Ook vroeger werd er vaak maar wat aangeklooid

Wim Mendelts over vakmanschap van vader op zoon

KOUDUM – Totdat hij vond dat hij genoeg had geleerd, volgde Wim Mendelts een opleiding tot industrieel vormgever aan de TU Delft. Al vroeg in de jaren tachtig verloor hij zijn hart aan traditionele schepen, in het bijzonder plat- en rondbodems. Niet dat hij daar destijds nou zoveel verstand van had. Hij volgde zijn eigen pad en maakte zich de materie eigen. Met zijn scheepstimmerbedrijf ‘t Berghout in Koudum groeide hij in vijfendertig jaar uit tot één van de beste mastenmakers van het land. 

Wim Mendelts: ‘In 1980 redden mijn toenmalige vriendin en ik de zeetjalk Eems van de sloop. In Delft lagen we illegaal afgemeerd. Daarom werden we in juli 1983 één van de eerste museumliggers bij de Rotterdamse museumwerf Koningspoort. Er moest een werfbaas komen, dus de net opgerichte stichting huurde mij in als kleine zelfstandige. Ik heb er negen jaar gewoond en gewerkt.’

De Eems

Wim Mendelts: ‘Velen maken een mast met de natte vinger. Ik doe het op de millimeter.’ (Foto: Gijs van Hesteren)
Wim Mendelts: ‘Velen maken een mast met de natte vinger. Ik doe het op de millimeter.’ (Foto: Gijs van Hesteren)

‘In het begin: geen geld, geen kennis van zaken. Je kunt je afvragen of ik dan wel wist wat er komt kijken bij het beheren van een werf. Het antwoord is nee. Het is iets in mijn karakter. Ik ben gewoon nieuwsgierig en durf dingen op te pakken. Ik ben zelfredzaam in extremo. Al heel snel had ik ontdekt: alles wat ooit door mensenhanden gemaakt is, valt te repareren. Voor het restaureren van de Eems hadden we geen rooie rotcent te besteden. We konden niks kopen. Als je iets wilde verbeteren, moest je het zelf maken. Ik wilde alles zo authentiek mogelijk hebben, dus ik onderzocht de geschiedenis van het schip. Een lange tocht langs oude meetbrieven, officiële scheepsregisters, schaduwregisters, spookregisters die eigenlijk niet hadden mogen bestaan.’

In de jaren erna klonk Mendelts schepen aan elkaar, hij maakte zwaarden en rondhouten en ontwikkelde de museumwerf tot een gerenommeerde scheepsrestauratieplek. ‘Eén van de eerste projecten was de tjalk Res Nova. Een enorme klus. Jeetje, ik moest een offerte maken. Wist ik veel hoe dat moest. Ik belde Jan Bakker in Enkhuizen, die gaf een prijs en daar was mijn offerte. Daarna kwam het uitzoeken van het hout voor zwaarden en rondhouten. In binnen- en buitenland reisden we alle leveranciers af. Uiteindelijk kwamen we uit bij Dekker in Monnickendam. Prachtig hout, na 35 jaar nog steeds een bloedmooie stam.’

Werken met de handen

‘Veel kennis heb ik opgedaan door her en der eens een weekje mee te draaien. Gratis, of voor een bordje warm eten. Zo kwam ik bij werven als Nieboer in Spakenburg en bij De Groot in Monnickendam. Ik was jong en naïef en vroeg overal: waarom maken jullie het op deze manier? Het antwoord verwonderde me vaak: ‘we doen het altijd zo’. Het systeem waarin van vader op zoon kennis wordt doorgegeven is eigenlijk niet goed. Men neemt allerlei zaken aan voor waarheid, zonder dat er een goede reden voor te geven is.
‘Er moet altijd een puts water blijven staan in een platgelegd zwaard’. Hoezo? ‘Masten moeten jarenlang uitwateren voordat je ze gebruikt’. Waarom? Ammehoela, naaldhout is niet poreus, afgezien van het spinthout. Het heeft geen enkele zin. Men legde de stammen alleen in het mastengat om logistieke redenen, in de tijd dat er nog geen vrachtwagens waren. Ik heb rondhouten vergeleken. De uitgewaterde hadden méér windscheuren dan de niet-gewaterde. Ik heb wel masten gemaakt van hout dat een week eerder gekapt was. Ze staan nog steeds rechtop, na 35 jaar. Het hele verhaal van wateren en drogen: forget it.’

50 Jaar garantie

‘Mijn huidige vriendin en ik waren begin jaren negentig op zoek naar iets nieuws. We kwamen op dit werfje hier in Friesland terecht. Het eerste dat me in deze provincie van de collega-scheepswerven opviel was het ‘Friese laswerk’; vaak ruw en slecht uitgevoerd. Wat een wanproducten. Geen wonder dat de zwaarden en de masten afbreken. Veel klanten uit Friesland zelf heb ik niet. Niet alleen de werven, maar ook de schippers houden vast aan tradities en ‘we doen het altijd zo’.’

Goed en Sterk, dat werd het verkoopargument van Mendelts. ‘Mijn zwaarden verlies je niet, mijn masten breken niet. Op mijn producten geef ik minstens een halve eeuw garantie.’

Slepen en duwen

Een paar jaar legde Mendelts zijn bedrijf stil. Hij ging aan de slag met de duwsleepboot Berghout II. ‘Ik miste het varen. Sleep- en duwvaart is het allerleukste, vind ik. Je bent altijd aan het improviseren, je hoeft het ruim niet aan te vegen, je hebt geen verantwoordelijkheid over de lading, je hoeft niet te laden en te lossen, je komt in alle mogelijke hoeken en gaten van het land terecht. Het was een geweldige tijd. Ik denk vooral terug aan het baggeren van de vaargeul bij Ameland. Over de wantijen met 2,35 met diepgang. ‘Je moet!’ zei mijn opdrachtgever. Vraag niet hoe, maar het lukte. In 2008 kwam de kredietcrisis en was het over. De Berghout II ging voor de kiloprijs naar het oud ijzer.’

‘Nu concentreer ik me op het werfwerk. Reclame heb ik niet nodig, ik heb werk genoeg. Zolang het lijf het nog volhoudt. Ik ben nu 62 jaar oud. Hoe lang ik hier nog mee doorga? Ik weet het niet. Ik heb geen pensioen opgebouwd, dus als het aan mij ligt zo lang mogelijk.
De essentie is voor mij: blijf nadenken. Doe dingen niet zomaar. Zet vraagtekens bij vaste tradities. Ook vroeger werd er vaak maar wat aangeklooid.’

Dit artikel verscheen eerder in Weekblad Schuttevaer.

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *