Monthly Archives: augustus 2010

Romagrap Garyp

De Romagrap van Dorpsvereniging Garyp vond ik een tikje smakeloos. Weet u nog? De door Frankrijk uitgezette Roma’s zouden welkom zijn in het Friese dorp. Het doel was aandacht voor het dorpsfeest, niet om de Roma-misstand aan de kaak te stellen. Dat grappenmaken over de ruggen van een bevolkingsgroep vind ik een beetje over de top. Ach, er zijn erger zaken; er waren geen vooropgezette kwade bedoelingen.

Wat ik veel zorgwekkender vind: de duizenden haatreacties. De brave Nederlandse burger onthult zijn rabiate allofobie. Waarom ontlenen deze uiterlijk zo oppassende burgers aan hun onbestemde gevoelens van crisis, onzekerheid en onmacht het recht op haat en racisme? Daar is al veel over geschreven, sinds de jaren dertig. Ook toen was de gezeten burger bang, onzeker en machteloos. Van de weeromstuit volgde hij leiders en blaaskaken.

De extra dimensie van de jaren nul: de burger is niet alleen angstig, hij is ook verwend en hij verwacht dat de samenleving hem op zijn wenken bedient. De overheid moet alles oplossen; tegelijkertijd draagt de overheid schuld aan alles dat hem niet bevalt.

Dit betoog werd – naast die van vele andere lezers – opgenomen in de zaterdagbijlage van de Leeuwarder Courant van 28 augustus.

Rizla Racing Day – brommers, scooters en minibikes

TT-Circuit Assen. We bezochten er de Rizla Racing Day; voor ons een eerste keer. Naar verluidt was het iets minder druk dan het jaar daarvoor, maar met pakweg vijftigduizend bezoekers vonden wij het nog steeds een massaal evenement. Tja, we zijn Nederlanders en het is gratis, nietwaar?
 

Veneman aan de leidiing in de Superbikewedstrijd

Wat wel vijftien euro’s moest kosten waren de paddocktickets. Zeker een verantwoorde uitgave, want juist in het rennerskwariter was het meest te zien en te beleven. Auto- en motorraceteams waren er in levenden lijve aan het werk. Motorliefhebbers konden eens volop ruiken aan de autosport en vice versa. Wie op zoek was naar een handtekening van Barry Veneman, Jasper Iwema of Robert Doornbos kon terecht bij het Rizlapodium. Vlak naast dat podium bijvoorbeeld de mannen van dragraceclub Explosion, die tijdens de Racing Day probeerden wat aandacht voor hun club te trekken. We leerden hen onlangs kennen, toen we zelf met onze Ducati een poging waagden op de dragstrip van Drachten.

Brommers en scooters

Een eindje verderop in het rennerskwartier kwamen we de jongens en meisjes, mannen en vrouwen tegen van de SOBW: minibikes, brommers en scooters. Ze hebben zogenaamde Opstapdagen, waarbij ze – vooral jonge – mensen de gelegenheid geven om eens uit te proberen hoe zo’n tweewieler rijdt.

Leren motorpakken passen

In de brommerpaddock hangt een rij met leren motorpakken, in allerlei maten. Helmen, handschoenen en motorlaarzen zijn er ook . Bovenal staat er een aantal brommers, scooters en lichte motorfietsen startklaar. Ze zijn er van klein tot groot, met of zonder versnellingen, getuned of juist niet.

“Het was hier de eerste twee dagen nog een beetje rustig,” zegt de jonge coureur Herma Harke, terwijl een tiental meters verder de formule-3 auto’s voorbijrazen over de TT-baan. “Het begint nu een beetje aan te trekken. Misschien hebben we tevoren te weinig reclame gemaakt. Gisteren hebben we bordjes opgehangen, dat het niets kost en dat het voor iedereen is. Dat was misschien niet voor iedereen duidelijk!”

Herma Harke legt uit

Herma Harke staat vierde in het Nederlands Kampioenschap. Ze rijdt in de ‘sportklasse watergekoeld’. Haar motorfiets heeft ze meegenomen. Het is een heel speciaal getuned machientje, een Derbi, hetzelfde merk waarmee Angel Nieto in de jaren zeventig grossierde in wereldkampioenschappen. Ze vindt de wedstrijden met de Derbi super leuk. Ze hoopt dat meer jongeren en vrouwen mee gaan doen.

Vandaag helpt zij de opstappers. Ze legt uit hoe alles werkt en waar ze op moeten letten. Waar zit dat pookje eigenlijk, hoe moet je schakelen, waar zitten de remmen? Sommigen schrikken nogal van het gasgeven, anderen lijken natuurtalenten. Dianne Geesink laat zien dat Herma niet de enige vrouwelijke brommerracer is die tijd steekt in de opstapdagen. Zij is ook van de partij in Assen. Ze werd gegrepen door het motorvirus, nadat haar vader tot zijn eigen verbazing een podiumplaats veroverde in één van de laatste wegraces die werden verreden in de SAM-klasse tot 750 cc. Dat deed hij met zijn Laverda, op het inmiddels gesloten stratencircuit van Eemshaven. Dianne rijdt intussen al drie jaar mee in de ‘sportklasse lucht’ en uiteindelijk wil ze wereldkampioen in de MotoGP worden.

Even wennen
 
Een andere brommerrijder die belangeloos tijd steekt in de opstapdagen is Alfred Kluis. Hij rijdt zelf ook mee in de competitie. “Je ziet vaak dat opstappers bij dit soort dagen al ervaring hebben opgedaan met motorsport, bij voorbeeld bij de minibikes. Op een middag als deze zie je ook mensen die nooit eerder hebben gereden op een wedstrijdmotor. Dan is het even wennen! Hoe dan ook, als je echt ver wilt komen in de motorsport kan je niet vroeg genoeg beginnen. Daarmee bouw je een enorme voorsprong op. Zo werken we aan nieuwe aanwas voor de ‘grote’ motorraces!"

“Onze wedstrijden willen een gemakkelijke opstap bieden. Ze zijn bedoeld voor elke beurs, maar hoe je het ook wendt of keert, racen kost nu eenmaal geld. Als je in de Nederlandse top mee wil doen met goed materiaal, moet je rekenen op een machine van twintigduizend euro en daarbij jaarlijkse rijkosten van minstens tien. “Natuurlijk, vanaf vierduizend euro heb je al een competitieve motor, maar dat is nog altijd veel geld. Als je dat niet hebt, kan je kan instappen in de brommerklasse, voor een paar honderd euro ben je dan al onderweg. Vergeet echter niet, dat je helmen, pakken, laarzen, handschoenen nodig hebt, dat bij elke wedstrijd inschrijfgeld betaald moet worden en dat je ook reis- en verblijfskosten hebt. Tja, je ouders moeten het zien zitten, anders wordt het niets! Een goede sponsor helpt enorm, natuurlijk, maar dan zal je toch je kwaliteiten al hebben moeten bewijzen!”

We vroegen Alfred naar de verschillen met de 50cc-racers van vroeger, voordat de FIM deze klasse de nek omdraaide. “We hebben af en toe een demonstratiewedstrijd met klassiekers in het programma. Ze rijden dan op dezelfde baan als wij met de moderne machientjes. De historische racers gaan soms buitengewoon hard, maar de rondetijden en de bochtensnelheden blijken toch lager dan die van ons. Dat zal wel liggen aan de veel smallere bandjes en het lagere motorvermogen. Een absolute kampioen als Aalt Toersen kon de huidige rondetijden tot zijn eigen verbazing niet benaderen.”

Jong talent
 

Leon Pfälzer

In de brommerpaddock komen we aan de praat met de Duitse famile Pfälzer. Hun oudste zoon Leon rijdt al wedstrijden sinds zijn vierde jaar. Hij begon in de competitie voor minibikes. Nu, negen jaar later, staat hij aan de leiding van het Nederlandse kampioenschap in de sportklasse watergekoeld, met niet minder dan negentien overwinningen op zijn naam. Heel knap.

Toch vragen we ons iets af. Hoe zit het dan met school, Leon? “Och, dat gaat heel behoorlijk!”, zegt hij bescheiden. Hij is over naar de volgende klas van het Dietrich-Bonhoeffer-Gymnasium in Wiehl. De complete familie is er de hele middag bij, ze picknicken gezellig samen. Vandaag maakt het zevenjarige broertje Justin zijn debuut. Zijn broer Leon geeft aanwijzingen en tips over zithouding, rij- en bochtentechniek Al snel heeft Justin in de gaten hoe het moet. Knietje aan de grond!

Justin
Leon instrueert Justin

Foto’s Inge van Hesteren

Gassen in Drachten

Street Legal Dragracing


Drachten. Op zoveel dingen tegelijk moet ik letten en dat lukt niet. Waar ben ik nu weer aan begonnen? Wat doe ik hier tussen al die grimmig kijkende Antillianen met Hayabusa Suzuki’s? Een burnout doen? Is dat echt nodig? Ik heb net een nieuwe achterband. En wat staat die kerel met die koptelefoon daar naar me te zwaaien? Oh, ik ben te vroeg naar de startlijn opgereden. Wat gaat dat ingewikkeld, met de startlichten op die ‘kerstboom’. Wat zeg je? Het vizier van mijn helm moet dicht vóór je gaat rijden? Da’s waar ook. Huh, die vent aan de andere kant is al weg, terwijl hij nog geen groen had. Nou dan ga ik ook maar. Oh, was hij inderdaad te vroeg en ik nu ook? Ai. Wat slipt dat achterwiel door, zeg. Stik, draait ie al 8000 toeren? Dedju, wat een zijwind hier. Aha, al 400 meter afgelegd. Nou, remmen dan maar, of is het de bedoeling dat je hem laat uitrollen?

Groen licht!

Dat is nog maar een deel van de gedachten die binnen dertig seconden door mijn hoofd vliegen, tijdens mijn eerste run bij de Dutch Hot Rod Association. Ik zit op mijn 2004 Ducati Monster 1000. Ik heb net het gas teruggenomen, nadat ik de 400-metervlag passeerde. Langzaam draai ik linksaf het gras in en ik rijd terug naar de start, langs een stoffig zandweggetje, evenwijdig aan de landingsstrip van Vliegveld Drachten. Tussen geparkeerde bestelauto’s, aanhangers, VW Golfjes en Honda Civics baan ik me een weg naar de fuik voor de motorrijders. Vooral autootjes zijn er bij dozijnen, maar volgens mijn tweewielercollega’s verschijnen er ook elke keer enkele tientallen motoren. Een groot deel van de motorbrigade bestaat uit – overigens goedlachse en vriendelijke – Antillianen met hele dikke Suzuki’s. Alle US-goodies hebben ze gemonteerd: langere achtervorken, lachgasinjectoren, special paint. Zolang het maar ‘street legal’ is. Elk bouwsel dat je ziet is klaar voor de openbare weg.

Low-budget

Er zijn niet alleen Nederlanders van Caribische afkomst. De meeste ‘witte’ dragracers rijden met wat bescheidener materiaal, maar zonder uitzondering brengen ze dikke viercilinders van Japanse makelij aan de start. Grote nadruk ligt op het merk Suzuki, op één rijder na, die heeft een Yamaha FJR1000 meegenomen. Arnold Philipsen uit Nieuw-Weerdinge vertelt: “Ik vind het leuk om van alles uit te proberen. Wat mij betreft moeten de fietsen low budget zijn. Dat is de helft van de lol in deze sport. Soms zie ik ergens een fiets staan waarvan ik denk: die kan ik sneller maken. Die koop ik dan. Alle sleutelwerk doe ik zelf. Ja, het is handig als je handig bent. Ik doe al jaren mee met de DHRA. Eerst met een Suzuki. Een Honda CBR1000 heb ik ook geprobeerd en nu heb ik alweer een tijdje deze FJR. Al is hij er wel voor toegelaten, ik kom er nooit mee op de openbare weg.”

Enfin, alleen Japanse viercilinders dus. Dat zou beter kunnen, leek mij. Zou mijn Italiaanse, luchtgekoelde 1000 cc tweeklepper het kunnen bolwerken tegen al dat geweld? Geen flauw idee eigenlijk. Veel PK’s heeft zo’n Ducati verhoudingsgewijs niet, trekkracht echter des te meer. Mijn beeld van die vierhonderd meter: op tijd gas geven en dan rustig een paar keer  opschakelen bij pakweg 7500 toeren. Vóór het moment komt dat de PK’s écht nodig zijn zou ik allang voorbij de eindstreep zijn.

Italië versus Japan

Gijs aan het gas

Hoe ben ik nu tussen deze sprintfanaten terecht gekomen? Het is in Nederland toch niet zo’n bekende sport? Zeker niet onder Ducatisten, op die ‘ene’ na dan. Juist deze Achterhoeker was de aanleiding, want begin juli gingen mijn vrouw Inge en ik even kijken bij de Explosion-races in Drachten. We waren benieuwd hoe mede-Ducaticlublid Herman Jolink ervoor stond.

De kwalificaties waren goed verlopen, hoorden we. Herman stond aan de kop van het klassement. Helaas! Vlak vóór de eerste run van die zondag werd Herman uit de wedstrijd gehaald. Zijn motor was te laag. De organisatie nam een steekproef, maar kon de meetbalk niet over de volle lengte onder zijn Ducati Testastrettaspecial doorhalen. Jammer en einde verhaal, ondanks protesten van Jolink.

Enfin, Herman vertrok huiswaarts, maar anderen bleven, zoals Gijs de Ruiter en Maikel Gloudemans. Met hen kwamen we in gesprek. De Ruiter deed mee aan de eliminatierondes met een nogal bejaarde Suzuki GS1000 uit de vroege jaren tachtig. Kennelijk nog steeds een competitief vervoermiddel. De Ruiter: “Zeker, hij is niet zo nieuw meer. Maar motorsport moet ook mogelijk zijn met een klein budget. En dat betekent helemaal niet dat je voor spek en bonen meedoet. Het komt niet alleen aan op de motor, maar vooral op de rijder. Een snelle reactie op de startlichten, daarmee win je een eliminatieronde. En natuurlijk, er zijn mannen met beter materiaal, maar altijd zijn er ook jongens wiens motor ongeveer even snel is als de jouwe.”

Dat had ik ook bedacht. Zo’n GS1000 levert een PK of negentig. Dat heeft mijn Monster 1000 ook in huis. Dat vertelde ik aan mijn naamgenoot. Gijs de Ruiter:  “Wij vinden het allemaal jammer dat er zo weinig medemotorrijders deelnemen aan het dragracen. Hoe kan dat toch? Het is leuk, niet duur om te doen en het bestaat al tientallen jaren. Waarom doe jij niet een keer mee? Het kost maar een tientje bij de DHRA. Over twee weken is er weer een racedag!”

Leercurve

Het leven duurt maar kort. Je hebt maar even de tijd om alles uit te proberen, dus waarom niet? Het moet net zoiets zijn als de start bij een Ducaticlubrace. Met als voordeel dat er niet vijfendertig, maar slechts één deelnemer met je meestart en dat er geen krappe Haarbocht op je ligt te wachten. Via de nogal moeilijke website van DHRA (www.dhra.nl) wist ik een startnummer aan te vragen en een aanmelding voor de volgende dragrace in te dienen. Nog geen  veertien dagen later sta ik aan de start, als enige deelnemer met een niet-Japanse motor – en met minder dan vier cilinders.

Er is zeker een leercurve in deze sport, zo ontdek ik al snel. Weliswaar is het minder druk aan de startlijn dan bij een wegrace, maar je moet evengoed op heel veel dingen letten, zie het begin van dit verhaal. Toch zit er vooruitgang in. De eerste run gaat helemaal fout natuurlijk: te vroeg gestart, teveel wielspin, een matige tijd van 14:284 seconde. Dat haalt een beetje opgevoerd VW Golfje ook. De volgende run lukt al beter. Weliswaar heb ik meer dan driekwart seconde gewacht na het groene licht, maar toch is mijn run een seconde sneller (13:4”) en heb ik geen last meer van wielspin. Dat komt omdat ik de bandenspanning op advies van Gijs en anderen heb verlaagd van 2,5 tot 1,5 bar. Het leek mij weinig, totdat ik vernam dat de meeste motorrijders zelfs met minder dan één bar hun runs doen.

Huh, 1,2 bar?

De laatste run van die dag rij ik 12:58 seconde. Hiermee kom ik dicht in de buurt van de 12:2” van mijn naamgenoot. Leuke sport, dragracing! De Ducati laad ik daarna weer op de aanhanger. Alles is heel gebleven, vanzelfsprekend. We gaan de volgende dag als circuitmarshal meerijden met de racedemo’s van de SAM op de politietrainingsbaan te Lelystad. Dat is een ander, maar even mooi verhaal, zie http://www.vkblog.nl/bericht/327168/Lelystad%3A_ook_mooi_als_het_regent

Tweede poging

Twee weken later ben ik er weer. Het is laat in de vrijdagmiddag, ik wil kijken of ik er iets is blijven hangen van die eerste dragracedag. Zowaar worden Inge en ik herkend door deze en gene. We krijgen leuke reacties. Eén van de officials vindt het wel mooi, een tweede Ducati. Of we Herman Jolink soms kennen? Wij: “Jazeker kennen we Herman! We zijn fan natuurlijk, hij is het snelst accelererende lid van onze club!”
“Praat je wel eens met hem?” vraagt de official. “Als je dat verstaat, dan zijn jullie zeker ook Achterhoekers!” We vatten dat maar op als een compliment voor Jolink en voor ons; we zien onszelf eigenlijk meer als Brabantse importfriezen, maar okee.

Tijdbriefje

Vier runs maak ik deze vrijdagavond. Het lukt allemaal een stuk beter dan de vorige keer. Nog maar één keer vergeet ik mijn vizier op tijd dicht te doen, maar gelukkig doet de startofficial dat voor me. De tijden zijn consistent, allemaal rond de twaalfeneenhalve seconde. Veel meer weet ik er niet uit te persen. Misschien ben ik te zwaar? Honderdtwintig kilo is niet niks. Belangrijker: te veel nog zit ik te slapen. Na elke run krijg je een uitdraai van de computer, met daarin je eindsnelheid (ook consistent, rond de 170, 175 km/u) en je reactiesnelheid. Bij mij zit er tussen het aangaan van het groene licht en het passeren van de startlijn een halve seconde of meer. Daar moet ik aan gaan werken, want de meeste jongens doen het in 0,2 seconde. Het zal de leeftijd wel zijn.

Veel GTI’tjes in Drachten

Hoe is het mogelijk, dat je van vier keer 12 seconden motorrijden zó moe kunt worden? Het is al half negen en ik ben volkomen uitgeput. De vijfde run laat ik over aan de jeugd. Misschien is het vermoeiend omdat er zoveel wachttijd zit tussen de runs. De boys & girls van de Golfjes, Civics en andere GTI’tjes moeten ook allemaal even rijden. Toch is het wachten niet saai. Kijken hoe de anderen het doen is ook leuk, of praten met de conculega’s. Inge komt in gesprek met de jongste deelnemer, Giovanni Postma uit Leeuwarden. Hij is twaalf jaar. Hij rijdt met een Honda 80cc tweetakt, die zijn vader Raymond – ook deelnemer – voor hem heeft geprepareerd. “Nee, het gaat nog niet zo hard!” zegt hij, “Maar volgens mijn vader moet ik eerst maar eens leren dat ik goed wegkom bij de start.” Dat is een advies dat ook op mij van toepassing is…


You meet the nicest people at Drachten Street Legal!

poster dhraDe ‘Street Legal Nights’ vinden plaats op het vliegveld van Drachten. Deze Friese landingsstrip is de enige plaats in Nederland, waar het tot nog toe is toegestaan om legale drag- en sprintwedstrijden te organiseren. In Nederland zijn er twee, heel verschillende organisaties, die zich hiervoor inspannen.

De meest bekende van de twee heet ‘Explosion’. Deze club organiseert nationale en internationale dragraces voor auto’s en motoren. Dat zijn meestal geen gewone vervoermiddelen. Geschikt voor de openbare weg zijn ze meestal niet. Ze hebben een speciaal getunede motor, ze gebruiken bijzondere brandstoffen, compressors, ultralichte carosserieën en de coureurs beschikken over een racelicentie. Het deelnemen kost ook meer dan bij de DHRA. Het inschrijfgeld bedraagt tweehonderd euro. Daar krijg je dan wel een heel raceweekend voor, niet alleen een vrijdagnamiddag en –avond. Bovendien mag je veel meer aan je motor of auto aanpassen. Informatie vind je op de website: www.explosiondragracing.com/.

Een binnen de Ducaticlub beroemde deelnemer kennen wij natuurlijk Het is Herman Jolink, die met zijn special al decennialang de eer van Nederland en van Ducati hoog houdt, op dragstrips in alle uithoeken van Europa.

Over dat soort dragracen gaat het verhaal nu niet. We spreken hier over de tweede club, de DHRA, een kloon van de Amerikaanse NHRA. Hoe is dat allemaal ontstaan?
Ooit, een jaar of veertig, vijftig geleden, waren er tienduizenden soldaten uit de Verenigde Staten gelegerd in Europa. Met zoveel jonge jongens onder elkaar kwam het weleens tot rottigheden, dat kan je je indenken. Illegale straatraces met opgevoerde auto’s en motoren leidden regelmatig tot ongelukken. Daarom bedacht men het dragracen met ‘street legal’ cars and bikes. Wat had je nodig? Een asfaltstrip strip van vierhonderd meter, een kerstboom met lichten, deelnemers, een EHBO-ploeg. Alleen vervoermiddelen die voor het openbare verkeer waren toegelaten mochten meedoen.

Zo werkt het ook anno 2010 nog steeds. In Nederland neemt de DHRA (www.dhra.nl) de zaken waar, in samenwerking met het vliegveld en de Gemeente Drachten. Die vindt het belangrijk, dat lokale hardrijders hun adrenaline spenderen op een afgesloten terrein – liever dan op de rijksweg of op verlaten industrieterreinen. Dit jaar organiseert men een uit vier avonden bestaande competitie. Uit het hele land komen de eigenaren van Golfjes, BMW’jes, Civics, Subaru’s en Suzuki GSX-R’s bijeen in Drachten. Vanaf een uur of drie tot laat in de avond kunnen zij zich met elkaar meten in de sprints over vierhonderd meter, tegen afdracht van slechts één tientje. Eind augustus is de finale gepland: “King Street”.

Dit verhaal verscheen in drukvorm in “Strada”, het magazine van de Ducaticlub Nederland.

Foto’s © Studio Festina Lente

Meer foto’s op Picasa.

Lelystad altijd nat

Verslag historische regelmatigheidsdemo 7 augustus

Dit keer had ik de Ducati met de regenprofielbanden niet meegenomen: het zou toch droog blijven? Mis. Wél had ik de Yamaha XS650 caféracer op de aanhanger geladen, die ik eerder dit jaar had gekocht bij XS-goeroe Hans Peter van Phoenix AZ Motoren in Best. Toevallig net deze week bereikte ons het bericht, dat zijn zaak tot de grond toe was afgebrand. Erg jammer! Zie http://ow.ly/2kvYr.

Enfin, de Yam wilde niet starten, dus die ging terug op de aanhanger. De bedoeling was dat ik – samen met vier anderen – de hele dag zou meerijden als circuitmarshal. Dat heb ik gedaan, met de MZ en dat ging prima. Eenmaal thuis bleek dat de accu van de Yamaha in niet al te beste staat was. Even flink laden en dan kon er gestart worden. Ook weer opgelost.

Lelystad: ook mooi als het regent

Historische racedemo 17 juli ondanks neerslag toch topdag

Lelystad. “Nee toch? Het is niet waar!” Dat was de eerste reactie van de deelnemers. Zij hadden zich gemeld op de instructiebaan van de politie, aan de Eendenlaan te Lelystad. Voor de tweede keer organiseerde SAM Motorsport daar de 18e juli een regelmatigheidsdemo voor historische racemotoren. Een alleszins geslaagd evenement in 2009 en daarom voor herhaling vatbaar.

Allen herinnerden zich de demo van vorig jaar. Die was begonnen met een zeer natte regenochtend, die het rijden er niet gemakkelijker op had gemaakt. Ook dit jaar was het weer zover. De ene bui werd gevolgd door de andere. Vurig hoopten rijders en hulptroepen dat het scenario van 2009 zich zou herhalen, toen het vochtige begin werd gecompenseerd door een kurkdroge en zonnige middag.

Aan de start. Foto: Inge van Hesteren


Met het onvermijdelijke had ik zelf al rekening gehouden. De dag tevoren had ik met mijn Ducati deelnenomen aan het Street Legal Dragracen op het vliegveld van Drachten. Dat had ik gedaan met mijn Ducati. De MZ Scorpion die ik ook bij me had zou ik inzetten voor het meerijden als circuitmarshal in Lelystad. De MZ was echter geschoeid met Supercorsa racerubber, de bekende regenhatende banden van Pirelli. De Ducati daarentegen met sporttoerbanden: BT21’s van Bridgestone. Daar zat tenminste profiel op! Dus de Ducati mocht niet uitrusten van het dragracen op de vierhonderd meter. De hele ochtend snorde het Monstertje mee met de historische racemachines van de SAM. Als marshall word je geacht een oogje in het zijl te houden. Dat doe je dan ook, maar niemand verbiedt je om er tezelfdertijd enorm van te genieten, nat of niet!

Toeval bestaat niet. Net als het jaar daarvoor verdwenen de buien na de middagpauze. De wolken dreven weg en de hoge julizon won aan kracht. Supersnel verdwenen de plassen en natte sporen, iets waar het Lelystadse circuit om bekend staat. Alle ruimte dus voor vurige, snelle en regelmatige rondetijden. De tweetaktrijders van de Yamaha Tweetakt Club Nederland waren weer present met een eigen klasse. Daarnaast reden de historische inhoudsklassen 50, 125, 250, 350, 500 en 750 cc hun ronden.

Onze kampeerauto doet dienst als tijdwaarnemingshut. Op de aanhanger de Ducati en de MZ Scorpion. Foto: Gijs van Hesteren

Onze kampeerauto doet dienst als tijdwaarnemingshut. Op de aanhanger de Ducati en de MZ Scorpion. Foto: Gijs van Hesteren

Om de veiligheid te waarborgen bevond zich een aantal baancommissarissen langs de baan. Door de regenbuien en de bijbehorende windstoten was dat voor hen zeker in de ochtend geen pretje. Hoed af voor deze bikkels! Een vijftal meerijdende marshalls hield de gehele dag een oogje in het zijl onder de deelnemers. Vorig jaar was het nog wennen voor de marshalls en de baco’s, dit jaar was het al een geolied werkend collectief, mede dankzij heldere afspraken en strakke leiding.

Tweetakters

Dit keer wat extra aandacht voor de ervaringen van de tweetaktrijders. Voorzitter Coeno van Houten van de Yamaha Tweetakt Club Nederland voert het woord.

“Wat ons dit keer opviel was de zeer gemoedelijke sfeer onder al de deelnemers. We kregen het gevoel dat wij nu ook een geaccepteerd onderdeel van de SAM zijn geworden. Met onze straatmotoren en racers voelden wij ons opgenomen in de wereld van de classic races.
Daarbij was het voor ons erg strelend dat onze sessie maximaal vol was met dertig deelnemers. Dat zijn er meer dan tijdens een gemiddelde GP! Met de diverse Yamaha racers, de standaard straatmotoren en de 500cc GP replica motoren van zeer uiteenlopende bouwjaren kon er heerlijk gereden worden, zonder dat er grote verschillen zaten tussen de deelnemers onderling.
Over de baan spraken de nieuwe deelnemers met heel veel lof. Ten onrechte heerste het idee dat dit een micky-mousecircuit zou zijn. Integendeel. Het is lang genoeg, uitdagend in de bochten, het heeft een lekker lang recht stuk en vooral goed asfalt.
Heel veel tweetaktdeelnemers stelden de vraag of er niet veel meer van dergelijke evenementen zouden kunnen worden georganiseerd.”

Op 7 augustus is er nóg een demo op het politietrainingscircuit. Je kan je nog opgeven!
Meer foto’s worden later toegevoegd!

Technische keuring. Foto Gijs van Hesteren

Technische keuring. Foto Gijs van Hesteren