Vintage in Heerlen, foto’s in Barneveld (7)

Van horrorwinter naar motorzomer –
Deel 7

Jacco van de Kuilen houdt van bijzondere camerahoeken. Zie paragraaf  ‘Industrieel erfgoed’. (Foto’s: Gijs van Hesteren)

In deel zes van dit 2020-motorblog schreef ik over circuits te Mettet en Lelystad. Eenmaal terug in Harlingen brak een periode zonder circuitdagen of -races aan. Zo kreeg ik meer tijd om wat rond te toeren. Op Facebook zag ik in de tijdlijn van motorracevriend Ron Molenaar een aankondiging voorbijkomen voor een ‘Vintagemeeting’ te Heerlen. Dat was bijzonder, in een jaar waarin tot dan toe zowat geen enkele niet-circuitgerichte motorbijeenkomst was doorgegaan. Ik vond het een mooie kans om de Moto Guzzi eens lekker te laten brommen. 

Weg van de snelweg, natuurlijk. Het was vierhonderd kilometer naar Camping In den Hof in Zuid-Limburg. Ik kon pas ‘s middags vertrekken en daarom besloot ik er twee dagen voor te nemen. Eerst van Harlingen naar Emmen. Een stukje verderop overnachtte ik in een bosrijke omgeving net buiten de bebouwde kom in Hotel Hardenberg. De kamer was eigenlijk meer een studio-appartement met keukentje dan een hotelkamer.

Sleutel kwijt

Het was sowieso geen straf, want vlak naast het hotel bevond zich een restaurant. Het plan was het pannenkoekenhuis, maar dat was afgeladen met gezinnetjes – geen plaats! Onder hetzelfde dak mocht ik gaan zitten in de bistro-afdeling. Nogal een beetje veel duurder, maar wat smaakte het eten goed!

Binnenschepen, een Guzzi en een oude motorrijder langs de Rijn bij Wesel.

Vermeldenswaard is de volgende ochtend. Contactsleutel kwijt! Alles binnenstebuiten gekeerd – kleding, hotelkamer, motorkoffers, en met een vergrootglas de looproutes van motor naar kamer en terug. De hoteleigenaar moest eraan te pas komen. Niet dat hij de sleutels kon vinden. Ik stond op het punt de wegenwacht te bellen, want zoals gewoonlijk had ik verzuimd boordgereedschap mee te nemen. Een wijze les had het moeten zijn, maar in oktober zou ik het wéér verzuimen. Zie een toekomstige aflevering van dit motorblog.

Op het allerlaatste moment, op een plek waar zowel hij als ik al een paar keer gekeken hadden, zag de hotelman ineens de sleutels op de grond liggen. Daar moet een huis-spook aan te pas gekomen zijn, want op die plek was ik bij mijn weten helemaal niet geweest.

Koffie in Kaldenkirchen. Bij de Mac in plaats van bij Frank.

Goed, ik zette na een uitgebreid ontbijt de reis voort, langs de mooie lanen en dreven van het grensgebied tussen Nederland en Duitsland. Af en toe een paar kilometertjes door ons buurland maakten het interessant. Bijvoorbeeld: het nuttigen van een ingepakte lunch op een parkeerplaatsje met uitzicht over de Rijn bij Wesel, een koffiepauze bij de MacDonalds Kaldenkirchen (al hád ik natuurlijk een bakkie moeten halen bij mijn daar woonachtige motorvriend Frank Schouren) en een rustiek rustplekje aan de oevers van de Ruhr.

Onder tafel gedronken

Oudere motoren, waaronder een Scott . Oudere mannen, waaronder een prijswinnaar.

Over de vintagemeeting: een vijftigtal oude en minder oude motoren kwam het campingterrein opgereden. Een gezellige Zuid-Limburgse middag, zoals dat kan met een groep gelijkgestemde motorgekken. Een prijs voor de oudste/mooiste/gekste motor met de bijzonderste eigenaar ontbrak niet. Samen met mijn nieuwe Limburgse motorvrienden Luuk, Irma, Raymond, Monique (die mij vlot onder de tafel dronken) luisterde ik naar meeslepende songs, gezongen door Damiën van Elburg, de Limburgse Johnny Cash. Hij is een melancholiek en in zichzelf gekeerd persoon, totdat hij de microfoon ter hand neemt. Hij wisselde af met de Happy Twotones, een bandje met als zangeres een getalenteerde jongedame. Denk aan de liedjes van Caro Emerald.

Heerlijk. Ik bleef slapen in de groepsaccommodatie van Camping In den Hof, er was lekker eten van de barbecue en ‘s ochtends een superontbijt. De volgende dag hup, eerst door naar Maastricht, voor koffie bij Rinus ‘twinus’ van Leest, de man die in de AJS en Matchless Vereniging alles weet van tweecilinders, maar vooral de man die ik al ken sinds de jaren zeventig, toen we allemaal nog jong, sterk en slank waren. In 2017 had ik bij hem gelogeerd, tijdens mijn tocht met de Vierkante Stoomboot.

De man van de Scott krijgt van de man van In den Hof de prijs voor mooiste en oudste. Johnny Cash op de achtergrond.

Industrieel erfgoed te midden van industriële archeologie

Ook Jacco’s apparatuur draagt trots de typenaam ‘XS’.

Wilde de Yamaha Twin Klub meewerken aan een artikel voor het motortijdschrift Classic & Retro? Clubcorifee Fried Anepool vroeg het aan Paulien Kuiper en aan mij. Vijftig jaar Yamaha XS was de aanleiding natuurlijk, met als leidraad dat je van dit motortype de allerindividueelste expressie van de allerindividueelste emotie kunt maken. Hoofdredacteur Ad van de Wiel en huisfotograaf Jacco van de Kuilen kwamen ervoor naar Barneveld.

Net als Paulien en ik vergaapten de journalisten zich aan het nieuwe clubhuis. Respect, daar is een bak werk verzet. Daarmee maakte deze vereniging een goede beurt bij de nationale pers, want welke andere merkenclub kan bogen op zo’n mooi en ruim onderkomen? Laat staan dat andere clubs überhaupt een eigen accommodatie hebben. Met elkaar stelden we vast dat de Yamaha Twin Klub de enige is in Nederland. Tijdens de koffie maakten we kennis met elkaar. Leuke kerels, die twee van Classic & Retro. Ook Paulien en ik kenden elkaar nog niet. In de tafelgesprekken gingen we het persoonlijke niet uit de weg. Allemaal hebben we het nodige meegemaakt in ons leven. Nader tot elkaar – is dat niet één van de meer belangrijke redenen dat motorrijders lid zijn van een club?

Industrieel

Onder het toeziend oog van Jan van Schaffelaar, held van Barneveld.
(Foto: Paulien Kuiper)

Even later verplaatsten we ons naar de industriële archeologie die Jacco had uitgekozen voor zijn fotowerk. Een soort van sfeervolle plek, daar bij Agruniek Rijnvallei. Een kruising tussen oude glorie en techniek en een nog volop functionerend diervoederbedrijf. Vrachtwagens reden af en aan en in de middagpauze trokken de motoren de aandacht van het personeel. Fijn dat men daar wilde meewerken.

Liggend en hangend in allerlei houdingen fotografeerde Jacco de motoren en hun eigenaren in vele standen en combinaties. Professionele flitsapparatuur moest zorgen voor de juiste belichting van onze industrieel erfgoed. Intussen nam Ad kleine mini-interviewtjes af van Fried, Paulien en mij. Fried had zijn super-originele XS1 met trommelrem meegenomen, Paulien was met haar bobber aan komen rijden vanuit Hengelo en ik had in Harlingen mijn wegracer achterin mijn busje geladen. Het zou een beetje zonde zijn geweest om kostbare tuningonderdelen zoals cilinders, zuigers en nokkenassen te verslijten op de snelweg, toch?

De wegracer stond erbij zoals ik vond dat het hoorde: doorleefd. Voor glimmen koop je niks. Zolang de techniek maar voor elkaar is. Daarbij moet ik wel toegeven dat ik niet houd van overdreven poetsen en dat mijn technische vaardigheden grofstoffelijk zijn. Enfin, dan had Fried maar een ander raceteam moeten bevragen. Nu moesten we het ermee doen. Ondanks de Covid-crisis had de motor dit jaar al een zevental circuit-evenementen achter de rug en dat laat zijn sporen na.

De XS van Paulien stond er netjes bij natuurlijk, laat staan de prachtige fiets van Fried. Gelukkig, of jammer genoeg – het is maar hoe je ernaar kijkt – zat er een vlekje op de XS1-perfectie: Fried z’n accu had het onderweg van Leusden naar Barneveld begeven. Met een noodacccu in zijn rugzak en een paar meter draad wilde de motor toch rijden. Dat moest ook, want Jacco had bedacht dat er ook rijdende foto’s gemaakt moesten worden.

Met blote rug

Volgende keer toch maar motorkleding meenemen. Kou aan de bilnaad. (Foto: Jacco van de Kuilen)

Ik had om een of andere reden verwacht dat Ad van de Wiel zou gaan rijden met elk van de drie fietsen. Daarom had ik de blauwe kentekenplaat thuis alvast op het racezitje geschroefd. De WA-verzekering was betaald, maar voor de rest was mijn van racekuip voorziene motor niet direct straatlegaal. Enfin, het was een kleine schok voor me dat ik zelf zou gaan rijden. Motorkleding had ik niet in ruime mate bij me – een helm en handschoenen, die had ik standaard in het Opelbusje liggen. Met mijn schippersklompen en jeansjasje moest het maar even lukken dan. Jacco had een landweggetje één minuut verderop uitgezocht, zei hij. Dat waren rekbare woorden. Fried met zijn rugzakaccu, Paulien die elektrisch startte en ik na het toerenmaken in z’n twee op de rolstarter (mijn XS heeft geen startmotor of kickstarter) reden in pakweg vijf minuten naar een parkeerplaats langs de provinciale weg naar Kootwijkerbroek. Niet direct een landweggetje, maar allá.

Fotografietalent kan je Jacco niet ontzeggen. Nu ik nog, maar dan meer inzake modeltalent. (Foto: Jacco van de Kuilen)

‘Heen en weer rijden, willen jullie dat doen?’ vroeg Jacco. ‘Dan maak ik foto’s als jullie voorbij komen. Vizier dicht en niet naar de camera kijken!’ Beetje op en neer brommen op klompen, met wapperend jeansjack en blote rug, ach waarom ook niet. We hoopten allemaal dat het goede foto’s zouden worden. Daarmee kwam de sessie ten einde. Jacco en Ad vertrokken naar hun redactieburelen, Paulien reed terug naar Hengelo, Fried naar het klubhuis en ik naar mijn busje bij AR. Jammer genoeg sloeg mijn XS af bij een stoplicht, zodat ik de laatste kilometer moest lopen. Aanduwen van een XS met 1:10,5 compressie is niet echt een optie voor een 66-jarige. Enfin, ook dit voegt weer van alles toe aan de sensatie die ‘het leven’ heet.

Het artikel van Ad van de Wiel zou gepubliceerd worden in Classic & Retro, editie voorjaar 2021. Het laatste nieuws is echter dat de uitgever stopt met het blad, dus of het er ooit nog van komt is de vraag..

Het tweede deel van dit artikel (‘Industrieel erfgoed etc.’)  is eerder gepubliceerd in ‘653’, het clubblad van de Yamaha Twin Klub.

Wordt vervolgd in deel 8

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *