De Antwerpse grot van Ali Baba (Drukpers deel 3)

De dubbele kniedegelpers waar het om gaat.
De dubbele kniedegelpers in Antwerpen.

Begin 2016 schreven mijn partner Inge en ik drie artikelen over de drukpers die 150 jaar geleden werd gebruikt voor de Harlinger Courant. Een zoektocht die sarcastische opmerkingen opleverde uit Griekenland, nul op het rekest in Etten-Leur en een boeiende ontmoeting in Antwerpen.

Alleen de eerste twee delen werden gepubliceerd. De derde aflevering was al een heel eind op weg, maar we waren aan het wachten op inbreng van derden. Hierdoor stagneerde de voltooiing. Ongeveer in dezelfde periode besloot de uitgever van de krant het roer om te gooien. Van een abonneekrant werd de Courant een huis-aan-huisblad. Voor freelancers was geen budget meer voorhanden. Dit betekende het einde van onze werkzaamheden daar. Ik publiceer nu alsnog het volledige verhaal. Deel 1 en deel 2 verschenen al in dit weblog. Dit is deel 3.

Tekst en foto’s: Gijs en Inge van Hesteren

Wat vooraf ging:
De drukpers was in bezit van museum Het Hannemahuis in Harlingen. Aan het einde van de jaren zeventig gaf het museum de pers in bruikleen aan het Nederlands Drukkerijmuseum in Etten-Leur. De mensen daar staken veel geld en moeite in de pers. Voorzien van nieuwe onderdelen en in geheel gerestaureerde staat verhuisde de drukpers in 2002 naar Drukkerij Salsedo. Opnieuw in een bruikleenconstructie. En vervolgens verliet de machine in 2009 definitief het schone Noord-Brabant. Waar naartoe, dat was onzeker. Want waar was de drukpers? Een interessante vraag, wat betreft geschiedschrijving, behoud van historisch erfgoed of de vraag wat de werkelijke eigenaar ervan vond. En dat is nog steeds museum het Hannemahuis.

De voorzitter van het museum in Etten-Leur, Rien van Heck, meende zich te herinneren dat de pers via de bekende verzamelaar van drukkerijmachines C. Schenk uit Leiden naar Kreta was verhuisd. De Griekse krantenmagnaat Yannis Garedakis zou hem in zijn museum hebben opgesteld. Desgevraagd reageerde de Griek aangebrand. Wat we wel niet dachten? Dat Grieken schurken waren die drukpersen verdonkeremaanden? Zo had HC het zeker niet bedoeld. In ieder geval, volgens Garedakis stond de HC-pers niet in zijn museum.
C. Schenk wist te vertellen dat de pers was verkocht aan, zoals hij het uitdrukte, ‘een bemiddelde verzamelaar uit Antwerpen’. Ondanks voorzichtig aandringen noemde hij geen naam. Geen nood, Google helpt. Na het intikken van de zoektermen ‘drukpersen, verzamelaar, Antwerpen’ vinden we twee vermeldingen. De ene verwijst naar het Museum Plantin-Moretus. ‘Het museum is gevestigd in het vroegere woonhuis met drukkerij van de families Plantin en Moretus. In de collectie bevinden zich de oudste drukpersen ter wereld’. We e-mailen het museum, maar krijgen een heel kort antwoord: ‘Ladidah’.

ETWIE

Een grote loods met drukpersen.

De andere Googlevermelding lijkt veelbelovender. ‘Patrick Goossens, gepassioneerd verzamelaar van drukpersen en drukwerk’. Deze tekst staat zonder veel verdere toelichting op de website van het ETWIE, het Belgische Expertisecentrum voor Technisch, Wetenschappelijk en Industrieel Erfgoed.
We e-mailen het Expertisecentrum. Kort daarop gaat de telefoon. Het is Robin Debo, curator. “Ik denk, dat ik een idee heb wie uw verzamelaar zou kunnen zijn.” Hij wil van ons weten wat de bedoeling is en zegt dan toe contact te leggen met de verzamelaar. Debo houdt zich aan zijn woord. We krijgen het telefoonnummer van Patrick Goossens en mogen hem zelf bellen, tenminste, als we beloven dat Debo ook mee mag naar Goossens, “want zo’n verzameling hebben ook wij nog nooit gezien!”
Een week later zijn we voor zaken in Noord-Brabant. Een kort bezoek aan Antwerpen behoort tot de mogelijkheden. We staan op het punt van vertrek uit Harlingen als Rien van Heck ons belt. “Het wordt nóg gekker,” zegt hij. “Van meneer Goossens verneem ik dat u bij hem op bezoek gaat. Ik heb zijn naam niet willen noemen, omdat ik weet dat hij niet houdt van onnodige publiciteit. We zullen elkaar in Antwerpen ontmoeten! Eén dag per week help ik hem als conservator collectiebeheer. Trouwens, ik denk niet dat u de pers zult vinden bij Goossens, want dan zou ik er van moeten weten.”
We laten ons niet ontmoedigen. We hebben ’s middags afgesproken met de verzamelaar en hebben dus in de ochtend tijd om het Museum Plantin-Moretus te bezoeken. Het is prachtig. Een verborgen juweel van zestiende-eeuwse architectuur, interieur, prenten en boeken. Het oudste manuscript is een boek uit het jaar 850. Een volle zaal met drukpersen, maar ze zijn allemaal van hout en de nieuwste die er staan dateren uit de jaren 1550-1650. De pers van de Harlinger Courant staat er zeker niet tussen – die stamt uit de negentiende eeuw en het basismateriaal is gietijzer.

Kanteldeur

De collectie van Patrick Goossens bevindt zich in een Antwerpse buitenwijk. Het is even zoeken in de woonstraat. Een bescheiden garagedeur kantelt open. “Deze kant op!” roept een rijzige man met een opgewekt gezicht. Het is Goossens zelf. Hij leidt ons langs een binnenplaats naar een oude fabrieksloods. Het is een grot van Ali Baba. De loods is tientallen meters diep en staat van voor tot achter en van onder tot boven vol met antieke drukmachines. Een zeldzame aanblik.

“Ik ben overal geweest. Schotland, Duitsland, de Verenigde Staten, maar ook bij afgelegen drukkerijtjes in België zelf. Sommige gebruiken zelfs vandaag de dag nog houten persen!”

Goossens leidt ons rond langs de verzameling. Lang vergeten makers passeren de revue. Stanhope, Bouhoul, Van Heerde, Clymer, Albion. Allemaal van zwaar hout en gietijzer, voorzien van ver uiteenlopende technologieën. Het Transbury-systeem, de kniedegel. De Zweibrückenpers met de dubbele kniedegel van Dingler Christi, de Amerikaanse variant van Hagar. Het is er een van het laatstgenoemde type waarnaar we op zoek zijn. “Om precies te zijn, de variant van Carl Krause uit Leipzig”, legt Goossens uit.
Patrick Goossens grote liefde is de historie van industrieel erfgoed. Een passie die hij deelt met de twee heren van het ETWIE, die samen met ons de rondleiding ondergaan. “Vijftien jaar geleden ben ik begonnen met verzamelen”, licht Goossens toe. “Deze machines kan je nog steeds vinden, als je goed zoekt. Google en eBay zijn belangrijke media. Ik ben overal geweest. Schotland, Duitsland, de Verenigde Staten, maar ook bij afgelegen drukkerijtjes in België zelf. Sommige gebruiken zelfs vandaag de dag nog houten persen!”

Delicatessen

In de Antwerpse binnenstad.

Natuurlijk gaan we op zoek naar de pers van de Harlinger Courant. Veel drukpersen lijken erop, maar wat we willen vinden staat er niet. Wat dat betreft heeft meneer Rien van Heck gelijk gekregen. Hij loopt de hele middag al mee tijdens de rondleiding. Net als wij wordt hij erg nieuwsgierig op het moment dat Patrick Goossens meldt, dat elders in de stad nóg een pers staat. Die is van hetzelfde type als wat wij zoeken. In de auto van Goossens rijden we naar de binnenstad van Antwerpen. In een smalle gekasseide winkelstraat arriveren we bij een kleine winkel met een middeleeuwse gevel. “Mijn werkkamer is hierboven”, zegt Goossens. We stommelen langs een paar smalle trappen naar het kantoor van de verzamelaar.

De pers op de tweede etage in Antwerpen. Het is hem niet!

Het is alsof we de kamer betreden van een magiër uit Harry Potter. Overal antieke meubelen, boeken, schilderijen, een kakelende papagaai. Eerst koffie en taart, eerder gaan we niet naar de hoogste verdieping. Daar staat hij: een Hagar Dinglerpers, die in bijna alles lijkt op die van de Harlinger Courant! Maar is het hem? We weten de maten van de drukplaat, dankzij de overdrachtsdocumenten van het Hannemahuis naar het Drukkerijmuseum. Die moeten 50 bij 75 centimeter bedragen. Maar dat zijn ze niet! Deze pers meet 57 bij 80 centimeter…

Goossens: “Vanwege het contact met u was ik gaan twijfelen, maar nu weten we het zeker, dit is hem niet. In het verleden heb ik contact gehad met de heer Schenk uit Leiden. Hij wilde daar een drukkerijmuseum stichten, maar de gemeente werkte niet erg mee. Schenk had er genoeg van en ik heb vijf drukpersen van hem overgenomen. Een paar jaar later wilde hij één er van terugkopen. Hij had belang bij juist deze pers, die ik hier op de tweede verdieping heb staan. Hij had nóg een drukpers als deze verworven, die hij te ruil aanbood. Dat moet die van u geweest zijn. Ik heb gezegd: als het precies dezelfde pers is wil ik dat doen. Maar dat bleek niet zo te zijn. De ruil is niet doorgegaan. Volgens mij heeft Schenk uw pers toen toch echt doorverkocht naar Griekenland. Ik weet nog dat hij heel veel materiaal overdeed aan Kreta.”

In 2005

Van Heck kan het zich herinneren. “Schenk kwam bij ons in 2005. Hij zocht een dubbele kniedegelpers, zoals deze er een is. We zijn gaan kijken bij Drukkerij Salsedo, waar hij toen stond. Schenk heeft hem inderdaad van ons gekocht. Wij waren te goeder trouw; we dachten toen echt nog dat we dat recht hadden. Later ben ik nog op Kreta in het museum van Garedakis geweest en ik kan me herinneren dat ‘onze’ pers daar stond opgesteld.”
“Het kan natuurlijk zijn, dat dat toch een andere was”, zegt Goossens. “Er zijn heel veel van deze drukpersen gebouwd en ze zijn niet echt uniek. Wie weet staat de pers toch nog in Leiden. Schenk is al op leeftijd, maar nog steeds actief. Op beurzen en zo kom ik hem wel eens tegen.”

“Maar nu weten we het zeker, dit is hem niet.”

Dus zo zijn we terug bij af. Nog steeds weten we niet waar de oude machine is gebleven. Maar er is hoop. Henry Drost, vroeger directeur van Flevodruk en de Harlinger Courant, diepte onlangs oude negatieven op met beelden van de Hagar Dingler. Daarop is te zien dat de pers voorzien is van een gemeentewapen van de stad Harlingen. Twee hoopgevende acties staan op stapel. De eerste: binnenkort gaat het HC-reportageteam naar Leiden, om zich ervan te vergewissen of de pers zich daar bevindt. De tweede: Jurgen Drost, zoon van Henry, viert in de nabije toekomst vakantie op Kreta. Met de negatieven van zijn vader gaat hij kijken of de degelpers in Chaia misschien toch de ‘echte’ is.

Slotwoord

Tot zover onze zoektocht. Over negatieven of over Kreta ontvingen we dat jaar geen nieuwe informatie. Van alles kwam er daarna tussen.  De uitgeverij van de Courant kromp de krantactiviteiten in. Tegen het najaar was het duidelijk dat de abonneekrant omgevormd zou worden tot een éénmaal per week verschijnend huis-aan-huisblad. Wij freelancers werden voor de bewezen diensten vriendelijk bedankt.

We begrepen de beslissing, maar vooral voor Inge was het een bittere pil. Tijdens de zeiljaren was ze een gepassioneerde en zeer degelijke schipper/stuurvrouw geweest. Het was zoeken naar een nieuwe levensinvulling. Na haar omscholing tot nieuwsfotografe werd de Harlinger Courant enkele jaren lang het mooist denkbare platform voor haar fotografietalenten. Begin 2017 overleed zij nogal plotseling en dat was dat.

 

1 thought on “De Antwerpse grot van Ali Baba (Drukpers deel 3)

  1. Fantastisch verhaal. Als oude graficus kwam ik door heel Nederland en Vlaanderen veel oude persen tegen. Ook ging ik met de leerlingen van het Grafisch Lyceum Amsterdam elk jaar met alle klassen op bezoek bij Plantin Moretus Museum op de Vrijdagmarkt waar de oudste persen van de wereld staan.
    Zelfs op mijn reizen over de wereld zocht ik altijd naar drukkerijen en was reuze benieuwd naar die prachtige drukpersen.
    Ik kan er nog uren over door praten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *