Tag Archives: Matchless

Van Puch met hoog stuur naar Matchless caféracer

Op verzoek van de redactie van ‘Satisfaction Guaranteed’, het lijfblad van de AJS & Matchless Vereniging, beschreef ik mijn eerste schreden in de motorwereld. Met een Matchless, vanzelfsprekend.

Lang duurde de periode met de racetank niet. Die was lek. Beïnvloed door Harley-Davidsonrally’s waar vriend Hans Meulenbroek me naartoe sleepte voorzag ik de Matchless van chopperuiterlijk. Helemaal de mode in 1972. Net als haar en baard.

Het moet in de zomer van 1972 zijn geweest. Ik had net mijn motorrijbewijs behaald. Nu kon ik niet meer wachten. Wekelijks had ik de uitgebreide advertentiepagina’s van het weekblad ‘Motor’ uitgespeld. Veel te koop, geen budget. Waar zocht ik naar? Een Engelse motor natuurlijk. Mijn eerste motorkilometers ooit waren achterop de BSA A7 van Wouter Voskuil, dwars door de woonstraten van Etten-Leur. Zeventien jaar was ik en niet méér gewend dan de twee, drie PK’tjes van een licht opgevoerde Puch Skyrider met hoog stuur. Daar was ik dan wel mee naar Italië vertrokken, samen met Egbert Kalle, maar dat is een ander verhaal. En dan ineens die BSA: wat een geluid, wat een power! Ik werd ter plekke en definitief motorgek.

Nadat mijn maat Robert Vermeulen een Matchless G3LS had aangeschaft wist ik ook welk merk het moest worden. De krachtige klappen en de fabelachtige acceleratie van de eencilinder, daar ging niets boven. De verkoop van de brommer en wat extra geld, verdiend als pompbediende, brachten de vijfhonderd gulden bijeen die nodig waren voor de aankoop van een Matchless met racetank. Gevonden via de mini-advertenties. Dus een paar dagen later reden Inge, mijn broer en ik met de Renault 4 van mijn moeder van Breda naar de duplexflat in een buitenwijk van Dordrecht, waar de begeerde koopwaar zich zou moeten bevinden.

In het kleine fietsenhok onder in de flat openbaarde zich de schat: een Matchless G80S, 500cc, bouwjaar 1954. Dat zag er goed uit. Een vuurrode polyester racetank en een ace-stuurtje. Het begrip caféracer was nog niet zo bekend als nu, maar wat zag het er snel uit. Proefrit door de straten rondom de flat. Geen drempels in die tijd. Goeiemorgen, wat ging dat hard! Dreunend en daverend snelde de Matchless met mij wapperend aan het stuur op en neer. Goed hoor. Niks mis mee, verkocht!
Zo moet je het niet doen, dat weet iedereen. Alleen ik wist het niet. Daar kwam ik al heel snel achter. Met de R4 in mijn kielzog draaide ik snelweg A16 naar Breda op. Al die slome automobilisten met Opeltjes Kadett, Deux Cheveaux, Ford Taunussen, Volvo Amazons, Morris Minors, Volkswagenbusjes, opzij! Vol gas naar de Moerdijkbruggen. Supersnel ging het, kin op de tank. Waar bleven de anderen nou, met die Renault 4? Even stoppen op de vluchtstrook; dat mocht toen nog. Denk ik. Vreemd, al die rook. Waar kwam dat vandaan? Hee, van onder de tank uit!

Ja, de oude trouwe machine had het erg warm gekregen. Oliedicht was hij dus niet. De voetpakking, de klepdekselpakking, daar kwam best wat olie langs gesijpeld. Gelukkig, daar kwam de R4. Verder maar weer. Of niet? Starten wilde hij niet meer, ondanks de ineens veel lichtere tegendruk van de kickstarter. Met een sleeptouw arriveerden we achter de auto uiteindelijk in Breda. Mijn moeder keek erg op. Hee, een nieuwe motor en nu al een sleepkabel nodig?

Tja, het hoorde er allemaal bij. Bij nadere studie en demontage bleek er het een en ander niet in orde. Een lekkende benzinetank, tot op de draad versleten zuiger, krakend droge primaire ketting, half loszittende koppeling en nog zo een paar dingen. In die jaren reikte de garantie tot op de hoek. Zelf uitzoeken dan maar. En zo begon een motorcarrière, die zich achteraf gezien heeft laten kenmerken als een periode met toppen en dalen. In het laatste geval: vooral in het begin veel oponthoud langs vluchtstroken en bermen. De toppen: meer dan veertig jaar motorplezier, waarbij vooral de mensen eromheen zorgden voor de sjeu. Misschien schrijf ik daar later nog eens over.

Ook nadien regelmatig wat kleine problemen onderweg.

Tekst en foto’s: Festina Lente, Gijs en Inge van Hesteren 2015

Niet te evenaren lol met een Matchless

Leo Poot, met de Seeley Matchless en echtgenote, in de sleuteltent. Foto: festinalente.nl, Gijs van Hesteren

We hebben op Hemelvaartsdag met onze MZ uit 1996 meegereden, in de SAM-racedemo voor Youngtimers. Inge heeft voor zichzelf en in een moeite door voor mij een perskaart geregeld. Waarom zouden we dan niet het hele weekend blijven? We hangen dus nog een paar dagen rond in de paddock. We bekijken de trainingen en wedstrijden van de Superbikes, Supersport, en niet te vergeten de Classics – dat zijn de machines van vóór 1972. Natuurlijk letten we extra goed op de motoren van de merken Matchless en AJS. Daarmee begonnen we immers onze motorloopbaan, nu alweer bijna veertig jaar geleden.

In het rennerskwartier spreken we met de Capellenaar Leo Poot. Al twaalf jaar rijdt hij met een Seeley-Matchless in competities als de IHRO en het Nederlands Kampioenschap Classics. De machine is geen ‘echt oude’ Matchless; het is een replica. Voor degenen die niets weten van motoren: een ‘replica’ is een exempaar, dat is nagebouwd van het origineel. In dit geval stamt het ontwerp nog uit de jaren veertig. Toch is die van Leo er één met een geschiedenis. Frame en motorblok zijn opgebouwd in 1991. Ze bereikten dit jaar dus de respectabele leeftijd van twintig jaar. Ongeveer de ouderdom van mijn eerste Matchless, als ik terugkijk naar de vroege jaren zeventig.

Continue reading Niet te evenaren lol met een Matchless

Niet te evenaren lol met een Matchless

Leo Poot en zijn Matchless G50

Hengelo, Varsselring – Op Hemelvaartsdag reden we mee met met onze MZ uit 1996, in de SAM-racedemo voor Youngtimers. Inge heeft voor zichzelf en in een moeite door voor mij een perskaart geregeld. Waarom zouden we dan niet het hele weekend blijven? We hangen dus nog een paar dagen rond in de paddock. We bekijken de trainingen en wedstrijden van de Superbikes, Supersport, en niet te vergeten de Classics – dat zijn de machines van vóór 1972. Natuurlijk letten we extra goed op de motoren van de merken Matchless en AJS. Daarmee begonnen we immers onze motorloopbaan, nu alweer bijna veertig jaar geleden.

In het rennerskwartier spreken we met de Capellenaar Leo Poot. Al twaalf jaar rijdt hij met een Seeley-Matchless in competities als de IHRO en het Nederlands Kampioenschap Classics. De machine is geen ‘echt oude’ Matchless; het is een replica. Voor degenen die niets weten van motoren: een ‘replica’ is een exempaar, dat is nagebouwd van het origineel. In dit geval stamt het ontwerp nog uit de jaren veertig. Toch is die van Leo er één met een geschiedenis. Frame en motorblok zijn opgebouwd in 1991. Ze bereikten dit jaar dus de respectabele leeftijd van twintig jaar. Ongeveer de ouderdom van mijn eerste Matchless, als ik terugkijk naar de vroege jaren zeventig.

Het kan ook niet anders, ‘echte’ zijn er niet zoveel meer en daarvan het is misschien wel zonde om die af te raggen op een racebaan. Bovendien zijn de replica’s gebouwd met modernere materialen; als het goed is blijven ze langer heel. Leo kan dat bevestigen. Zijn machine is zoals gezegd gebouwd in 1991, door de Brit Mick Rutter. De Zeeuw Adrie de Ridder heeft er diverse kampioenschappen mee behaald. In de loop van de jaren heeft Leo al heel wat onderdelen vervangen, maar dat hoort bij het wedstrijdrijden. Echt in de steek gelaten heeft de machine hem zelden of nooit.

De ontsteking was jaren geleden omgebouwd naar accu en bobine. De oorspronkelijke magneetontsteking is echter op zijn plaats gebleven; de contactpunten moesten nog steeds voor het juiste vonktijdstip zorg dragen. Den Tieter ontdekte dat de oude condensator los lag te rammelen in het magneethuis, daarbij regelmatig de grondplaat van de contactpunten aantikkend. Tja, dan weet zo’n mechaniek het ook niet meer. De condensator verwijderen, een paar kabeltjes verleggen en alles werkt weer naar behoren.

Vandaag zat het echter een beetje tegen. De ontsteking deed raar, tijdens de kwalificatietrainingen. Boven de zesduizend toeren ging de naald van de toerenteller als een razende heen en weer en de motor sloeg over. Gelukkig was Leo’s motorgoeroe Rob den Tieter in de buurt. Den Tieter neemt zelf ook met een Seeley deel aan de competitie. Hij heeft een motorzaak, gespecialiseerd in klassieke motoren. Den Tieter vond de oorzaak al snel. De

Vol goede moed ziet Leo de race van morgen tegemoet. “Dit doe ik puur voor de lol, hoor. Rijden met de machine, de mensen, de wereld er omheen, prachtig toch? Ga eens na, dit is een volbloed racemotor, nergens anders voor gebouwd dan daarvoor. In de jaren zestig reed men Grote Prijzen met deze Seeley’s. Als Valentino Rossi toen geleefd had, was dit misschien zijn gereedschap geweest!”

U weet het misschien wel, hè? Het Engelse woord matchless betekent ‘ongeëvenaard’. Morgen is de wedstrijd. We gaan op hem letten: Leo Poot, met Seeley Matchless nummer 35.

Naschrift:
Op de racedag zelf wordt de warmup afgeblazen, vanwege zondvloedachtige regen, gepaard met staccato bliksemflitsen en donderslagen. Tijdens de wedstrijd echter is het droog. Leo rijdt een constante race, hij valt in de eerste fase terug, maar de groene Matchless G50 loopt foutloos. Leo weet een aantal coureurs voorbij te steken en finisht als vijftiende. Goed gedaan, lijkt mij.

Tekst: Gijs van Hesteren

De kunst van het motorsleutelen

Héél veel verstand van motoren heb ik altijd gehad, al vanaf mijn zestiende jaar, toen ik voor het eerst een bromfiets had. De gebruikershandleiding en de motorbladen spelde ik van voor tot achter. Cilinderinhoud is de boring tot de tweede macht maal de slag maal het getal pi. Echter, zodra ik met mijn vingers in de buurt van het mechaniek van mijn Puch Skyrider kwam ging het vaak mis. Niet bij het vervangen van het voortandwiel voor een groter, of als ik het lage stuur eraf schroefde, om plaats te maken voor een ander, met een meterslange stang. Bij meer ingrijpende werkzaamheden werd ik wél regelmatig verrast door mechanisch falen. Bijvoorbeeld nadat ik met een vijl de spoelpoorten van de brommer te lijf was gegaan. Dat leidde al snel tot smeltende zuigers en zuigerveren die in de poorten bleven haken. Een paar jaar later probeerde ik om mijn Matchless G3L meer dan 16 PK te laten produceren. Ook daar ontdekte ik al snel, dat het verouderde mechaniek zich daartoe niet leende.

Mijn Matchless en ik, september 1976. Naast mij allemaal jongemannen en -vrouwen die beter konden sleutelen dan ik.
Mijn Matchless en ik, september 1976, derde van rechts en naast mij staat Inge. Om mij heen allemaal jongemannen en -vrouwen die beter kunnen sleutelen dan ik. Tweede van links is Hein Pols, in Noordoost-Friesland intussen evenmin onbekend.

Weten hoe iets werkt en die kennis omzetten in handvaardigheid: dat zijn twee heel verschillende zaken. Mijn twee linkerhanden en gebrek aan monteurslogica overtuigden me al snel van deze waarheid. Desondanks bleef techniek een van mijn passies. Voor oude motoren, oude auto’s, oude schepen. Hoe grofstoffelijker de techniek, des te beter kon ik er mee omgaan. Die van de tjalken en klippers onzer voorvaderen lag misschien nog het dichtste bij me. Twee decennia als zeeman gaven me volop de kans me daarin te bekwamen.

Maar het is alweer een jaar of tien geleden dat ik ben teruggekeerd naar de tweewielers. Sindsdien probeer ik mijn kennis over dat onderwerp regelmatig bij te spijkeren. Het liefste laat ik me daarbij leiden door mensen die echt deskundig zijn op hun terrein. Als het me daarbij al niet om de handvaardigheid zelf gaat, dan toch wel om het kijkje in de keuken van de vakman. Zo volg ik regelmatig de sleutelmiddagen in het Kamerikse klubhuis van de Yamaha XS650 Klub. Deze middagen hebben altijd een bepaald thema: frame verbouwen, cilinderkoprevisie, versnellingsbak repareren. Een tikje intimiderend, al die kennis waarvan ik bij voorbaat weet dat ik die zelf niet toe ga passen. Maar ik leer er, dat de ware kunst van motoronderhoud ligt in het erkennen van je beperkingen en in de wetenschap wanneer je iets moet delegeren. Dat laatste lijkt voldoende op het echte leven om als wijze les te mogen gelden.

Naar aanleiding van een opmerking door Egbert Bömers: de titel van dit bericht is zeer losjes ontleend aan die van het beroemde boek van Robert Pirsig: Zen and the Art of Motorcycle Maintenance. Lees het!

Lees ook: Ingewikkelde volbloeden

Engelse motoren in Hilvarenbeek

Tijdens de Kerstdagen heb ik mooi even tijd om alle oude fotoalbums door te vlooien en de mooiste foto’s van vroeger in te scannen. Een van de leukste beelden is van deze ontmoeting van leden van de AJS en Matchless Vereniging Nederland in de dorpskern van Hilvarenbeek.

AJS en Matchless Club in Hilvarenbeek, 1976

Sommige van deze mensen zie en spreken we nog steeds. De vereniging bloeit, maar vergrijst een tikje.

Eerste van links is Karel, mijn zwager, hij rijdt nog steeds motor (Harley Davidson). Vijfde van links is Peter van der Schee, ooit voorzitter en net als Cor Elbersen, zesde van links, nog steeds lid van de vereniging. Achtste van links is Arie Klein Hesselink. Gek, nooit meer iets van gehoord.
Dan staat er een lange meneer die we alleen op de rug zien, misschien ben ik dat wel. Naast hem Henk Stevens, en nog meer naar rechts zie ik Roel Blom en Rosalinde Rademakers.

Dertig jaar geleden, toen waren we jong!

Reacties

Arie Kleijn Hesselink 30-04-2008 09:47
Nou Gijs en toch besta ik nog! Een vriend vond dit stukje en stuurde het door. Ik ben nog steeds in het bezit van de G5 maar rij er niet meer op. Hoe gaat het met jou?

gijs 30-04-2008 18:11
Hee Arie, wat goed dat jij er wel degelijk nog bent. Een Matchless bezit ik sinds lang al niet meer, een motor nog wel, zoals je in dit blog hier en daar zal kunnen nalezen. Je kan me eventueel rechtstreeks mailen via de link in de zijbalk. Bij ons is alles OK, hoe is het jou vergaan sinds we je een jaar of 30 geleden uit het oog verloren?
Groeten Gijs