Monster op de Emsautobahn

Heel veel kilometers maken, zonder specifieke bestemming, dat klinkt vreemd, maar het is het ultieme zaterdaguitstapje voor een motorrijder. “Waar ga je naar toe?”, vroeg mijn vrouw. Toen ik zei dat ik dat nog niet wist – Noord-Holland? Of Groningen? – haalde ze haar schouders op. Raar vond ze dat.

Foto: Jip van Hesteren

Terug in Harlingen pelde ik me uit het leren pak en vlak voordat ik de motor terug in de stalling ging duwen zette zoon Jip mij en de M1000 i.e op de foto

Maar het was echt zo, want het maakt niet uit waarheen je rijdt. Op de motor zet je je gedachten stil, je richt je op het moment van nu.

Nadat ik de straat uit was gebromd koos ik bij de Koningsbrug voor links naar het westen of rechtsaf naar het oosten de laatste optie. Rijdend over de A31 en peinzend over een voorlopig doel bedacht ik me dat een bakje koffie bij de frietkraam op het Jack Middelburgplein wel zou smaken. Wijlen Jack Middelburg is een van de grootste motorcoureurs die ons land heeft gekend en de gemeente Assen heeft hem voor zijn prestaties geëerd met een plein bij de ingang van het TT-circuit. Sindsdien een trefpunt voor motorrijders.

A31, Emsautobahn. © flitsservice.nl

Maar eenmaal aangekomen op het plein zag ik alleen maar een grote bouwput, waarschijnlijk vanwege de nieuwe TT-Hal die daar in aanbouw is was. Het is de bedoeling dat daar tentoonstellingen en beurzen worden gehouden. Jammer dat de regionale overheden het circuit zelf tezelfdertijd aan banden leggen door breedtesport onmogelijk te maken, zie ook mijn recente postings hierover. Zo zie je dat de lusten (uitstraling en faam van het circuit) welkom zijn bij de plaatselijke bestuurders, maar de lasten (of wat verondersteld wordt belastend te zijn) niet.

Na een rondje over het lege rennerskwartier wist ik dat een of andere autoclub er behendigheidsproeven zou gaan uitvoeren die dag, dus voor mij en mijn Ducati geen reden er nog langer te blijven. Wat nu? De Ducati (een Monster 1000 uit 2004) heb ik nog niet zo lang.
De wegligging, de remmen, de zitpositie, die had ik al min of meer ervaren. Nu de topsnelheid nog. Niet belangrijk, wel leuk om te weten. Duitsland was niet ver meer, vanuit Assen. Dus reed ik binnendoor via Emmen naar de Duitse grens, om bij Meppen de Emsautobahn A31 naar het noorden te nemen. Op die brede stille baan kon ik zonder de wet te overtreden eens kijken wat hij deed. Eerst ging ik even koffie en benzine tanken in Haren Ems, zodat we niet zouden hoeven te duwen op de vluchtstrook. Wat een lekker bakje zette die Frau Inhaberin voor me neer!

Deze snelweg A31 loopt parallel aan de Nederlands-Duitse grens. Van Meppen naar Autobahnkreuz Bunde was het pakweg 35 kilometer. Op dat traject mocht het en deed je niemand tekort, als je een beetje gas gaf. De Ducati was luchtgekoeld en de koppen hadden maar twee kleppen; toch zat er veel leven in het blokje. Bij 180 naar de vijfde en bij 210 naar de zesde versnelling. Dat deed ie makkelijk. Met mij plat achter het te kleine ruitje, armen en benen binnenboord, het racepak strak om het embonpoint, liep de Monster langzaam naar de 220, vervolgens 230 op de teller. Daar hield het een beetje op. De meeste BMW’s, Audi’s en Mercedessen waren al voor me uit de weg gegaan. Maar het was Duitsland, dus de Porsche achter me moest ik plaats geven.

Tjongejonge, wat een rotgang. Het fietsje bleef, Ducati eigen, natuurlijk strak rechtdoor sturen. Maar mijn nekspieren en polsen hadden er gauw genoeg van. Vijfendertig kilometer was ineens best ver, ondanks de voortgang. Terug naar de kruissnelheid van pakweg 140, 150 kilometer per uur. Dat was lang vol te houden.

In Nederland ben je gauw een ‘snelheidsduivel’ of ‘snelheidsmaniak’, als je boven de 120 komt – akkoord, het mag niet, dus daar zit iets in – maar op de Emsautobahn is het toegestaan en je zit er niemand mee in de weg, behalve je eigen portemonnee. Want benzine zuipen doet dat ding dan wél. En het milieu wordt er misschien niet zo vrolijk van. Schuldgevoel, schuldgevoel, eventjes.

Goed, dat wisten we dan ook weer. Vierentachtig á negentig luchtgekoelde PK’s zijn genoeg voor een echte snelheid van pakweg 215 á 220 km/u. Na vier uur en 380 kilometer reed ik thuis de oprit op. Vier uren had ik die middag continu rijden, alleen onderbroken door twee koffie- en benzinestops. Spierpijn in de nek, maar het hoofd lekker leeg. Het ging nergens over, maar het is toch mooi.

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *