Laat maar zitten

Het komt wel eens voor dat geïnterviewde mensen de journalist zien als hun persoonlijke tekstschrijver. Zij verwachten een artikel dat exact weergeeft wat hen bezighoudt. Dat kan een journalist echter niet bieden. Hij of zij schrijft in opdracht van een redactie.

Ook ik zoek daarom naar de balans tussen de ondervraagde persoon, mijzelf, de lezers en vooral: de redactie. Die betaalt immers mijn boterham. Is dat niet acceptabel? Dan kan de ondervraagde persoon beter zelf zijn verhaal opschrijven, of een tekstschrijver inhuren. Misschien moet ik dat zijn, geen probleem, ik heb nog ruimte voor nieuwe opdrachten.

Een paar voorbeelden. Een paar weken geleden reisde ik een behoorlijk eind voor mijn reportage. Zonder vergoeding van tijd en onkosten, dat moet je als freelancejournalist zelf maar regelen. Niet erg: alles voor de kunst. Het samenzijn was heel plezierig. Maar: de verdiensten zijn relatief laag.  Ik kan niet onbeperkt tijd in het uitwerken van de gesprekken. Dus ik schrijf het verhaal in één keer uit en dan moet het klaar zijn. 

Op speciaal verzoek stuurde ik het concept, ‘om feitelijke onjuistheden te kunnen corrigeren’. Ik kreeg op woord- en alineaniveau opmerkingen en aanvullingen retour, niet alleen over de feiten, maar ook over de inhoudelijke strekking en over de stijl. Tot twee keer toe ging het document heen en weer. Vooruit dan maar, dacht ik, zolang de tekst sterker wordt. Een week later stond het artikel in de krant.

Een tijdje later ging ik er weer op uit, voor een volgend interview. We beleefden samen een genoeglijke middag, met persoonlijke gesprekken en een smakelijke lunch. Ik maakte er een lopend en leesbaar verhaal van, met aandacht voor meerdere aspecten van de mens in kwestie. Ook ditmaal stuurde ik het concept ter inzage. Uit het antwoord: ‘Een rommelig geheel van feiten en feitjes. Eigenlijk vertel jij een gezellig verhaal, terwijl ik een missie heb’.

Het verkopen van iemands missie is niet mijn taak. ‘We moeten het maar laten bij de leuke middag die we hadden’, mailde ik daarom terug. ‘Jij hebt er tijd in gestoken, ik heb er tijd in gestoken. Even goede vrienden en de soep was heerlijk.’

Het kan aan mij gelegen hebben. Misschien ben ik geen goede verslaggever, had ik inderdaad die missie beter moeten uitdragen. Had ik dit als commerciële tekstopdracht moeten aannemen? Of zal ik voortaan als voorwaarde stellen: ‘Geen inzage vooraf’? Juist voor het weergeven van de juiste feiten zou dat jammer zijn.

Onlangs stelde iemand mij voor om een artikel te herschrijven. Er klopten teveel feiten niet. ‘Onder jouw eigen naam, dat blijft onder ons!’ Ja dahag, stuur dan zelf maar een artikel naar de redactie. Als het gewoonte wordt om met mij mee te schrijven zeg ik: laat maar zitten!

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *