Tag Archives: caferacer

Wil je dragracen met caféracers?

Dit is het V-Ringtreffen van Hengelo

Gelijktijdig met de Hamove-wegraces op de Hengelose Varsselring vond voor de tweede keer het V-Ringtreffen plaats. Organisator Wil Coopmans volgde zijn passie en deed er alles aan om de liefhebbers van caféracers en andere zelfbouwmotoren bijeen te brengen. Het werd een boeiende mix van effectief organiseren en tegelijk loslaten van zaken die zichzelf regelden. Gijs van Hesteren schreef zich in als deelnemer en brengt verslag uit.

Woest motorgeweld bij het zwaaien van de gele startvlaggen. (Foto: Gijs van Hesteren)

Vaak is zo’n treffen vooral een kijkevenement. De ambities van Wil Coopmans gingen verder. Hij maakte er een actieve ontmoeting van. Natuurlijk, het begon met zien en gezien worden. Dat speelde zich af in een prominente hoek van het rennerskwartier, ruimhartig ter beschikking gesteld door Hamove, de club die ieder jaar de races organiseert.  Continue reading Wil je dragracen met caféracers?

Van Puch met hoog stuur naar Matchless caféracer

Op verzoek van de redactie van ‘Satisfaction Guaranteed’, het lijfblad van de AJS & Matchless Vereniging, beschreef ik mijn eerste schreden in de motorwereld. Met een Matchless, vanzelfsprekend.

Maar het begon allemaal met mijn Puch. Een cultbrommer in de jaren zestig en vroeg jaren zeventig. Op mijn zestiende verjaardag kwam de Skyrider in mijn bezit. Een bijzondere dag, want hiermee kwam een einde aan mijn jaren op kostschool Saint Louis te Oudenbosch. Voortaan zou ik per bromfiets naar school.

Ik had net 'Easy Rider' gezien in de aula van het internaat. Ik wilde ook een hoog stuur. Met grote ontzetting vroeg mijn vader wat me in godsnaam bezielde dat ik het oude stuur ging vervangen. (Foto: Els van Hesteren, mijn moeder)
Ik had net ‘Easy Rider’ gezien in de aula van het internaat. Ik wilde ook een hoog stuur. Met grote ontzetting vroeg mijn vader wat me in godsnaam bezielde dat ik het oude stuur ging vervangen. (Foto: Els van Hesteren, mijn moeder)

Het moet in de zomer van 1972 zijn geweest. Ik had net mijn motorrijbewijs behaald. Nu kon ik niet meer wachten. Wekelijks had ik de uitgebreide advertentiepagina’s van het weekblad ‘Motor’ uitgespeld. Veel te koop, geen budget. Waar zocht ik naar? Een Engelse motor natuurlijk. Mijn eerste motorkilometers ooit waren achterop de BSA A7 van Wouter Voskuil, dwars door de woonstraten van Etten-Leur. Zeventien jaar was ik en niet méér gewend dan de twee, drie PK’tjes van een licht opgevoerde Puch Skyrider met hoog stuur. Daar was ik dan wel mee naar Italië vertrokken, samen met Egbert Kalle, maar dat is een ander verhaal. En dan ineens die BSA: wat een geluid, wat een power! Ik werd ter plekke en definitief motorgek.

Lang duurde de periode met de racetank niet. Die was lek. Beïnvloed door Harley-Davidsonrally’s waar vriend Hans Meulenbroek me naartoe sleepte voorzag ik de Matchless van chopperuiterlijk. Helemaal de mode in 1972. Net als haar en baard.

Enorme accelaratie

Nadat mijn maat Robert Vermeulen een Matchless G3LS had aangeschaft wist ik ook welk merk het moest worden. De krachtige klappen en de fabelachtige acceleratie van de eencilinder, daar ging niets boven. De verkoop van de brommer en wat extra geld, verdiend als pompbediende, brachten de vijfhonderd gulden bijeen die nodig waren voor de aankoop van een Matchless met racetank. Gevonden via de mini-advertenties. Dus een paar dagen later reden Inge, mijn broer en ik met de Renault 4 van mijn moeder van Breda naar de duplexflat in een buitenwijk van Dordrecht, waar de begeerde koopwaar zich zou moeten bevinden.

In het kleine fietsenhok onder in de flat openbaarde zich de schat: een Matchless G80S, 500cc, bouwjaar 1954. Dat zag er goed uit. Een vuurrode polyester racetank en een ace-stuurtje. Het begrip caféracer was nog niet zo bekend als nu, maar wat zag het er snel uit. Proefrit door de straten rondom de flat. Geen drempels in die tijd. Goeiemorgen, wat ging dat hard! Dreunend en daverend snelde de Matchless met mij wapperend aan het stuur op en neer. Goed hoor. Niks mis mee, verkocht!
Zo moet je het niet doen, dat weet iedereen. Alleen ik wist het niet. Daar kwam ik al heel snel achter. Met de R4 in mijn kielzog draaide ik snelweg A16 naar Breda op. Al die slome automobilisten met Opeltjes Kadett, Deux Cheveaux, Ford Taunussen, Volvo Amazons, Morris Minors, Volkswagenbusjes, opzij! Vol gas naar de Moerdijkbruggen. Supersnel ging het, kin op de tank. Waar bleven de anderen nou, met die Renault 4? Even stoppen op de vluchtstrook; dat mocht toen nog. Denk ik. Vreemd, al die rook. Waar kwam dat vandaan? Hee, van onder de tank uit!

Sleepkabel

Ja, de oude trouwe machine had het erg warm gekregen. Oliedicht was hij dus niet. De voetpakking, de klepdekselpakking, daar kwam best wat olie langs gesijpeld. Gelukkig, daar kwam de R4. Verder maar weer. Of niet? Starten wilde hij niet meer, ondanks de ineens veel lichtere tegendruk van de kickstarter. Met een sleeptouw arriveerden we achter de auto uiteindelijk in Breda. Mijn moeder keek erg op. Hee, een nieuwe motor en nu al een sleepkabel nodig?

Tja, het hoorde er allemaal bij. Bij nadere studie en demontage bleek er het een en ander niet in orde. Een lekkende benzinetank, tot op de draad versleten zuiger, krakend droge primaire ketting, half loszittende koppeling en nog zo een paar dingen. In die jaren reikte de garantie tot op de hoek. Zelf uitzoeken dan maar. En zo begon een motorcarrière, die zich achteraf gezien heeft laten kenmerken als een periode met toppen en dalen. In het laatste geval: vooral in het begin veel oponthoud langs vluchtstroken en bermen. De toppen: meer dan veertig jaar motorplezier, waarbij vooral de mensen eromheen zorgden voor de sjeu. Misschien schrijf ik daar later nog eens over.

Regelmatig wat kleine problemen onderweg.

Tekst en foto’s: Festina Lente, Gijs en Inge van Hesteren 2015

Gemini caferacer in Porto

PORTO – De Portugese havenplaats Porto staat bekend als de stad van de port en van de negentiende-eeuwse boogbrug over de Douro. Het is een universiteitsstad en een brandpunt van creativiteit. Dat blijkt ook uit de caferacers die je er op straat tegenkomt.

Tekst en foto’s: © Festina Lente, Gijs en Inge van Hesteren

Porto-Gaia 247ub-1024s

Kernwoorden voor Porto zijn scheepvaart, visserij, geschiedenis, toerisme en architectuur. De brug is ontworpen door de man van de Eifeltoren in Parijs, Gustav Eifel.  Zo breed als Eifel werkte, werkt ook David Kalimah. Opgeleid als architect, begon hij een tweede leven als kunstenaar. Hij ontwerpt en bouwt sculpturen op basis van roestvrij staal. Thema: keltische iconologie, beeldtaal. Motto: ‘gemini’, tweelingen. Op dezelfde leest geschoeid is de caféracer, waarmee we hem aantreffen tijdens een toevallige ontmoeting op een parkeerplaats in Gaia, Porto’s tweelingstad op de zuidoever van Porto.  Continue reading Gemini caferacer in Porto