Wat komt u doen in Thailand?

In december 2018, tijdens mijn uitstapje naar Phuket, Thailand hield ik een dagboek bij. In enkele afleveringen publiceer ik het nu op mijn weblog. Dit is aflevering 2.

Brommen en zeilen in Phuket (2)

Mijn dochter Wies zet me tegen de middag af op Schiphol. Het inchecken, de paspoortcontrole en het aan boord gaan bij een Airbus A-310 van Cathay Pacific verlopen volgens plan. Het is een klere-eind vliegen, ontdek ik al snel, maar ondanks gebrek aan beenruimte weet ik het 11,5 uur vol te houden. In Hongkong zal ik overstappen. Prettig om even de benen te strekken. Van Hongkong naar Phuket, het tweede deel van de reis, duurt een uur of drie. Alles bijeen vlieg ik 15.000 kilometer. Het is toch magisch, zo’n vliegreis. Volgens het beeldschermpje in de stoel vóór mij passeren we plaatsen als Sint Petersburg, Moskou, het Oeral-gebergte, de Gobi-woestijn.

Het vliegveld in Hongkong lijkt onwerkelijk. Heb je één vliegveld gezien, dan heb je ze allemaal gezien, dat klopt. Toch is het anders. Het is er vroeg in de ochtend en door de grote ramen zie ik als in een film wazige, middelgrote bergen en de Chinese Zee.

Vliegveld Hongkong. (Foto: Gijs van Hesteren)

De dag van aankomst, Phuket International Airport. Met stramme benen verlaat ik het vliegtuig van dochtermaatschappij Cathay Dragon Airlines. Hoe kom ik bij de uitgang van de luchthaven? Ik sta in een verkeerde rij, voor ingezetenen van landen die geen visumverdrag met Thailand hebben. Ik heb het snel door en sluit aan bij een langere rij, die me door de douane voert. “Wat komt u doen in Thailand?” vraagt de beambte. Ik ben journalist én zeeman. Journalisten zijn meestal niet erg populair in militaire dictaturen, zoals Thailand er één is sinds de staatsgreep van enkele jaren geleden. Ik houd het daarom op “zeeman” en meld dat ik een vriend kom helpen in zijn charteragentschap. Ik mag het land in.

Ik kijk mijn ogen uit. Het wegdek, het linksrijdende verkeer, de tientallen brommers en scooters die overal tussendoor schieten, de honderdvoudige bovengrondse elektriciteitsleidingen, de rommel en de orde.

Buiten het airconditioned terminalgebouw slaat vochtige warmte over me heen. Tjeb haalt me op. Waar is ze? Ik loop wat rond en overweeg de koele aankomsthal maar weer op te zoeken. Echter, bij Tjeb is Alarmfase 1 al ingezet. Ik stuur een SMS naar Makz, maar die leest ze zelden á la minute. Oehoe! Dáár staat Tjeb ineens, tussen een meute afhalers die bordjes met namen omhoog houden. Ze haalt haar dubbelgeparkeerde autootje op, ik stap in de Suzuki Swift en wat volgt is de ongeveer één uur durende rit naar Amphoe Mueang.
Ik kijk mijn ogen uit. Het wegdek, het linksrijdende verkeer, de tientallen brommers en scooters die overal tussendoor schieten, de honderdvoudige bovengrondse elektriciteitsleidingen, de U-bochten in de rijksweg, de stalletjes die van alles en nog wat te koop of te eten aanbieden, de open werkplaatsjes en eettentjes. De rommel en de orde.
Tjeb lijkt niet helemaal op haar gemak achter het stuur. Toch vind ik dat ze ons zeker en veilig door het gekkenhuis dat hier verkeer heet stuurt. We passeren Phuket-Wichit en bereiken uiteindelijk Amphoe Mueang en strand Ao Yon. De weg heet Soi Ao-Yon Khaokhad en in een kleine nederzetting dalen we een steil pad naar beneden af, steken een gangetje in en daar vinden we Makz z’n woning. Deze staat op palen. Onderin, open naar alle zijden, de woonkamer met keuken. Alleen als het lang regent een treurige plek om te zijn, aldus Makz. Maar nu is het december, het koele seizoen en de regens zijn voorbij.

Alarmfase 1 bij Tjeb. Ze lijkt niet helemaal op haar gemak achter het stuur. Toch vind ik dat ze ons zeker en veilig door het gekkenhuis dat hier verkeer heet stuurt. (Foto: Gijs van Hesteren)

“Hee Gijs, daar ben je al!” Makz vindt het heel erg leuk om me te zien. Hij laat me voelen dat ik welkom ben. Ik krijg veel bier, en daarna gaan we ontzettend heet eten “in het restaurantje van de drie girls, waarvan er nog maar eentje over is”. Als we het op hebben gaan we in het ‘Small Café’ aan de doorgaande weg verder met bier. “De eigenaar is een kunstenares”, legt Makz uit. Het is er prachtig ingericht en ik ontmoet er leuke mensen. Zoals de knappe, half Zweedse Joy. Zij woonde 33 jaar in Stockholm. “Ik blijf nu in Thailand”, zegt ze in perfect Engels. “Veel teveel stress in Zweden. In Thailand leven we een stuk minder gespannen.” Je kunt over meer praten met haar dan alleen over het weer. Makz en Tjeb willen me al koppelen. Een Thaise hobby, merk ik later.

Cats in the bay

De woonkamer van Makz kijkt uit op een strand en een baai, met Max z’n catamarans dobberend op de ree. Vorige week zijn er accu’s gestolen uit twee van zijn charterboten. De cats zijn 36-voets Tiki’s. Een scheepstype dat is ontworpen door ene James Warram, hoor ik later, speciaal voor zelfbouwers. Zijn naam schijnt nogal wat te betekenen als je een kenner bent. In elk geval zijn het behoorlijk grote en stabiele schepen, die heel geschikt zijn voor de verhuur.

Of ik meega in de dinghy, de batterijkisten opmeten, vraagt Makz. In Harlingen ben ik gewend dat de charterschepen aan een kade liggen. Hoe gemakkelijk dat is merk ik nu pas, want elke boodschap moet hier per bijboot worden gedaan. Makz wil graag beveiligingsstrips over de accu’s heen monteren, zodat diefstal veel moeilijker wordt. Natuurlijk ga ik mee, maar mijn plezier in het overvaren wordt een beetje verpest door welvaartszorgen. Ik ben vooral bang dat mijn telefoon uit de kleine broekzak van mijn shorts glijdt, of dat ik in het water val en dat het ding daardoor naar de kloten gaat.

De woonkamer van Makz kijkt uit op een strand en een baai, met Max z’n catamarans dobberend op de ree. (Foto: Gijs van Hesteren)

Makz hoeft niet alles alleen te doen. Hij heeft twee Thaise mannen in dienst, die verven en krabben en helpen met algemene klussen. Teeha is de slimste. Hij is jachtschipper en doet veel deliveries. Hij zeilt mee met rijkeluisjachten, zeilwedstrijden en charters met schipper. “De markt ligt een beetje op zijn gat”, moppert hij in afgeraffeld, maar desondanks behoorlijk goed Engels. “Er is te weinig werk en dus ga ik Makz maar helpen met allerlei klussen.”
Hoe dan ook, Makz doet veel zelf. Dat is goedkoper en zijn vertrouwen in zijn personeel is niet onbeperkt. Bovendien is hij een workaholic die overdag niet te stoppen is.

Het is gruwelijk heet aan boord van de catamaran. Het weer is windstil en onbewolkt. Weliswaar is het ook in Thailand winter, maar dat betekent hier dat het maar dertig graden wordt in plaats van veertig, en dat het op onregelmatige tijdstippen kan waaien of regenen. En ik ben vergeten mijn zonnebril op te zetten. De schitteringen van het zeewater bezorgen me hoofdpijn. Gelukkig is de chef snel klaar met het opmeten.

Vorige bericht

Volgende bericht

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *