Tagarchief: grote vaart

Open zee-inzichten van Harlinger zeekapitein

HARLINGEN – De pandemie verhindert voorlopig een uitgebreide publiekspresentatie, zoals in 2017 bij het eerste deel. Toch besloot de Dokkumer uitgeverij Wijdemeer niet langer te wachten. Na het kloeke ‘Verborgen Zee Aanzichten’ voltooide Jaap de Jong onlangs ‘Open Zee Inzichten’. Een boek met dezelfde onderwerpen: de zee, de planeet, Jaap de Jong, maar dan anders bekeken.

De melancholie die de zeeman bevangt, overweldigd door de oneindigheid en onpeilbaarheid van de oceaan. Jaap de Jong, samen met zijn voorbeeld Slauerhoff, tijdens de presentatie van het eerste deel. (Foto: Gijs van Hesteren)

Alles staat met elkaar in verbinding; overal bestaan in de woorden van Jaap de Jong ‘onderlinge verbanden’. De zeereis is als kapstok voor bespiegelingen ‘een tijdgebonden metafoor’, schrijft hij in zijn epiloog. In de gehele tekst zet dit beeld zich voort.

Lees verder Open zee-inzichten van Harlinger zeekapitein

De sleepbootkapitein

(Foto: Gijs van Hesteren)

‘Schuttevaer’ spreekt met Tjalling van der Zee. Geboren uit Nederlandse ouders in Durban, Zuid-Afrika werkte Van der Zee enkele jaren als beroepsmilitair in het Nederlandse leger. Zo rond 1992 begon hij als ‘maat’ aan boord van de zeiltjalk ‘Courage’. Hij voer vervolgens tien jaar als charterschipper. Na ervaringen in de baggerbranche volgde hij een maritieme opleiding aan de Zeevaartschool op Terschelling. Nu vaart hij al jaren via zijn bedrijf Van der Zee Maritime Services als freelancer, meestal in de zeesleepvaart.

‘Eenzaam op zee tijdens de kerstdagen? Welnee. Ik ben atheïst en geen bankzitter bovendien. Twee dagen met de familie, pfff. Ik ben daar heel makkelijk in. Negen van de tien zeelieden zit dan thuis, dus voor mij valt er altijd wat te varen. De dagen van Oud en Nieuw, ja, dán ben ik graag thuis. Veel gezelliger. Niet dat me dat vaak lukt. Negen van de tien keer ben je onderweg, zeker als freelancer. Och, ik ben niet zo van de regelmaat.’

Zeebonk

Van der Zee is een imposante verschijning. Meterslang, breedgeschouderd, een verre blik in de ogen. ‘Een zeebonk’, dat is wat velen denken als ze hem voor het eerst ontmoeten. De beslistheid waarmee hij praat bevestigt die indruk. Onverwacht dan weer is de vriendelijkheid en de bedachtzaamheid die hij uitstraalt.

‘Het manoeuvreren met de schepen en de sleep vind ik leuk. Dat heb ik meegenomen uit de chartervaart. Ik zal er nooit op afgeven – ik heb een waanzinnig leuke tijd gehad. Maar ik wil dat niet meer, met al die mensen. Je hebt er veel geduld bij nodig. ‘Hij moet maar sleepbootkapitein worden’, schreef iemand in de enige klachtenbrief die ik in die periode ooit heb ontvangen. Dat heb ik dan maar gedaan.’

‘Nadat ik mijn vaarbevoegdheid had behaald heb ik een tijd in loondienst gewerkt. Maar ik ben iemand die van afwisseling houdt. De beginfase van een project, die vind ik mooi. Dan bloei ik op. Ik had al snel gemerkt dat ik uitdaging nodig heb. Het is allemaal wel leuk, altijd te varen met één en hetzelfde schip; dan kan je er na een tijdje alle kanten mee op. Maar ik heb liever de ene keer groot, dan weer klein, eerst hier en dan weer daar. Ik had al snel door dat er overal mensen gevraagd werden. Dat kan niet als je in loondienst werkt, dus ik heb ontslag genomen. Als zzp’er hoef ik aan acquisitie nauwelijks iets te doen. Deze wereld is zó klein. Er wordt vanzelf over je geouwehoerd.’

‘Mijn eerste delivery was een sleep van Vietnam naar Nigeria. De klant had er een training bij besteld. Mijn opdrachtgever vond dat ik die maar moest geven. Per slot van rekening had ik al een paar weken gevaren met het object. Als beroepsmilitair vond ik het al mooi om manschappen op te leiden. Dat ging me goed af. Zo heb ik het karakter van mijn werk uit kunnen breiden.’

Een eenzaam bestaan

Het kan een eenzaam bestaan zijn, zo als kapitein van schip naar schip. Zo ervaart Van der Zee het echter niet.

‘Ik kom op de gekste plekken, de hele wereld rond. Op het eiland Saint Pierre de Michelon hebben we bijna vier maanden vastgezeten. Er was een probleem met de overdracht van de schepen. Eigenlijk is het helemaal niet leuk daar. Je ploegt altijd door metershoge pakken sneeuw, het is er voortdurend koud en winderig. Een land zo lelijk dat het bijna mooi wordt. Ze zeggen wel, in elk stadje heeft de zeeman een schatje, maar met de mensen daar – weet je, iedereen kent elkaar daar en er wordt veel te veel gekletst.’

‘Soms vaar je overal naar toe, maar je ziet niets van je land van bestemming. Passagieren is er niet bij. Drie weken ten anker voor Rio de Janeiro en niet aan wal gekomen. Vier weken in Shanghai idem dito. Ik ging alleen even een ochtend van boord om de bakken te inspecteren. Eigenlijk kan dat al niet eens: de bemanningen zijn tegenwoordig zo klein, dat je tegen de eisen voor safe manning ingaat als er één crewlid ontbreekt. Het is niet als vroeger, toen je een tweede stuurman had, een derde, zelfs een vierde.’

‘Het is allemaal niet erg. Als ik op zee zit, zit ik gewoon op zee. De rust is heel fijn. Het is prettig om aan boord te zitten. Ook tijdens de kerstdagen. Heel veel zeelui zijn christelijk; die hechten er veel waarde aan. Ik houd daar rekening mee. Ik praat met de kok: kan hij wat extra’s doen? En met het kantoor: is er budget? Als iedereen wakker is houd ik een klein babbeltje. Ik ga niet voor in gebed – ik ben geen voorganger. Maar het zijn speciale dagen. Je moet het met elkaar doen aan boord. Je zit in een heel klein stukje wereld op heel groot water. Misschien is ‘bezinning’ de juiste benaming.’

Vuurpijlen

‘Met Oud en Nieuw steken we de overjarige vuurpijlen af. Twee jaar terug voeren we tussen Djakarta en Mauritius, in een volkomen verlaten stuk oceaan. Het dichtstbijzijnde schip bevond zich tweehonderd mijl verder. Een bemanning die bestond uit mij als nederlandse Zuidafrikaan, een Australisch-Nederlandse stuurman, twee Filippino’s en een groep Indonesiërs. Op een of andere manier had niemand de oude flares ooit opgeruimd. Zesentachtig lagen er in de kast. Wat een waanzinnig spektakel! De kok had zich helemaal uitgeleefd. De brug stond helemaal vol met hapjes en ik had hem uitgelegd hoe je oliebollen bakt.’

‘Als hij verstandig is, probeert een kapitein een goede verhouding met zijn bemanning op te bouwen. De groepsdynamiek hangt af van jouw houding. Mijn achtergrond bij defensie en in de chartervaart helpt daarbij. Je zit hooguit met twaalf man aan boord, de meeste reizen zelfs met hooguit vier, vijf man. Dat is aanpakken hoor. Als je een groot sleepobject achter je aan hebt moet ik ook met de handen uit de mouwen. Het mooie is: het is nooit hetzelfde. Het leukste vind ik een twaalfkoppige bemanning. Dan ben je echt aan het managen. Groter zou ik niet willen. Dan loop je zelf geen wacht meer en ben je vooral bezig met papierwerk. Dan kan ik me geen zeeman voelen. Gelukkig gaat mijn bevoegdheid tot drieduizend ton…’

Dit artikel is eerder verschenen in Schuttevaer- Wacht te kooi – november 2018.

 

 

De bemanning was eerst een beetje bang voor me

Na maanden op zee is Tjalling van der Zee weer thuis.

Van der Zee terug in Nederland

HARLINGEN – Vierendertig afleveringen lang hield hij de lezers van de Harlinger Courant op de hoogte van zijn lotgevallen aan boord van de Pacific Hickory. De sleepbootkapitein Tjalling van der Zee verwierf er een trouwe schare volgers mee. De schrijvers van dit artikel kennen hem nog van voorbije dagen in de bruine vloot en kregen de gelegenheid hem ondervragen over zijn drijfveren.

Tekst en foto’s Gijs en Inge van Hesteren

De populariteit van Tjalling Van der Zee (47) had alles te maken met de zeer leesbare mix van avontuur, humor, zakelijke informatie en persoonlijke emotie in zijn verhalen. De Harlinger Courant publiceerde de wekelijkse updates vanaf vorig jaar oktober. Van der Zee was toen net beland in het Canadese Vancouver. Hij nam er het bevel over van de bejaarde zeesleper Pacific Hickory.

De halve wereld rond

‘De bemanning zag me met gemengde gevoelens aan boord komen. De pasfoto die ze van me te zien hadden gekregen had hen weinig vertrouwen ingeboezemd. Uiteindelijk zal het meegevallen zijn. Het afscheid na vijf maanden was zelfs emotioneel. Zo’n lange reis maak je niet meer zo vaak. Met verscheidene van hen had ik echt iets speciaals. Drie Indonesische matrozen noemden me ‘Captain Pallet’. Aanvankelijk begreep niemand waarom ik in elke haven had geroepen: ‘Verzamel pallets, zoveel mogelijk pallets!’ Dat werd pas duidelijk onderweg, toen met name die drie de mooiste terrasmeubelen en zelfs een zwembad bouwden van al dat hout. Nu noem ik hen ‘de meubelmakers’. Maar ze zouden zoveel meer kunnen. Ze waren goede zeelui. Ik heb hen aangeraden te investeren in vervolgopleidingen.’

Met de Pacific Hickory voer Van der Zee eerst naar Sjanghai. Van daaruit ging de reis verder, rond Kaap de Goede Hoop naar Rotterdam, met een dubbele sleep gestapelde bakken achter zich aan. Alles bijeen voer de sleper zo’n beetje driekwart van de wereld rond. De bemanning beleefde onderweg van alles: hete dagen, zware storm, dwarse havenautoriteiten en Chinese methoden.
‘De Pacific Hickory is met zijn bouwjaar van 1973 een stokoude bak. Tuurlijk, het schip straalt nostalgie uit, maar ik denk dat de meeste collega’s bij de eerste aanblik van het schip al rechtsomkeert hadden gemaakt. Maar goed, schepen als de Hickory varen het water dun en zolang er niet iets heel duurs kapot gaat blijven ze gewoon in de vaart.’

Friese beroemdheid

Van der Zee is intussen wereldberoemd in Friesland, zeker nadat hij zich door Omrop Fryslân had laten interviewen. ‘Ik heb moeten beloven dat ik me bij een volgende sleepreis wekelijks mag laten bellen door de Omrop.’
De Harlinger Courant plaatste zijn e-mailadres onder de verhalen. ‘Ik kan nog steeds nauwelijks geloven wat die artikelenserie teweeg heeft gebracht. Ik heb ongelooflijk veel reacties gekregen en die hielpen me weer aan onderwerpen voor nieuwe updates.’
Geboren in Durban, Zuid-Afrika en mee terug naar Harlingen geëmigreerd met zijn ouders werkte Van der Zee enkele jaren als beroepsmilitair in het Nederlandse leger. Zo rond 1992 begon hij als ‘maat’ (matroos in chartervaartjargon, red.) aan boord van de zeiltjalk ‘Courage’, destijds van Gijs en Inge van Hesteren.
‘Dat was een heel leuk jaar en een hele fijne regeling. Door de week voer ik als maat, in de weekenden en vakanties nam Inge het over. Dat gaf me de kans om ook bij anderen invalwerk te doen en in één seizoen deed ik erg veel ervaring op. Het tweede jaar wilde ik weer varen als maat, maar na aandringen door Jeroen Mulder werd ik al snel schipper op zijn klipperaak ‘Twee Gebroeders’.’


‘Dat was het begin van ruim tien jaar in de chartervaart. Toch ging ik om me heen kijken. ’s Winters kluste ik af en toe bij in de binnenvaart, met name in de bagger, bij Van Wijngaarden Marine Services. Ik dacht, ik houd mijn mond maar over mijn ervaring in de bruine vloot. Die had toen toch nog een beetje het imago van langharigen en afgekeurde leraren geschiedenis. Totdat Wim van Wijngaarden een keer zei: ‘Waarom denk je dat we je aangenomen hebben? Omdat we weten dat charterschippers goed zijn in manoeuvreren in kleine haventjes en zonder boegschroef!’ Ze vonden dat ik talent had voor slepen.’

Maritieme opleiding

Van der Zee deed meer invalwerk in de sleepvaart. Uiteindelijk besloot hij – als één van de oudste studenten – een maritieme opleiding te gaan volgen aan de Zeevaartschool op Terschelling. Na het behalen van de benodigde papieren begon hij zijn bedrijf Van der Zee Maritime Services, waarin hij zichzelf sindsdien als freelancer verhuurt, hoofdzakelijk als sleepbootkapitein. Het meeste werk doet hij nu voor Damen Shipyards en voor Johan van Stee van Redwise, een bedrijf dat is gevestigd in Bunschoten-Spakenburg, maar familie van de Harlinger familie Van Stee.
‘Slepen is helemaal mijn ding geworden. Terug naar de chartervaart? No f** way! Kleine sleepprojecten gaan me snel vervelen, maar die lange sleepreizen: heerlijk. In de havens heb je het godsgruwelijk druk, met het zweet op je harses, daarna ga je varen en daalt de rust neer, met de sleep op duizend meter achter je aan.’
De wereld van de zeesleepvaart is klein. Van der Zee had in Rotterdam nog geen voet aan wal gezet, of zijn telefoon ging. Of hij meteen kon komen voor een nieuwe grote klus. Daar wacht hij toch maar even mee. Het is nu tijd voor hooguit een paar kleine opdrachten, maar vooral voor zijn zoons Niek (15) en Jort (17).
‘Ik heb ze altijd veel minder aandacht kunnen geven dan ik gewild had. Dat brengt dit beroep met zich mee. De jongens hebben mijn verhalen in de Harlinger Courant trouw gelezen. Zoals jongens van die leeftijd dat doen kunnen mompelden ze wat als ik belde. Dan hadden ze het vaak druk en als ik mailde moest ik lang wachten op antwoord. Tja, ze leiden hun eigen leven. Toch, het weerzien was een stuk emotioneler dan ik had verwacht. Ik zat na aankomst in Rotterdam tot over mijn oren in de overdracht, maar de hele dag waren ze al met me aan het whatsappen. ‘Waar blijf je nou? Hoe laat ben je in Harlingen?’ Ik ben blij dat ik nu toch zeker tot begin mei in Harlingen blijf.’
Inderdaad, het wachten is op de HT-sloepenrace naar Terschelling. Van der Zee is sponsor geworden van het Harlinger sloeproeiteam Okke Hel. Zijn zoons roeien mee. Daar komt ook de oude liefde voor de historische zeilvaart om de hoek kijken. ‘Ik heb een klipper en een noordzeebotter gehuurd als accommodatie voor de roeiploegen. Kan ik ook lekker even zeilen op een platbodem.’

Info: www.facebook.com/www.vanderzeemarineservices.nl

Dit artikel is eerder geopubliceerd in de harlinger Coruant van 6 april 2016.