Tag Archives: Matchless

Van Puch met hoog stuur naar Matchless caféracer

Op verzoek van de redactie van ‘Satisfaction Guaranteed’, het lijfblad van de AJS & Matchless Vereniging, beschreef ik mijn eerste schreden in de motorwereld. Met een Matchless, vanzelfsprekend.

Maar het begon allemaal met mijn Puch. Een cultbrommer in de jaren zestig en vroeg jaren zeventig. Op mijn zestiende verjaardag kwam de Skyrider in mijn bezit. Een bijzondere dag, want hiermee kwam een einde aan mijn jaren op kostschool Saint Louis te Oudenbosch. Voortaan zou ik per bromfiets naar school.

Ik had net 'Easy Rider' gezien in de aula van het internaat. Ik wilde ook een hoog stuur. Met grote ontzetting vroeg mijn vader wat me in godsnaam bezielde dat ik het oude stuur ging vervangen. (Foto: Els van Hesteren, mijn moeder)
Ik had net ‘Easy Rider’ gezien in de aula van het internaat. Ik wilde ook een hoog stuur. Met grote ontzetting vroeg mijn vader wat me in godsnaam bezielde dat ik het oude stuur ging vervangen. (Foto: Els van Hesteren, mijn moeder)

Het moet in de zomer van 1972 zijn geweest. Ik had net mijn motorrijbewijs behaald. Nu kon ik niet meer wachten. Wekelijks had ik de uitgebreide advertentiepagina’s van het weekblad ‘Motor’ uitgespeld. Veel te koop, geen budget. Waar zocht ik naar? Een Engelse motor natuurlijk. Mijn eerste motorkilometers ooit waren achterop de BSA A7 van Wouter Voskuil, dwars door de woonstraten van Etten-Leur. Zeventien jaar was ik en niet méér gewend dan de twee, drie PK’tjes van een licht opgevoerde Puch Skyrider met hoog stuur. Daar was ik dan wel mee naar Italië vertrokken, samen met Egbert Kalle, maar dat is een ander verhaal. En dan ineens die BSA: wat een geluid, wat een power! Ik werd ter plekke en definitief motorgek.

Lang duurde de periode met de racetank niet. Die was lek. Beïnvloed door Harley-Davidsonrally’s waar vriend Hans Meulenbroek me naartoe sleepte voorzag ik de Matchless van chopperuiterlijk. Helemaal de mode in 1972. Net als haar en baard.

Enorme accelaratie

Nadat mijn maat Robert Vermeulen een Matchless G3LS had aangeschaft wist ik ook welk merk het moest worden. De krachtige klappen en de fabelachtige acceleratie van de eencilinder, daar ging niets boven. De verkoop van de brommer en wat extra geld, verdiend als pompbediende, brachten de vijfhonderd gulden bijeen die nodig waren voor de aankoop van een Matchless met racetank. Gevonden via de mini-advertenties. Dus een paar dagen later reden Inge, mijn broer en ik met de Renault 4 van mijn moeder van Breda naar de duplexflat in een buitenwijk van Dordrecht, waar de begeerde koopwaar zich zou moeten bevinden.

In het kleine fietsenhok onder in de flat openbaarde zich de schat: een Matchless G80S, 500cc, bouwjaar 1954. Dat zag er goed uit. Een vuurrode polyester racetank en een ace-stuurtje. Het begrip caféracer was nog niet zo bekend als nu, maar wat zag het er snel uit. Proefrit door de straten rondom de flat. Geen drempels in die tijd. Goeiemorgen, wat ging dat hard! Dreunend en daverend snelde de Matchless met mij wapperend aan het stuur op en neer. Goed hoor. Niks mis mee, verkocht!
Zo moet je het niet doen, dat weet iedereen. Alleen ik wist het niet. Daar kwam ik al heel snel achter. Met de R4 in mijn kielzog draaide ik snelweg A16 naar Breda op. Al die slome automobilisten met Opeltjes Kadett, Deux Cheveaux, Ford Taunussen, Volvo Amazons, Morris Minors, Volkswagenbusjes, opzij! Vol gas naar de Moerdijkbruggen. Supersnel ging het, kin op de tank. Waar bleven de anderen nou, met die Renault 4? Even stoppen op de vluchtstrook; dat mocht toen nog. Denk ik. Vreemd, al die rook. Waar kwam dat vandaan? Hee, van onder de tank uit!

Sleepkabel

Ja, de oude trouwe machine had het erg warm gekregen. Oliedicht was hij dus niet. De voetpakking, de klepdekselpakking, daar kwam best wat olie langs gesijpeld. Gelukkig, daar kwam de R4. Verder maar weer. Of niet? Starten wilde hij niet meer, ondanks de ineens veel lichtere tegendruk van de kickstarter. Met een sleeptouw arriveerden we achter de auto uiteindelijk in Breda. Mijn moeder keek erg op. Hee, een nieuwe motor en nu al een sleepkabel nodig?

Tja, het hoorde er allemaal bij. Bij nadere studie en demontage bleek er het een en ander niet in orde. Een lekkende benzinetank, tot op de draad versleten zuiger, krakend droge primaire ketting, half loszittende koppeling en nog zo een paar dingen. In die jaren reikte de garantie tot op de hoek. Zelf uitzoeken dan maar. En zo begon een motorcarrière, die zich achteraf gezien heeft laten kenmerken als een periode met toppen en dalen. In het laatste geval: vooral in het begin veel oponthoud langs vluchtstroken en bermen. De toppen: meer dan veertig jaar motorplezier, waarbij vooral de mensen eromheen zorgden voor de sjeu. Misschien schrijf ik daar later nog eens over.

Regelmatig wat kleine problemen onderweg.

Tekst en foto’s: Festina Lente, Gijs en Inge van Hesteren 2015

Niet te evenaren lol met een Matchless

Leo Poot, met de Seeley Matchless en echtgenote, in de sleuteltent. Foto: festinalente.nl, Gijs van Hesteren

We hebben op Hemelvaartsdag met onze MZ uit 1996 meegereden, in de SAM-racedemo voor Youngtimers. Inge heeft voor zichzelf en in een moeite door voor mij een perskaart geregeld. Waarom zouden we dan niet het hele weekend blijven? We hangen dus nog een paar dagen rond in de paddock. We bekijken de trainingen en wedstrijden van de Superbikes, Supersport, en niet te vergeten de Classics – dat zijn de machines van vóór 1972. Natuurlijk letten we extra goed op de motoren van de merken Matchless en AJS. Daarmee begonnen we immers onze motorloopbaan, nu alweer bijna veertig jaar geleden.

In het rennerskwartier spreken we met de Capellenaar Leo Poot. Al twaalf jaar rijdt hij met een Seeley-Matchless in competities als de IHRO en het Nederlands Kampioenschap Classics. De machine is geen ‘echt oude’ Matchless; het is een replica. Voor degenen die niets weten van motoren: een ‘replica’ is een exempaar, dat is nagebouwd van het origineel. In dit geval stamt het ontwerp nog uit de jaren veertig. Toch is die van Leo er één met een geschiedenis. Frame en motorblok zijn opgebouwd in 1991. Ze bereikten dit jaar dus de respectabele leeftijd van twintig jaar. Ongeveer de ouderdom van mijn eerste Matchless, als ik terugkijk naar de vroege jaren zeventig.

Continue reading Niet te evenaren lol met een Matchless

De kunst van het motorsleutelen

Mijn Matchless en ik, september 1976. Naast mij allemaal jongemannen en -vrouwen die beter konden sleutelen dan ik.

Héél veel verstand van motoren heb ik altijd gehad – al vanaf mijn zestiende jaar, toen ik voor het eerst een bromfiets bezat. De gebruikershandleiding en de motorbladen spelde ik van voor tot achter. Cilinderinhoud is de boring tot de tweede macht maal de slag maal het getal pi. Echter, zodra ik met mijn vingers in de buurt van het mechaniek van mijn Puch Skyrider kwam ging het vaak mis. Niet bij het vervangen van het voortandwiel voor een groter, of als ik het lage stuur eraf schroefde, om plaats te maken voor een ander, met een meterslange stang. Bij meer ingrijpende werkzaamheden werd ik wél regelmatig verrast door mechanisch falen. Bijvoorbeeld nadat ik met een vijl de spoelpoorten van de brommer te lijf was gegaan. Dat leidde onmiddellijk tot smeltende zuigers en zuigerveren die in de poorten bleven haken. Een paar jaar later probeerde ik om mijn Matchless G3L meer dan 16 PK te laten produceren. Ook daar ontdekte ik direct dat het verouderde mechaniek zich daartoe niet leende.

Continue reading De kunst van het motorsleutelen

Engelse motoren in Hilvarenbeek

Tijdens de Kerstdagen heb ik mooi even tijd om alle oude fotoalbums door te vlooien en de mooiste foto’s van vroeger in te scannen. Een van de leukste beelden is van deze ontmoeting van leden van de AJS en Matchless Vereniging Nederland in de dorpskern van Hilvarenbeek.

AJS en Matchless Club in Hilvarenbeek, 1976

Continue reading Engelse motoren in Hilvarenbeek