Thais eten en een geitje

In december 2018, tijdens mijn uitstapje naar Phuket, Thailand hield ik aantekeningen bij. In enkele afleveringen publiceer ik deze nu op mijn weblog. Dit is aflevering 4. 

Brommen en zeilen in Phuket (4)

We gaan bij Tjeb thuis eten. Dat is heel bijzonder, zegt Makz, want ze nodigt zelden vreemdelingen uit, laat staan farangs. Ik zie het als een grote eer. Eerst gaan we een biertje doen in een cafeetje verderop. Dat is ook om zijn vriend Chris aan mij voor te stellen. Die woont al vijftien jaar in Thailand. Chris verhuurt óók catamarans en is onder andere agent voor jachtentransporten. Hij bracht zijn jonge jaren door in Muiden. Café Ome Ko, “wat toen eigenlijk een bordeel was”, Herman Brandsma, Jan Schoen, Willem Trekkast, Rooie Gerrit. En ken je die-en-die? Enzovoorts. Chris lijkt me behoorlijk bijdehand, maar hij is open en hartelijk. We genieten van een drankje en we hebben een klik.

We halen Valentino even op. Zij springt zonder hulp in het zijspan van Makz.
(Foto: Gijs van Hesteren

Vervolgens naar de woning van Tjeb. Zij blijkt een uitstekende kok. We smullen van haar Thaise gerechten. We zitten niet aan een tafel, zoals we in Europa zouden doen. Wie bij mensen thuis komt eten gaat zitten op een matje op de vloer. De schalen met het eten staan in het midden. Knars, krak, zeggen mijn knieën. Mijn kleermakerszit is niet meer wat ie geweest is, haha. De zoon en dochter van Tjeb eten niet mee, maar lopen wel rond in huis. Ze zijn puber of jong-volwassen. Druk met smartphones en laptops, geloof ik. 

Later: een uur of elf in de avond, onderweg naar huis. Een clubje zestienjarigen hangt rond bij het strand. Ze zijn moslim en ze drinken geen alcohol. Daarom slikken en snuiven ze van alles. Dagelijks graast het geitje Valentino, Makz z’n huisdier, vlak bij hen, op een braakliggend stuk terrein. “Valentino heb ik niet voor het vlees of de melk”, legt Makz uit. “Ze is zelfs nog maagd, dus géén melk.” Ja, ze is een meisje, ondanks de naam.  ‘s Ochtends brengt Makz zijn geitje er trouw naartoe. In de avond haalt hij haar weer op. Ruwe bolster, blanke pit.

“Valentino is nog maagd, dus géén melk”, zegt Makz over zijn huisdier.

Vandaag is het laat geworden. Dat vindt Valentino niet zo leuk. Klagend staat zij te blaten. De jongens kennen Valentino goed, en Makz kennen ze ook. Valentino springt met een mooie boog zelfstandig het span in. De jongens vinden het mooi en komen het geitje van Ome Max even aaien. Je beleeft hier nooit een saai moment.

“Sneu voor die jongens”, zegt mijn dochter Wies via de whatsapp. Ze doelt op het lijmsnuiven. Tja, als je er oog voor hebt kan je hier veel sneue dingen zien. Die zie ik vaak over het hoofd, maar dan wijst Makz me er op. Niet iedereen heeft het gemakkelijk. Toch is dit een zeer blijmoedig volk. Het is in Thailand meestal mooi en warm weer en zo te zien heeft iedereen voldoende te eten. In ieder geval op Phuket zie je niet veel rijkdom, maar echte, schrijnende armoede kwam ik evenmin tegen. Men weet te leven. Savoir vivre.

Valentino is een prima zijspanbakkenist.
(Foto: Gijs van Hesteren)

Hurktoiletten en uitkijktorens

Ook vannacht word ik om half vier wakker. Het is nog pikdonker. Stommelend ga ik naar de badkamer. Je behoefte doe je op zijn Thais, boven een hurktoilet. WC-papier kent men hier niet. Bij Makz en in alle horeca-gelegenheden en openbare WC’s hangt geen WC-rol, maar een slang met douchekop naast de plee. Daarmee spoel je je onderlichaam af. Altijd de linkerhand gebruiken. De rechter gebruik je om te eten en andere mensen een hand te geven. Als je niet permanent met een WC-rol onder je arm wilt lopen is het even wennen, maar het is wel zo hygiënisch, tenminste zolang er zeep in de buurt is. Na de sanitaire stop probeer ik wat te lezen, maar gelukkig val ik weer in slaap.
“Gij-hijs, ben je wakker?” hoor ik om een uur of zeven. Het is Makz, vroeg op als altijd. Ik zei al, hij kan niet stilzitten. Of ik mee ga ontbijten. Een tentje in Tambon Wichit, dat een paar kilometer verderop ligt. Men ontbijt in dit land met rijst, kip, chilipepers, koffie met gecondenseerde melk en weeïge zoete drankjes. We scheuren er gemotoriseerd naar toe.

“Die man is een luilak die zijn vrouw laat werken, terwijl hij zit te gamen op de telefoon”

Na het ontbijt ga ik maar weer even liggen. Een uurtje later word ik wakker. Ook douchen doen we op z’n Thais: met een steelpan en een emmer water. Echt koud is het kraanwater hier nooit. Opvallend: je kunt het gewoon drinken. Met de hygiëne van de drinkwatervoorziening is niets mis. Makz en Tjeb zijn in geen velden of wegen te bekennen. Ze zijn bezig aan boord van de catamarans. Ik besluit om met de brommer een rondje maken. Maar die doet het niet. Makz belt met de verhuurster. Haar man zal langskomen, maar die laat zich niet zien. “Die man is een luilak die zijn vrouw laat werken, terwijl hij zit te gamen op de telefoon”, zegt Maks. Hij belt nog een keer en dan komt zij zelf maar. Het batterijtje van de elektronische draadloze contactsleutel blijkt leeg. De motor doet het weer.
Ik rijd eerst naar de uitkijktoren, die niet ver van Makz z’n basis is gesitueerd. Met de teenslippers die Tjeb voor me gekocht heeft (au, au, ontvellingen) klepper ik de trappen omhoog. Ja, het uitzicht daarboven is mooi. De kust doet nogal denken aan de Kroatische, met rotseilanden die uit de blauwe zee omhoog rijzen.

Vanuit de uitkijktoren.
(Foto: Gijs van Hesteren)

Vervolgens rijd ik naar de westelijke teen van het schiereiland waarop we zitten. Daar zie ik bij Rawai Beach en verder naar het westen toe een hoop toeristische nonsens. Je kunt er om te beginnen van alles huren, van een brommer en een motorboot tot aan een rit met quads of op olifanten. De kuststrook is nogal verziekt met de gekste bouwsels en de zee is bijna niet meer te zien. Zoiets als de Belgische Noordzeekust of de Spaanse Middellandse Zeekust, maar dan nog veel rommeliger. De weg is op zich wel leuk, met veel hoogteverschil, haarspeldbochten en mooie vergezichten over de zee. Overal toeristen die zonder motorrijbewijs met scooters rondkarren. Eenmaal in Ban Katha Iri aangekomen neem ik de weg die terugvoert naar Patak Villa. Meteen weer temidden van het gekkenhuis dat hier verkeer heet. Gasgeven!

In een zeearm met getijden ineens een haventje met kleurrijke visserij. Men vist hier ‘s nachts met licht en met staand want.
(Foto: Gijs van Hesteren)

Met Makz ga ik ‘s avonds naar het cafeetje waar ook Chris weer te vinden is. De café-eigenaresse heet ook al Tjeb, geloof ik. We delen sterke verhalen en sterke drank. Voor het te gek wordt gaan we eten in het tentje verderop, volgens Google Maps in de nederzetting Vanich Bay Front Ville. Daar staat Noy, een gezellige kokkin, me aan te lonken. Of ik niet een vriendin voor de nacht wil hebben. Dat kan ze regelen, zegt zij. Makz vraagt haar: “Wie is die vriendin dan? Jij zelf zeker?”
Noy giechelt. Ik houd de boot beleefd af. Aan mijn lijf geen polonaise.
We praten de hele avond over het leven, begoten met flesjes bier. Men serveert dat hier in flesjes, die je met je tweeën moet delen. Ieder krijgt een glas met ijsblokjes. We drinken behoorlijk wat flesjes leeg. Makz zou vroeg naar bed, maar dit lukt niet meer.
“Het is ook veel te gezellig”. Hij is een gezelschapsdier en blij dat hij iemand heeft om over motorracen te kletsen. We besluiten de avond in de Ship Inn bar aan het strand. Daar zitten vier Australiërs. Ze hebben een familiereünie. De meesten hebben elkaar al in geen vijftien jaar meer gezien. Thailand lag voor hen mooi centraal, want de familieleden komen van overal op de wereld.
Makz heeft het niet zo op de Ship Inn, maar het ligt op de route. De Britse eigenaar is volgens hem een alcoholische ziel die over zijn eigen café zegt: “It’s a total rip-off.”
Makz: “En de barvrouw is ook een bitch.”
Dan is het bedtijd.

 

Leave a Reply