Met de taxibus naar Krabi

In december 2018, tijdens mijn uitstapje naar Phuket, Thailand hield ik aantekeningen bij. In afleveringen publiceer ik deze nu op mijn weblog. Dit is aflevering 9.

Brommen en zeilen in  Phuket (9)

We worden wakker in de motregen. Damp cirkelt om de heuveltoppen langs het strand. Het weerbericht ziet er somber uit, volgens Christian. De hele dag regen en geen of weinig wind. Hij is van plan om vandaag de hele dag voor anker te blijven liggen. In dat geval is het mooi geweest, vind ik. Gezien de spartaanse boordaccommodatie besluit ik de terugreis te aanvaarden. Mede omdat het moeilijke deel van de reis voor Christian achter de rug is.
Ik moet nodig plassen. We roeien naar het strand. Althans, Christian roeit. Mijn spullen heb ik bij elkaar geraapt. We wandelen weer naar de Black Coral. Ik ga er eens lekker naar de toilettten en vervolgens eten we een stevig ontbijt, met worstjes, spek, ei en fruit.

Baaien met bootjes.
(Foto: Gijs van Hesteren)

Mijn reisgenoot raadt me aan via Krabi Old Town te reizen. “Een mooie oude stad midden in de mangrovebossen”, zegt hij. Achter in het restaurant bevindt zich een reisbureau. De beheerder is er nog niet, maar mogelijkheden zijn er te over: langzame of snelle ferry, taxibus, privé-taxi, longboat, speedboot.
De eigenaar van het restaurant kom naar me toe. Hij lijkt me vroeg in de zeventig en hij vraagt of hij me kan helpen misschien.
“Where are you from?” vraagt hij. Uit Nederland. “Oh, ik ook”, zegt hij met een Zweeds accent. “Mijn naam is Martin Stalenhoef.”

Mijn reisgenoot raadt me aan via Krabi Old Town te reizen. “Een mooie oude stad midden in de mangrovebossen”

Een Nederlander. Dat maakt het praten gemakkelijker. Hij denkt met mij mee. Misschien een speedboot? De kosten vallen mee en het lijkt me wel wat. Vertrek straks om half twaalf. Maar de schipper annuleert de tocht. Ik zou de enige klant zijn en dat kan voor hem niet uit. Dan kies ik maar voor de taxibus. Die deel je met alle anderen die op de route op en af willen stappen. De vier uur durende reis kost maar 300 Bath, ongeveer een tientje in Euro’s.
Martin vertelt over zichzelf. Hij had een eigen bedrijf in Stockholm, vandaar de vele Zweedse invloeden in zijn strandrestaurant. Toen ze 46 jaar oud was overleed zijn echtgenote aan een hersenbloeding. “Dan voel je je ineens heel klein”, geeft Martin toe. Ik weet hoe het voelt.

Onderweg kwamen we vreemde vaartuigen tegen.
(Foto: Gijs van Hesteren)

“Uiteindelijk heb ik het bedrijf verkocht en ik heb dit restaurant overgenomen”, vertelt hij. Hij heeft veel veranderd. “Alles hier was uitgewoond, vies en kapot. Maar nu is dit bedrijf op Europese leest geschoeid.” Het klopt wat hij zegt. Alles is brandschoon, de gerechten zijn heerlijk, zowel de oosterse als de westerse. Het sanitair is prachtig en fris. Martin werkt zelf eigenlijk nauwelijks. “Een westerling, farang, mag dat niet van de wet. Ik loop een beetje rond en geef adviezen.” Zijn Thaise vrouw en zijn prachtige dochter doen het meeste werk, samen met een uitgebreide crew Thais personeel. In juli en augustus reist hij met zijn gezin naar West-Europa. Hij heeft nog altijd een appartement in Stockholm en uiteraard familie in Nederland.
“He is a good man”, zegt Christian.

Busje komt zo

Chris blijft een dagje ten anker in de baai; morgen komen zijn vrouw en zoon en samen met hen zal hij de zeiltocht vervolgen. Over mijn reisplan zegt hij: “Niet bang zijn!” Hij doelt op het rijgedrag van de Thaise chauffeurs. Ook die van mijn busje rijdt hard, harder dan nodig in elk geval. Beter dat je niet meekijkt. Ik verdiep me dan ook liever in mijn e-bookreader.

Ik kom te zitten naast een goedlachse, goed geklede en gesluierde jongedame uit Maleisië. Ze spreekt vloeiend Engels en praat honderduit.

Het busje zou komen rond half één ‘s middags. “Aan de straat, achter het hotel”, had de dame van het reisbureau me gezegd. Dus ik ben alvast aan de wandel gegaan met mijn spullen. Die bestaan uit één waterdichte roltas en een schoudertasje met mijn geld en papieren. Geen busje te bekennen op de afgesproken tijd. De reisbureaudame komt me schaterend achterop gereden. “De taxi komt gewoon langs het hotel, hoor”, zegt ze. “Maar ik bel wel even, waar hij blijft.”
Enfin, de taxi heeft flinke vertraging en zit al helemaal vol als ie arriveert. Ik prop mezelf erbij. Ik kom te zitten naast een goedlachse, goed geklede en gesluierde jongedame uit Maleisië. Ze spreekt vloeiend Engels en praat honderduit over haar leventje. Ze is ongehuwd, heeft een paar dagen doorgebracht in een resort op Koh Lanta en is nu op weg naar vrienden in Bangkok.

Het uitzicht op de Pak Nam Krabi rivier vanuit Krabi Old Town.
(Foto: Gijs van Hesteren)

“Het is leuk in Thailand”, vindt ze. “Hiervóór was ik naar Taiwan. Daar leven geen aardige mensen, tenzij je een paar woorden Chinees spreekt.”
Ze is het helemaal eens met mij. “Natuurlijk is reizen met je tweeën leuk. Maar als je in je eentje reist, ontmoet je veel meer mensen en heb je de leukste gesprekken. Het geeft je zo veel meer vrijheid. Als je iets besluit, hoef je niemand naar zijn mening of toestemming te vragen. Niemand kan boos worden. Wat interessant dat u op uw leeftijd op deze manier reist. U bent heel anders dan de meeste westerse toeristen die ik hier ben tegengekomen.”
Nou, dat is nou aardig, dat ze dat zegt.

De veerdienst bestaat uit een viertal verroeste en gedeukte oude hokken die continu heen en weer varen over de klongh, de zeearm, die daar ongeveer een halve kilometer breed is.

In het meest noordelijke puntje van Koh Lanta nemen we een vol beladen veerboot naar de overkant. De dienst bestaat uit een viertal verroeste en gedeukte oude hokken die continu heen en weer varen over de klongh, de zeearm, die daar ongeveer een halve kilometer breed is.
De verdere route naar Krabi bestaat uit vierbaanswegen. Toch zijn dat geen snelwegen zoals bij ons. Het wegdek delen we met honden en katten en met honderden taxi’s, brommertjes, scooters en lichte motorfietsen. Steeds meer Thais rijden in donker geblindeerde SUV’s en pickups.

River View

Het regent en het regent. Aan het einde van de middag arriveren we in Krabi Town. Onderweg heb ik via booking.com de overnachting al geregeld: Hotel River View. Christian was daar ook al eens geweest. Een schoon en vriendelijk hotel, met een heel mooie, nette kamer zonder beestjes. Goede airco, een mooi uitzicht over de rivier. Ik heb er lekker gegeten ‘s avonds, in een ontspannen sfeer.

Een meer dan keurig hotel in Krabi.
(Foto: Gijs van Hesteren)

Het meisje aan de balie helpt me bij het bedenken van de vervolgreis naar Phuket. Haar vriendje rijdt op een private taxi en wil me wel brengen, voor 2,5 duizend Bath, ongeveer 65 Euro. Niet zo gek voor 175 kilometer en een halve dag rijden, vind ik. “Veel te duur, jae had moeten afdingen”, zegt Makz later.
Ik maak vóór het avondeten een wandeling door Krabi Town. Nog steeds regent het. Warm water uit de lucht. Apart, in je T-shirt lopen, nat worden en het toch niet koud krijgen. Afgezien van de Food Market is er weinig te zien, eerlijk gezegd. De Market is vooral gericht op backpackende toeristen, dus die vind ik niet zo interessant. Ik bekijk een paar sarongs. Wie weet leuk als souvenir of cadeautje. Maar ik vind ze duur, voor 300 Bath per stuk. Och, van kleren heb ik weinig verstand.
Na de wandeling strijk ik neer op het buitenterras van mijn hotel. Ik ga er lekker een paar biertjes drinken.

Het getij van de Pak Nam Krabi rivier.
(Foto: Gijs van Hesteren)

Vorige bericht

Volgende bericht

3 thoughts on “Met de taxibus naar Krabi

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *