Engels spreken met een Belg

In december 2018, tijdens mijn uitstapje naar Phuket, Thailand hield ik aantekeningen bij. In enkele afleveringen publiceer ik deze nu op mijn weblog. Dit is aflevering 5. 

Brommen en zeilen in Phuket (5)

Eten met Christian, bij Noy.

Gebakken eieren met spek en koffie in het Used Books Café. Daarna ga ik een beetje meeklussen aan de charterboot. Die moet schoon voordat de klanten komen. Op dat moment komt Christian aan op het strand.
Makz heeft me gevraagd of ik samen met deze Belgische kennis van hem een catamaran naar Maleisië wil zeilen. Die boot moet af en toe Thailand uit. Het heeft iets te maken in- en uitvoer en ik weet niet wat voor bureaucratie. Vraag ik nog wel een keer. Het zeilen lijkt me een goed idee.
Samen met Christian wandel naar een cafeetje en daar maken we verder kennis. Hij komt uit Wallonië en afgezien van een paar Vlaamse krachttermen spreekt hij geen Nederlands. We houden het op Engels, want mijn Frans is roestig. Christian is een oude vriend van Makz uit de tijd dat die een duikschool had in de Rode Zee. Het schijnt nogal wat bijzonders geweest te zijn, want Christian praat met veel respect over Makz.
Later ga ik samen met hem zijn catamaran verhalen naar een plekje dichter bij het strand. Het scheepje heeft een aantal weken ten anker gelegen en dat kan je voor de veiligheid maar beter zo ver mogelijk van de vaste wal doen. Nu hij bezig gaat met de cat is het handiger dat hij niet zover hoeft te roeien met zijn bijbootje, dus liever niet een kilometer de zee in.

Christian in de weer met de Rama Rama.

We lenen de dinghy van Makz. “De benzine is zo goed als op”, waarschuwt Teeha. Het zal onze tijd wel duren, denken we. Dus niet. Halverwege valt de buitenboordmotor uit. We gaan met onze handen peddelen. Ondanks mijn extra twintig jaren in leeftijd gaat het aan mijn kant sneller, dus ik moet regelmatig wachten totdat Christian genoeg bijgepeddeld heeft. Verderop, bij de chartercatamarans van Max, kunnen we bijtanken gelukkig.
De Belg en ik hebben een klik. In de avond gaan we eten bij Noy’s eetterras. Noy en Christian zet ik op één foto. Die stuur ik haar via Messenger. Grote vreugde en hilariteit. Noy zet grote ogen op, als ik vertel over de dood van Inge en hoe ik sinds die tijd verder ben gegaan. Ze wil wéér een troostmeisje voor me regelen. Hoeft niet, zeg ik. Het leven kan al gecompliceerd genoeg zijn. Ik drink veel Leo-biertjes met Noy en Christian en we praten uitgebreid over ‘het leven’.
Tjeb en Makz hebben ons niet kunnen vinden, horen we later op de avond. “Wij bleven steken bij Chris en we hebben lekker over jou geroddeld”, zegt Makz.
Tijd om te kooi te gaan.

Boodschappen doen

Makz en Tjeb zijn druk met de charterboot. De gasten komen zo. Deze mensen hebben de laatste dagen wel vijftig mailtjes gestuurd. Is er zeep en shampoo aan boord? En ze hebben boodschappen besteld voor tien dagen. Toch komen ze maar met hun drieën. Misschien nemen ze op een geheime plek nog tien medepassagiers aan boord?
Christian heeft ook een scooter gehuurd, gisteren bij Noy. Ik weet geen plekken waar je géén brommer kunt huren… We gaan even ontbijten bij de moslims op de hoek. In de kustregio’s vind je die het meest; meer binnenslands hangt men het hindoeïsme of boeddhisme aan.
Men serveert pannenkoekjes gevuld met vlees en taugeh, met zeer scherpe komkommersalade. De kok knipt de pannenkoek in hapklare vierkantjes met een grote schaar. Ze zijn erg lekker. De Thaise naam van het gerecht ben ik vergeten. Daarna rijden we door naar de ‘engineer’. Christian is bezig met een betere mastvoet.
De ingenieur heeft een werkplaats aan een drukke doorgaande weg. Het lijkt me heel klein, naast een wasserij en een koffiebar.

Christian en de engineer.

“Die man kan alles maken”, zegt Christian. Hij bouwt vooral veel langstaartmotoren, met een 120 pk autokrachtbron, die via een lange as zogenaamde ‘longboats’ aandrijven. De ingenieur is er trots op. Hij vindt het een mooi staaltje werk van zichzelf. Op de enkele tientallen vierkante meters van zijn werkplaats staat het tot in de kleinste hoekjes vol met zwaar gereedschap. Draaibanken, freesbanken, kolomboormachines, lasapparaten, snijbranders, zetbanken, enzovoort. Het is werkelijk prachtig.

De engineer is vooral druk met het bouwen van motoren voor de longboats.

Christian is vergeten de binnendiameter van zijn constructie op te meten. Maar die is gelijk aan de diameter van een verfblik van één gallon, weet hij. Hij loopt naar de verfwinkel aan de overkant en zo komt het toch goed. De ingenieur is zeer snel van begrip.
Hij is geïntrigeerd door de kleine sikjes die Christian en ik op onze kin dragen. “Dat vinden de vrouwtjes vast en zeker lekker”, glundert hij wetend. De Thais kennen weinig remmingen wat seks betreft. Dat had ik ook al bemerkt bij de dames. Ik kijk met nieuwe ogen in de spiegel.

Alles erop en eraan in de werkplaats van de ingenieur.

De ingenieur kan ermee verder en wij rijden met de ‘motorbikes’ naar een commercial district van Phuket. We houden halt bij de Expo, een winkel die volgens Makz tassen en tasjes op voorraad heeft. De Expo blijkt geen winkel, maar een soort airconditioned overdekte marktplaats, met binnenin allemaal kleine bedrijfjes. Ik vind er een legergroene waterdichte roltas en een schoudertasje voor mijn portemonnee, paspoort, internationaal rijbewijs en telefoon. Handig, een mannen-handtasje!
We rijden verder en stoppen nu bij een overdekte hal die vol staat met Chinese meuk die de Action waarschijnlijk net had afgedankt. Ongeveer drie jongens en drie meisjes lopen tussen de vakken heen en weer, om je te vragen waarmee ze je kunnen helpen. Later hoor ik dat ze per transactie commissie krijgen bovenop hun karige uurloon. Met een brillenkoordje kunnen zij me in elk geval niet helpen. Ze hebben dit wel, zeggen zij, maar dan van touw van een halve centimeter dik. Het lijkt mij een beetje overdreven voor een bril.

Gelukkig heeft Christian aan boord nog zo’n hoed voor mij.

Wél vind ik er een vissershoed met lint en nekdoek, Goed voor op zee. Bij de uitgang staat een jongen met een microfoon. Hij prijst luidkeels de waren van de zaak aan, zingt uiterst vals mee met karaokemuziek en pakt je bestelling in – in een plastic tasje, want zonder zo’n tasje krijg je in Thailand niets mee. Betalen doe je aan een loket. Daar zit een oudere dame te glimlachen. Zij woont overduidelijk dag en nacht in het achterliggende kantoortje. Ik zie een keukentje, een zitgedeelte en een slaaphoek. De dame tikt het bedrag in een rekenmachine. Deze toont ze aan jou en daarna neemt ze nog steeds breed glimlachend het verschuldigde bedrag in ontvangst.
Op de valreep vind ik bij de kassa schoenveters voor 10 Baht, ongeveer 27 cent. Heb ik toch een koordje voor mijn bril. Dankzij het vinden van de veters vergeet ik natuurlijk om de hoed mee te nemen. Lekker dom.

Vorige bericht

Volgende bericht

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *