Winstwaarschuwing coronafonds bruine vloot

Pampusmanifestatie in juni. De BBZ-bureauploeg vaart langs de geankerde zeilschepen. (Foto: Gijs van Hesteren)

ENKHUIZEN – De overheid besloot in september tot het opzijzetten van vijftien miljoen euro voor wat zij omschreef als ‘de bruine vloot’. Ten gevolge van de coronapandemie en de daaruit voortvloeiende maatregelen stond het water de meesten van hen op dat moment al tot de lippen. Generieke maatregelen als TVL, NOW en TOZO hadden slechts beperkt soelaas geboden. De toezegging leidde tot gematigde opluchting bij de schippers. Echter, drie maanden later en ondanks de toezegging van het Rijk zag directeur Paul van Ommen zich gedwongen om tijdens de online ledenvergadering ‘een serieuze winstwaarschuwing’ af te geven.

‘Inmiddels voelen we ons een beetje als Kremlinwatchers’, zei hij. ‘Minister Ingrid van Engelshoven (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) heeft wat uit te leggen aan de Tweede Kamer en aan ons. Waarom is haar toezegging niet meteen gepaard gegaan met mitsen en maren? Nu ontstaan er bij ons zorgen over de inzet en de hoogte van de uitkeringen.’

Drie ministeries bemoeien zich met de besteding van het bruinevlootfonds. Naast OC & W zijn dat Infrastructuur en Waterstaat en Economische Zaken. Tijdens overleg met de ambtenaren ontstonden er al snel problemen met betrekking tot staatssteun en het gelijkheidsbeginsel.
Van Ommen: ‘Onze stelling was: snel uitvoeren; de politieke keuze is al gemaakt. Zo eenvoudig lag het niet, volgens de ambtenaren. Als je de ene branche helpt, waarom dan de andere niet? Ondernemers mogen wel steun krijgen, maar daar niet aan verdienen. En verschillende steunmaatregelen mogen ze niet stapelen. Juristen zoeken momenteel naar rechtvaardiging van het ministeriële besluit en dat kan nog wel even gaan duren.’

Paul van Ommen, over de onderhandelingen met de drie ministeries.
(Foto: screenshot Microsoft Teams)

Bruine vloot vaag begrip

Wat het nog ingewikkelder maakt is de vaagheid waarmee de overheid het begrip bruine vloot heeft omgeven. Dat begrip moest de branche maar zelf definiëren, uiteindelijk in samenspraak met andere belangenorganisaties. Van Ommen, begin november in een interview met Schuttevaer: ‘De overlegclub is nu beperkt tot de HISWA en het FENV. Deze vertegenwoordigen de overige groepen. Het is een gegeven dat ze erbij zijn. Uiteindelijk is het de overheid die vaststelt wie er om de tafel zitten. Onze insteek blijft: de steun moet betrekking hebben op het wegvallen van inkomsten uit de chartervaart.’

Dat laatste onderdeel verdwijnt echter steeds meer achter de horizon. Enerzijds parkeert het Rijk de historische waarde van de schepen, ten voordele van economische een en juridische overwegingen. Anderzijds lijkt het behoud van de schepen meer het uitgangspunt te worden, ten nadele van de bestaanszekerheid van de ondernemingen. En volgens Van Ommen lijkt het de laatste tijd op een herhaling van zetten. Elke keer als als de BBZ hanteerbare selectiecriteria voorlegt, komen de drie ministeries met nieuwe vragen en onzekerheden. Maar voor een groeiende groep ondernemers dringt de tijd. De deelnemers aan de onlinevergadering reageerden ongerust, maar over het algemeen met gelatenheid.

Symposium in maart

Tegen de achtergrond van deze problematiek kondigt de BBZ een symposium aan, in opdracht van de Vereniging van Zuiderzeegemeenten en de Vereniging van Waddenzeegemeenten en in nauw overleg met de sector. Het zal begin maart plaatsvinden. BBZ-medewerkster Pam Wennekes: ‘We weten dat veel overheden en andere organisaties onze bedrijfstak een warm hart toedragen. Het bleek eens te meer tijdens de manifestatie voor Pampus in juni. Het is tijd om uitdagingen hard te maken. Behalve een initiatiefgroep stellen we een werkgroep samen die vervolgstappen kan zetten. De verdeling van de 15 miljoen van de regering behoort niet tot de opdracht.’

Robin Hoekstra van Bureau Scheepvaart Certificering kwam tijdens de rondvraag met een waarschuwing. De tijdelijke opschorting van de certificeringsplicht nadert zijn einde. Van een groeiende groep vaartuigen is het certificaat tussen 15 maart en 31 december 2020 verlopen. Per 1 februari zal ILT de handhaving hervatten, tenzij deze schippers aantonen dat er een certificeringstraject loopt. Deze tijdelijke maatregel vervalt per 1 augustus 2021. Vanaf dat moment zal ILT in alle gevallen handhaven.

Voorzitter Sicko Heldoorn, aan het einde van de door ongeveer 75 mensen bijgewoonde vergadering: ‘Deze crisis is een buitengewoon zware tijd voor ons allemaal en ze brengt ontzettend veel leed teweeg. Het is een grote teleurstelling dat er aan het einde van dit jaar toch weer strengere maatregelen nodig zijn. Dit is ook voor ons een intensieve periode. De inzet van ons bureau heeft al veel betekend. Ik wil laten weten dat de BBZ er is voor jullie en voor de gehele sector.’

Dit artikel is eerder gepubliceerd bij de Harlinger Courant en weekblad Schuttevaer.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.