een leuke dag”, had wijlen Jan van Dijk erover gezegd. Jan was jarenlang de promotor van het feestje, dat zich na een aantal edities in Soesterberg en Tiel nu al zevenmaal afspeelt in Beusichem.

Met huid en haar was hij een Ducatiman, Jan van Dijk, en te zijner nagedachtenis reikte zijn echtgenote Stella aan het eind van de dag de Jan van Dijkbokaal uit aan de mooiste Ducati. De prijs ging naar de Paul Smart replica van Johan Koeleman – met als belangrijk argument de authentieke handtekening van Paul Smart op het racekontje.  Continue reading Motorfeest in de Betuwe

Dat monster moet ik kwijt

De zomer in met een Ducati?

De Monster en ik bij de Guiness recordpoging van de Belgische Monsterclub.

Wie neemt hem van me over? Vanwege mijn activiteiten in de racedemo’s van SAM Motorsport kom ik de laatste jaren aan motorrijden op de openbare weg steeds minder toe. Daarom staat ie nu te koop, mijn Ducati Monster 1000 Sie uit 2004. Voor die paar honderd kilometer per jaar loont het nauwelijks nog de moeite om hem uit de schorsing bij RDW te halen. Een stijlicoon en super om mee te rijden, dit koppelmonster.

Gegevens

Kleur: grijs frame, rode lak met witte baan.
Kenteken MJ-XF-49
Bouwjaar 2004 (februari)
kilometerstand 34.000
1000 DS blok met dubbele ontsteking

Nu te koop voor € 4.500

Extra’s:

– afdekkapje duozit
– Stuurkuipje
– Hoge Remus carbon sportdempers, originele ook aanwezig.
– onderhoudsboekje

Avonturen

Over mijn avonturen met deze Ducati:

www.gijsvanhesteren.nl/?IncludeBlogs=1&s=monster

Gevaarlijk? Hoort erbij!

Wegracen met motoren op stratencircuits is prachtig natuurlijk, maar niet zonder gevaar. Als je met 180 per uur langs hekken, heggen, muren en vangrails davert, kan je je niet teveel foutjes permitteren. Zo ook op het overigens prachtige en uitdagende circuit van de Grand Prix des Frontières de Chimay in Zuid-België.

Tijdens de racedag op 17 juli komen Ducatirijder Jean-Louis Lesceux en Moto-Guzzirijder Pascal Gehin met elkaar in de knoop tijdens het aanremmen voor de tweede chicane. Met nogal hoge snelheid geraken zij in het gras, waarna de machines en de rijders metershoog caramboleren. Van de coureurs staat er één meteen weer op zijn benen; de andere heeft enige aandacht nodig van de circuitdokter. De machines komen er evenmin zonder schade vanaf.

Ja, het is niet ongevaarlijk. Motorsport is één van die sporten waarbij je jezelf ernstig kan bezeren of waaraan je zelfs dood kunt gaan. Desondanks is het wegracen misschien nauwelijks onveiliger dan het ‘normale’ verkeer, zeker dat van het Latijns ingestelde Wallonië. Op een afgesloten circuit rijdt tenminste iedereen dezelfde kant uit en allen hebben op zijn minst vaker geoefend. Dat kan je van de jungle die ‘verkeer’ heet niet zeggen.

Continue reading Gevaarlijk? Hoort erbij!

Ingewikkelde volbloeden

Knutselen aan Ducati’s

Het recente initiatief van de evenementencommissie van de Nederlandse Ducaticlub viel bij mij in goede aarde. Zo’n Italiaanse volbloed is nog een slagje ingewikkelder dan een brommer uit de jaren zestig, een Matchless uit de jaren vijftig of een Yamaha uit de jaren zeventig. Tips en trucs van een specialist komen altijd van pas. De laatste grote beurt van mijn Ducati Monster 1000 was nogal in de papieren gelopen. Het leek me handig om te weten te komen of ik nog iets zelf kon ondernemen en welke klusjes ik ook in het vervolg beter kon blijven uitbesteden.

Alie van der Wal, evenementenbrein van de Ducaticlub
Alie van der Wal, evenementenbrein van de Ducaticlub

Alie van der Wal van de Ducaticlub is de aanjaagster van deze nieuwe serie Technomiddagen. “Dit gebeurt veel te weinig,” vertelde ze me. “Vroeger werden dergelijke middagen wel vaker georganiseerd, maar vind maar eens vrijwilligers die er echt tijd in willen steken!”

Zeker Alie zelf kan je niet verwijten dat ze er geen moeite voor doet. Zij bedacht dit nieuwe concept, in samenwerking met John Bakker van ABJ Moto in Coevorden. In die grensplaats troffen de deelnemers elkaar dan ook, op een zaterdag laat in januari.

Continue reading Ingewikkelde volbloeden

Gassen in Drachten

Street Legal Dragracing


Drachten. Op zoveel dingen tegelijk moet ik letten en dat lukt niet. Waar ben ik nu weer aan begonnen? Wat doe ik hier tussen al die grimmig kijkende Antillianen met Hayabusa Suzuki’s? Een burnout doen? Is dat echt nodig? Ik heb net een nieuwe achterband. En wat staat die kerel met die koptelefoon daar naar me te zwaaien? Oh, ik ben te vroeg naar de startlijn opgereden. Wat gaat dat ingewikkeld, met de startlichten op die ‘kerstboom’. Wat zeg je? Het vizier van mijn helm moet dicht vóór je gaat rijden? Da’s waar ook. Huh, die vent aan de andere kant is al weg, terwijl hij nog geen groen had. Nou dan ga ik ook maar. Oh, was hij inderdaad te vroeg en ik nu ook? Ai. Wat slipt dat achterwiel door, zeg. Stik, draait ie al 8000 toeren? Dedju, wat een zijwind hier. Aha, al 400 meter afgelegd. Nou, remmen dan maar, of is het de bedoeling dat je hem laat uitrollen?

Groen licht!

Dat is nog maar een deel van de gedachten die binnen dertig seconden door mijn hoofd vliegen, tijdens mijn eerste run bij de Dutch Hot Rod Association. Ik zit op mijn 2004 Ducati Monster 1000. Ik heb net het gas teruggenomen, nadat ik de 400-metervlag passeerde. Langzaam draai ik linksaf het gras in en ik rijd terug naar de start, langs een stoffig zandweggetje, evenwijdig aan de landingsstrip van Vliegveld Drachten. Tussen geparkeerde bestelauto’s, aanhangers, VW Golfjes en Honda Civics baan ik me een weg naar de fuik voor de motorrijders. Vooral autootjes zijn er bij dozijnen, maar volgens mijn tweewielercollega’s verschijnen er ook elke keer enkele tientallen motoren. Een groot deel van de motorbrigade bestaat uit – overigens goedlachse en vriendelijke – Antillianen met hele dikke Suzuki’s. Alle US-goodies hebben ze gemonteerd: langere achtervorken, lachgasinjectoren, special paint. Zolang het maar ‘street legal’ is. Elk bouwsel dat je ziet is klaar voor de openbare weg.

Low-budget

Er zijn niet alleen Nederlanders van Caribische afkomst. De meeste ‘witte’ dragracers rijden met wat bescheidener materiaal, maar zonder uitzondering brengen ze dikke viercilinders van Japanse makelij aan de start. Grote nadruk ligt op het merk Suzuki, op één rijder na, die heeft een Yamaha FJR1000 meegenomen. Arnold Philipsen uit Nieuw-Weerdinge vertelt: “Ik vind het leuk om van alles uit te proberen. Wat mij betreft moeten de fietsen low budget zijn. Dat is de helft van de lol in deze sport. Soms zie ik ergens een fiets staan waarvan ik denk: die kan ik sneller maken. Die koop ik dan. Alle sleutelwerk doe ik zelf. Ja, het is handig als je handig bent. Ik doe al jaren mee met de DHRA. Eerst met een Suzuki. Een Honda CBR1000 heb ik ook geprobeerd en nu heb ik alweer een tijdje deze FJR. Al is hij er wel voor toegelaten, ik kom er nooit mee op de openbare weg.”

Enfin, alleen Japanse viercilinders dus. Dat zou beter kunnen, leek mij. Zou mijn Italiaanse, luchtgekoelde 1000 cc tweeklepper het kunnen bolwerken tegen al dat geweld? Geen flauw idee eigenlijk. Veel PK’s heeft zo’n Ducati verhoudingsgewijs niet, trekkracht echter des te meer. Mijn beeld van die vierhonderd meter: op tijd gas geven en dan rustig een paar keer  opschakelen bij pakweg 7500 toeren. Vóór het moment komt dat de PK’s écht nodig zijn zou ik allang voorbij de eindstreep zijn.

Italië versus Japan

Gijs aan het gas

Hoe ben ik nu tussen deze sprintfanaten terecht gekomen? Het is in Nederland toch niet zo’n bekende sport? Zeker niet onder Ducatisten, op die ‘ene’ na dan. Juist deze Achterhoeker was de aanleiding, want begin juli gingen mijn vrouw Inge en ik even kijken bij de Explosion-races in Drachten. We waren benieuwd hoe mede-Ducaticlublid Herman Jolink ervoor stond.

De kwalificaties waren goed verlopen, hoorden we. Herman stond aan de kop van het klassement. Helaas! Vlak vóór de eerste run van die zondag werd Herman uit de wedstrijd gehaald. Zijn motor was te laag. De organisatie nam een steekproef, maar kon de meetbalk niet over de volle lengte onder zijn Ducati Testastrettaspecial doorhalen. Jammer en einde verhaal, ondanks protesten van Jolink.

Enfin, Herman vertrok huiswaarts, maar anderen bleven, zoals Gijs de Ruiter en Maikel Gloudemans. Met hen kwamen we in gesprek. De Ruiter deed mee aan de eliminatierondes met een nogal bejaarde Suzuki GS1000 uit de vroege jaren tachtig. Kennelijk nog steeds een competitief vervoermiddel. De Ruiter: “Zeker, hij is niet zo nieuw meer. Maar motorsport moet ook mogelijk zijn met een klein budget. En dat betekent helemaal niet dat je voor spek en bonen meedoet. Het komt niet alleen aan op de motor, maar vooral op de rijder. Een snelle reactie op de startlichten, daarmee win je een eliminatieronde. En natuurlijk, er zijn mannen met beter materiaal, maar altijd zijn er ook jongens wiens motor ongeveer even snel is als de jouwe.”

Dat had ik ook bedacht. Zo’n GS1000 levert een PK of negentig. Dat heeft mijn Monster 1000 ook in huis. Dat vertelde ik aan mijn naamgenoot. Gijs de Ruiter:  “Wij vinden het allemaal jammer dat er zo weinig medemotorrijders deelnemen aan het dragracen. Hoe kan dat toch? Het is leuk, niet duur om te doen en het bestaat al tientallen jaren. Waarom doe jij niet een keer mee? Het kost maar een tientje bij de DHRA. Over twee weken is er weer een racedag!”

Leercurve

Het leven duurt maar kort. Je hebt maar even de tijd om alles uit te proberen, dus waarom niet? Het moet net zoiets zijn als de start bij een Ducaticlubrace. Met als voordeel dat er niet vijfendertig, maar slechts één deelnemer met je meestart en dat er geen krappe Haarbocht op je ligt te wachten. Via de nogal moeilijke website van DHRA (www.dhra.nl) wist ik een startnummer aan te vragen en een aanmelding voor de volgende dragrace in te dienen. Nog geen  veertien dagen later sta ik aan de start, als enige deelnemer met een niet-Japanse motor – en met minder dan vier cilinders.

Er is zeker een leercurve in deze sport, zo ontdek ik al snel. Weliswaar is het minder druk aan de startlijn dan bij een wegrace, maar je moet evengoed op heel veel dingen letten, zie het begin van dit verhaal. Toch zit er vooruitgang in. De eerste run gaat helemaal fout natuurlijk: te vroeg gestart, teveel wielspin, een matige tijd van 14:284 seconde. Dat haalt een beetje opgevoerd VW Golfje ook. De volgende run lukt al beter. Weliswaar heb ik meer dan driekwart seconde gewacht na het groene licht, maar toch is mijn run een seconde sneller (13:4”) en heb ik geen last meer van wielspin. Dat komt omdat ik de bandenspanning op advies van Gijs en anderen heb verlaagd van 2,5 tot 1,5 bar. Het leek mij weinig, totdat ik vernam dat de meeste motorrijders zelfs met minder dan één bar hun runs doen.

Huh, 1,2 bar?

De laatste run van die dag rij ik 12:58 seconde. Hiermee kom ik dicht in de buurt van de 12:2” van mijn naamgenoot. Leuke sport, dragracing! De Ducati laad ik daarna weer op de aanhanger. Alles is heel gebleven, vanzelfsprekend. We gaan de volgende dag als circuitmarshal meerijden met de racedemo’s van de SAM op de politietrainingsbaan te Lelystad. Dat is een ander, maar even mooi verhaal, zie http://www.vkblog.nl/bericht/327168/Lelystad%3A_ook_mooi_als_het_regent

Tweede poging

Twee weken later ben ik er weer. Het is laat in de vrijdagmiddag, ik wil kijken of ik er iets is blijven hangen van die eerste dragracedag. Zowaar worden Inge en ik herkend door deze en gene. We krijgen leuke reacties. Eén van de officials vindt het wel mooi, een tweede Ducati. Of we Herman Jolink soms kennen? Wij: “Jazeker kennen we Herman! We zijn fan natuurlijk, hij is het snelst accelererende lid van onze club!”
“Praat je wel eens met hem?” vraagt de official. “Als je dat verstaat, dan zijn jullie zeker ook Achterhoekers!” We vatten dat maar op als een compliment voor Jolink en voor ons; we zien onszelf eigenlijk meer als Brabantse importfriezen, maar okee.

Tijdbriefje

Vier runs maak ik deze vrijdagavond. Het lukt allemaal een stuk beter dan de vorige keer. Nog maar één keer vergeet ik mijn vizier op tijd dicht te doen, maar gelukkig doet de startofficial dat voor me. De tijden zijn consistent, allemaal rond de twaalfeneenhalve seconde. Veel meer weet ik er niet uit te persen. Misschien ben ik te zwaar? Honderdtwintig kilo is niet niks. Belangrijker: te veel nog zit ik te slapen. Na elke run krijg je een uitdraai van de computer, met daarin je eindsnelheid (ook consistent, rond de 170, 175 km/u) en je reactiesnelheid. Bij mij zit er tussen het aangaan van het groene licht en het passeren van de startlijn een halve seconde of meer. Daar moet ik aan gaan werken, want de meeste jongens doen het in 0,2 seconde. Het zal de leeftijd wel zijn.

Veel GTI’tjes in Drachten

Hoe is het mogelijk, dat je van vier keer 12 seconden motorrijden zó moe kunt worden? Het is al half negen en ik ben volkomen uitgeput. De vijfde run laat ik over aan de jeugd. Misschien is het vermoeiend omdat er zoveel wachttijd zit tussen de runs. De boys & girls van de Golfjes, Civics en andere GTI’tjes moeten ook allemaal even rijden. Toch is het wachten niet saai. Kijken hoe de anderen het doen is ook leuk, of praten met de conculega’s. Inge komt in gesprek met de jongste deelnemer, Giovanni Postma uit Leeuwarden. Hij is twaalf jaar. Hij rijdt met een Honda 80cc tweetakt, die zijn vader Raymond – ook deelnemer – voor hem heeft geprepareerd. “Nee, het gaat nog niet zo hard!” zegt hij, “Maar volgens mijn vader moet ik eerst maar eens leren dat ik goed wegkom bij de start.” Dat is een advies dat ook op mij van toepassing is…


You meet the nicest people at Drachten Street Legal!

poster dhraDe ‘Street Legal Nights’ vinden plaats op het vliegveld van Drachten. Deze Friese landingsstrip is de enige plaats in Nederland, waar het tot nog toe is toegestaan om legale drag- en sprintwedstrijden te organiseren. In Nederland zijn er twee, heel verschillende organisaties, die zich hiervoor inspannen.

De meest bekende van de twee heet ‘Explosion’. Deze club organiseert nationale en internationale dragraces voor auto’s en motoren. Dat zijn meestal geen gewone vervoermiddelen. Geschikt voor de openbare weg zijn ze meestal niet. Ze hebben een speciaal getunede motor, ze gebruiken bijzondere brandstoffen, compressors, ultralichte carosserieën en de coureurs beschikken over een racelicentie. Het deelnemen kost ook meer dan bij de DHRA. Het inschrijfgeld bedraagt tweehonderd euro. Daar krijg je dan wel een heel raceweekend voor, niet alleen een vrijdagnamiddag en –avond. Bovendien mag je veel meer aan je motor of auto aanpassen. Informatie vind je op de website: www.explosiondragracing.com/.

Een binnen de Ducaticlub beroemde deelnemer kennen wij natuurlijk Het is Herman Jolink, die met zijn special al decennialang de eer van Nederland en van Ducati hoog houdt, op dragstrips in alle uithoeken van Europa.

Over dat soort dragracen gaat het verhaal nu niet. We spreken hier over de tweede club, de DHRA, een kloon van de Amerikaanse NHRA. Hoe is dat allemaal ontstaan?
Ooit, een jaar of veertig, vijftig geleden, waren er tienduizenden soldaten uit de Verenigde Staten gelegerd in Europa. Met zoveel jonge jongens onder elkaar kwam het weleens tot rottigheden, dat kan je je indenken. Illegale straatraces met opgevoerde auto’s en motoren leidden regelmatig tot ongelukken. Daarom bedacht men het dragracen met ‘street legal’ cars and bikes. Wat had je nodig? Een asfaltstrip strip van vierhonderd meter, een kerstboom met lichten, deelnemers, een EHBO-ploeg. Alleen vervoermiddelen die voor het openbare verkeer waren toegelaten mochten meedoen.

Zo werkt het ook anno 2010 nog steeds. In Nederland neemt de DHRA (www.dhra.nl) de zaken waar, in samenwerking met het vliegveld en de Gemeente Drachten. Die vindt het belangrijk, dat lokale hardrijders hun adrenaline spenderen op een afgesloten terrein – liever dan op de rijksweg of op verlaten industrieterreinen. Dit jaar organiseert men een uit vier avonden bestaande competitie. Uit het hele land komen de eigenaren van Golfjes, BMW’jes, Civics, Subaru’s en Suzuki GSX-R’s bijeen in Drachten. Vanaf een uur of drie tot laat in de avond kunnen zij zich met elkaar meten in de sprints over vierhonderd meter, tegen afdracht van slechts één tientje. Eind augustus is de finale gepland: “King Street”.

Dit verhaal verscheen in drukvorm in “Strada”, het magazine van de Ducaticlub Nederland.

Foto’s © Studio Festina Lente

Meer foto’s op Picasa.

Lelystad: ook mooi als het regent

Historische racedemo 17 juli ondanks neerslag toch topdag

Lelystad. “Nee toch? Het is niet waar!” Dat was de eerste reactie van de deelnemers. Zij hadden zich gemeld op de instructiebaan van de politie, aan de Eendenlaan te Lelystad. Voor de tweede keer organiseerde SAM Motorsport daar de 18e juli een regelmatigheidsdemo voor historische racemotoren. Een alleszins geslaagd evenement in 2009 en daarom voor herhaling vatbaar.

Allen herinnerden zich de demo van vorig jaar. Die was begonnen met een zeer natte regenochtend, die het rijden er niet gemakkelijker op had gemaakt. Ook dit jaar was het weer zover. De ene bui werd gevolgd door de andere. Vurig hoopten rijders en hulptroepen dat het scenario van 2009 zich zou herhalen, toen het vochtige begin werd gecompenseerd door een kurkdroge en zonnige middag.

Aan de start. Foto: Inge van Hesteren


Met het onvermijdelijke had ik zelf al rekening gehouden. De dag tevoren had ik met mijn Ducati deelnenomen aan het Street Legal Dragracen op het vliegveld van Drachten. Dat had ik gedaan met mijn Ducati. De MZ Scorpion die ik ook bij me had zou ik inzetten voor het meerijden als circuitmarshal in Lelystad. De MZ was echter geschoeid met Supercorsa racerubber, de bekende regenhatende banden van Pirelli. De Ducati daarentegen met sporttoerbanden: BT21’s van Bridgestone. Daar zat tenminste profiel op! Dus de Ducati mocht niet uitrusten van het dragracen op de vierhonderd meter. De hele ochtend snorde het Monstertje mee met de historische racemachines van de SAM. Als marshall word je geacht een oogje in het zijl te houden. Dat doe je dan ook, maar niemand verbiedt je om er tezelfdertijd enorm van te genieten, nat of niet!

Toeval bestaat niet. Net als het jaar daarvoor verdwenen de buien na de middagpauze. De wolken dreven weg en de hoge julizon won aan kracht. Supersnel verdwenen de plassen en natte sporen, iets waar het Lelystadse circuit om bekend staat. Alle ruimte dus voor vurige, snelle en regelmatige rondetijden. De tweetaktrijders van de Yamaha Tweetakt Club Nederland waren weer present met een eigen klasse. Daarnaast reden de historische inhoudsklassen 50, 125, 250, 350, 500 en 750 cc hun ronden.

Onze kampeerauto doet dienst als tijdwaarnemingshut. Op de aanhanger de Ducati en de MZ Scorpion. Foto: Gijs van Hesteren

Onze kampeerauto doet dienst als tijdwaarnemingshut. Op de aanhanger de Ducati en de MZ Scorpion. Foto: Gijs van Hesteren

Om de veiligheid te waarborgen bevond zich een aantal baancommissarissen langs de baan. Door de regenbuien en de bijbehorende windstoten was dat voor hen zeker in de ochtend geen pretje. Hoed af voor deze bikkels! Een vijftal meerijdende marshalls hield de gehele dag een oogje in het zijl onder de deelnemers. Vorig jaar was het nog wennen voor de marshalls en de baco’s, dit jaar was het al een geolied werkend collectief, mede dankzij heldere afspraken en strakke leiding.

Tweetakters

Dit keer wat extra aandacht voor de ervaringen van de tweetaktrijders. Voorzitter Coeno van Houten van de Yamaha Tweetakt Club Nederland voert het woord.

“Wat ons dit keer opviel was de zeer gemoedelijke sfeer onder al de deelnemers. We kregen het gevoel dat wij nu ook een geaccepteerd onderdeel van de SAM zijn geworden. Met onze straatmotoren en racers voelden wij ons opgenomen in de wereld van de classic races.
Daarbij was het voor ons erg strelend dat onze sessie maximaal vol was met dertig deelnemers. Dat zijn er meer dan tijdens een gemiddelde GP! Met de diverse Yamaha racers, de standaard straatmotoren en de 500cc GP replica motoren van zeer uiteenlopende bouwjaren kon er heerlijk gereden worden, zonder dat er grote verschillen zaten tussen de deelnemers onderling.
Over de baan spraken de nieuwe deelnemers met heel veel lof. Ten onrechte heerste het idee dat dit een micky-mousecircuit zou zijn. Integendeel. Het is lang genoeg, uitdagend in de bochten, het heeft een lekker lang recht stuk en vooral goed asfalt.
Heel veel tweetaktdeelnemers stelden de vraag of er niet veel meer van dergelijke evenementen zouden kunnen worden georganiseerd.”

Op 7 augustus is er nóg een demo op het politietrainingscircuit. Je kan je nog opgeven!
Meer foto’s worden later toegevoegd!

Technische keuring. Foto Gijs van Hesteren

Technische keuring. Foto Gijs van Hesteren

Rondje Alpen

Over bepaalde zaken word je het in je relatie nooit helemaal eens. Toen ze nog leefde, wilde mijn vrouw Inge graag met de camper naar rustige streken, om een stukje te rijden, dan even te picknicken, daarna weer wat rijden, parkeren bij een oude molen, koffiestop, stukje rijden, terrasje, rijden, supermarkt, rijden, museum, etc., etc. Dat vind ik stiekem ook wel leuk, maar soms komt het oude zwerversinstinct van de zeilschipper en het jaaginstinct van de motorrijder naar boven. Dan maak ik liever lange dagen op de motor, om nergens voor stoppen, kilometers te maken, het asfalt zonder pauze onder me door te zien schieten.

Het Monster en ik.

Daarom maar eens een verhaal van een jaar of tien geleden. Ik schreef het voor de ‘Strada’, het verenigingsblad van de Ducaticlub Nederland. Met de Ducati Monster 1000 trok ik in juli 2008 een weekje naar het zuiden. Via Bundesautobahn A31 naar de Eifel. Langs de Jura, Vogezen en Franse Alpen naar de Côte d’Azur, waar mijn ouders overzomerden. Eigenlijk zou ik alleen een lang weekend door de Eifel rijden. Maar ja, als je toch op pad bent…

De route ging via Leeuwarden, Drachten, Beilen en Emmen naar Meppen. Daar draaide ik de Autobahn op om supersnel voorbij Keulen te stormen. Even kijken hoe hard de Monster kon. De 230 per uur op de teller waren Italiaanse kilometers. De GPS maakte er 215 van – helemaal niet slecht voor de luchtgekoelde tweeklepper. En dan toch Porsches en Audi’s in je nek, die met lichtsignalen eisten dat je plaats maakte. Het blijft Duitsland…

Het Roergebied doorkruist en dan over binnenwegen de Eifel in. Via Bitburg, naar Utscheid. Daar overnachtte ik in een oude caravan op motorcamping ‘Little Creek’. Aangenaam was het daar, met café, barbecue, biertjes, motorrijders en Nederlandse eigenaren.

Bouwvakkersbusjes

Enfin, in de Eifel bleef het weer buiig en wisselvallig. Ik zakte via Luxemburg wat verder af naar het zuiden. De snelweg tussen Luxemburg en Metz zat vol Nederlandse bouwvakkers met ZZP-busjes en caravans. Die waren net aan hun vakantie begonnen. Daarom verliet ik de Autoroute weer. Over de Route Nationale naar Epinal en Besançon. Dat ging lekker met de Ducati. Trage caravans en trucks vloog ik rap voorbij, met al dat koppel van de Monster 1000 s.i.e. onder me. Niet eens hoefde ik al te flagrant de snelheidsbeperkingen te overtreden. Eén keer ben ik geflitst – vanaf de voorkant, waar geen kentekenplaat zit.

Het was weekend. Spannend, want dan zijn er in Frankrijk langs de binnenwegen bijna alleen onbemande benzinepompen beschikbaar. Dat schoot niet op, want mijn Nederlandse bankpasje werd niet herkend. In Besançon vroeg ik beleefd aan een Franse dame of ze voor mij wilde pinnen, in ruil voor contant geld. Maar ze vond me erg eng, sprong in haar auto en maakte dat ze weg kwam. Ik ben maar eens in de spiegel gaan kijken hoe ik eruit zag. Een groepje Franse motorrijders had minder moeite met mijn baard van twee dagen. Hoezo zijn Fransen niet aardig. Deze wel hoor!

De hele dag reed ik door, al gauw 650 kilometer, totdat ik even na Grenoble een beetje moe werd. Ik zag langs een prachtig bergmeer een bordje ‘koffie is klaar’ en besloot het even te proberen. Ja hoor, Nederlandse uitbaters. Tja. Gelukkig was er een blokhut beschikbaar. Het kleine tentje met dat dunne matras dat ik als noodvoorziening bij me had vond ik niet erg aantrekkelijk. Je moet je gemak zoeken waar het kan.

Mist

‘s Morgens regende het pijpenstelen en er hing een dikke mist. Wat een verschil met het prachtige weer van de voorgaande dag! Het sprankelende bergmeer was 25 meter van mijn blokhutdrempel, maar het was niet meer te zien.

Bij het ontbijt in de kantine keek ik samen met de eigenaar op buienradar. Heel Frankrijk – nee, heel Europa – genoot van een wolkenloze hemel. Alleen één klein plekje in Frankrijk niet: daar hingen buien. Inderdaad, ter hoogte van Grenoble. Sneu hoor, vooral voor de camping. Ik ben toch maar gaan rijden, goed verpakt in regenkleding. Na vijf minuten was ik een stukje afgedaald en kwam ik onder het wolkendek uit. Tien minuten later stopte de regen en verder had ik de hele reis naar de Zuidfranse Var stralende zon.

Al zuidwaarts reizende veranderde het landschap langzaam naar dat van de Provence: droger, vergeelder, meer brem, oregano, thijm en andere Provençaalse kruiderij en geuren. Aan het einde van de dag arriveerde ik bij het verblijf van mijn destijds 84-jarige ouders. Ondanks hun leeftijd reisden zij met hun caravan nog altijd vrolijk heen en weer tussen Amsterdam en hun plekje in de Var.

Ik heb geholpen met het defecte internetmodem. De bliksem was vlakbij hun woning ingeslagen. De dame van de helpdesk van Vodafone deed onaardig aan de telefoon: “Als u niet goed genoeg Frans spreekt kan ik u niet telefonisch helpen! Ik praat echt heel langzaam en duidelijk!”.
“Nou, dat vind ik niet; geeft u me dan even de chef, alstublieft?”, vroeg ik, maar ze verbrak de verbinding. Gelukkig waren de veel aardiger dames van de Vodafonewinkel in Draguignan bereid om een nieuw modem mee te geven, dus even later werkte alles weer.

Noord-Italië

Met een gerust hart kon ik via allerlei Franse Alpenpassen verder naar Noord-Italië. Een schitterende route, die niemand schijnt te kennen. Je komt er geen kip tegen. In 1976 waren Inge en ik al eens in die contreien geweest met de Matchless G80. Castellane, Digne, Briançon en een lange afdaling de Povallei in. Via tunnels en snelwegen langs Turijn en Milaan.

Die Italianen rijden lekker door, consequent 30 km sneller dan ze mogen. Met voortdurend zo’n 160 per uur op de Autostrada was ik heel snel weer in bergachtiger gebied, richting Comomeer.

In Mandello del Lario aan het Lago di Lecco had ik de fabriek van het fameuze Moto Guzzi willen bezichtigen, want de voorgangers van de Ducati Monster waren enkele Moto Guzzi’s geweest. Die had ik weer van de hand gedaan, omdat ik voortdurend mijn knieën bezeerde aan de cilinderkoppen. Enfin, de fabriek was alleen open voor publiek tussen 15 en 16 uur; dat kwam mij niet zo gelegen. De camping was wél leuk; wéér een blokhut, een gezellig eetcafé en ‘s avonds een prima band met covers van jaren zestig- tot en met tachtigmuziek. Leuk dat twintigers zo gedreven de muziek spelen die ik zelf al zowat was vergeten.

Vervolgens de steile Passo Stelvio, Zwitserland en Oostenrijk. De weg slingerde zich vanaf de zuidkant eindeloos omhoog tegen een gigantische berg rotsblokken. Een Italiaan met een grote BMW 5-serie (een auto dus) wilde wel een wedstrijdje met mijn Ducati, helling op met veel haarspeldbochten. Ik liet me meeslepen, kon hem nét bijhouden met mijn bescheiden luchtgekoelde 85 PK’s. Er kwam een tunnel met veel water op het asfalt, precies in een bocht. Dat was tricky, daarom haakte ik wijselijk af. Gaat nergens over, natuurlijk. Bij een stoplicht verderop stak de BMW-chauffeur enthousiast zijn duim op. Ze zijn toch heel anders dan Nederlanders!

De pas was geen probleem, maar de afdaling richting Oostenrijk bleek afgesloten door zware regenval, een steenlawine en mist. Dan maar via een onverharde weg (‘wit’ op de kaart) Zwitserland in. Jammer, want dat land probeer ik altijd zo veel mogelijk te vermijden. Rare jongens, die Zwitsers. En ik was vergeten mijn paspoort mee te nemen. De onverharde weg bleek populair bij motorvrienden. Ondanks de afwezigheid van asfalt kwam ik er van alles tegen: niet alleen allraods en offroads, maar ook veel supersportmotoren en Ducati’s natuurlijk. Voor auto’s leek het me nogal avontuurlijk. Heel smal, grotendeels onverhard en dat vanaf 2750 meter hoogte naar beneden met eindeloze haarspeldbochten. Mooi hoor. Mijn Monster vond het allemaal best.

Tunnels

Vanuit het dal snel Zwitserland uit, richting Oostenrijk. Het was allemaal mooi, maar tjonge, wat een hoop tunnels in die Alpen. Eén was wel 18 kilometer lang. Beetje saai. Tot slot langs Oostenrijkse snelwegen (alweer veel lange saaie tunnels) en door Duitsland naar huis. Veel Autobahn, maar ook een flink stuk langs de Rijn en de Lorelei. Een overnachting in een stadje in de buurt van Karlsruhe, in een typisch Duits koekoeksklokkenhotelletje. Na Koblenz in één streep naar huis, weer via de Emsautobahn.

3600 km in zes dagen. Mooi! De achterband was alweer versleten, de ketting ook. Met af en toe tot 200 kilometer per uur over de Bundesautobahn, met bepakking. Hield ik niet lang vol: zonder windbescherming waait je hoofd bijna van je schouders.

Verder een prima reisfiets hoor, zo’n Monster. Het stuur had ik ietsje hoger dan standaard gezet. Zo zat ik comfortabeler op de binnenwegen. Het benzineverbruik op de snelweg is alleen te hoog: 1 op 13; dan gaat met een tankinhoud van 14 liter het lampje al op ‘reserve’ na drie kwartier. Op de binnenwegen doet ie 1:17, da’s beter, dan gaat het benzineverbruik en de tijdsinterval tussen tankbeurten gelijk op met de koffiebehoefte.

Een vorige eigenaar heeft de injectie ongetwijfeld erg rijk laten afstellen, want deze type’s Ducati staan doorgaans als zuiniger bekend. Die hele week heb ik gereden met open Remusuitlaten, dat hielp ook niet echt, plus de hoofdpijn. Terug in Nederland heb ik decibelkillers gemonteerd, dat was een verbetering.

De volgende keer neem ik betere kaarten mee, dit keer had ik kaarten van de Aldi in de tanktas, 1 euro per stuk. Ach, ik kon het ermee doen, alleen jammer dat ik Zwitserland niet bij me had, maar daar wou ik toch niet heen, zie boven. Als de Aldi of de Lidl de wegenkaart van Zwitserland in de aanbieding doen, ga ik daar nog wel eens kijken.

Mooi om een week lang te doen waar je zin in hebt – in dit geval had ik zin om hele lange dagen op de motor te zitten en door onbekend terrein te rijden. Alleen stoppen als rijder of machine service behoeven, of ‘s avonds als de moeheid toeslaat. Even leven zonder agenda. Als inspiratie had ik twee motorreisboeken in mijn tanktas: “Lois on the loose” en “Jupiter’s Travels”. Lees die boeken!

Na thuiskomst was mijn avonturendrang bekoeld en ging ik gezellig met vrouw en kind op stap naar Denemarken, met de camper. Lekker rondhangen, kleine stukjes rijden á 85 km/u, tutten en picknicken. Ook heel leuk.

Dit artikel verscheen eerder in ‘Strada’, het verenigingsblad van de Ducaticlub Nederland.