Monthly Archives: februari 2010

IJsracen: Driemaal is Scheepsrecht

Na drie pogingen tóch ijsraces Stadskanaal

Driemaal is scheepsrecht. Dat gold ook voor IJsvereniging De Eendracht uit Stadskanaal. Twee keer eerder moest voorzitter Erik Vissering het ijsracen dit jaar al afblazen, vanwege dooi of omdat het ijs niet goed genoeg was. Zondag 14 februari was het tóch zover. Meer dan vijftig coureurs hadden zich gemeld aan de Scheepswerfkade in Stadskanaal Noord.

IJsracen Stadskanaal 2010

Onder hen bevonden zich erkende ijskampioenen als Tjitte Bootsma, Mark Stiekema, Dirk Fabriek en Wiebe Fochteloo. Ook buitenstaanders als schaatsfenomeen Rintje Ritsma en Bertus Folkertsma waagden een poging. Normaal gesproken vertonen deze beide Friezen hun tweewielerkunsten op asfaltcircuits, in de superbikeklasse.  Continue reading IJsracen: Driemaal is Scheepsrecht

Virtueel loket in Nieuwkoop

Onlangs bezocht ik in één dag een paar varianten van het "Virtuele Loket". Eén ervan bevond zich op Schiphol, dat bewaar ik voor een latere blogposting. Voor de andere variant moest ik na Schiphol naar Oldenzaal doorrijden. Marco Asbreuk en Doreen Rouhof van het bedrijf Iris2Iris had ik leren kennen via Twitter, zonder dat ik er speciaal naar op zoek was geweest. Dat is het leuke van deze virtuele sociale netwerken: het activeert je creativiteit.

Iris2Iris camera. Foto: Iris2Iris

Het was nogal een verre trip vanuit Harlingen en terug, maar het bleek wél de moeite waard. Hun concept voor het digitale loket vond ik verrassend verfrissend. Asbreuk paste simpele technologie toe, die op elke straathoek verkrijgbaar is. Een PC of laptop aan elke kant, Skype, een webcam, wifi en een internetabonnementje. Daar bleef het niet bij, de camera kon een stukje innovatie gebruiken. Want webcams zijn er in vele soorten, van heel simpel tot heel erg goed, maar het nadeel is dat je of naar het scherm kijkt, of naar de camera. Daardoor is het moeilijk om elkaar goed aan te kijken, terwijl daar juist de meerwaarde zit van beeldcontact.
 
In zijn vrije tijd ontwierp Marco Asbreuk een oplossing. Met een ingenieus samenstel van spiegels lijkt het alsof de camera IN het scherm zit, waardoor de gesprekspartners niet meer hoeven weg te kijken om de ander recht aan te kijken. Vooral voor dienstenaanbieders een prettige optie. Iris2Iris kreeg dat voor elkaar tegen een aanzienlijk lagere prijs dan vergelijkbare apparaten voor ‘telepresence’, zoals dit procedé genoemd wordt.
 
Naar aanleiding van mijn bezoek gaven Marco en Doreen me een paar namen van afnemers van hun technologie. Daaronder bevond zich de gemeente Nieuwkoop. Vandaag belde ik met René van der Pouw Kraan. Hij leidde voor zijn gemeente het project. Natuurlijk was ik nieuwsgierig, hoe het tot nu toe was bevallen.
 
“Hoofdzakelijk verbinden wij hiermee het gemeentelijke back-office met het front-office”, vertelde hij me. “We hebben die twee onderdelen de laatste tijd gescheiden. Dit digitale loket vind ik echt een hele goede oplossing, die onze klanten een prettige gesprekservaring oplevert. Ik vind het wel jammer, dat er nog niet zoveel gebruik van wordt gemaakt. Dat is wel een beetje onze eigen schuld, want wij trainen onze baliemedewerkers juist om zoveel mogelijk vragen zelf direct te beantwoorden. Een ontwikkeling die gebruik van ruggespraak via een videoverbinding eigenlijk tegenwerkt. Toch zien wij veel toekomst hiervoor.”
 
De Nieuwkoopse loketten zijn intern opgesteld in de gemeentelijke burelen. Dat is dus anders dan in het plan, dat wij voor Noordoost-Friesland bedacht hebben. Daar is de gemeente één van de aanbieders, terwijl de balie zich bevindt in een dorpshuis of multifunctioneel centrum. Andere aanbieders worden bijvoorbeel de banken, de Belastingdienst, het UWV, de woningcorporaties.

 
Van der Pouw Kraan was er vrij laconiek over. Het leek een goede oplossing, hij zei er meteen ja tegen en niet veel later stond de apparatuur op zijn plaats. Zoals ik eerder al zei: verfrissend.
 
 Meer over virtuele loketten en platteland

 Iris2Iris
 

Zorgsector is veranderingsresistent

Ziet de gezondheidszorg de urgentie van zorginnovatie?

Gistermiddag had ik een afpraak in mijn agenda, bij de directie van een niet nader met name te noemen ziekenhuis in het Noorden van het land. Samen met een collega, een medisch specialist en een externe deskundige zou ik er gaan praten over ‘telemedicine’. Een belangrijke zaak. "Zeker in deze tijd is dat nodig", zei de specialist daarover.

De afspraak was bijna acht weken tevoren al gemaakt, maar op het laatst mogelijke moment, gisterenochtend, werd ik gebeld door het directiesecretariaat. Onze vergadering kon op het laatst mogelijke moment geen doorgang vinden. De ziekenhuisleiding "had niet voldoende achtergrondinformatie en had onvoldoende kans gezien het uit te zetten in de interne organisatie". De externe deskundige zat al in de trein vanuit Nijmegen. Voor mij restte de leuke taak om hem rechtsomkeert te sturen. Hij was absoluut ‘not amused’. Ook ik was over deze onverwachte ommezwaai nogal teleurgesteld.

Merkwaardig. De vergadering was alleen bedoeld geweest om de opties te verkennen; op geen enkele wijze verplichtend of richtinggevend. Tja, het recente rapport van de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg "Gezondheid 2.0" stelt vast: "De huidige zorgsector is ‘veranderingsresistent’ en ‘net gewend aan web 1.0’. Misschien was dát de oorzaak voor het plotselinge afhaken van het ziekenhuis.

De externe deskundige wees me op het nieuw ontwikkelde Strategisch Plan voor 2010-2015, van de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen. De landelijke koepel heeft er kennelijk wél iets van begrepen. "Telemedicine en eHealth zijn noodzakelijk voor goede vraaggerichte zorg"; ze worden gezien als een kans en niet als een bedreiging. Niets doen is nu geen optie meer…

De specialist waarover ik zoëven sprak, vindt dat ook. "Ik werk twee jaar samen met kennisinstellingen aan telemedicine, maar ik heb intern meer ondersteuning nodig om het tot een succes te maken. Ik wil heel graag. Ik denk dat het erg veel zin heeft."

Enfin, wij hebben ons best gedaan. We zijn en blijven een externe partij, als kabelaar Kabel Noord en zorginnovator NijFinster. Toch, het is en blijft jammer, dat zorginstellingen ons beschouwen als een dozenschuiver die afgeserveerd kan worden, terwijl zorginnovatie ons doel is.

Meer over zorginnovatie

Eendracht of Verdeeldheid II

Keulen en Aken zijn ook niet in één dag gebouwd

Een paar dagen terug beschreef ik in het bericht “Eendracht of verdeeldheid” hoe teleurgesteld ik was over het resultaat van de WZW-conferentie van 5 februari in Dokkum. Eindelijk zaten alle partijen die er toe doen een keer bij elkaar, als ‘beslissers’, en dan komt er naar mijn gevoel zo weinig uit. WZW-Projectleider Nicolette de Heij deelde mijn mening hierover ten dele. Zij noemde de bijeenkomst gedeeltelijk geslaagd en gedeeltelijk niet.

De Heij: “Iedereen waardeerde het idee van een ontwikkelingsmodel. Je kan investeringen beter met elkaar afstemmen. Het voorbeeld dat was uitgewerkt voor de gemeente Dantumadeel vond men duidelijk. Mevrouw Hylkema, de wethouder van Dantumadeel, was er positief over. Slechts twee wethouders waren aanwezig. Mevrouw Willemsma van Dongeradeel kon er na de pauze niet meer bij zijn, de wethouder van Achtkarspelen moest vlak voor aanvang helaas onverwacht en acuut ergens anders zijn; van Kollumerland was er geen vertegenwoordiging.”
 
Met het model zouden toekomstige ontwikkelingen kunnen worden gecoördineerd. Er kwam geen besluit over het inzetten ervan. Jammer, vond De Heij: “We hoopten dat de gemeenten hier de regie zouden oppakken. Uiteindelijk kwam er geen gemeenschappelijke intentieverklaring. Wél zou het model in de vorm van een notitie aan de gemeenten worden aangeboden.”

Tot zover de projectleider. Over het verloop van de conferentie heb ik naderhand gesproken met mijn naaste collega’s. Sommigen onder hen weten heel erg goed de juiste noot te treffen. Een goed voorbeeld is mijn collega bij NijFinster, Anja Paap.

Zij zei tegen mij en Nicolette: “De bijeenkomst van vorige week moet je zien als een nieuw begin. Dat is lastig als je er anderhalf jaar naar toe hebt gewerkt en juist hoopte op een eindresultaat. Voor de bestuurders en wethouders die daar zaten wás het een begin. Zij zaten voor het eerst over dit onderwerp in deze samenstelling aan tafel. Het positieve: ze wáren er, het gevoel van urgentie is er dus! Een concreet eindresultaat is voor hen een stap te ver en veel te concreet.”

Het is waar, de deelnemers aan de voorbereidingsclub hadden al diep en vergaand nagedacht. Anja zei daarvan: “Jullie lopen ver vooruit op de beslissers. Je moet ze nog helemaal meenemen en laten wennen aan de perspectieven die voor jullie al heel normaal zijn. Even laten zakken, strategie opnieuw bepalen en gewoon doorgaan! Dit is een heel normaal en herkenbaar proces., vind ik.”

Helemaal waar. Waarom heb ik daar zelf niet aan gedacht?

Meer over platteland

Digitale OV-kaart moet analoog betaald

Kafka is nog steeds niet dood

De firma OV-Chipkaart stuurde mijn zoon Jip een aanmaning, over een zogenaamde ‘mislukte incasso automatisch opladen’, die om een of andere reden niet was gelukt.

Namens Jip mailde ik, via het formulier:

"Ik stel voor dat u het nog eens probeert, want er was ruim voldoende saldo op de datum die u noemt en dat saldo staat er ook vandaag nog steeds. Ik ben niet erg gediend van de onnodige blokkering van mijn OV-kaart, evenmin van uw nogal ondigitale voorstel mij persoonlijk naar een of ander loket te laten komen voor een betaling. Ik wil het gerust alsnog handmatig betalen, als uw incassosysteem kennelijk niet goed werkt, maar heeft u geen bankrekeningnummer dan?
Het dreigen met een incassobureau gaat werkelijk alle perken van betamelijkheid te buiten, dat zult u begrijpen. Dat incassobureau zal ik met deze zelfde boodschap linea recta rechtsomkeert laten gaan."


Zeventien dagen later ontving ik een antwoord van de Klantenservice:

"Dank u wel voor uw reactie van 17-01-2010. Excuses voor de late reactie, door grote drukte hebben wij een langere beantwoordingstijd nodig gehad dan u van ons gewend bent. Wij hebben de 10 euro niet kunnen incasseren. Wij krijgen van de bank geen melding waarom dit niet gebeurd, alleen een afwijzing. Het rekeningnummer dat wij hebben eindigd op 284. Wij kunnen niet opnieuw een incasso uitvoeren of digitaal laten betalen. De kaart kan namelijkniet op afstand gedeblokkeerd worden.  U dient echt langs een servicepunt (GVB, GVU of RET) te gaan om te deblokkeren."

Hierop heb ik het volgende antwoord gestuurd aan de Klantenservice:

"Jammer dat u zo lang heeft gewacht met uw reactie. Intussen hadden wij de moed al
opgegeven. De deblokkering van de kaart is voor ons niet meer van belang. We hebben de kaart reeds terzijde gelegd. We komen er ook wel met een strippenkaart of met de auto.
Dat u niet opnieuw een incasso kunt uitvoeren betreuren we en daar kan ik ook weinig aan veranderen. Ik ga er van uit dat u niet zult vasthouden aan uw dreigement om een incassobureau op mijn zoon af te sturen. Hij en wij zijn graag bereid eventuele openstaande bedragen te betalen. Als u me laat weten of er nog een bedrag openstaat en me een giro- of banknummer doorgeeft kan ik zorgen dat dit aan u wordt betaald."

 

Ruim elf dagen later ontvingen we het volgende:

"Excuses voor de late reactie, door grote drukte hebben wij een langere beantwoordingstijd nodig gehad dan u van ons gewend bent.

Wij vinden het vervelend te horen dat u problemen heeft ondervonden inhet gebruik van de ov-chipkaart. Wanneer de ov-chipkaart isgeblokkeerd dient de kaart gedeblokkeerd worden door het schuldbedragbij een verkoop- en informatiepunt van de vervoerders te voldoen; dit in naleving van onze algemene voorwaarden. Wanneer dit niet gebeurd kunnen wij een eventueel incasso-traject helaas niet tegenhouden. Wij hopen dan ook dat u het resterende bedrag zult voldoen bij één van de onderstaande verkoop- en informatiepunten.

 

 

Regio Amsterdam
. GVB Tickets & Info
. Arriva Store
Den Haag
. HTM Klantenservice

Rotterdam
. Stationsplein Centraal Station
. Metrostations
. RET Servicewinkel
Utrecht
. GVU Inlichtingenkiosk

Wij hopen u hiermee voldoende geinformeerd te hebben."

Hier was ik niet zo blij mee:

"U kunt toch niet ernstig menen dat wij vanuit Harlingen naar een informatiepunt moeten afreizen dat 110 kilometer van onze woonplaats is verwijderd, ter voldoening van een schuld van slechts tien euro?
Die algemene voorwaarden van uw bedrijf lijken mij niet in overeenstemming met het burgerlijk wetboek. Ik ben zo vrij ze naast me neer te leggen. De algemene voorwaarden zijn bij aanschaf van uw vermaledijde kaart trouwens niet duidelijk aan mij voorgelegd, dus ik voel me er niet aan gebonden.
Ik herhaal mijn aanbod om de schuld giraal te voldoen. U mag ook gerust een incassobureau inschakelen. Ik ben graag bereid om aan mijn voordeur tien euro cash te overhandigen. Niet meer dan dat, overigens."

De OV-kaart heeft mijn zoon in november aangeschaft via een actie van de provincie Fryslân. Eén keer maar heeft hij de kaart gebruikt, daarna volgde direct de blokkade.

Een journalist van de Leeuwarder Courant las op Twitter mijn opmerking over deze Kafkaëske klucht. Hij belde met de Provincie Fryslân. Die vond het een ‘bizar verhaal’; zoiets zou niet moeten kunnen. Er schenen verder geen klachten van deze strekking te zijn ontvangen, maar de provincie wilde graag bemiddelen. Dat lijkt me fijn.

Ik weet dat het pietluttig klinkt, maar misschien kan de provincie dan ook vragen aan de OV-kaart Klantenservice om de "D" en de "T" op een correcte wijze te gebruiken in haar reacties aan klanten.

Marktwerking of Samenwerking

Werkt de ‘Gouden Driehoek’ averechts?

Onlangs kwam ik – ongewild – in een eigenaardige discussie terecht. Dat was naar aanleiding van een bericht, dat ik schreef over het gebruik van QR-codes in het Admiraliteitshuis te Dokkum. Daar kreeg ik veel reacties op. Dat vind ik altijd leuk, dat toont aan dat iemand je teksten leest, nietwaar?

‘Eigenaardig’ vond ik het, dat het debat – want dat werd het – langzaam verschoof van de QR-codes naar de rol van de al dan niet erbij betrokken partijen. Hoe werden die gefinancierd? Waren dat wel marktpartijen? Was dat gemeenschapsgeld? Werd daarmee het echte bedrijfsleven benadeeld? Goede vragen, op zich. Die moet je jezelf altijd stellen.

Zo’n debat over concurrentie, subsidiestrategie en de rollen daarbij van overheid, bedrijfsleven en onderwijs (de Gouden Driehoek, of de Drie ‘O’s) vind ik heel interessant. Dat debat hoort volgens mij alleen niet thuis bij mijn blogbericht over QR-codes. Bovendien was ik in dit geval alleen de boodschapper van het nieuws: bedrijven en organisaties die ik toevallig kende hadden iets leuks bedacht en uitgevoerd. Daar was ik enthousiast over, dus beschreef ik hun project. Natuurlijk weet ik best wat af van de positie in de samenleving van clubs als Nofcom, Speak, Yn-Form, Admiraliteitshuis, maar alles wat ik námens hen óver hen zou vertellen, zou uit de tweede hand zijn.

Daarom wijd ik aan dit nieuwe onderwerp deze nieuwe posting, met alle ruimte voor de bijbehorende discussie – mits nog nodig en mits binnen het betamelijke.

Stelling 1: Gesubsidieerde organisaties mogen innovatie aanjagen door marktpartijen bij elkaar te brengen.

Stelling 2: Gesubsidieerde organisaties mogen commerciële opdrachten uitvoeren, mits zij zich beperken tot de eerste stap, zoals het over de streep trekken van partijen die anders waren blijven zitten waar ze zaten.

Stelling 3: Non-profitinstellingen (zoals het onderwijs) vertragen innovatie omdat zij de markt bederven voor het reguliere bedrijfsleven.

Stelling 4: Zonder non-profitinstellingen als boven omschreven zou er geen innovatie zijn; het bedrijfsleven heeft het meestal te druk met geld verdienen om verder te kijken dan zijn neus lang is.

Zie ook:
QR-codes in Dokkum
Nog een keer QR-codes

Zorg op Afstand in één minuut

Leeuwarden. Eind januari was ik op uitnodiging van de BCD-organisatie in de Panoramazaal van het WTC Expo Hotel in Leeuwarden. ‘BCD’, dat betekent "Bedrijvencontactdagen". Een zakenbeurs die elk jaar in maart wordt gehouden. Vorig jaar bemande ik op die beurs een stand met de innovatieprojecten van Kabel Noord, in samenwerking met NijFinster BV, dochterbedrijf van de kabelaar. Lees daarover in mijn postings van toen.

Met mij genoot een tiental andere mensen van het feeërieke uitzicht over de avondlijke metropool. Allemaal zouden wij aan de beurt komen voor het registreren van een ‘elevator pitch’, een heel kort filmpje waarin wij zouden vertellen over ons bedrijf.


Vorig jaar figureerde ik al eens in zo’n video, die toen ging over Kabel Noord. Dit jaar maakte het Noordoostfriese AV-bedrijf Virema er één over NijFinster. Als een goed acteur kroop ik even in de huid van een Nijfinsteraar. Niet zo moeilijk, want pakweg één dag in de week besteed ik aan Zorg op Afstand, als innovator van NijFinster.

De grote man van de Vanneau Groep vertelt over zijn VCA-examens. Virema filmt. Foto: Gijs van Hesteren

De grote man van de Vanneau Groep vertelt over zijn VCA-examens. Virema filmt. Foto: Gijs van Hesteren

Hoewel? Tóch wel moeilijk! Tekst die ik normaal gesproken onder alle omstandigheden paraat had, kwam er met een camera op mijn neus ineens maar moeizaam uit. Tja.
De BCD-organisatie had trainings- en coachingsbureau Kenneth Smit erbij gevraagd. Dat was toch wel handig, want met hen konden de would-be pitchers een beetje oefenen. In mijn geval keek trainster Ariënne Knol me doordringend aan terwijl ik mijn verhaal oefende. Dat hielp, net als bij de meeste andere pitchers.

Intussen is het filmpje klaar en online. Het resultaat lijkt me niet onaardig, al is het altijd weer een crime om jezelf in beeld te zien. In elk geval heb ik verteld wat ik wilde vertellen, al ben ik vergeten om de naam NijFinster ook maar één keer te noemen. Dat moet u er dus maar bijdenken.




Meer over Zorg op Afstand
NijFinster

Draadloos nieuwe norm in binnensteden?

Marieke Kokxhoorn van Eurogroup Consulting schreef een weblog over wifi hotspots, draadloos internet op publieke plekken. Een citaat: "Critici zijn het erover eens: De WiFi hotspot is niet hot en staat dezelfde treurige toekomst te wachten als de telefooncel. Aanbieders worden van hun geïnstalleerde openbare hotspots allesbehalve rijk. In Amerika trekken publieke WiFi aanbieders zich terug uit de markt en ook in Nederland zijn de marges laag, aldus de experts. Mobiele internetters hebben geen WiFi nodig; zij maken immers steeds meer gebruik van UMTS."

Dat is de voorzet, maar iets verderop realiseert ook Marieke zich, dat er meer kanten aan de zaak zitten. Dat is ook te verwachten, want zij was maandenlang projectleider van het project Beleef Dokkum 3D Online, waarover ik al veel vaker heb geschreven. Ik ga nog even door met citeren: "In hotels, restaurants en op campings wordt het aanbieden van gratis WiFi tegenwoordig als een norm beschouwd. Vergelijkbaar met airconditioning in een hotel, of een zwembad op een camping."

Het draadloze netwerk in Dokkum probeert aan die norm meer inhoud te geven. Geen camping of andere slaapaccommodatie, maar een hele binnenstad. Waarom investeren wij daarin? Marieke: "Wat drijft overheden en ondernemers tot deze toch wel behoorlijke investeringen als je je vraagtekens kan zetten bij de winstgevendheid ervan? Zijn consumenten nog bereid te betalen voor hun internetverbinding? Is WiFi over 5 jaar nog steeds de standaard of moeten alle toch wel kostbare netwerken dan vervangen worden door een nieuwe technologie?"

Hoezo dan Wifi?

Goeie vragen allemaal, die ik me aantrek, als penvoerder van het genoemde Dokkumse project. Ik zocht naar antwoorden en ik vond er een vijftal.

Ten eerste: hoeveel capaciteit heeft het, concurrerende, mobiele internet van telecomaanbieders als KPN, Vodafone, T-Mobile? Kan dat wel een antwoord geven op de sterk toenemende vraag naar bandbreedte? Daar ben ik nog niet zo zeker van. De gebruikte technolgie kent grenzen.

Verder. Een Wifinetwerk zoals wij dat in Dokkum bouwden is zelf niet het doel, maar een middel. Anders dus dan bij mobiel internet via het telefoonnetwerk. We willen naast internet gratis relevante informatie bieden over de omgeving, via een speciaal ontwikkelde pushpagina.

Een derde punt: Wifi is een zich voortdurend ontwikkelende technologie. Okee, GSM – GPRS – UMTS – HDSPA ontwikkelen zich ook, maar ik heb het gevoel dat het tempo erg verschilt. De bandbreedtecapaciteit van op 802.11 gebaseerde netwerken groeit veel harder dan die van de telecominfrastructuren. De variant 802.11g biet nu al een snelheid van 100mbs.

Het verdienmodel moet je bij wifi niet zoeken in de exploitatie van het netwerk, maar in het verlenen van diensten. Misschien moeten de dienstverleners wel betalen, in plaats van de gebruikers. Gezien de huidige ontwikkelingen rond het internetgebruik lijkt me dat de juiste benadering. Wie betaalt er nog voor internetproducten?

Tot slot: vooral een lokaal wifinetwerk leent zich erg goed voor het aanbieden van lokale content; dat is bij bovenregionale en nationale netwerken toch heel anders. Juist dat maakt een wifi stadsnetwerk tot een goed en vernieuwend middel.

Deze antwoorden zullen ook ten grondslag liggen aan andere initiatieven voor stadsnetwerken, zoals in Groningen, Leeuwarden, Sneek, Leiden, Eindhoven, Rotterdam, Antwerpen, Brugge (steden die me  nu even te binnen schieten).

Meer over Beleef Dokkum en Wifi

Het weblog van Marieke Kokxhoorn:
De Wifi hotspot; telefooncel of airconditioning

Eendracht of verdeeldheid in NO-Friesland

WZW-conferentie leidt nog niet direct tot Sociaal masterplan

Gistermiddag vond dan eindelijk de WZW-conferentie plaats, in zalencentrum de IJsherberg in het pittoreske Friese stadje Dokkum. ‘WZW’, dat is een afkorting voor ‘Wonen, Zorg en Welzijn’. Een werkgroep met die naam is anderhalf jaar aan het werk geweest om dit voor te bereiden. Projectleider Nicolette de Heij trok de kar. De woningcorporaties maakten het financieel mogelijk.

Sinds heel kort zijn de twee grootste corporaties in Noordoost-Friesland gefuseerd; het nieuwe bedrijf heet nu Thús Wonen‘. Thus Wonen maakt zich zorgen: over de ontwikkelingen op het platteland die eraan komen: krimp, vergrijzing, ontgroening, leegstand, spookdorpen, verdwijnen van maakindustrie en landbouw, afnemende mobiliteit.

Mijn collega Anja Paap en waren er bij gisteren, als deelnemers, maar ook om een demonstratie te geven van ‘Zorg op Afstand’, beeldcontact tussen thuiszorgklanten en de Zorgcentrale van Thuiszorg Het Friese Land. Een demo, vooral bedoeld als ontspannend intermezzo.

Vergaderen in de IJsherberg met WZW-club. Foto: © Kabel Noord, Gijs van Hesteren

Beslissers

De werkgroep slaagde erin om meer dan twintig ‘beslissers’ uit de sector Wonen, Zorg & Welzijn bijeen te brengen bij deze conferentie. Alle kopstukken die over dit onderwerp iets te zeggen hebben in Noordoost-Friesland waren erbij. Directeuren, managers, wethouders, voorzitters, medici, beleidsambtenaren en adviseurs, aangevuld door notulistes en een innovator.

Wat moest eruit komen? De agenda van de vergadering was daarover een tikje onduidelijk, vonden collega Anja Paap en ik. Maar wij namen deel aan de voorbereidende werkgroep, dus wie waren wij om commentaar te geven? In grote lijnen zochten de woningcorporatie en de voorbereidende partners naar eenstemmigheid omtrent de ontwikkelingen de komende tien, twintig jaar. Die partners waren hoofdzakelijk marktpartijen en dienstenaanbieders. Ik doe een greep en noem naast de woningclub de thuiszorg in brede zin, het ziekenhuis, intramurale zorginstellingen, het welzijnswerk, geestelijke gezondheidszorg, reïntegratiebureaus en niet te vergeten Kabel Noord en NijFinster.

Discussie over krimp



Iemand sprak over ‘georganiseerde krimp’. Inderdaad, Thus Wonen durft daarin te investeren. Regie & commitment. Wie doet mee? Discussie.

“Is krimp wel zo’n dramatisch probleem,” vroeg een zorgbestuurder zich af. “Mijn organisatie kon de maatschaappelijke veranderingen – ook als die uit Den Haag kwamen – de laatste paar jaren soepel opvangen.”
Een andere bestuurder vond brede afstemming met zoveel branchegenoten wel boeiend, maar hij vond dat het veel tijd kostte. In handige één-tweetjes konden de zaken wat hem betreft ook prima geregeld worden.

Voor zorgorganisatie was er misschien geen probleem, voor de samenleving echter wel degelijk. Daarover ga ik hier niet verder uitweiden. Wat me echter wel stoorde, was de hierboven omschreven houding. Een heel ander geluid en geen ruggesteun voor de ondergeschikten die vanuit dezelfde organisaties veel energie in de voorbereidende werkgroep hadden gestoken.

Juist dit gebrek aan wil tot kijken buiten de eigen winkel en tot samenwerken speelt de regio al jaren parten. In mijn blogpostings schreef ik al eens: “Noorderlingen houden wel van samenwerken, maar ze weten vaak niet hoe”. Misschien moet ik dat wel aanvullen met “Ze vinden het ook wel best zo”.

Sociaal Masterplan

Als deelnemer aan de vergadering zonder enige beslissingsbevoegdheid heb ik kort het woord veroverd. Ik heb gewezen op het Masterplan voor Noordoost-Friesland, dat nu in ontwikkeling is vanuit de “Gouden Driehoek” van de “Drie ‘O’s”. Vertegenwoordigers van Onderwijs, Overheid en Ondernemers bouwen aan een vooral economisch ingevuld plan. Waarom zouden de mensen die hier vandaag bijeen zitten niet een Masterplan voor Wonen, Zorg en  Welzijn gaan bouwen? Het is helemaal niet erg als de belangen soms uiteen lopen, maar werk samen waar je meerwaarde kan scheppen!

Tot tien minuten voor de afsluiting van de dag bleef het spannend. Zou dit het begin worden van daadwerkelijke, actieve samenwerking of zou dit een praatclub blijven? Helaas waren er na de pauze te weinig beslissers vanuit de gemeenten overgebleven om de balans naar de (mijns inziens) juiste kant te laten overhellen – áls de gemeenten al zoveel eensgezindheid hadden kunnen opbrengen om een gezamenlijk geluid te laten horen. De wethouder van de gemeente Dantumadeel wilde wel mee in het verhaal, maar in haar eentje kon ze de stemming niet ombuigen. Tja, NOFA is een gepasseerd station, alleen waar nog opportunistisch voordeel te halen valt wordt nog samengewerkt.

Ik denk dat de voorbereidende werkgroep WZW een duidelijker einddoel voor de conferentie had moeten formuleren. Eigen schuld, ik zat mee aan tafel. Nu bleef het einddoel erg vaag, zodat het uiteindelijke besluit neerkwam op:  “Verslag van deze conferentie verwerken in het projectplan en dat voorleggen aan de vier Noordoostfriese gemeenten”. Tja, als dat alles is?

Erg  jammer, nu dreigt dit initiatief een voorbeeld te worden van een ‘markt’ die wel wil samenwerken, maar dat niet kan, terwijl een lokale overheid, die de regie moet nemen, het laat afweten.

Het glas is nooit half leeg, het is altijd half vol

Wat is er wel bereikt? Leidende partijen die het bestaan van een gezamenlijk probleem erkennen, die een gevoel van urgentie delen, want ze wáren er. Partijen die na afloop zeiden: "We gaan tóch door, desnoods alleen met elkaar!"
Dat is óók een soort begin, misschien.

Afsluitend: met de beeldtelefoons van NijFinster gaven Anja en ik een buitengewoon leuke demo van Zorg op Afstand aan de beslissers van de regio. Laten we toch een stuk van die plattelandsproblematiek tekkelen met ICT!

Meer over platteland

Een stuk vrolijker ben ik alweer in mijn blog van 21 februariL
Eendracht of Verdeeldheid II 

Friesland 2012 – 2025

Futurologie of science-fiction

In 2006 schreef ik voor intern gebruik een toekomstvisie voor Noordoost-Friesland en voor Kabel Noord, het bedrijf waarvoor ik werk als innovator. Al bladerend door de stapels rapporten in mijn archief wist mijn stagiair Wytse Pyt de Jager er de hand op te leggen. Hij was bezig met het bronnenonderzoek voor zijn afstudeeropdracht. Daardoor kwam het document ook weer op mijn bureau terecht.
Noordoost-Friesland in 2012”, boeiende lectuur, vijf jaar later.

Grappig, maar niet verrassend; veel ontwikkelingen zijn verlopen zoals ik had verwacht. Ik noem er een paar. Esonstad, de Wâldwei en de A31 tussen Harlingen en Zurich zijn af. Landbouw en maakindustrie verliezen hun leidende economische positie. Toerisme wordt steeds belangrijker als aanjager van de werkgelegenheid. Jongeren verlaten nog steeds de regio; het aantal ouderen neemt toe.

In de kabel- en telecomsector hetzelfde beeld. De in 2006 al duidelijk merkbare concentratie heeft inderdaad plaatsgevonden. De KPN is de grootste van het land, daarnaast staan twee echt groot gegroeide kabelaars, aangevuld met een afnemend aantal kleintjes. Gebundelde diensten, ‘triple play’, hebben zich sectorbreed ontwikkeld tot een geheid commercieel succes. Supersnel breedband via de coaxkabel is doorgebroken. Kabel Noord is nog steeds onafhankelijk en een nutsbedrijf.

