Bloed in de badkamer

Carola en Lizzie, de schrijfinspirators van Prompt Schrijven/writing, namen kort voor Kerstmis het initiatief tot een zogenaamde ‘write-along’.
“De eerste ter wereld”, stelden ze zelf, “want wij hadden er in ieder geval nog nooit van gehoord”. Niet minder dan 214 mensen hadden zich als deelnemer aangemeld. Omdat ik met de lockdown en dergelijke toch niet veel beters te doen had hoorde ik daar ook bij. Het is maar zelden dat ik fictie schrijf. Een leuke vingeroefening. Nu nog even die autobiografische roman.

Twaalf dagen lang stuurden Carola en Lizzie opdrachten voor de volgende alinea’s. Door hun verrassende schrijftips schoot het verhaal noodgedwongen alle kanten op – dat was dan ook de uitdaging. Als je niet weet waar het verhaal uiteindelijk naartoe gaat, hoe maak je er dan toch een logische tekst van? Het is ondanks alles min of meer gelukt. Denk ik. Nou ja, hieronder het eindresultaat.

De Prompt write-along

De spiegel was toch zwaarder dan hij gedacht had. Misschien was het beter geweest als hij hulp had gevraagd. Aan één kant zat het onhandig grote ding nu vast. Nu kwam het eropaan. Het gat in de muur had hij geboord. De plug zat erin. Waar was de schroefboormachine? Op het aanrecht. Nét te ver. Hij rekte zijn arm uit. Het puntje van zijn wijsvinger tikte tegen het apparaat. Dat schoof een stukje op. Hij rekte verder. Verdomme. Zijn linkerhand verloor zijn grip op de spiegel. Die schoof neerwaarts. Het gewicht trok steeds harder aan de ene schroef die al in de muur zat. Die schoot los. De spiegel kantelde. Brekend glas, splijtend hout. Zijn krukje gleed weg. Zijn enkel zwikte. Zijn hoofd raakte de rand van het bad. Het werd donker.

Altijd hetzelfde met hem, dacht ze. Waarom deden mannen dat toch? Ze dachten allemaal dat ze gouden handjes hebben. Een zware klap boven bevestigde wat ze al zag aankomen. Alles, álles liet hij uit zijn handen vallen. Nou, hij deed zijn best maar.

Ze pakte haar wijnglas en dronk. Een mot tikte tegen het raam. Die wilde naar buiten. Hij liever dan ik, dacht ze. Het waait en het regent. Het bleef wél lang stil boven. “Henk!” riep ze. “Lukt het?”

Geen antwoord. Moest ze nu wéér naar boven? Ze had heus willen helpen, maar dan had hij niet zo lomp moeten doen tegen haar.

Henk! Gaat het?”
“…”
Dat gelazer altijd met die vent. Ja ja, ik kom al.”
“…”
Aah! Henk… Henk… Wat spook je toch uit, de hele tijd?”
Mhhhh…”
Verdomme, je zit onder het glas en onder het bloed. Wat is er met die spiegel gebeurd? Toe nou. Gaat het wel?”
Mhhh… Au… Nee, mens, dat zie je toch?”

Walgend draaide ze zich om. De lul. Als het aan haar lag kon die sukkel daar doodbloeden. Dan kon ze eindelijk gaan léven.

Hij doet het met opzet, Moon. Echt waar, dat kan niet anders. Iedere keer weer.” Anke zuchtte diep. “Ik ben er zó klaar mee.”
Nee joh. Dat kan niet. Wie valt er nu met opzet?”

De telefoongesprekken met haar vriendin verliepen altijd op dezelfde manier. Zij vertelde eerlijk hoe de dingen waren gegaan, maar Moon wist het altijd zó te draaien dat Anke zelf de schuld kreeg.

En nu dan? Ligt ie daar nog steeds op de vloer te kreunen? Laat je hem daar zomaar liggen? Gaat het wel goed met hem?”

Moon kwam altijd op voor die kerel. Nou, hij zocht het maar uit met zijn bloedneus. Al een tijdje was het boven erg stil, trouwens.

Ga nou even kijken, Anke!”

Jahaa. Dat gedram van Moon. Moeizaam beklom ze de trap naar de overloop. Anke had het helemaal gehad, met álles.

Horror, pure horror, het tafereel dat zich voor haar ogen ontvouwde. In een grote plas bloed, half hangend uit de deuropening van de badkamer, keek Henk haar met grote ogen verbaasd aan. Zwakjes pompte een straaltje bloed uit een gapende snee in zijn hals.

“Henk! Wat…?”
“Ga niet naar binnen”, hijgde hij. “Pas op, in de badkamer…”
“Wat? Is hij het? Nee, dat kan niet waar zijn!”

Een gruwelijke gedachte drong zich op in Ankes hoofd. Het kippenvel stond op haar armen. Was ze nu werkelijk wéér beland in één van die parallelle universa? Voor de achtste – of was het de negende? – keer? Al vaker had ze zitten twijfelen aan haar eigen geestelijke gezondheid. Was dit een droom, was ze in een psychose beland, of gebeurde dit echt? Daar leek het op, want veel nuchterder mensen dan zijzelf zou je niet snel tegenkomen.

De vorige keer was ze wakker geworden in een auto, ondersteboven in een boerensloot, omgeven door tikkende geluiden van afkoelend metaal – en het zacht klotsende geluid van binnensijpelend water. Pijn in haar voorhoofd, in haar rechterbeen. Dat zat ergens vast! Wild bewoog ze haar voet. Die kwam niet vrij. Paniek overspoelde haar. Het water stond onder haar kin – en het steeg.

Snel en kort ademend vroeg ze zich af: hoe was ze daar ooit uitgekomen? Een witte vlek in haar geheugen. Aan zichzelf durfde ze het niet toe te geven. Toch moest dat haar gelukt zijn. Anders stond ze nu niet bij die bloedende man in de badkamer.

Al vanaf haar jeugd had Anke met tussenpozen door alternatieve werkelijkheden genavigeerd. Die leken meestal best veel op de realiteit waar ze vandaan kwam. Als kind had ze het heel gewoon gevonden. Later begonnen ouders en leeftijdgenoten haar vreemd aan te kijken als ze erover begon. Ze had geleerd haar talent voor zichzelf te houden.

Soms was de overstap geen verbetering, of er gebeurde iets onprettigs. Daar had ze geen zin in; ze focuste haar brein en daarmee wist ze ‘over te gaan’ naar de vorige of de volgende wereld. Ze keek dan heel scherp naar een wolk aan de hemel, of naar een bloem in een weiland, een trein in de verte, en dacht tegelijkertijd zo heftig mogelijk aan een deur, poort, ophaalbrug of schuifpui.

Dat deed ze nu ook. Misschien kwam ze ergens terecht waar ze geen bebloede Henk in de badkamer aan zou treffen, of beter nog: helemáál geen Henk.

Ze concentreerde zich en na een minuut of wat voelde ze de vertrouwde vervaging en verscherping waarmee een transitie altijd gepaard ging. Voorzichtig keek ze om zich heen. Het leek een beetje kouder. Ze stond in dezelfde badkamer, maar er was géén bloed, géén Henk. Dat leek in elk geval op een een verbetering. Ze keek door het raam. Dat was egaal grijs. Was het mistig buiten? Met twee treden tegelijk daalde ze de trap af. Ze opende de zoals altijd klemmende voordeur. Één blik was voldoende. Grijs, alles was grijs. Het was geen dichte mist. Het was leegte. ‘Buiten’ bestond niet meer. Het huis zweefde in limbo. De overstap was mislukt. Kon ze nog terug? In de verte klonk een dweilorkest.

Snel ademend klom Anke terug naar boven. Bezweet keek Henk om de hoek van de badkamerdeur. “Wat is die spiegel zwaar! Wil je helpen, Ank? Vlug, geef me die schroefmachine even aan!”

Harlingen, 5 januari 2022

#writealong #af


Prompt op Facebook
Prompt op Instagram
Prompt op Linkedin

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *