Henk van Arkel adviseert Rossi-taktiek

Motorsport Nieuws is het overkoepelend magazine van de MON, de koepel boven de motorvereniging SAM, waarvan ik bestuurslid ben. In dit maandblad schrijf ik de nieuwsberichten die met SAM te maken hebben.

Eén van de meest opvallende demorijders van de SAM was dit jaar toch zeker SAM-kampioen Henk van Arkel. Ondanks zijn 67 lentes speelde hij het klaar om voor de derde keer SAM-kampioen te worden in de 250 cc klasse.

Henk, bij SAM en CRT was je meerdere malen kampioen in de 250. Je behaalde het kampioenschap echter ook een keer in de 350 cc klasse. Het lijkt er toch op dat je in de 250 de beste resultaten hebt behaald. Hoe komt dat?

‘Met de 350 Yamaha heb ik heel goed gereden, maar ik wilde op zoek naar een nieuwe uitdaging. De twee-en-een-half heb ik helemaal zelf opgebouwd tot klassieke wegracer. De basis was een standaard RD 250. Daar kampioen mee worden vond ik niet zo moeilijk. Je moet niet alleen regelmatig rijden, maar ook regelmatig aanwezig zijn bij evenementen. Ik heb in 2008 bijvoorbeeld bij alle 13 CRT-evenementen meegereden en bij allebei de SAM-demo’s. Zo verzamel je veel punten.’

Henk, je bent nu 67 jaar. Waarom ben je met klassiekers gaan racen? Dacht je: dit heb ik nooit gedaan, dan moet het nu maar, of heb je een verleden in de racerij?

‘Dat laatste: begin jaren zestig heb ik een paar seizoenen geracet bij de NMB, met een Bultaco Metralla. Haha, kampioen ben ik daar nooit geworden, nee. Mijn beste resultaat was een keer de zesde of zevende plaats. De ervaring van toen was wel nuttig toen ik begon met deze historische demo’s.’

Het gaat nu niet meer om absolute snelheid, maar om regelmatigheid. Wie het meest constant zijn rondes rijdt, is winnaar. Hoe doe je dat toch?
‘Door stevig door te rijden, eerlijk gezegd. Als je dat doet, volgens je beste kunnen, zonder je eigen grenzen te overschrijden natuurlijk, bereik je de beste resultaten. Als je snel bent, heb je bovendien geen last van voorliggers die je gemiddelden beïnvloeden. Ik probeer de baan goed in me op te nemen, zoek de beste versnellingen voor bepaalde delen van de baan, ik werk met herkenningspunten voor het aansnijden van bochten en hanteer vaste rempunten. Inderdaad, eigenlijk gebruik ik dus dezelfde tactieken als een Rossi of Bayliss. Lekker doorrijden, niet vallen en altijd op komen dagen. Alleen is winnen hier niet zo belangrijk!’

Je werkt zelf veel aan je machines. Valt het mee of tegen, om je eigen monteur te zijn?

‘Dat doe ik graag. Ik doe bijna alles, alleen dingen als het persen van krukassen besteed ik uit. Ik had veel affiniteit met techniek, maar mijn beroep was het niet, nee. Ik was mijn leven lang kraanmachinist en vrachtwagenchauffeur. Je kunt jezelf veel aanleren en je moet je ook niet schamen om bij anderen mee te kijken. Al lang geleden bouwde ik technische kennis op met een schriftelijke cursus bij het Nederlands Talen Instituut (NTI). Natuurlijk was ik ook wel handig.
‘Het begon al vroeg met het sneller maken van brommers. We reden en sleutelden aan merken als Avaros en Royal Nord. Eind jaren vijftig kwamen de jongens elke vrijdagavond bij elkaar in Zaltbommel. Dan raceten we tegen elkaar over de dijkjes. We konden direct proefondervindelijk vaststellen welke technische trucs werkten en welke niet.

‘Ach, ik heb veel schik in het sleutelen. Sinds dit seizoen rijd ik ook demo’s met mijn Suzuki T500. Daarvoor bouw ik nu een voorwiel met rem op. De rem is van Grimeca, met twee oplopende remschoenen. Mooi materiaal, ik zal langer kunnen wachten met remmen. Tot nu toe moest ik het doen met een enkele rem van een Suzuki GT380. In de polder achter mijn woning kan ik elke wijziging uittesten, net als vroeger: remmen, sproeiers, tandwielverhoudingen.
‘Met de 500 heb ik in 2008 drie keer gereden. Het was nog geen groot succes, eerlijk gezegd. De motor was net af, natuurlijk. Ik moest nog van alles afstellen en inregelen. De vering, de vermogensafgifte, de startprocedure, dat vereiste allemaal gewenning. Nu gaat het al beter, dus ik heb goede verwachtingen voor het komende jaar.’

Tot slot nog dit: je vrouw gaat altijd mee. Vindt ze het leuk, dat klassieke demorijden?

‘Ze is mijn steun en toeverlaat. Volgens mij vind zij het bijzonder leuk. Het is zo gegroeid. Voor mij is dat een grote stimulans!’

Dat was Henk van Arkel. Misschien de nieuwe 500 cc kampioen!

Foto’s Inge van Hesteren

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.