Futurologie

Erg profetisch dus, maar het was futurologie met een roze bril. Wie heeft de kredietcrisis zien aankomen? Wie verwachtte toen dat de vier Noordoostfriese gemeenten verder van een fusie af zouden staan dan ooit? Ook ik kon dergelijke ontwikkelingen beslist niet voorspellen. Ik vind het interessant om te zien, in welke valkuilen ik toen ben gevallen. Wie weet kan een ander daarmee zijn voordeel doen.

Heel Friesland is de laatste tijd opnieuw aan het nadenken over de toekomst van de provincie. Een greep uit de afgelopen paar weken: in Theater Romein de conferentie van ‘Grutsk’ over de toekomst van het ‘merk’ Fryslân, in WTC Expo het Grote Leefbaarheidsdebat, in Dok18 te Dokkum het Ondernemerscongres. Elke keer was men op zoek naar identiteit, visie, strategie. Soms realistisch – echt op z’n Fries dus – en soms met wat minder gevoel voor het haalbare.

De Dongeradeelse gemeenteraadsleden – de aandeelhouders van Kabel Noord – stegen deze week zelfs ver boven zichzelf uit. Normaal gesproken kijkt een raad niet verder in de toekomst dan één verkiezingsperiode van vier jaar. Afgelopen donderdag echter verzochten zij aan hun college van B en W om voor hun nutsbedrijf een toekomstvisie tot aan 2025 te ontwikkelen. Over futurologie gesproken – dat gaat meer op science fiction  lijken. Maar als het de raadleden behaagt, wil ik hen een handreiking doen.

Science-fiction

Over vijftien jaar ziet de wereld er heel anders uit, laat ik maar met het intrappen van een open deur beginnen. Eerst het slechte nieuws. Waarover wilt u horen? Over de dominante economische positie van China en India? De atoombom op Jeruzalem? De kredietcrisis van 2008, die nog tot in 2014 voortduurde? Het uiteenvallen van de Europese Unie? De niet te stuiten emigratiegolf van miljoenen Europeanen en Amerikanen naar welvarender delen van de wereld?

Misschien is het prettiger dat ik over het goede nieuws begin. Friesland heeft zich staande gehouden in deze woelige wereld, zoals meestal. De perifere ligging, de aangeboren saamhorigheid en de afkeer van bemoeienis van buiten hebben daarvoor gezorgd. Nog steeds zijn de weilanden groen, de lucht weids en het Wad grijs en zilt. De winters zijn koud of gematigd, de zomers nat of zonnig. De zeespiegel rijst en daalt. Sommige dingen blijven altijd hetzelfde, al staat de zeespiegel iets hoger en is de winter korter.

De Friezen

Temidden van deze zich traag voltrekkende geografische gebeurtenissen bewonen de Friezen hun uitgestrekte vlakke land. Zij hebben de bakens verzet. Vanuit Noordoost-Friesland, waar het ergens rond 2010 allemaal begon, heeft het nieuwe denken aan kracht gewonnen. Een breed scholingsoffensief is ingezet om de bevolking voor te bereiden op nieuwe vormen van werkgelegenheid. Daar is hard aan gewerkt. Het toerisme is sterk gegroeid, zo ook de sectoren ‘water’ en ‘duurzaamheid’. In de ICT-sector zijn duizenden banen geschapen. Chinezen en Indiërs gebruiken het goed opgeleide en productieve arbeidspotentieel om hun moeilijke klussen te outsourcen.

Neem ook de sector wonen, zorg en welzijn; daarin is heel veel veranderd. Het Noorden is voor vele Nederlanders de plek geworden waar zij de oude dag komen doorbrengen. De ‘Friezen om útens’ keren na hun pensioen terug en westerlingen vinden hier een betaalbare en vooral rustige plek voor hun seniorenhobby’s.

Friesland is intussen herverdeeld over vier gemeenten, die met elkaar het provinciebestuur hebben overgenomen. Deze nieuwe bestuursvorm zorgde ervoor dat de bovengenoemde koerswijzigingen volop zijn ondersteund. De Friezen houden erg van samenwerken, soms weten ze alleen niet waar te beginnen. Volop en van harte grepen zij de laatste vijftien jaar de kansen die er lagen. Daarbij hebben de plaatselijke overheden een onvervangbare rol gespeeld.

2025

Nog altijd een tikje perifeer en vooral ook nog steeds ietwat eigenwijs, zocht Fryslân zijn eigen weg door de turbulente ontwikkelingen van het eerste kwart van de 21ste eeuw. Sadder en wiser, zeggen de Engelsen, maar de Friezen voegen daaraan toe: "It koe minder".


De aanleiding tot het schrijven van dit verhaaltje was een artikel in de Leeuwarder Courant van 7 februari over de raadsbehandeling van het advies van B & W om Kabel Noord niet te verkopen.

Artikel Leeuwarder Courant: